Oefentoets Biologie: Biotechnologie | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 60 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

60

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Biotechnologie

Bacteriën, yoghurt en insuline.

Yoghurt wordt gemaakt uit melk door er bepaalde soorten bacteriën aan toe te voegen. Deze bacteriën vormen stoffen die de zure smaak van yoghurt veroorzaken.
Andere bacteriën produceren het hormoon insuline, doordat bij deze bacteriën het gen van de mens voor de productie van insuline is ingebracht.

Is bij de productie van yoghurt sprake van genetische manipulatie?
En bij de productie van insuline?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

kloneren.

Wat is kloneren?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

Bacteriën, zuurkool en insuline.

Zowel bij de productie van zuurkool als bij de productie van het hormoon insuline worden bacteriën gebruikt.

Bij welke van deze productiemethoden is gebruik gemaakt van de recombinant-DNA-techniek?

Biotechnologie

1/13 BIOTECHNOLOGIE.

INFORMATIE 1 OUDE TECHNIEKEN
Zie figuur B 3153 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Al eeuwen gebruiken mensen organismen voor het maken van voedingsmiddelen. Zo wordt gist, een eencellige schimmel, gebruikt om (bijvoorbeeld) brooddeeg te laten 'rijzen'. De gistcellen gebruiken koolhydraten uit het deeg voor de verbranding. Ze maken daarbij een gas, waardoor het deeg luchtig wordt. Dit wordt 'rijzen' genoemd. Het rijzen stopt tijdens het bakken van het brood, omdat de gistcellen de hoge temperatuur niet overleven.
Bacteriën worden gebruikt voor de bereiding van allerlei melkproducten, zoals yoghurt. De bacteriën maken zuren die smaak geven aan die melkproducten.

INFORMATIE 2 NIEUWE TECHNIEKEN

Zie figuur B 3154 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Tegenwoordig wordt in de biotechnologie veel gebruikgemaakt van genetische modificatie: een gen uit een cel wordt overgeplaatst in een cel van een ander organisme. Hiervoor heeft men verschillende technieken ontwikkeld. Zo kan men genen in een andere cel brengen met een heel klein injectienaaldje. De kans dat het gewenste gen na zo'n micro-injectie wordt ingebouwd in het erfelijke materiaal van de cel, is klein, vooral bij zoogdiercellen en plantencellen. Bij genetische modificatie van landbouwgewassen wordt veel gebruikgemaakt van een andere techniek. Het 'nieuwe' gen wordt hierbij eerst in een bepaalde bacterie gebracht. Deze bacterie hecht zich dan aan een cel van een bepaalde plant. De genen van de bacterie dringen vervolgens, samen met het nieuwe gen, de plantencel binnen. Ze komen dan terecht in het erfelijke materiaal van de plant.

INFORMATIE 3 LANDBOUW
Door genetische modificatie kunnen landbouwgewassen met nieuwe eigenschappen worden gekweekt. Zo zijn er nu maïsplanten en koolzaadplanten met een gen dat de planten beter beschermt tegen insecten. Een ander gen maakt planten van deze soorten ongevoelig voor onkruidbestrijdingsmiddelen. Ook zijn er genetisch gemodificeerde koolzaadplanten gemaakt waarvan de zaden veel laureaatolie bevatten. Dit is een dure soort olie die onder andere gebruikt wordt bij de productie van zeep.
Sinds enkele jaren worden er aardappels verbouwd waarvan de genen zó zijn veranderd, dat de knollen in plaats van twee soorten, nog maar één soort zetmeel bevatten: amylopectine. Amylopectine wordt gebruikt voor de productie van lijm en verf.


Zie volgende scherm

Biotechnologie

2/13 BIOTECHNOLOGIE.

INFORMATIE 4 GEZONDHEID
Bij de productie van sommige geneesmiddelen wordt gebruikgemaakt van biotechnologie. Insuline voor de behandeling van suikerziekte wordt geproduceerd door een bacterie met een menselijk gen. Schapen met een ander menselijk gen produceren melk met een stollingsfactor die als medicijn gebruikt wordt voor hemofiliepatiënten. Mensen met hemofilie hebben deze stof zelf niet in hun bloed.
In Amerika wordt onderzocht of genetisch gemanipuleerde planten gebruikt zouden kunnen worden om infectieziekten te voorkomen.

INFORMATIE 5 VOEDINGSMIDDELEN
In de voedingsmiddelen-industrie worden naast de oude technieken (zie informatie 1), steeds meer nieuwe technieken gebruikt. Zo is het mogelijk genetisch gemodificeerde micro-organismen verschillende soorten enzymen te laten maken die gebruikt kunnen worden bij de productie van voedingsmiddelen. Voor het maken van kaas wordt bijvoorbeeld het enzym chymosine gebruikt. Dit enzym wordt uit de maag van jonge slachtkalveren gehaald. Men kan dit enzym ook laten produceren door gistcellen met een gen van een kalf.
Ook voor de productie van conserveermiddelen, geurstoffen en smaakstoffen zijn genetisch gemodificeerde micro-organismen beschikbaar.

INFORMATIE 6 DIERPROEVEN
Zie figuur A 773 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Voor bepaalde soorten onderzoek, bijvoorbeeld voor het uitproberen van medicijnen, worden proefdieren gebruikt. Het diagram geeft weer hoeveel proeven met dieren er in een aantal jaren werden uitgevoerd in Nederland. Sinds 1998 wordt bijgehouden hoeveel van die dierproeven worden gedaan met genetisch gemodificeerde dieren.

INFORMATIE 7 KRITIEK
Er zijn voorstanders en tegenstanders van genetische modificatie. Organismen met 'nieuwe genen' zouden gevaar op kunnen leveren voor gezondheid en milieu.
Zo is men bezorgd, dat voedingsmiddelen die door genetische modificatie andere stoffen bevatten, allergische reacties kunnen veroorzaken bij mensen.
Ook is er veel bezwaar tegen het verbouwen van gewassen die ongevoelig zijn gemaakt tegen onkruidbestrijdingsmiddelen. Tegenstanders beweren dat, op akkers met zulke gewassen, nog méér gifstoffen gebruikt worden bij de bestrijding van onkruid dan voorheen.
Ook bestaat het gevaar dat door verspreiding van stuifmeel 'vreemde' genen uit genetisch gemodificeerde landbouwgewassen in andere planten in de natuur terechtkomen. Dit zou weer een verstoring van het biologisch evenwicht in de natuur kunnen veroorzaken.

Zie volgende scherm

Biotechnologie

3/13 BIOTECHNOLOGIE.

INFORMATIE 8 EEN ENQUÊTE

Zie figuur B 3155 van de bijlage.

afbeeldingafbeelding

In het staafdiagram staan de resultaten van een enquête over genetische modificatie.

Biotechnologie

4/13 BIOTECHNOLOGIE.

Gist maakt deeg luchtig vóór het bakken, doordat de gistcellen een gas produceren (zie informatie 1).

Welk gas produceren de gistcellen?

Biotechnologie

5/13 BIOTECHNOLOGIE.

In de afbeelding van informatie 2 staat een techniek weergegeven om genen vanuit een bacterie over te brengen in een plantencel. Enkele delen in en om een plantencel zijn:

1. celmembraan
2. celwand
3. cytoplasma

In welke volgorde passeren de genen uit de bacterie deze delen van de plantencel, als gebruikt wordt gemaakt van die techniek?

Biotechnologie

6/13 BIOTECHNOLOGIE.

In informatie 3 staat, dat door genetische modificatie aardappels zijn gemaakt die veel amylopectine bevatten .

Tot welke groep stoffen behoort amylopectine?

Biotechnologie

7/13 BIOTECHNOLOGIE.

In informatie 3 worden verschillende gewassen genoemd.

Welke twee gewassen zijn genetisch gemodificeerd om ze beter te beschermen?

Biotechnologie

8/13 BIOTECHNOLOGIE.

In informatie 4 staat dat biotechnologie ook gebruikt wordt bij de productie van medicijnen voor hemofiliepatiënten. Voor deze mensen kan een verwonding levensgevaarlijk zijn, als ze die medicijnen niet gebruiken.

Leg uit waardoor een verwonding voor hemofiliepatiënten levensgevaarlijk kan zijn.

Biotechnologie

9/13 BIOTECHNOLOGIE.

Bij het gebruik van micro-organismenvoor de productie van voedingsmiddelen zijn er drie mogelijkheden:

1. Micro-organismen blijven levend in het voedingsmiddel aanwezig.
2. Alle micro-organismen worden tijdens het productieproces gedood.
3. Niet de micro-organismen zelf, maar alleen de stoffen die ze maken worden gebruikt bij het productieproces.

Noem bij elke mogelijkheid een voedingsmiddel uit informatie 1 of 5 waarvoor dat geldt.

1 = [invulveld]
2 = [invulveld]
3 = [invulveld]

Biotechnologie

10/13 BIOTECHNOLOGIE.

In informatie 6 staan gegevens over aantallen gebruikte proefdieren in Nederland.

Hoeveel procent van de dierproeven in 1999 werd uitgevoerd met genetisch gemodificeerde dieren?

Biotechnologie

11/13 BIOTECHNOLOGIE.

Naar aanleiding van de gegevens in het diagram van informatie 6 worden twee uitspraken gedaan:

1. In 1978 werden tweemaal zoveel dierproeven uitgevoerd als in 1994.
2. De toename van het aantal dierproeven in 1999, vergeleken met 1998, is het gevolg van een toename van het aantal dierproeven met genetisch gemodificeerde dieren.

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

12/13 BIOTECHNOLOGIE.

In informatie 7 wordt gesproken over argumenten van voorstanders en tegenstanders.

afbeeldingafbeelding

argument voorstander: [invulveld]
argument tegenstander: [invulveld]

Biotechnologie

13/13 BIOTECHNOLOGIE.

In informatie 8 staan de resultaten van een enquête over genetische modificatie.

Hoeveel procent van de ondervraagde mensen is tegen genetische modificatie van dieren?

Van de ondervraagde mensen is [invulveld]% tegen genetische modificatie van dieren.

Biotechnologie

1/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.

Men wil van een koe met gunstige eigenschappen veel meer nakomelingen krijgen dan op een natuurlijke manier mogelijk is. Dat is tegenwoordig mogelijk met de methode van het kloneren. Bij het kloneren wordt een zogenoemde superkoe bevrucht door een stier met gunstige eigenschappen. De bevruchte eicel deelt zich. Het klompje cellen wordt uit de superkoe gehaald en gesplitst. Wat er gebeurt bij het kloneren is schematisch weergegeven in de afbeelding.

Zijn de delingen bij proces X van de afbeelding gewone celdelingen of zijn het reductiedelingen?
Of is dit niet te zeggen op grond van de gegevens?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

2/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.

In de afbeelding is weergegeven dat een cel P samensmelt met een cel Q.

Heeft een cel R een celmembraan?
En is er een celwand omheen?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

3/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.

In welk orgaan van een draagkoe moet een klompje cellen worden ingebracht, om daar uit te kunnen groeien tot een kalf?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

4/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.

Bij het kloneren wordt gebruik gemaakt van een aantal koeien: de superkoe, de donorkoe en draagkoeien.

Levert de donorkoe een bijdrage aan het genotype van de kalveren?
En levert een draagkoe daaraan een bijdrage?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

5/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.

Een gewone lichaamscel van een koe heeft 60 chromosomen.

Hoeveel chromosomen heeft een cel P van de afbeelding?
En hoeveel heeft een cel R er?

afbeeldingafbeelding

-

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

6/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.

Hebben de drie kalveren die bij dit kloneren zijn ontstaan allemaal hetzelfde geslacht of kunnen ze ook een verschillend geslacht hebben? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

1/3 Antivries-eiwitten.
Zie figuur B 2881 van de bijlage.

Winterrogge wordt in het najaar gezaaid. De jonge planten kunnen de koude winter overleven. In winterrogge zijn enkele genen ontdekt die de productie van "antivries-eiwitten" regelen. Door deze "antivries"-eiwitten kan winterrogge de koude doorstaan. Bij lage temperaturen zorgen deze eiwitten er namelijk voor dat in een plantencel slechts kleine ijskristallen kunnen ontstaan. Hoe kleiner de ijskristallen, hoe minder ze de plantencellen beschadigen.

In de afbeelding B 2881 is een doorsnede van een deel van een blad weergegeven. Enkele typen cellen zijn met een cijfer aangegeven.

In welk type of welke typen cellen zijn bij winterrogge genen voor de "antivries "-eiwitten aanwezig?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

2/3 Antivries-eiwitten.
Zie figuur B 2881 van de bijlage.

Enkele delen van een plantencel zijn: celmembraan, kern en vacuole.

In welk celdeel zullen onderzoekers een "antivries"-gen inbrengen?

Biotechnologie

3/3 Antivries-eiwitten.
Zie figuur B 2881 van de bijlage.

Onderzoekers hebben zo'n antivries-gen' ingebracht in een cel van een tabaksplant. Deze cel werd opgekweekt tot 9een tabaksplant. Deze tabaksplant en zijn nakomelingen blijken beter bestand tegen de kou dan tabaksplanten die dit gen niet hebben.

Hoe noemt men het kunstmatig overbrengen van een gen van de ene plantensoort in een andere?

Dit noemt men [invulveld]

Biotechnologie

1/4 Tomaat resistent tegen schimmel.

Op een tomatenplant groeien wel eens Fusarium-schimmels die de plant aantasten. Een bedrijf is erin geslaagd tomatenplanten resistent te maken tegen deze schadelijke schimmels door genetische manipulatie.
Bij de genetische manipulatie werd een deel van een cel van een tomatenplant veranderd.

Welk deel was dat?

Biotechnologie

2/4 Tomaat resistent tegen schimmel.

Als op tomatenplanten schimmels groeien, blijven de tomaten kleiner dan bij planten zonder schimmels.

Leg uit waardoor de tomaten dan minder groot worden.

Biotechnologie

3/4 Tomaat resistent tegen schimmel.

In de toekomst zullen er meer schimmelresistente rassen van tomatenplanten zijn. Hierdoor zal men tomaten milieuvriendelijker kunnen telen dan nu.

Leg uit waardoor tomatenplanten die resistent zijn tegen schimmels milieuvriendelijker geteeld kunnen worden.

Biotechnologie

4/4 Tomaat resistent tegen schimmel.

Welke van de stoffen koolstofdioxide, water en zuurstof kunnen de Fusarium-schimmels zelf produceren?

Biotechnologie

1/3 Medicijn uit aardappels.

In ontwikkelingslanden sterven veel jonge kinderen als gevolg van diarree. Meestal wordt diarree veroorzaakt door het eten van voedsel dat besmet is met een bacterie die de dikke darm aantast. De kinderen overlijden dan vooral door uitdroging.

Als de dikke darm door een infectie niet goed functioneert, bevat de ontlasting veel water.

Leg uit waardoor dit komt.

Biotechnologie

2/3 Medicijn uit aardappels.

Om een infectie met een schadelijke darmbacterie te voorkomen, moet bij het bereiden van voedsel een aantal maatregelen genomen worden.

Noem zo'n maatregel.

Biotechnologie

3/3 Medicijn uit aardappels.

Onderzoekers hebben door genetische modificatie aardappels zo veranderd, dat er een stof in zit die beschermt tegen de gevolgen van de schadelijke darmbacterie.

Tijdens een experiment krijgt een groep muizen de genetisch gemodificeerde aardappels te eten. Als de muizen daarna geïnfecteerd worden met de darmbacterie, krijgen ze veel minder snel diarree.
Bij het experiment wordt een tweede groep muizen gebruikt om een juiste conclusie te kunnen trekken uit de resultaten.

Moeten de muizen uit deze tweede groep de genetisch gemodificeerde aardappels te eten krijgen?
En moeten ze geïnfecteerd worden met de darmbacterie?

Biotechnologie

1/3 Kaas maken.

Kaas wordt gemaakt van melk. De melk wordt gestremd, daarbij wordt melk vast. Dit gebeurt met behulp van een enzym dat chymosine heet. Vroeger kon dit enzym alleen verkregen worden uit de magen van geslachte kalveren. Het is nu gelukt om het gen, dat in een kalf de productie van chymosine regelt, in te bouwen in gistcellen.Zulke gistcellen gaan dan chymosine produceren. Dit chymosine kan gebruikt worden bij het maken van kaas.

Gistcellen worden door de mens niet alleen gebruikt voor het produceren van enzymen.

Noem twee andere toepassingen van gist door de mens.

Biotechnologie

2/3 Kaas maken.

Bij kalveren komt een gen voor, dat zorgt voor de productie van chymosine.

In welke cellen komt dit gen voor?

Biotechnologie

1/2 Bioterrorisme.

Soms worden mensen opzettelijk besmet met ziekteverwekkers om ze te doden. Dit wordt bioterrorisme genoemd. Om hierop voorbereid te zijn, hebben veel landen grote hoeveelheden van bepaalde vaccins en geneesmiddelen in voorraad.

Zo is er in Nederland voldoende vaccin beschikbaar om in zeer korte tijd miljoenen mensen in te enten tegen het zeer schadelijke pokkenvirus.
Een pokkenvaccin bevat een onschadelijk gemaakt pokkenvirus. Op het oppervlak van dit virus bevinden zich bepaalde stoffen die witte bloedcellen aanzetten om antistoffen te gaan produceren tegen het pokkenvirus.

Hoe noemt men de stoffen die witte bloedcellen aanzetten om antistoffen te gaan maken?

Biotechnologie

2/2 Bioterrorisme.

Men hoopt dat door nieuwe ontwikkelingen in de geneeskunde in de toekomst steeds meer vaccins beschikbaar komen. Zo worden mogelijkheden onderzocht om ziekteverwekkers onschadelijk te maken door het inbrengen van nieuwe genen. Zo'n onschadelijk gemaakt micro-organisme zou dan gebruikt kunnen worden om een vaccin te maken.

Hoe wordt in de biotechnologie de techniek genoemd waarmee een nieuw gen wordt ingebracht in een cel van een organisme?

Biotechnologie

1/5 Transgene sojabonen.
Zie figuur B 2562 en B 2563 van de bijlage.

In de afbeelding zijn een deel van een sojaplant en enkele sojabonen weergegeven.
Sojabonen worden in allerlei voedingsmiddelen verwerkt, onder andere in vleesvervangende producten.
Door genetische manipulatie is het gelukt om bij sojaplanten genen van andere soorten in te bouwen. Een plant met zo'n 'nieuw' gen noemt men een transgene plant. De bonen van een bepaalde transgene sojaplant bevatten meer plantaardig eiwit dan gewone sojabonen.

In de afbeelding B 2563 is een cel uit een transgene sojaplant weergegeven.

Welk cijfer geeft de plaats aan waar door genetische manipulatie een nieuw gen wordt ingebouwd?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Biotechnologie

2/5 Transgene sojabonen.

Een kweker wil transgene sojaplanten met een 'nieuw', dominant gen (R) gaan vermeerderen door middel van bestuiving.

Bij deze methode brengt hij stuifmeel van de meeldraden van een sojaplant op de stempel van dezelfde plant.
Hij kan kiezen uit sojaplanten met een van de volgende genotypen: RR, Rr en rr.

Welke sojaplant levert uitsluitend nakomelingen die het nieuwe gen bezitten?

Biotechnologie

3/5 Transgene sojabonen.

Een andere transgene sojaplant is ongevoelig geworden voor het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat.

Glyfosaat wordt door planten opgenomen. Het onkruid gaat daardoor dood, maar een transgene sojaplant niet. Uit onderzoek is gebleken dat in het milieu achtergebleven, niet opgenomen glyfosaat sneller wordt afgebroken dan andere onkruidbestrijdingsmiddelen.

In de tekst wordt een bepaalde eigenschap van een transgene sojaplant genoemd. Door deze eigenschap zijn de bonen van deze plant extra geschikt om verwerkt te worden in vleesvervangende producten.

Leg dit uit.

Biotechnologie

4/5 Transgene sojabonen.

Een kweker wil transgene sojaplanten met een 'nieuw', dominant gen (R) gaan vermeerderen door middel van bestuiving. Bij deze methode brengt hij stuifmeel van de meeldraden van een sojaplant op de stempel van dezelfde plant.
Hij kan kiezen uit sojaplanten met de genotypen: RR, Rr en rr.

Welke sojaplant levert uitsluitend nakomelingen die het nieuwe gen bezitten? Leg je antwoord uit.

Biotechnologie

5/5 Transgene sojabonen.

Sommige mensen zijn voor het kweken van transgene sojabonen, andere mensen zijn er tegen.
Zowel voor- als tegenstanders gebruiken argumenten om hun mening te ondersteunen.
Twee argumenten zijn:

1. Sojabonen zijn een ideale eiwitbron die je zo goedkoop mogelijk moet kweken.
2. Door het kweken van transgene sojaplanten kan glyfosaat als onkruidverdelger gebruikt worden en dat is sneller afbreekbaar dan andere middelen.

- Is argument 1 een argument van een voorstander van het kweken van transgene sojabonen of van een tegenstander?

- En argument 2?

Biotechnologie

1/5 Dolly.
Zie figuur A 703 van de bijlage.

Engelse onderzoekers hebben enkele jaren geleden uit een kern van een lichaamscel van een schaap het lammetje Dolly zich laten ontwikkelen (zie de afbeelding).
Zo gingen ze te werk: uit een eicel van schaap 2 werd de kern verwijderd. De kern uit een lichaamscel van schaap 1 brachten ze in de kernloze eicel van schaap 2. Hieruit ontwikkelde zich door enkele celdelingen een klompje cellen. Dit werd geplaatst in een voortplantingsorgaan van schaap 2. Het klompje cellen ontwikkelde zich daar tot lammetje Dolly.

In welk orgaan werd het klompje cellen bij schaap 2 geplaatst?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

2/5 Dolly.
Zie figuur A 703 van de bijlage.

Een eicel van een schaap bevat 27 chromosomen.

Hoeveel chromosomen bevat de celkern van een lichaamscel van een schaap?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

3/5 Dolly.
Zie figuur A 703 van de bijlage.

Bij schaap 1 zijn de kop en de poten wit. Bij schaap 2 zijn de kop en de poten zwart.
De kleur van de kop en de poten komt tot stand onder invloed van genen.

Zijn bij Dolly de kop en de poten wit of zwart?
Of is dit op grond van de gegevens niet te zeggen?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

4/5 Dolly.
Zie figuur A 703 van de bijlage.

De beschreven manier van voortplanting wordt wel 'klonen' genoemd.

Leg uit waarom 'klonen' een vorm van ongeslachtelijke voortplanting is.

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

5/5 Dolly.
Zie figuur A 703 van de bijlage.

Vinden bij de ontwikkeling van de cel tot het klompje cellen gewone celdelingen plaats?
En reductiedelingen?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

Genetische manipulatie.

Geef in het kort aan wat genetische manipulatie is.

Biotechnologie

Voorbeelden van biotechnologie.

Geef enkele voorbeelden van biotechnologie (niet uitleggen).

Biotechnologie

5 voorbeelden van klassieke (oude) biotechnologie.

Geef vijf voorbeelden van klassieke (oude) biotechnologie (niet uitleggen).

Biotechnologie

Oude & moderne biotechnologie.

Geef aan wat het verschil van de oude biotechnologie is met de moderne (nieuwe) biotechnologie.

Biotechnologie

1/6 Biotechnologie.

GREENPEACE NAAR RECHTER OM GENETISCH BESMET KOOLZAAD.

Greenpeace gaat de zaadveredelaar Advanta en de Duitse regering voor de rechter slepen. Advanta wordt ervan beschuldigd genetisch veranderde zaden van de koolzaadplant te hebben verhandeld zonder vergunning. De Duitse regering moet zich verantwoorden omdat het weigerde de oogsten, die zijn verkregen met de bewuste zaden, te vernietigen. Nog bekeken wordt door juristen van de milieu-organisatie of ook de Britse regering om dezelfde reden zal worden aangeklaagd.
Het gaat om zaad van het bedrijf Advanta. Het meel van het zaad wordt verwerkt in veevoer; de olie zit in voedingsmiddelen voor menselijke consumptie als slaolie, chocola en ijs.

(Trouw, 26 mei 2000).

Zie volgende scherm

Biotechnologie

2/6 Biotechnologie.

De hoeveelheid gm-zaden in de totale partij zaden was zeer klein. Toch maakt Greenpeace problemen.

Waarom maakt Greenpeace zoveel problemen over deze zaadverontreiniging?

Biotechnologie

3/6 Biotechnologie.

Geef twee voorbeelden van zaden die door genetische manipulatie zijn veranderd.

Biotechnologie

4/6 Biotechnologie.

GENVOEDSEL TEGEN DE HONGER.

Genetische manipulatie van voedsel is niet eng, maar belangrijk om de groeiende en hongerende bevolking in de Derde Wereld te voeden.

De Amerikaanse overheid heeft een nieuwe stap gezet om de onrust onder consumenten over genetisch gemanipuleerd voedsel weg te nemen. Amerikaanse bedrijven die genetisch veranderde zaden verkopen, moeten voortaan meer informatie verstrekken over de veiligheid van de biogewassen die daaruit groeien. Gisteren is hiertoe een plan gepresenteerd.

De Amerikaanse FDA, die voedselproducten controleert, zal fabrikanten voortaan dwingen om onderzoeksgegevens over biovoedsel openbaar te maken. De afgelopen acht jaar gold een vrijwillig systeem waarin bedrijven naar buiten kunnen brengen.[...]
Het blijkt uit allerlei enquêtes dat de meeste mensen geen bezwaar hebben tegen genetische manipulatie ten behoeve van geneesmiddelen maar dat ze geknutsel met genen op hun bord niet willen.

Hallo, zeggen dan de voorstanders van biotech, wordt wakker. Onze voorouders knutselden al met genen sinds de mens de natuur zelf ging regelen door dieren met elkaar te kruisen en planten met de hoogste opbrengst verder te kweken. Deze praktijk noemen we nu veredelen en is ook een vorm van genetische manipulatie.

Waarop de biotech-tegenstanders aanvoeren dat met genetisch geknutsel soorten vermengd worden, wat iets heel anders is dan het ouderwetse kruisen. Met genetische manipulatie is het mogelijk om het gen van een vuurvlieg in een maïskolf te zetten en probeer maar eens langs natuurlijke weg een vuurvlieg met een maïskolf te laten paren.

Nee, zeggen dan de voorstanders weer, ook de natuur zelf overschrijdt soortgrenzen. Virussen smokkelen hun DNA in dat van mensen, dieren of planten. Sommige bacteriën ook in planten.[...]

Een voorbeeld van genetische modificatie is Bt-maïs en Bt-katoen waar een natuurlijk insecticide is ingebouwd. Voor de boer is dat aantrekkelijk omdat hij minder insecticide hoeft te spuiten. Tegenstanders wijzen erop dat deze Bt-gewassen wellicht ook schadelijk zijn voor nuttige insecten, zoals bepaalde vlinders. De aanwijzingen hiervoor zijn niet duidelijk maar feit is in elk geval dat alleen al de toepassing van Bt-katoen in de Verenigde Staten in 1999 zo'n 100 miljoen kilo aan insecticiden heeft bespaard.

(Elsevier, 5 februari 2000).
(Trouw, 4 mei 2000).



Zie volgende scherm


-

Biotechnologie

5/6 Biotechnologie.

In het artikel 'Genvoedsel tegen de honger' wordt een aantal argumenten voor en tegen biotechnologie gegeven.

Zet ze netjes onder elkaar.

Biotechnologie

6/6 Biotechnologie.

Greenpeace zou blij moeten zijn met een verminderd gebruik van insecticiden in de landbouw. Toch is Greenpeace tegen gm-gewassen.

Waarom? (3 argumenten).

Biotechnologie

1/2 Een hybride.
Zie de figuren B 4665 en A 1031 van de bijlage.

Soms lukt het om verwante diersoorten met elkaar te kruisen. Een nakomeling uit zo'n kruising wordt een hybride genoemd.
In de afbeelding wordt zo'n hybride weergegeven. Het dier heet Eclyse en is een nakomeling uit een kruising tussen een paard en een zebra.

Zie figuur A 1031 van de bijlage.

De afbeelding toont de chromosomen uit een gewone lichaamscel van het paard dat de ene ouder is van Eclyse. De getallen geven de paren chromosomen aan. Het geslacht van een paard wordt op dezelfde manier
bepaald als bij de mens.

Is dit paard de vader of de moeder van Eclyse? Leg je antwoord uit met behulp van de afbeelding.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Biotechnologie

2/2 Een hybride.
Zie de figuren B 4665 en A 1031 van de bijlage.

De zebra die de andere ouder van Eclyse is, heeft 22 paar chromosomen in de gewone lichaamscellen.

Hoeveel chromosomen bevonden zich in de bevruchte eicel waaruit Eclyse is gegroeid? [invulveld]

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Biotechnologie

De Europese maïsboorder.

Het is onderzoekers in de Verenigde Staten door genetische modificatie gelukt om een nieuw maïsras te ontwikkelen: Bt-maïs. Ze hebben daarvoor van een bacterie een deel overgebracht in een cel van een maïsplant.
Cellen van deze Bt-maïsplanten maken daardoor een gifstof die maïsboorders doodt. Maïstelers hoeven dan minder insectenbestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Welk deel van de bacterie is overgebracht?

Biotechnologie

Medicijn uit aardappels.

Onderzoekers hebben door genetische modificatie aardappels zó veranderd, dat er een stof in zit die beschermt tegen de gevolgen van de schadelijke darmbacterie.
Tijdens een experiment krijgt een groep muizen de genetisch gemodificeerde aardappels te eten. Als de muizen daarna geïnfecteerd worden met de darmbacterie, krijgen ze veel minder snel diarree.
Bij het experiment wordt een tweede groep muizen gebruikt om een juiste conclusie te kunnen trekken uit de resultaten.

Moeten de muizen uit deze tweede groep de genetisch gemodificeerde aardappels te eten krijgen?
En moeten ze geïnfecteerd worden met de darmbacterie?