Voortplanting
2/4 De ochtendtemperatuurcurve.
In de tekst staat dat de temperatuur gemeten moet worden vóórdat de vrouw uit bed gaat of iets gaat drinken.
Welk gevolg voor de metingen kan het uit bed gaan hebben?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/4 De ochtendtemperatuurcurve.
In de tekst staat dat de temperatuur gemeten moet worden vóórdat de vrouw uit bed gaat of iets gaat drinken.
Welk gevolg voor de metingen kan het uit bed gaan hebben?
3/4 De ochtendtemperatuurcurve.
Waarvoor dient de opbouw van het baarmoederslijmvlies?
4/4 De ochtendtemperatuurcurve.
De vrouw van wie de gegevens vermeld staan in de afbeelding gebruikt geen voorbehoedmiddelen. Na de maand juni stopt zij met het bepalen van de ochtendtemperatuurcurve. In de maand augustus heeft zij alleen op de twaalfde dag van de cyclus geslachtsgemeenschap.
Kan zij daardoor zwanger worden? Geef een verklaring voor je antwoord.
afbeelding
1/2 Voortplantingsorganen van een vrouw.
Zie figuur B 2166 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch de ligging van onder andere de voortplantingsorganen in het lichaam van een vrouw weergegeven.
Met welk cijfer wordt een eierstok aangegeven?
afbeelding
2/2 Voortplantingsorganen van een vrouw.
Bij sterilisatie van een vrouw worden de eileiders onderbroken.
Kan na sterilisatie nog menstruatie plaatsvinden?
En ovulatie?
1/6 Bevruchting.
Zie figuur B 909 van de bijlage.
De afbeelding geeft verschillende stadia van de bevruchting van een eicel van de mens en de daarop volgende deling weer. Het kindje dat uiteindelijk ontstaat, is een jongetje.
In stadium 1 is de eicel nog niet bevrucht.
Welk geslachtschromosoom bevindt zich of welke geslachtschromosomen bevinden zich in stadium 1 in de kern van deze eicel?
afbeelding
2/6 Bevruchting.
Zie figuur B 909 van de bijlage.
Hoeveel chromosomen bevat de kern van de eicel in stadium 1?
afbeelding
3/6 Bevruchting.
Zie figuur B 909 van de bijlage.
In stadium 2 is een spermacel de eicel binnengedrongen.
In stadium 4 heeft de bevruchting plaatsgevonden.
Welke geslachtschromosomen bevat de kern van de cel in stadium 4?
afbeelding
4/6 Bevruchting.
Zie figuur B 909 van de bijlage.
Tussen welke van de getekende stadia heeft mitose plaatsgevonden?
afbeelding
5/6 Bevruchting.
Zie figuur B 909 van de bijlage.
Bevinden de cellen van stadium 6 zich gewoonlijk in de baarmoeder, in een eileider of in een eierstok?
afbeelding
6/6 Bevruchting.
Zie figuur B 909 van de bijlage.
In de stadia 3 en 5 bevat de cel twee kernen.
In welk stadium of in welke stadia hebben deze beide kernen een verschillend genotype?
afbeelding
1/4 Van ovulatie tot zwangerschap.
Zie figuur B 1905 van de bijlage.
Bij de voortplanting van de mens vinden onder andere ovulatie, bevruchting, innesteling en ontwikkeling van het embryo plaats. De tekeningen van de afbeelding horen bij twee van deze processen.
Tekening P stelt een bepaald proces voor dat zich in de eierstok van een vrouw kan afspelen.
Tekening Q stelt de baarmoeder voor van een vrouw die in verwachting is.
Stelt tekening P de innesteling, de menstruatie of de ovulatie voor?
afbeelding
2/4 Van ovulatie tot zwangerschap.
Zie figuur B 1905 van de bijlage.
Komt de eicel van tekening P eerst in de baarmoeder, eerst in een eileider of eerst in de vagina?
afbeelding
3/4 Van ovulatie tot zwangerschap.
Waar vindt gewoonlijk versmelting van eicel en spermacel plaats?
4/4 Van ovulatie tot zwangerschap.
Zie figuur B 1905 van de bijlage.
Vindt tijdens de zwangerschap (tekening Q) gewoonlijk menstruatie plaats?
En ovulatie?
afbeelding
1/2 Chromosomen in een cel.
Zie figuur B 2727 van de bijlage.
In de afbeelding zijn de chromosomen in een cel van een man weergegeven.
Leg uit hoe men aan de chromosomen kan zien dat de cel van een man afkomstig is.
afbeelding
2/2 Chromosomen in een cel.
Zie figuur B 2727 van de bijlage.
Twee typen cellen in het lichaam van een man zijn spermacellen en witte bloedcellen.
Kunnen de afgebeelde chromosomen uit een spermacel afkomstig zijn? En uit een witte bloedcel? Leg je antwoord uit.
afbeelding
1/2 Chromosomen in een cel.
Zie figuur B 2257 van de bijlage.
In de afbeelding zijn de paren chromosomen uit de kern van een lichaamscel van een mens weergegeven. De chromosomen in paar 23 zijn de geslachtschromosomen.
Is de persoon van wie de chromosomen zijn weergegeven in de afbeelding, een jongen of een meisje? Leg je antwoord uit.
afbeelding
2/2 Chromosomen in een cel.
Zie figuur B 2257 van de bijlage.
In de afbeelding zijn chromosomen weergegeven uit de kern van een lichaamscel van iemand met het syndroom van Down. Bij mensen met het syndroom van Down is het aantal chromosomen in een cel anders dan bij een persoon die niet lijdt aan dat syndroom.
Veel mensen met het syndroom van Down hebben bepaalde lichaamskenmerken die bij mensen zonder dat syndroom nauwelijks voorkomen.
Leg uit waardoor een fout in een chromosoom invloed heeft op de lichaamskenmerken.
afbeelding
Chromosomale afwijkingen.
1. Straling en bepaalde stoffen kunnen veranderingen in de chromosomen veroorzaken.
Hoe noemt men zo'n verandering?
dit is een [invulveld]
2. Als zo'n verandering optreedt in een geslachtscel, dan kan deze afwijking worden doorgegeven aan een kind. Zo heeft een eicel soms een chromosoom te veel. Een embryo dat na bevruchting uit zo'n eicel groeit, heeft dan in alle cellen 47 chromosomen. Deze afwijking wordt een trisomie genoemd.
Door het stijgen van de leeftijd van de moeder neemt de kans op bepaalde vormen van trisomie toe.
In de tabel hieronder is van een aantal jaren de leeftijd weergegeven waarop vrouwen in een aantal Europese landen hun eerste kind krijgen.
afbeelding
Leid uit de tabel af in welk land de kans op trisomie als gevolg van de leeftijd van de moeder het laagst is.
Dit land is [invulveld]
3. Er zijn technieken om enige tijd na de bevruchting cellen van een embryo weg te nemen. Deze cellen kunnen dan onderzocht worden op afwijkingen aan de chromosomen.
Noem de naam van zo'n techniek.
Zo'n techniek heet [invulveld]