Deze oefentoets bevat 30 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om de rookgassen uit de stookinstallatie van tuinbouwkassen met ureum te reinigen. Het gas dat overblijft, is schoon en bevat veel koolstofdioxide. Tuinders laten de gereinigde rookgassen zo in de kassen stromen. Door de extra koolstofdioxide die daarmee in de kassen komt, groeien de planten beter. In een kas groeien tomatenplanten en er komen kleine dieren voor op en in de grond.
Geef een verklaring voor het feit dat de tomatenplanten beter groeien wanneer meer koolstofdioxide in de lucht zit.
Assimilatie
2/3 Koolstofdioxide.
Kunnen die tomatenplanten en kleine dieren zelf ook koolstofdioxide vormen? Geef een verklaring voor je antwoord.
Assimilatie
3/3 Koolstofdioxide.
Tuinders gebruikten vroeger ook ureum in de kassen. Zij strooiden het op de grond als meststof voor de planten.
Heeft het toevoegen van extra koolstofdioxide aan de lucht in de kassen dezelfde functie voor de plant als bemesting van de grond? Geef een verklaring voor je antwoord.
Dissimilatie
Twee beweringen over energie.
I. Energie komt vrij in spiercellen. II. Energie komt vrij in cellen met bladgroen.
Dissimilatie
Een proefopstelling met een waterplant. Zie figuur B 1824 van de bijlage.
In de tekening is een proefopstelling weergegeven. De buis staat in het donker. Hieronder volgen vier beweringen over deze proef;
1. De plant produceert zuurstof; 2. De plant produceert water; 3. de plant verbruikt glucose; 4. De plant verbruikt koolstofdioxide.
Welke beweringen zijn juist?
afbeelding
Dissimilatie
Paddestoel, worm en gras. Zie figuur B 1786 van de bijlage.
In welk(e) van de getekende organismen worden organische stoffen omgezet in anorganische stoffen?
afbeelding
Dissimilatie
Erwten en watten. Zie figuur B 725 van de bijlage.
Twee afgesloten glazen bakken worden ingericht zoals is getekend. De bakken worden bij kamertemperatuur voor het raam geplaatst. Na enkele dagen wordt de lucht uit elke bak door kalkwater geleid.
Welke lucht zal het kalkwater het eerst troebel maken? Waardoor wordt dit veroorzaakt?
afbeelding
Dissimilatie
Een proefopstelling met bonen. Zie figuur B 2188 van de bijlage.
De tekening geeft een proefopstelling weer. Als deze proefopstelling een paar dagen gestaan heeft, blijkt het kalkwater in opstelling 1 troebel te zijn. Het kalkwater in opstelling 2 is nog helder.
Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?
afbeelding
Dissimilatie
Een proefopstelling met planten en muizen. Zie figuur B 797 van de bijlage.
Enkele organismen worden in een proefopstelling gezet (zie tekening). De luchtpomp blaast langzaam buitenlucht door de buizen. De pijlen geven de richting van de luchtstroom aan. De proefopstelling staat in het donker.
Zal het kalkwater in fles 1 troebel worden? Zal het kalkwater in fles 2 troebel worden?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
Kiemende bonen in het donker.
Enkele bonen kiemen in een donkere ruimte. Gedurende de hele kieming blijven de bonen in het donker. Als de kiemplantjes met jodium worden onderzocht, treedt in sommige delen ervan blauwkleuring op.
Welke stof wordt hiermee aangetoond: glucose of zetmeel? Is die stof gevormd doordat in deze kiemplantjes fotosynthese heeft plaatsgevonden?
afbeelding
Dissimilatie
Een plant met bladgroen in een proefopstelling. Zie figuur B 811 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling gebracht (zie tekening). Stof P haalt alle koolstofdioxide uit de lucht. De proefopstelling staat bij kamertemperatuur in het donker.
Zal het kalkwater in fles 1 troebel worden? En dat in fles 2?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
Een proef met een levende plantenwortel. Zie figuur B 839 van de bijlage.
In een U-vormig gebogen glazen buisje hangt een levende plantenwortel aan een draadje. Het draadje zit vast aan de kurk die de buis afsluit (zie de tekening). In ruimte R bevindt zich lucht. De opstelling staat in het licht. Het kalkwater stijgt in ruimte R. Dit komt doordat de wortel zuurstof opneemt en koolstofdioxide afgeeft. Het afgegeven koolstofdioxide lost in het kalkwater op. Uiteindelijk verdwijnt bij deze proef dus een deel van de gassen uit ruimte R waardoor een lagere druk ontstaat en het kalkwater in ruimte R omhoog komt.
Wordt gedurende deze proef door de wortel glucose verbruikt? Zal het kalkwater gedurende deze proef troebel worden?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
Een proef met een levende plantenwortel. Zie figuur B 839 van de bijlage.
In een U-vormig gebogen glazen buisje hangt een levende plantenwortel aan een draadje. Het draadje zit vast aan de kurk die de buis afsluit (zie de tekening). In ruimte R bevindt zich lucht. De opstelling staat in het licht. Het kalkwater stijgt in ruimte R. Dit komt doordat de wortel zuurstof opneemt en koolstofdioxide afgeeft. Het afgegeven koolstofdioxide lost in het kalkwater op. Uiteindelijk verdwijnt bij deze proef dus een deel van de gassen uit ruimte R waardoor een lagere druk ontstaat en het kalkwater in ruimte R omhoog komt.
Wordt er gedurende de proef zuurstof gevormd door fotosynthese? Bevat ruimte R na afloop van de proef lucht van dezelfde samenstelling als de lucht aan het begin van de proef?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
Een proef met een levende plantenwortel. Zie figuur B 839 van de bijlage.
In een U-vormig gebogen glazen buisje hangt een levende plantenwortel aan een draadje. Het draadje zit vast aan de kurk die de buis afsluit (zie de tekening). In ruimte R bevindt zich lucht. De opstelling staat in het licht. Het kalkwater stijgt in ruimte R. Dit komt doordat de wortel zuurstof opneemt en koolstofdioxide afgeeft. Het afgegeven koolstofdioxide lost in het kalkwater op. Uiteindelijk verdwijnt bij deze proef dus een deel van de gassen uit ruimte R waardoor een lagere druk ontstaat en het kalkwater in ruimte R omhoog komt.
Zou het kalkwater ook omhoog komen in ruimte R als er slakken in waren gezet in plaats van een wortel? Zou het kalkwater ook omhoog komen in ruimte R als de opstelling in het donker stond in plaats van in het licht?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
Een stof aantonen bij verbranding.
Bij verbranding in cellen ontstaat naast water ook een andere stof.
Waarmee kan deze andere stof in een proef worden aangetoond?
Dissimilatie
De proefopstelling met kiemende groene erwten. Zie figuur B 959 van de bijlage.
Kalkwater wordt troebel wanneer er kooldioxide door geleid wordt. De proefopstelling met kiemende groene erwten staat 48 uur in het donker. Daarna wordt met de rubber ballon de lucht in de proefbuis door het kalkwater geblazen.
Is fotosynthese opgetreden? Wordt het kalkwater troebel?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
Bioluminescentie.
Verschillende soorten organismen vertonen het verschijnsel bioluminescentie; dit is uitstraling van licht. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat bij dit proces steeds dezelfde stof betrokken is.
Welke van de hieronder genoemde stoffen komt hiervoor in aanmerking?
Dissimilatie
Koolstofdioxide-afgifte bij een rat. Zie figuur B 837 van de bijlage.
Gedurende 24 uur werd de hoeveelheid koolstofdioxide die een rat per minuut afgeeft, gemeten. De resultaten van deze metingen zijn uitgezet in het diagram.
Gedurende welke van de aangegeven perioden verbruikte de rat de meeste brandstof?
afbeelding
Dissimilatie
Planten zonder bladgroen.
Produceren planten zonder bladgroen in het licht organische stoffen uit anorganische stoffen? Verbruiken planten zonder bladgroen in het licht organische stoffen?
afbeelding
Dissimilatie
1/3 Aantoning bij wortels. Zie figuur B 839 van de bijlage.
In een U-vormig gebogen glazen buisje hangt een levende plantenwortel aan een draadje. Het draadje zit vast aan de kurk die de buis afsluit (zie de tekening). In ruimte R bevindt zich lucht. De opstelling staat in het licht. Het kalkwater stijgt in ruimte R. Dit komt doordat de wortel zuurstof opneemt en koolstofdioxide afgeeft. Het afgegeven koolstofdioxide lost in het kalkwater op. Uiteindelijk verdwijnt bij deze proef dus een deel van de gassen uit ruimte R waardoor een lagere druk ontstaat en het kalkwater in ruimte R omhoog komt.
Wordt gedurende deze proef door de wortel glucose verbruikt? Zal het kalkwater gedurende deze proef troebel worden?
afbeelding
afbeelding
Dissimilatie
2/3 Aantoning bij wortels.
Wordt er gedurende de proef zuurstof gevormd door fotosynthese? Bevat ruimte R na afloop van de proef lucht van dezelfde samenstelling als de lucht aan het begin van de proef?
afbeelding
Dissimilatie
3/3 Aantoning bij wortels.
Zou het kalkwater ook omhoog komen in ruimte R als er slakken in waren gezet in plaats van een wortel? Zou het kalkwater ook omhoog komen in ruimte R als de opstelling in het donker stond in plaats van in het licht?
afbeelding
Dissimilatie
1/4 Onderzoek naar watervervuiling.
Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel zuurstof er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit zuurstofverbruik is, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn. Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn heterotrofe organismen. Het bepalen van het zuurstofverbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het zuurstofgehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het zuurstofgehalte bepaald. Dit zuurstofgehalte na 5 dagen is lager doordat de eencelligen zuurstof hebben verbruikt.
Wordt zuurstof door de eencelligen verbruikt bij de fotosynthese? Wordt de zuurstof in het flesje in het donker alleen gebruikt door de heterotrofe organismen?
afbeelding
Dissimilatie
2/4 Onderzoek naar watervervuiling.
Verbruiken de algen alleen anorganische stoffen uit het water? Verbruiken de bacteriën alleen anorganische stoffen uit het water?
afbeelding
Dissimilatie
3/4 Onderzoek naar watervervuiling.
Wanneer is het zuurstofverbruik door de eencelligen groter: als het flesje bij 5°C, bij 10°C, bij 15°C of bij 20°C staat?
Dissimilatie
4/4 Onderzoek naar watervervuiling.
Waarom moet het flesje in het donker worden bewaard?
Dissimilatie
Koolstofdioxide.
Kunnen tomatenplanten en kleine dieren zelf koolstofdioxide vormen? Geef een verklaring voor je antwoord.
Dissimilatie
4/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.
Welke van de volgende beweringen over algen is of welke zijn juist?
1. Algen krijgen vooral energie uit de verbranding van zouten. 2. Algen verbruiken zouten bij het maken van bepaalde organische stoffen.
Dissimilatie
1/2 Parasitaire planten. Zie figuur B 6811 van de bijlage.
Maretak en duivelsnaaigaren zijn plantensoorten die, om te kunnen leven, aangewezen zijn op andere planten. Ze leven op een andere plant en onttrekken daaraan stoffen. De maretak leeft onder andere op populieren en appelbomen en onttrekt daaraan water en zouten. De maretak bezit bladgroen en heeft houtige stengels. De plant kan jaren oud worden. Duivelsnaaigaren is een éénjarige plant die geen bladgroen bevat en die onder andere leeft op en van brandnetels en heideplanten. Hieraan worden water, zouten en assimilatieproducten onttrokken.
Is duivelsnaaigaren autotroof of heterotroof of is dit niet te zeggen?
afbeelding
Dissimilatie
2/2 Parasitaire planten.
Komt bij duivelsnaaigaren alleen verbranding voor, alleen fotosynthese of komen beide voor?