Oefentoets Biologie: Spijsvertering | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 5

Deze digitale toets over de spijsvertering en mondgezondheid is gericht op studenten in de biologie en gezondheidszorg, en omvat onderwerpen zoals speekselklieren, voedselverwerking en tandverzorging. Test je kennis met vragen over de identificatie van organen en de functies van enzymen in de spijsvertering. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Identificatie van speekselklieren

1/3 Speeksel.
Zie figuur B 3183 van de bijlage.

Zes speekselklieren geven speeksel af aan de mondholte.
In de afbeelding is een deel van het hoofd weergegeven.

Welke letter geeft een speekselklier aan?

afbeeldingafbeelding

Zetmeeltest in brood

2/3 Speeksel.
Zie figuur B 3184 van de bijlage.

Speeksel bevat onder andere een stof die helpt bij de vertering van zetmeel.
Om te onderzoeken of er zetmeel in brood zit, wordt de volgende proef gedaan (zie afbeelding).

Welke kleur zal het brood krijgen, als er zetmeel in zit?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van het glazuur op tanden

3/3 Speeksel.
Zie figuur B 3188 van de bijlage.

Speeksel bevat ook stoffen die het glazuur van tanden en kiezen verstevigen.

In de afbeelding is een doorsnede van een tand weergegeven.

Welke letter geeft het glazuur aan?

afbeeldingafbeelding

Wateropname in het verteringskanaal

1/2 Darminfectie.

Rauw vlees, zoals kippenvlees, kan besmet zijn met ziekteverwekkende bacteriƫn.
Als deze bacteriƫn in het verteringskanaal terechtkomen, kunnen ze onder andere diarree veroorzaken.
Bij diarree is de ontlasting dun en waterig doordat de onverteerde resten niet genoeg zijn ingedikt.

Hoe heet het deel van het verteringskanaal waarin vooral water uit onverteerde resten wordt opgenomen?

Vermijden van darminfecties door vleesverhitting

2/2 Darminfectie.

In de afbeelding hieronder is een etiket weergegeven.
Om de kans op een darminfectie te verkleinen, wordt aangeraden het vlees goed gaar te maken.
afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de kans op een darminfectie kleiner wordt als het vlees goed gaar wordt gemaakt.

-

Identificatie van de maag in het lichaam

1/3 Luie maag.
Zie figuur B 3168 van de bijlage.

Men spreekt van een 'luie maag' als de peristaltische bewegingen van de maag onregelmatig en te langzaam zijn.
Het voedsel blijft hierdoor te lang in de maag, bijvoorbeeld vijf uur in plaats van drie uur.
Het maagzuur werkt dan te lang in op de maagwand.
Onder andere maagpijn, een vol gevoel en misselijkheid kunnen het gevolg zijn.

In de afbeelding B 3168 is een aantal organen in het lichaam weergegeven.

Welke letter geeft de maag aan? De letter [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Voedselverwerking na de maag

2/3 Luie maag.

Een luie maag duwt het voedsel te langzaam vanuit de maag verder door het verteringskanaal.

In welk deel van het verteringskanaal komt het voedsel terecht als het vanuit de maag verder wordt geduwd?

Functies van peristaltische bewegingen

3/3 Luie maag.

Noem nog een andere functie van de peristaltische bewegingen dan het verder duwen van het voedsel.

Bouwstoffen in Voeding en Vertering

Bouwstoffen.

Welke bouwstoffen uit het voedsel moeten worden verteerd voordat ze in het bloed kunnen worden opgenomen?

Verteringssappen en hun functies

Verteringssappen.

Welke van de onderstaande voorbeelden zijn sappen die zorgen voor vertering?

Beweringen over speeksel en slikken

Beweringen.

Michael beweert dat speeksel bestaat uit slijm, water en een enzym. Het enzym breekt eiwitten af.
Marga zegt: "Tijdens het slikken wordt de luchtpijp afgesloten met de huig."

Wie heeft of hebben gelijk?

De functie van de alvleesklier

Alvleesklier.

De alvleesklier mondt uit in

Bronnen van Vitamine K voor de mens

Vitamine K.

Op welke manier komt de mens aan vitamine K?

Spijsverteringsproducten in ons bloed

Spijsvertering.

Een spijsverteringsproduct dat in ons bloed voorkomt, is

Darmvlokken en hun functie

Darmvlokken.

I. Darmvlokken bevatten bloedvaatjes.
II. Darmvlokken verkleinen het darmoppervlak en maken de opname van voedingsstoffen groter.

Enzymen in de spijsvertering

Spijsvertering.

I. In de alvleesklier worden enzymen voor de spijsvertering gevormd.
II. In de lever worden enzymen voor de spijsvertering gevormd.

Vertering van Eiwitten bij de Mens

Spijsvertering.

Bij de mens vindt vertering van voedingsstoffen onder andere plaats in:

1. de mond,
2. de maag,
3. de dunne darm.

Waar worden eiwitten verteerd?

Identificatie van gebitselementen

Gebit mens.
Zie figuur B 2065 van de bijlage.

Vier gebitselementen zijn: een hoektand, een knipkies, een knobbelkies en een plooikies.

Wat voor element uit een gebit van de mens is in de afbeelding weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Zuurstoten en tandverzorging

Zuurstoten.

I. Met meer keren eten per dag krijg je ook meer zuurstoten.
II. Als je meteen na het eten je tanden poetst, voorkom je zuurstoten.

Tandenpoetsen en tandvleesgezondheid

Tandenpoetsen.

I. Bij het poetsen van tanden is het belangrijk om veel van boven naar beneden en terug te poetsen om het tandvlees te masseren.
II. Met dwars over de tanden poetsen voorkom je wortelvliesontsteking.