Deze oefentoets bevat 59 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
59
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Genetica
Welk gentype?
Kleurenblindheid bij de mens is te wijten aan een op het geslachtschromosoom gelegen recessief gen (a). Blauwe ogen worden bepaald door een recessief gen (b), dat niet op een geslachtschromosoom gelegen is.
Twee ouders met bruine ogen en normaal gezichtsvermogen krijgen een blauwogige zoon, die kleurenblind is.
Welke zijn de genotypen van de ouders?
Genetica
Letale factor.
Bij Drosophila zijn letale allelen bekend, gelegen op het X-chromosoom. Letale allelen kunnen er de oorzaak van zijn dat individuen reeds als embryo sterven.
Van welke van beide ouders kan zo'n letaal allel in een bevruchte eicel afkomstig zijn? Is dit allel dominant of recessief?
afbeelding
Genetica
Een kruising. Zie figuur B 1186 van de bijlage.
Men onderzoekt de overerving van een geslachtsgebonden eigenschap (R) en komt daarbij tot de afgebeelde stambomen.
Van de individuen genummerd 1 t/m 8 heeft
afbeelding
afbeelding
Genetica
Een mutatie.
Men weet dat bij één van de bananenvliegen van een paartje één mutatie in een geslachtschromosoom is opgetreden. Alle nakomelingen in de F1
zijn normaal. Uit deze F1
isoleert men een paartje en kruist deze vliegen met elkaar. Men vindt uitsluitend bij de helft van de mannelijke nakomelingen in de F2
een afwijking.
Is het door de mutatie ontstane allel dominant of recessief? Is dit in een testis of in een ovarium ontstaan?
afbeelding
Genetica
Geslachtsgebonden eigenschap. Zie figuur B 306 van de bijlage.
In de figuur staat de stamboom weergegeven van een familie, waarin rood-groen kleurenblindheid voorkomt. Het allel hiervoor ligt op een X-chromosoom en is recessief ten opzichte van het allel voor normaal kleuren zien.
Van hoeveel procent van de kinderen uit de laatste generatie kan men verwachten dat ze deze vorm van kleurenblindheid vertonen?
afbeelding
Genetica
Hemofilie.
Hemofilie is een ziekte bij de mens, die veroorzaakt wordt door het recessieve allel van een gen op het X-chromosoom. In een bepaalde familie trad deze ziekte al in enkele generaties op.
Wanneer in deze familie een vader lijder aan hemofilie is en zijn vrouw nòch deze ziekte heeft nòch draagster is, kan de ziekte optreden bij
Genetica
Kleurenblindheid.
Bij de mens is kleurenblindheid een eigenschap die recessief overerft en waarvoor het allel op het X-chromosoom ligt. Een vrouw die homozygoot recessief is voor kleurenblindheid en een kleurenziende man hebben een dochter. Deze dochter heeft een zoon die kleurenblind is.
Hoe groot is de kans op kleurenblindheid voor haar volgende zoon?
Genetica
Geslachtsgebonden en letale eigenschappen.
Muizen hebben een X-chromosomaal gen voor vachtkleur. Wanneer in het genotype van een embryo niet minstens eenmaal het dominante allel voorkomt, wordt het embryo dood geboren.
Hoe groot is de kans op doodgeborenen onder de mannelijke nakomelingen van een heterozygoot vrouwtje? En hoe groot onder de vrouwelijke nakomelingen?
afbeelding
Genetica
Geslachtsgebonden eigenschap.
Bij bananenvliegjes is het gen voor oogkleur gelegen in het X-chromosoom en het gen voor lichaamskleur niet. Een vrouwtje is heterozygoot voor zowel oogkleur als lichaamskleur. Een mannetje heeft voor beide eigenschappen een fenotype dat wordt veroorzaakt door recessieve allelen.
Hoe groot is de kans dat een eicel van dit vrouwtje voor elk van deze twee eigenschappen een recessief allel bevat? Hoe groot is de kans dat een spermacel van dit mannetje voor elk van deze twee eigenschappen een recessief allel bevat?
afbeelding
Genetica
Kleurenblindheid. Zie figuur B 347 van de bijlage.
De nummers 1, 2, 3 en 6 in de stamboom hebben alle één allel voor kleurenblindheid; dit recessieve allel is X-chromosomaal. Gegevens over 4 en 5 ontbreken.
Hoe groot is de kans dat 7 kleurenblind is? Hoe groot is de kans voor 8?
afbeelding
afbeelding
Genetica
Een stamboom. Zie figuur B 357 van de bijlage.
De stamboom heeft betrekking op een familie, waarin kleurenblindheid voorkomt. Kleurenblindheid wordt veroorzaakt door een recessief X-chromosomaal allel. Onder andere individu 9 is kleurenblind.
Van welke van de mannen kan met zekerheid gezegd worden dat hij kleurenblind is?
afbeelding
Genetica
Harlekijnvlinder.
Bij de harlekijnvlinder hebben de vrouwtjes in elke lichaamscel een X- en een Y-chromosoom en de mannetjes twee X-chromosomen; dit in tegenstelling tot de situatie bij de mens. De genen voor vleugelkleur zijn X-chromosomaal. Een vrouwtje met bleekgele vleugels wordt gekruist met een mannetje met gele vleugels. Alle nakomelingen hebben gele vleugels. Deze nakomelingen (F1
) paren onderling.
Welke fenotypen komen voor in de F2
en in welke verhouding?
Genetica
Albinisme.
Bij de mens komt de zeldzame afwijking albinisme voor met als kenmerken onder andere witte haren en ontbreken van pigment in de iris. Het allel voor albinisme is recessief en X-chromosomaal. Een albino man en een vrouw, die heterozygoot is voor de betrokken eigenschap, krijgen kinderen.
Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren meisje een albino is?
Genetica
Bananenvliegen.
Bij Drosophila komt een X-chromosomaal allelenpaar voor oogkleur voor. Het allel voor rode oogkleur is dominant over dat voor witte oogkleur. Een vrouwtje met witte ogen wordt gekruist met een mannetje met rode ogen (P-generatie). De F1
-dieren die uit deze kruising ontstaan, paren onderling. Hieruit ontstaat de F2
. Ook de F2
-dieren paren onderling. Hieruit ontstaat de F3
. De dieren hebben geen voorkeur voor bepaalde partners. Alle paringen leveren een groot aantal nakomelingen.
Welk deel van de F3
bestaat uit vrouwtjes met rode ogen?
Genetica
Katten.
Bij katten wordt de vachtkleur onder andere bepaald door een X-chromosomaal allelenpaar met een allel voor rode vacht en een allel voor zwarte vacht. Poezen (vrouwtjes) kunnen een rode vacht hebben, een schildpadvacht of een zwarte vacht. Schildpadvacht is het intermediaire fenotype. Een poes met een schildpadvacht paart met een rode kater.
Hoe groot is de kans dat de eerste poes die geboren wordt, een schildpadvacht heeft?
Genetica
Bananenvliegen.
Bij bananenvliegjes zijn de allelen voor een bepaalde oogkleur X-chromosomaal en de allelen voor lichaamskleur niet. Een bepaald vrouwtje is heterozygoot voor zowel oogkleur als lichaamskleur. Een bepaald mannetje heeft voor beide eigenschappen een fenotype dat wordt veroorzaakt door recessieve allelen. Dit vrouwtje en dit mannetje worden met elkaar gekruist. Uit deze kruising ontstaat een nieuwe generatie.
Hoeveel verschillende fenotypen met betrekking tot oogkleur en lichaamskleur kunnen maximaal in deze nieuwe generatie voorkomen?
Genetica
Schildpadkatten. Zie figuur B 445 van de bijlage.
Bij katten zijn de allelen voor rode en zwarte vachtkleur X-chromosomaal. Zogenaamde schildpadkatten hebben rode en zwarte vlekken en deze schildpadkatten zijn bijna altijd vrouwtjes. Een kruising van een zwarte kater met een rode poes levert normaal gesproken alleen schildpadpoesjes en rode katertjes op. Een rode kater paart met een zwarte poes (kruising 1).
Hoe groot is de kans dat de mannelijke nakomelingen uit deze kruising 1 allemaal dezelfde vachtkleur hebben?
afbeelding
Genetica
Schildpadkatten. Zie figuur B 445 van de bijlage.
Bij katten zijn de allelen voor rode en zwarte vachtkleur X-chromosomaal. Zogenaamde schildpadkatten hebben rode en zwarte vlekken en deze schildpadkatten zijn bijna altijd vrouwtjes. Een kruising van een zwarte kater met een rode poes levert normaal gesproken alleen schildpadpoesjes en rode katertjes op. Een zwarte kater paart met een schildpadpoes (kruising 2).
Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong uit kruising 2 een zwarte vacht heeft?
afbeelding
Genetica
Fruitvliegjes.
Bij fruitvliegjes bevat een lichaamscel van een vrouwtje twee X-chromosomen en die van een mannetje één X- en één Y-chromosoom. Het allel voor rode ogen (E) is dominant over dat voor witte ogen (e). Het allel voor lange vleugels (F) is dominant over dat voor korte vleugels (f). De genoemde allelen voor de oogkleur zijn X-chromosomaal, die voor de vleugellengte niet. Twee roodogige, langvleugelige vliegjes paarden met elkaar. Hun nakomelingschap bestond uit de volgende dieren: vrouwtjes: 34 met rode ogen en lange vleugels. 10 met rode ogen en korte vleugels. mannetjes: 17 met rode ogen en lange vleugels. 18 met witte ogen en lange vleugels. 5 met rode ogen en korte vleugels. 6 met witte ogen en korte vleugels.
Wat waren de genotypes van de ouders?
Genetica
Fruitvliegjes.
Bij fruitvliegjes is het allel voor lange vleugels (A) dominant over het allel voor korte vleugels (a). Deze allelen zijn niet gelokaliseerd op het X-chromosoom. Het allel voor rode ogen (B) is dominant; het allel voor witte ogen (b) recessief. De allelen voor oogkleur zijn wel gelokaliseerd op het X-chromosoom.
Uit een kruising van de fruitvliegjes ontstaan de volgende fenotypen in de aangegeven verhoudingen:
Welke van de onderstaande genotypen geven de genotypen van de ouders weer?
Genetica
Vachtkleur bij katten.
De vachtkleur bij katten wordt bepaald door een X-chromosomaal gen. Een lapjeskat heeft per lichaamsdeel één allel voor zwarte vacht en één allel voor gele vacht. Een zwarte kater wordt gekruist met een lapjeskat.
Hoe groot is de kans dat de eerste nakomeling een gele vrouwtjeskat is?
Genetica
Kleurenblind.
Het allel voor een bepaalde vorm van kleurenblindheid bij de mens is X-chromosomaal en recessief. Hierover worden de volgende beweringen gedaan:
1. Als een vrouw kleurenblind is, is haar vader kleurenblind en haar moeder òf eveneens kleurenblind òf heterozygoot. 2. De kans dat een dochter uit een huwelijk tussen een heterozygote vrouw en een kleurenblinde man kleurenblind is, is 50%.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Genetica
Fruitvliegjes bestralen.
Bij bananenvliegjes hebben de vrouwtjes twee X-chromosomen in de kern van een lichaamscel en de mannetjes een X- en een Y-chromosoom. Door radioactieve straling veranderde bij een mannelijk bananenvliegje een dominant allel in een recessief allel. Dit gebeurde in het X-chromosoom van een cel waaruit spermacellen ontstaan. Dit mannetje paart met een vrouwtje bij wie dit recessieve allel niet voorkomt. Zij krijgen nakomelingen: de F1
-generatie. Vervolgens ontstaat daaruit nog een F2
-generatie. Aangenomen wordt dat geen andere mutaties dan de genoemde plaatsvinden.
In welke generatie zou voor het eerst een vliegje gevonden kunnen worden waarbij dit recessieve allel in het fenotype tot uiting komt? Is dit dan het geval bij de mannetjes of bij de vrouwtjes van die generatie?
Genetica
Fruitvliegjes.
Bij Drosophila is het allel voor rode ogen dominant over dat voor bruine ogen. Het allel voor rechte vleugels is dominant over dat voor gekrulde vleugels. Een aantal mannetjes met rode ogen en rechte vleugels wordt gekruist met een aantal vrouwtjes met bruine ogen en gekrulde vleugels. De resultaten zijn als volgt:
- 260 mannetjes en 267 vrouwtjes met rode ogen en rechte vleugels, - 263 mannetjes en 266 vrouwtjes met rode ogen en gekrulde vleugels, - 265 mannetjes en 265 vrouwtjes met bruine ogen en rechte vleugels, - 259 mannetjes en 269 vrouwtjes met bruine ogen en gekrulde vleugels.
Welke van de volgende uitspraken over de betrokken allelen is juist?
Genetica
Kanaries.
Bij kanaries komt een allel voor dat X-chromosomaal en recessief is. Embryo's die geen allel E bezitten, sterven in een vroeg stadium. Bij vogels hebben mannetjes twee X-chromosomen per lichaamscel en vrouwtjes één X- en één Y-chromosoom. Een kanarievrouwtje paart met een homozygoot kanariemannetje.
Hoe groot is de kans dat het eerst-uitgekomen kanariemannetje heterozygoot is voor deze eigenschap?
Genetica
Fruitvliegjes.
In een proef met fruitvliegjes wordt een witogig mannetje gekruist met een homozygoot roodogig vrouwtje. Het allel voor rode oogkleur is gelegen op het X-chromosoom.
Welke fenotypen hebben de mannetjes van de F1
?
Genetica
Katten.
Katten met genotype BB en B- zijn zwart, met genotype Bb geelbruin en met genotype bb en b- geel. Het gen ligt op het X-chromosoom.
Als men een geelbruine poes met een zwarte kater kruist zullen er in de nakomelingschap
Genetica
Kleurenblindheid.
Kleurenblindheid wordt veroorzaakt door een recessief X-chromosomaal allel. In een gezin kunnen de vader en de moeder kleuren zien. Hun kind is kleurenblind.
Is dit kind een jongen of een meisje? Welke ouder bezit het allel voor kleurenblindheid?
afbeelding
Genetica
Bananenvliegjes.
Bij bananenvliegjes wordt de oogkleur onder andere bepaald door een gen, gelegen in het X-chromosoom. Het allel voor rode oogkleur is dominant over het allel voor witte oogkleur.
Bij welke van de volgende kruisingen zullen alle mannelijke nakomelingen witogig zijn?
Genetica
Vlinders. Zie figuur B 1455 van de bijlage.
Bij het vlindergeslacht Abraxas (zie de afbeelding) bezitten de vrouwtjes per lichaamscel één X- en één Y-chromosoom; de mannetjes bezitten per lichaamscel twee X-chromosomen. De kleur van de vleugels wordt bepaald door een X-chromosomaal allelenpaar. Het allel voor normale vleugelkleur is dominant over het allel voor bleke vleugelkleur. Een mannetje met normaal gekleurde vleugels paart met een vrouwtje met bleek gekleurde vleugels. Er ontstaat een talrijke nakomelingschap (F1
) die voor 100% normaal gekleurde vleugels heeft. De mannetjes en de vrouwtjes uit de F1
paren onderling. Er ontstaat weer een talrijke nakomelingschap (F2
).
Welke fenotypen zijn te verwachten in deze F2
en in welke percentages zullen deze fenotypen voorkomen?
afbeelding
afbeelding
Genetica
X-chromosomaal.
Bij Drosophila is het allel voor rode ogen dominant over dat voor witte ogen; deze allelen zijn X-chromosomaal. Een roodogig mannetje wordt gepaard met een roodogig vrouwtje; dit vrouwtje had één witogige ouder.
Is het mogelijk dat er onder de directe nakomelingen witogige mannetjes voorkomen? En witogige vrouwtjes?
afbeelding
Genetica
Fruitvliegjes en konijnen.
Iemand doet een onderzoek naar de overerving van bepaalde eigenschappen bij fruitvliegjes en konijnen. De eigenschappen die hij onderzoekt, worden ieder slechts door één allelenpaar bepaald. Hij voert de volgende proeven uit:
Proef 1. Enkele fruitvliegjes met normale vleugels paren. De mannetjes hebben alle hetzelfde genotype en de vrouwtjes hebben alle hetzelfde genotype. Er ontstaan de volgende nakomelingen:
- 68 vrouwtjes met normale vleugels, - 34 mannetjes met normale vleugels, - 38 mannetjes met zeer kleine vleugels.
Proef 2. Twee zwarte konijnen paren. Zij krijgen de volgende nakomelingen:
In welke van deze proeven gaat het om een eigenschap die zeker niet door X-chromosomale allelen wordt bepaald?
Genetica
Vachtkleur bij katten.
Bij de huiskat is er een X-chromosomaal allelenpaar voor de vachtkleur: een allel voor een rode vacht en een allel voor een zwarte vacht. Heterozygote katten hebben een intermediair fenotype: ze zijn rood-zwart. Ook in een ander chromosomenpaar komt een allelenpaar voor dat van invloed is op de vacht. Allel G geeft een (wit-)gevlekte vacht en allel g geeft een effen (niet-witte) vachtkleur. G is dominant over g. Een dier dat rood-zwart èn wit-gevlekt is, wordt een 'lapjeskat' genoemd. Iemand wil lapjeskatten fokken. Hij heeft de beschikking over de volgende kattenparen:
1. een rode wit-gevlekte poes en een zwarte effen kater, 2. een zwarte effen poes en een rode wit-gevlekte kater, 3. een zwarte wit-gevlekte poes en een rode effen kater.
Bij welk van deze kattenparen zijn de vrouwtjes die worden geboren zeker lapjeskatten?
Genetica
Oogkleur.
Bij fruitvliegjes is het allel voor rode oogkleur dominant over dat voor witte oogkleur. Deze allelen zijn X-chromosomaal. Een vrouwtje met rode ogen wordt gekruist met een mannetje met witte ogen (P-generatie). De roodogige dieren van de F1
paren onderling. Hieruit ontstaat een F2
. Er wordt van uitgegaan dat er geen mutaties plaatsvinden.
Komen in deze F2
witogige mannetjes voor? En witogige vrouwtjes?
Genetica
1/2 Erfelijkheid.
Bij een bepaalde soort muizen zijn er twee X-chromosomale allelen die de vachtkleur bepalen. Er zijn drie fenotypen voor vachtkleur mogelijk: grijs, wit en zwart. Vrouwtjes muizen hebben twee X-chromosomen, mannetjes muizen hebben een X en een Y-chromosoom. Een grijze en een zwarte muis worden vele malen gekruist. Alle witte jongen zijn mannetjes.
Is de grijze muis de moeder of de vader? Is de grijze muis homozygoot of heterozygoot?
Genetica
2/2 Erfelijkheid.
Welk fenotype kan of welke fenotypen kunnen voorkomen bij dochters van dit paar?
Genetica
1/2 Hemofilie. Zie figuur B 1442 van de bijlage.
Bij de mens komt een bloedafwijking voor, die hemofilie wordt genoemd. Deze afwijking wordt veroorzaakt door een X-chromosomaal recessief allel: Xh
. Het gevolg van deze afwijking is dat verminderde bloedstolling optreedt. In de afbeelding is een stamboom getekend van een familie waarin hemofilie voorkomt. Van de vrouwen 5, 9 en 11 is bekend dat ze draagster zijn van het allel voor hemofilie.
Wat zijn de genotypen van de personen 1 en 8?
afbeelding
afbeelding
Genetica
2/2 Hemofilie.
Persoon 11 trouwt met een man met normale bloedstolling. Ze krijgen een dochter.
Hoe groot is de kans dat deze dochter ook draagster is van het allel voor hemofilie?
afbeelding
Genetica
1/4 Hemofilie. Zie figuur A 43 van de bijlage.
Bij hemofilie, ook wel 'bloederziekte' genoemd, stolt het bloed na een verwonding niet of slechts heel langzaam doordat in het bloed een stollingsfactor ontbreekt. Het gen voor deze stollingsfactor is X-chromosomaal.
Alexis, de zoon van de laatste Russische tsaar, Nicolaas II, leed aan hemofilie. In de afbeelding A 43 is een deel van de stamboom van zijn familie weergegeven. Uit deze stamboom blijkt dat het allel dat hemofilie veroorzaakt in deze familie afkomstig is van koningin Victoria van Engeland.
Wat moet in de volgende zin op de plaats van de puntjes worden ingevuld?
Bij de bloedstolling speelt/spelen behalve stollingsfactoren in het bloedplasma ook ..... een grote rol.
afbeelding
Genetica
2/4 Hemofilie.
In 1995 werden in Jekaterinenburg skeletten opgegraven. Bij die plaats werd het tsarengezin in 1918 door de communisten geëxecuteerd. Om na te gaan of de opgegraven skeletten echt van het tsarengezin zijn, is DNA uit die skeletten vergeleken met DNA van prins Philip, echtgenoot van de huidige koningin van Engeland en verwant aan de tsarenfamilie (zie de afbeelding). Het tsarengezin bestond uit Nicolaas II, tsarina Alexandra, hun zoon Alexis en hun vier dochters. Voor het vergelijken van het DNA gebruikte men geen DNA uit de kernen maar DNA uit de mitochondriën. Mitochondriën bevatten eigen DNA, dat onafhankelijk is van het DNA in de kern. Bij de bevruchting dringt alleen de kern van een spermacel de eicel binnen. Mitochondriën van de spermacel komen niet in de eicel terecht.
Noem de functie van de mitochondriën in een cel.
Genetica
3/4 Hemofilie.
In welke skeletten moet het DNA in de mitochondriën gelijk zijn aan dat van prins Philip?
Genetica
4/4 Hemofilie.
Prinses Alice (1843-1878) is de overgrootmoeder van prins Philip.
Bereken de kans dat de oudste zuster van prins Philip van Engeland draagster is van het allel dat hemofilie veroorzaakt, ervan uitgaand dat de aangetrouwde familie geen hemofilie-allel heeft ingebracht.
Genetica
1/5 Hemofilie en de talmoed. Zie figuur B 3721 van de bijlage.
In de afbeelding staat een stamboom van een familie waarin hemofilie (= bloederziekte) voorkomt. Het gen voor hemofilie is X-chromosomaal. Joodse jongens worden vlak na de geboorte besneden. Hierbij treedt enig bloedverlies op, maar als een jongetje lijdt aan hemofilie kan dit bloedverlies zo ernstig zijn dat het kind hieraan overlijdt. De talmoed is een belangrijk religieus wetboek met veel voorschriften. De talmoed schrijft voor dat de zonen (17 en 18) van een ouderpaar (6 en 7) waarvan al twee zonen (12 en 15) door bloedverlies na de besnijdenis overleden zijn, niet besneden mogen worden. Ook de zonen (10 en 11) mogen in dat geval niet meer besneden worden. Voor de zonen (19 en 20) die vader (7) bij een tweede vrouw (8) heeft, geldt de ontheffing van de besnijdenis niet. Deze voorschriften tonen aan dat er al lang geleden, in de tijd dat de talmoed geschreven werd, een gedetailleerde kennis over de erfelijkheid van hemofilie bestond.
Leg met behulp van de stamboom uit dat het gen voor hemofilie recessief is.
afbeelding
Genetica
2/5 Hemofilie en de talmoed. Zie figuur B 3721 van de bijlage.
Leg met behulp van een kruisingsschema uit hoe groot de kans is dat zoon 17 aan hemofilie lijdt.
afbeelding
Genetica
3/5 Hemofilie en de talmoed. Zie figuur B 3721 van de bijlage.
Is de kans dat zoon 19 aan hemofilie lijdt groter dan, gelijk aan of kleiner dan de kans dat zoon 17 aan hemofilie lijdt? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Genetica
4/5 Hemofilie en de talmoed.
Om na te gaan of een bepaald gen dominant of recessief en X-chromosomaal of niet X-chromosomaal is, stelt men vaak een hypothese op die men vervolgens tracht te bevestigen of te weerleggen. Leerlingen bedenken twee uitgangspunten die zij kunnen gebruiken bij het opstellen van een hypothese. Uitgangspunt 1: Een bepaald gen dat X-chromosomaal en dominant is, komt over het algemeen vaker tot uiting in het fenotype bij vrouwen dan bij mannen. Uitgangspunt 2: Een bepaald gen dat X-chromosomaal en recessief is, komt over het algemeen vaker tot uiting in het fenotype bij mannen dan bij vrouwen.
Welk uitgangspunt is of welke uitgangspunten zijn juist?
Genetica
5/5 Hemofilie en de talmoed.
Bij hemofiliepatiënten is er sprake van problemen bij de bloedstolling. Er ontbreekt een bepaald eiwit in het bloedplasma. Vroeger werd dit eiwit uit bloed van donoren gehaald door een zuiveringsproces, tegenwoordig echter meestal uit bacteriën die genetisch zijn gemodificeerd.
Geef een medische reden waarom men dit eiwit beter uit bacteriën kan halen dan uit bloed van menselijke donoren, ook al is dit beschikbaar.
Genetica
1/3 Kleurenblindheid.
Meinard is kleurenblind. Hij is de kleinzoon van een kleurenblinde grootmoeder. In 1965 veroorzaakte hij bijna een ernstig ongeluk door als dienstplichtig militair de startbaan te kruisen waar net een straaljager daalde. De onderste lamp op de startbaan brandde en Meinard had het rode licht als groen geïnterpreteerd. Ongeveer 8% van de mannen in Nederland heeft een afwijking in het kleuren zien, tegen 0,4% van de vrouwen. In vrijwel alle gevallen gaat het om problemen bij het onderscheiden van rood en groen. De genen die hiermee te maken hebben zijn X-chromosomaal. Afwijkingen in het blauw zien komen zowel bij mannen als vrouwen slechts bij 0,01% voor.
Heeft Meinard het gen voor kleurenblindheid van zijn grootmoeder via zijn vader of via zijn moeder geërfd?
Genetica
2/3 Kleurenblindheid.
Welk gegeven uit de tekst maakt het onwaarschijnlijk dat kleurenblindheid voor blauw X-chromosomaal is?
Genetica
3/3 Kleurenblindheid.
Een roodgroen-kleurenziende man en een vrouw die draagster is van een gen voor roodgroen-kleurenblindheid vormen een paar. Dit paar verwacht een kind.
Hoe groot is de kans dat dit kind een zoon is en dat deze zoon roodgroen-kleurenblind zal zijn? Hoe groot is de kans dat dit kind een dochter is en dat deze dochter roodgroen-kleurenziend zal zijn?
afbeelding
Genetica
1/3 Schildpadkatten. Zie figuur B 445 van de bijlage.
Bij katten zijn de allelen voor rode en zwarte vachtkleur X-chromosomaal. Zogenaamde schildpadkatten hebben rode en zwarte vlekken en deze schildpadkatten zijn bijna altijd vrouwtjes. Een kruising van een zwarte kater met een rode poes levert normaal gesproken alleen schildpadpoesjes en rode katertjes op. Een rode kater paart met een zwarte poes (kruising 1).
Hoe groot is de kans dat de mannelijke nakomelingen uit deze kruising 1 allemaal dezelfde vachtkleur hebben?
afbeelding
Genetica
2/3 Schildpadkatten.
Een zwarte kater paart met een schildpadpoes (kruising 2).
Hoe groot is de kans dat het eerstgeboren jong uit kruising 2 een zwarte vacht heeft?
Genetica
3/3 Schildpadkatten.
Hoogst zelden komen schildpadkaters voor. Deze katers blijken een afwijking in het aantal geslachtschromosomen van hun cellen te bezitten.
Welke combinatie van geslachtschromosomen bezitten deze schildpadkaters in hun lichaamscellen?
Genetica
Kleurenblind.
Vader en moeder zijn geen van beide kleurenblind, maar Guusje wel.
Wat kun je hieruit afleiden over Guusje?
Genetica
Hemofilie.
Er zijn weinig vrouwen die lijden aan hemofilie (bloederziekte).
Dat komt doordat
Genetica
Kleurenblindheid.
Een bepaalde vorm van kleurenblindheid berust op het voorkomen van een recessief allel op het X-chromosoom. Een echtpaar van wie man en vrouw beiden kleuren kunnen zien, heeft een dochter die kleurenblind is.
Dit is mogelijk als
Genetica
Erfelijkheidsonderzoek vóór de geboorte.
In een bepaalde familie komt een erfelijke afwijking voor die wordt veroorzaakt door een X-chromosomaal gen. Een vrouw uit deze familie heeft dit gen, maar vertoont de afwijking niet. Ook haar man vertoont de afwijking niet. De vrouw is in verwachting. Het embryo wordt vóór de geboorte onderzocht. Het blijkt een meisje te zijn.
Hoe groot is de kans dat dit meisje na de geboorte de bedoelde afwijking vertoont als wordt aangenomen dat geen mutaties zijn opgetreden?