Oefentoets Biologie: Ziekten - infectie | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 42 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

42

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ziekten

1/4 Hepatitis-A.
Zie figuur B 3619 van de bijlage.

Tekst:
Hepatitis-A is een infectieziekte van de lever, veroorzaakt door het hepatitis-A-virus. Opvallende symptomen van hepatitis-A zijn onder andere: koorts, hoofdpijn, vermoeidheid en diarree, gevolgd door donkere urine en lichtgekleurde ontlasting. Hepatitis-A is erg besmettelijk. Het virus bevindt zich in de ontlasting. Overal waar de hygiëne en de sanitaire voorzieningen te wensen overlaten, bestaat een risico op hepatitis-A infectie. Water waarin riolen uitkomen en waarin gezwommen wordt, is niet alleen een directe infectiebron voor zwemmers, maar ook een indirecte wanneer schaal- en schelpdieren zoals garnalen, oesters en mosselen gegeten worden.
Deze dieren voeden zich onder andere met materiaal uit ontlasting. Mensen uit welvarende landen, zoals Nederland, hebben meestal geen weerstand tegen hepatitis-A. Daarom wordt iedere Nederlander die naar een risicogebied gaat en als kind geen hepatitis-A heeft gehad, geadviseerd zich te laten inenten. Voor een reiziger die een enkele keer voor korte tijd en onder goede hygiënische omstandigheden in een risicoland verblijft, kan passieve immunisatie afdoende zijn. Actieve immunisatie wordt geadviseerd aan degenen die geregeld of langdurig reizen naar risicolanden.

Leg uit waardoor als gevolg van diarree de urine donkerder van kleur kan worden.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/4 Hepatitis-A.

Garnalen, oesters en mosselen voeden zich o.a. met materiaal uit ontlasting.
In de afbeelding hieronder zijn schema's weergegeven die omzettingen van stoffen door organismen weergeven.

afbeeldingafbeelding

Zijn garnalen te beschouwen als consumenten of als reducenten?
Welke schema's zijn daarvan de beste weergave?

Ziekten

3/4 Hepatitis-A.

Leg uit waardoor mensen uit welvarende landen meestal geen weerstand hebben tegen hepatitis-A.

Ziekten

4/4 Hepatitis-A.

Waarom is passieve immunisatie niet geschikt voor reizigers die vaak of lang verblijven in risicolanden? Leg je antwoord uit.

Ziekten

1/2 Bacteriën en virussen.

Mensen die besmet zijn met het aidsvirus (HIV) maar nog geen verschijnselen van aids vertonen, noemt men HIV-seropositief. Men kan met een test onderzoeken of iemand HIV-seropositief is. Er wordt dan wat bloedserum van de te testen persoon bij delen van het aidsvirus gebracht. Als de persoon HIV-seropositief is, vindt er een reactie plaats.

Tussen welke delen van het aidsvirus en welke delen van het bloedserum vindt dan een reactie plaats?

Ziekten

2/2 Bacteriën en virussen.

Mensen met aids zijn zeer gevoelig voor infecties met bacteriën. Zowel deze bacteriën als het aidsvirus vermeerderen zich in het lichaam van de patiënt. Hierbij wordt erfelijk materiaal verdubbeld.

Vindt de verdubbeling van erfelijk materiaal van de bacterie plaats in de bacterie zelf?
En vindt verdubbeling van erfelijk materiaal van het virus plaats in het virus zelf?

Ziekten

1/4 Griep.

Griep wordt veroorzaakt door een influenzavirus.
Mensen voor wie het krijgen van griep een extra risico voor de gezondheid oplevert, doen er verstandig aan een ‘griepspuit' te halen. Ze krijgen dan een vaccin toegediend.

Wat is het werkzame bestanddeel van een vaccin tegen griep?

Ziekten

2/4 Griep.

Ook voor ziekenhuispersoneel is een griepspuit belangrijk. Ziekenhuispersoneel kan slecht worden gemist.

Leg uit waarom, afgezien hiervan, het nog meer van belang is dat juist ziekenhuispersoneel wordt gevaccineerd.

Ziekten

3/4 Griep.

Het slijmvlies van de luchtwegen is van belang voor de bescherming van de longen.

Noem drie functies die het slijmvlies in de luchtwegen in verband hiermee heeft.

Ziekten

4/4 Griep.
Zie figuur B 1373 van de bijlage.

Door een influenzavirus ontstaan vaak ontstekingen in het slijmvlies van de luchtpijp, waardoor het dekweefsel wordt beschadigd. De afbeelding B 1373 geeft twee tekeningen weer van het slijmvlies van de luchtpijp van de mens.
Tekening P geeft het slijmvlies van een gezonde luchtpijp weer. Deze heeft een regelmatige bekleding van dekweefselcellen met trilharen. Tekening Q geeft het beschadigde slijmvlies weer van een patiënt met griep.
Een van de mogelijke gevaren van griep is het optreden van een bacteriële superinfectie. Daarmee wordt bedoeld dat na infectie met het influenzavirus ook een infectie optreedt door bacteriën. Dergelijke bacteriën komen bij gezonde personen ook voor, maar hun aanwezigheid leidt doorgaans niet tot ziekteverschijnselen.

Verklaar met behulp van de afbeelding B 1373 waardoor de kans op een bacteriële infectie groot is bij een al aanwezige infectie met het influenzavirus.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

1/4 Musici en hun ziekten.

De drie briljante musici Carl-Maria von Weber (1786-1826), Franz Schubert (1797-1828) en Gustav Mahler (1860-1911) overleden alle drie aan bacteriële infectieziektes. Von Weber stierf aan tuberculose, Schubert aan syfilis en Mahler aan endocarditis, een bacteriële ontsteking aan de binnenkant van het hart.

Tuberculose is een besmettelijke ziekte. De veroorzaker, een staafvormige bacterie, wordt door een patiënt met 'open tuberculose' overgedragen. Dat kan door hoesten, door praten, maar ook via stof. De bacterie dringt vooral via de slijmvliezen van de luchtwegen en de spijsverteringsorganen het lichaam binnen.

Als er open tuberculose wordt vastgesteld, worden alle personen die met de patiënt in contact zijn geweest onderzocht door middel van de mantouxreactie. Hierbij wordt een kleine hoeveelheid tuberculine, een door de bacteriën afgegeven stof, in de huid gespoten. Korte tijd later wordt aan de hand van het al of niet opzwellen van het betreffende huidgedeelte bepaald of de onderzochte persoon besmet is.

Kun je via de mantouxreactie ook syfilis aantonen? Leg je antwoord uit.

Ziekten

2/4 Musici en hun ziekten.

Heel veel mensen zijn besmet met de tuberculoseverwekker. Of een besmet persoon ook tuberculose krijgt, hangt waarschijnlijk af van erfelijke aanleg, van de voedingstoestand en/of de aanwezigheid van andere ziekten.
Er wordt een onderzoek uitgevoerd met een- en twee-eiige tweelingen, om te kunnen vaststellen of erfelijke aanleg inderdaad een rol speelt bij het krijgen van de ziekte tuberculose.

Bij welke uitkomst van het onderzoek kun je de conclusie trekken dat erfelijke aanleg een rol speelt?

Ziekten

3/4 Musici en hun ziekten.

Syfilis is een geslachtsziekte, die zich over het gehele lichaam kan uitbreiden. De ziekte wordt veroorzaakt door een spiraalvormige bacterie. Vroeger was de ziekte vaak dodelijk. Syfilis komt tegenwoordig veel minder voor dan in de tijd van Schubert. Enerzijds is dat het gevolg van de ontdekking van antibiotica, anderzijds is een andere oorzaak hiervoor verantwoordelijk.

Welke andere oorzaak is dit?

Ziekten

4/4 Musici en hun ziekten.

Endocarditis wordt veroorzaakt door bolvormige bacteriën. Vaak raakt één of raken beide hartkleppen ontstoken met als mogelijk gevolg dat zo'n hartklep verschrompelt.

Indien de hartklep tussen linkerboezem en linkerkamer te veel is verschrompeld, kan dat leiden tot bewusteloosheid. Leg dit uit.

Ziekten

1/2 Toch niet ziek met HIV.

Sommige mensen hebben door hun gedrag een groot risico om besmet te worden met HIV. Uit onderzoek blijkt een aantal van hen slechts sporen van HIV in het bloed te hebben. Het gaat dan om bijzonder kleine hoeveelheden HIV-DNA in bloedcellen. Toch zijn ze seronegatief. Bij seropositieve personen zit er minstens duizendmaal zoveel HIV-DNA in bloedcellen. Blijkbaar kan een infectie met HIV in sommige gevallen beperkt blijven tot een gering aantal bloedcellen. Hierna stopt de infectie.
Een persoon is seropositief en in zijn bloed bevinden zich HIV-DNA en antistoffen tegen HIV.

In welk bestanddeel van het bloed bevindt zich het HIV-DNA en in welk bestanddeel de antistoffen?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/2 Toch niet ziek met HIV.

Veel virussen maken wel ziek maar worden op den duur door het lichaam met succes bestreden. Het organisme is daarna in de meeste gevallen immuun voor het virus.

Beschrijf op welke wijze een besmetting met deze virussen leidt tot immuniteit.

Ziekten

1/4 Ebolavirus.

In 1976 werd de wereld opgeschrikt door een aantal infecties met het Ebolavirus in Zaïre. Dit virus is voor mensen zeer besmettelijk en veroorzaakt in korte tijd de dood doordat er hoge koorts met inwendige bloedingen optreedt. Tegen de ziekte bestaan geen geneesmiddelen. Het virus wordt verspreid via bloed, urine en uitwerpselen. Waar het virus vandaan komt, is onbekend. Verondersteld wordt dat het virus voorkomt bij een in het wild levende diersoort. Het kan zich dan vanuit de geïnfecteerde dieren verspreiden. Men noemt zo'n wilde diersoort het virus-reservoir.

Virussen worden niet in een van de vier rijken van organismen ondergebracht.

Noem een kenmerk van virussen waarom ze niet in een van de vier rijken worden ondergebracht.

Ziekten

2/4 Ebolavirus.

Bij hoge koorts stijgt de lichaamstemperatuur van de patiënt tot boven de 41°C. Hierdoor worden bepaalde stoffen in de cellen beschadigd.

Welk type stoffen wordt dan in de cellen van de patiënt beschadigd?
En waardoor gaan de cellen dan minder goed functioneren?

Ziekten

3/4 Ebolavirus.

Zodra men het virus-reservoir heeft opgespoord, kan begonnen worden met het isoleren van het virus. Dit kan dan in verzwakte vorm ingespoten worden in gezonde mensen, zodat deze een bescherming opbouwen die ook werkt tegen het onverzwakte virus.

Hoe noemt men de hier beschreven techniek?

Ziekten

4/4 Ebolavirus.

In tegenstelling tot het Ebolavirus is het verkoudheidsvirus betrekkelijk goedaardig. Het verkoudheidsvirus is na een verblijf van slechts enkele uren buiten een menselijk slachtoffer niet meer in staat een ander mens ziek te maken. Ook heeft het geen andere soort als reservoir.
Over het Ebolavirus en het verkoudheidsvirus worden de volgende beweringen gedaan:

1. Mensen die met het verkoudheidsvirus zijn geïnfecteerd blijven langer virus verspreiden dan mensen die met het Ebolavirus zijn geïnfecteerd.
2. Mobiele geïnfecteerde personen dragen meer bij aan de verspreiding van virussen dan bedlegerige geïnfecteerde personen.
3. Het Ebolavirus is voor de diersoort van het 'reservoir' niet zo kwaadaardig als voor de mens.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ziekten

1/2 Kinkhoest.

In 1996 was het aantal gevallen van kinkhoest in Nederland relatief hoog. Kinkhoest is een infectieziekte van de luchtwegen die door aanhoesten wordt overgebracht. De verwekkers zijn de, bacteriën Bordetella pertussis en Bordetella parapertussis. Kinderen zijn na vaccinatie 10 tot 15 jaar immuun tegen de ziekteverwekker.

Er werden drie hypothesen bedacht om de toename van het aantal kinkhoestgevallen te verklaren.

Hypothese 1: Het vaccin werkt niet meer zo goed.
Hypothese 2: Er zijn kwaadaardiger bacteriën in omloop dan voorheen.
Hypothese 3: Huisartsen letten beter op en stellen vaker de diagnose kinkhoest.

Kinderen worden na kinkhoestvaccinatie immuun voor kinkhoest en kinderen die kinkhoest doormaken, zijn daarna ook immuun.

Leg uit waardoor in beide gevallen dezelfde immuniteit voor kinkhoest wordt ontwikkeld.

Ziekten

2/2 Kinkhoest.

Beschrijf een mogelijke proefopzet van een experiment om hypothese 2 te toetsen. Ga ervan uit dat de onderzoekers de beschikking hebben over een buis met kinkhoestbacteriën uit 1996 en een buis met kinkhoestbacteriën uit 1990. Ga uit van een groot aantal proefdieren van één soort die onder gelijke omstandigheden worden gehouden en die even gevoelig voor kinkhoest zijn als de mens.

Geef aan bij welke resultaten hypothese 2 moet worden verworpen.

Ziekten

1/5 De ziekte van Lyme.
Zie figuur A 857 van de bijlage.

De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de ziekteverwekker Borrelia burgdorferi. Deze ziekte wordt verspreid door de beet van teken, kleine spinachtige diertjes, die met de ziekteverwekker geïnfecteerd zijn.
Teken zuigen bloed en komen in de natuur voor op zoogdieren en vogels. Als de teken volgezogen zijn, laten ze los, vallen naar beneden en klimmen weer langs plantenstengels en takken omhoog.

Op het kaartje is de verspreiding van de ziekte van Lyme in ons land in 1996 afgebeeld.

Teken hebben een zeer eenvoudig spijsverteringskanaal. Leg aan de hand van bovenstaande tekst uit dat ze daarmee toe kunnen.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/5 De ziekte van Lyme.

Onderzoekers stelden in 1996 vast dat ongeveer een kwart van de Nederlandse teken is besmet met Borrelia.
Het aantal mensen dat bij een tekenbeet de ziekte van Lyme krijgt, bleek echter minder dan 25%.

Geef hiervoor een mogelijke verklaring.

Ziekten

3/5 De ziekte van Lyme.

Uit een enquête onder huisartsen bleek dat in 1994 33000 mensen hun huisarts bezochten vanwege een tekenbeet. Daarvan hadden er 6500 de rode plek die kenmerkend is voor de eerste fase van de ziekte van Lyme.

Bereken de kans op infectie bij een tekenbeet volgens deze enquête, afgerond op een heel procent.

Ziekten

4/5 De ziekte van Lyme.

Volgens een onderzoeker is ongeveer 8% van de Nederlanders ooit besmet geraakt met Borrelia. Dit blijkt uit bloedtesten, waarbij antistoffen tegen Borrelia zijn aangetoond.

Welke van de volgende bloedbestanddelen produceren deze antistoffen?

Ziekten

5/5 De ziekte van Lyme.

In Oostenrijk is de populatie teken zo besmet, dat elke tekenbeet direct behandeld wordt met antibiotica tegen Borrelia. Dit is vaak succesvol.

Organismen worden onderverdeeld in rijken.

Tot welk rijk behoort Borrelia, gezien deze gegevens, het meest waarschijnlijk?

Ziekten

1/3 Verkoudheid.

Verkoudheid is een virusinfectie van de bovenste luchtwegen die o.a. gepaard gaat met extra slijmproductie.
De extra slijmproductie belemmert de ademhaling. Met niezen en hoesten kun je proberen de luchtwegen weer open te krijgen. Als je te vaak of te intensief hoest, kun je spierpijn krijgen.

In welke spieren ontstaat deze spierpijn?

Ziekten

2/3 Verkoudheid.

Tijdens een verkoudheid heb je vaak een rode neus en rode oogleden.

Wat is hiervan de oorzaak?

Ziekten

3/3 Verkoudheid.

Als een arts constateert datje verkouden bent, zal hij je, ondanks het feit dat het een infectieziekte betreft, hiervoor geen antibiotica voorschrijven.

Wat is daarvan de directe reden?

Ziekten

1/3 Malaria.
Zie figuur C 387 van de bijlage.

Op 20 augustus 1897 deed de arts Ross een opzienbarende ontdekking. Hij stelde vast dat Plasmodium vivax, een eencellige parasiet die bij de mens malaria veroorzaakt, zich in een Anopheles-mug kon ontwikkelen.
Ross was zijn onderzoek naar malaria begonnen na een gesprek met zijn collega Manson, die het idee opperde dat tropische steekmuggen malaria overdragen op de mens.
In de afbeelding is de levenscyclus van de malariaparasiet weergegeven. Behalve de zygote zijn alle afgebeelde stadia van de parasiet haploïd.
Voor de volledige voortplantingscyclus van de parasiet is een mug als gastheer nodig.

Noem een manier waarbij iemand malaria kan krijgen zonder door een mug gestoken te zijn.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/3 Malaria.

De parasiet tast vooral rode bloedcellen aan. Nadat de parasieten daarin doordringen, treedt vermenigvuldiging op en de rode bloedcellen barsten na enige tijd open. De patiënt krijgt een koortsaanval.

Welk ander direct gevolg heeft het openbarsten van een flink deel van de rode bloedcellen?

Ziekten

3/3 Malaria.

Bestrijding is, meer dan een eeuw na Ross' ontdekking, nog altijd een probleem. Veel populaties van de Anopheles-mug zijn resistent geworden tegen verschillende insecticiden. Bovendien zijn veel populaties van de parasiet resistent tegen malariamedicijnen.

Leg uit hoe een populatie Anopheles-muggen resistent wordt tegen een insecticide.

Ziekten

1/6 Een parasiet knoeit met de psyche.

De eencellige parasiet Toxoplasma gondii komt bij één op de drie mensen voor in het zenuwstelsel en in de spieren. Daar kan de parasiet jarenlang verblijven, zonder duidelijke ziekteverschijnselen te veroorzaken. De parasiet komt binnen via besmet vlees of besmette vis. Ook veel muizen zijn besmet. Besmette muizen blijken zich actiever en minder voorzichtig te gedragen dan niet-besmette muizen. De Tsjech Jaroslav Flegr beweerde dat deze gedragsverandering door Toxoplasma wordt veroorzaakt.

Welke term wordt gebruikt voor Flegrs bewering?

Ziekten

2/6 Een parasiet knoeit met de psyche.

Flegr ging nog verder. Hij dacht dat Toxoplasma ook het gedrag van mensen kon beïnvloeden. Daarom deed hij een persoonlijkheidstest bij 500 studenten. Bij deze test werd onder andere de mate van activiteit en opvliegendheid bepaald. Vervolgens keek hij of ze met Toxoplasma waren geïnfecteerd of niet.
Flegr deed daarna een onderzoek waarbij hij in het bloed van 200 geïnfecteerde personen de concentratie antistoffen tegen de parasiet bepaalde. Hiermee kan vastgesteld worden hoe lang geleden de personen besmet zijn. Hij vergeleek eerst de uitkomst van de persoonlijkheidstest van pas besmette personen met een controlegroep van niet-besmette personen. Vervolgens vergeleek hij de uitkomst van lang geleden en dus langdurig besmette personen met dezelfde controlegroep. Hij vond meer persoonlijkheidsverschuiving bij de langdurig besmette personen dan bij de pas besmette personen.
Flegr trok uit zijn laatste onderzoek de conclusie dat Toxoplasma verantwoordelijk is voor de persoonlijkheidsverandering van besmette personen.

Leg uit dat de resultaten de conclusie van Flegr ondersteunen.

Ziekten

3/6 Een parasiet knoeit met de psyche.

Flegr heeft de concentratie antistoffen tegen de parasiet in het bloed bepaald.

In welke fractie van het bloed heeft hij deze concentratie antistoffen gemeten?
En tot welke categorie van stoffen behoren antistoffen?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

4/6 Een parasiet knoeit met de psyche.

Welk deel van het zenuwstelsel is bij deze gedragsverandering door Toxoplasma gondii naar verwachting het meest beïnvloed?

Ziekten

5/6 Een parasiet knoeit met de psyche.

Toxoplasma gondii is op een bepaald moment zo veranderd dat hij in staat is het gedrag van besmette dieren te beïnvloeden. Anders gezegd: de eigenschap, het gedrag van besmette dieren beïnvloeden, is bij Toxoplasma gondii ontstaan door ... (1) ... en door ...(2)... zijn de best aangepasten overgebleven.

Schrijf de biologische begrippen op die op de plaatsen 1 en 2 moeten worden ingevuld.

Ziekten

6/6 Een parasiet knoeit met de psyche.

De parasiet heeft voordeel bij deze beïnvloeding. Hij kan zich zo sneller verspreiden.

Leg dit uit.

Ziekten

1/2 Taaislijmziekte.

Tekst:
Taaislijmziekte (cystische fibrose of CF) is een erfelijke aandoening die gekenmerkt wordt door o.a. luchtweginfecties. Deze zijn het gevolg van abnormale taaiheid van het slijm in de luchtwegen. Door deze taaiheid blijft het slijm vaak achter in de luchtwegen, waardoor infecties kunnen ontstaan.
De ziekte wordt veroorzaakt door een recessief, niet-X-chromosomaal gen. Twee willekeurige mensen die geen CF hebben, hebben een kans van 1 op 900 om een kind te krijgen met CF.

bron: Intermediair, oktober 1993

Waardoor bevordert de aanwezigheid van taai slijm het ontstaan van infecties van de longen en luchtwegen?

Ziekten

2/2 Taaislijmziekte.

Bepaalde infecties behandelt men met een flinke dosis van een antibioticum, maar op den duur raken de ziekteverwekkers daartegen resistent.
Er zijn ook groepen ziekteverwekkers die niet met antibiotica kunnen worden bestreden.

Geef de naam van zo'n groep.

Ziekten

Plagen in Australië.

Geef twee mogelijke oorzaken waardoor niet alle konijnen in Australië zijn doodgegaan na de invoering van myxomatose.