Oefentoets Biologie: Bloed - bloeddruk | HAVO 4/HAVO 5
Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
15
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bloed
Bloeddruk.
De gemiddelde bloeddruk in de volgende bloedvaten wordt met elkaar vergeleken:
1. haarvaten in de lever die vertakkingen zijn van de poortader, 2. leverader, 3. poortader.
In welke volgorde neemt de gemiddelde bloeddruk in deze vaten af?
Bloed
Bloeddruk. Zie figuur B 594 van de bijlage.
Bij een proefpersoon wordt een bloeddrukmanchet om de bovenarm gewonden (zie tekening). Deze wordt geleidelijk opgepompt totdat de aders en de slagaders geheel zijn dicht gedrukt.
Op welke van de aangegeven plaatsen zal de bloeddruk dan het laagst zijn?
afbeelding
Bloed
Bloeddruk.
De bloeddruk aan het begin van een longslagader is lager dan de bloeddruk aan het begin van de aorta.
Waardoor zal dit verschil voornamelijk veroorzaakt worden?
Bloed
Bloeddruk.
Is bij mensen de bloeddruk aan het begin van de aorta hoger dan die aan het begin van de longslagader of eraan gelijk? Is de hoeveelheid bloed die per tijdseenheid passeert aan het begin van de aorta groter dan die aan het begin van de longslagader of eraan gelijk?
afbeelding
Bloed
Bloedstroom. Zie figuur B 322 van de bijlage.
Rondom de bovenarm van een persoon wordt een nauwsluitende holle rubberen band aangebracht en langzaam opgepompt. Tijdens het oppompen van de rubberen band meet men voortdurend het volume van de hand en onderarm tot aan de rubberen band en zet dit uit in het diagram.
Zijn de aders van deze arm op tijdstip S helemaal dichtgedrukt of open? Zijn de slagaders van deze arm op tijdstip T helemaal dichtgedrukt of open?
afbeelding
afbeelding
Bloed
Bloed- en lymfevaten.
In een darmvlok worden in een slagadertje en in een lymfevat het zuurstofgehalte en de bloeddruk gemeten.
Waar is het zuurstofgehalte het hoogst? En waar de druk?
afbeelding
Bloed
Bloeddruk in de haarvaten. Zie figuur B 558 van de bijlage.
Het schema stelt een haarvatennet van een mens voor met een aanvoerend en een afvoerend bloedvat. De hoeveelheid bloed die gemiddeld per minuut door R stroomt is iets groter dan de hoeveelheid die gemiddeld per minuut door P stroomt. Uit dit gegeven kan de stroomrichting van het bloed worden afgeleid.
Is de bloeddruk bij P groter of kleiner dan bij Q? En is de bloeddruk bij Q groter of kleiner dan bij R?
afbeelding
afbeelding
Bloed
Bloeddruk.
Bij een mens kunnen onder andere de volgende veranderingen optreden, die van invloed zijn op de bloeddruk:
1. toename van de impulsfrequentie in de uitlopers van orthosympathische zenuwcellen die met het hart zijn verbonden, 2. toename van de impulsfrequentie in de uitlopers van parasympatische zenuwcellen die met het hart zijn verbonden, 3. verhoogde uitscheiding van urine door de nieren, 4. verwijding van de bloedvaten in de skeletspieren.
Door welke van deze veranderingen stijgt de bloeddruk?
Bloed
Bloeddruk.
Bij een proefpersoon werd op drie verschillende plaatsen in het lichaam de bloeddruk gemeten.
plaats 1: in een ader van het onderbeen. plaats 2: in een slagader van de onderarm. plaats 3: in een haarvaatje van een vingertop.
De meetresultaten waren in willekeurige volgorde: 20, 70 en 150 mm kwikdruk.
Welke meetresultaten zijn op deze plaatsen te verwachten?
afbeelding
Bloed
Hart.
De bloeddruk in de aorta van een zoogdier wordt vergeleken met die in de longslagader; verder wordt de hoeveelheid bloed die de linkerkamer bij iedere hartslag wegpompt vergeleken met de hoeveelheid bloed die de rechterkamer wegpompt.
Welke regel in onderstaande tabel is juist?
afbeelding
Bloed
Een hart. Zie figuur B 2206 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een overlangse doorsnede van het hart van de mens voor, aan het begin van de rustfase van het hart. In deze fase wordt op de plaatsen 1, 2 en 3 de bloeddruk gemeten.
Wat is de juiste rangschikking van de plaatsen 1, 2 en 3 van hoogste naar laagste bloeddruk?
afbeelding
afbeelding
Bloed
1/2 Bloeddrukmeting. Zie figuur B 1379 van de bijlage.
Veel mensen laten van tijd tot tijd hun bloeddruk bij de huisarts controleren. Om een arm wordt dan een manchet aangelegd die wordt opgepompt. Op een drukmeter die met de manchet is verbonden, kan de arts de druk in de manchet aflezen. Wanneer de doorgang van bloed in de armslagader door de opgepompte manchet is verminderd, kan de arts met behulp van een stethoscoop net beneden de manchet een stootsgewijs schavend geluid in de slagader horen, het vaatgeruis. De arts pompt de manchet eerst stevig op. Daarna laat hij de manchet langzaam leeglopen terwijl hij met behulp van de stethoscoop de armslagader beluistert. Eerst is er geen doorstroming van bloed en hoort hij dus geen vaatgeruis. De druk die hij meet op het moment dat het vaatgeruis begint, wordt de bovendruk genoemd. De arts laat de manchet verder leeglopen totdat het vaatgeruis weer ophoudt. De druk die hij op dat moment afleest, wordt de onderdruk genoemd.
De manchet wordt stevig opgepompt. Daarna begint de bloeddrukmeting.
In welke periode of perioden tijdens het leeg laten lopen van de manchet kan in de pols van de arm waaraan de meting wordt verricht, geen polsslag worden gevoeld?
afbeelding
Bloed
2/2 Bloeddrukmeting.
Hoe verhoudt de druk in de armslagader van de patiƫnt zich tot de onderdruk en bovendruk die de arts in de manchet heeft gemeten?
Bloed
1/2 Hardlopen.
Een man loopt hard op een trimbaan. Enkele organen van de man zijn: de kuitspieren, de dunne darm, het hart en de nieren.
Door welk of welke van deze organen stroomt tijdens het hardlopen per minuut de grootste hoeveelheid bloed?