Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/2 Een plant onder de microscoop. Zie figuur B 1925 van de bijlage.
In de afbeelding zijn twee weefsels van een plant weergegeven (tekening 1 en tekening 2) zoals die door een microscoop te zien zijn.
Zijn in tekening 1 bastvaten weergegeven? En houtvaten?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Een plant onder de microscoop. Zie figuur B 1925 van de bijlage.
Kunnen de in tekening 1 weergegeven cellen in stengels voorkomen? En de in tekening 2 weergegeven cellen?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Een vaatbundel. Zie figuur B 1879 van de bijlage.
De foto geeft een doorsnede weer van een vaatbundel in de stengel van een Mattenbies.
Wordt een houtvat aangegeven met 1, met 2 of met 3?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Een vaatbundel. Zie figuur B 1879 van de bijlage.
Welke vaten liggen het dichtst bij de buitenkant van de stengel: de bastvaten of de houtvaten of is dit niet te zeggen?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/3 Een vaatbundel in een stengel. Zie figuur B 1958 van de bijlage.
In de afbeelding stelt tekening P een schematische lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel. Tekening Q stelt een schematische dwarsdoorsnede voor van een stengel van een plant. Hierin zijn vaatbundels getekend.
Welk type weefsel bevindt zich op plaats 6?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/3 Een vaatbundel in een stengel. Zie figuur B 1958 van de bijlage.
Welk cijfer geeft een houtvat aan en welk cijfer de plaats van houtvaten?
afbeelding
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/3 Een vaatbundel in een stengel. Zie figuur B 1958 van de bijlage.
Op welke plaats in tekening Q bevinden zich de cellen die in tekening P met het cijfer 2 zijn aangegeven?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/4 Een wortel onder loep en microscoop. Zie figuur A 346 van de bijlage.
In de afbeelding zijn drie tekeningen van een plant weergegeven. Piet graaft voorzichtig een plant uit. Hij spoelt de wortels af en maakt eerst een tekening van wat hij met het blote oog waarneemt (tekening 1). Tekening 2 geeft weer, wat hij ziet met een loep. Tekening 3 geeft een cel weer uit zone P, gezien door een microscoop.
De kleine uitsteeksels aan de wortels (zie tekeningen) zorgen ervoor dat de plant
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/4 Een wortel onder loep en microscoop. Zie figuur A 346 van de bijlage.
In welke zone (zie tekening 2) zijn de cellen gemiddeld het kleinst?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/4 Een wortel onder loep en microscoop. Zie figuur A 346 van de bijlage.
In welke zone (zie tekening 2) zijn de cellen het sterkst gespecialiseerd?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
4/4 Een wortel onder loep en microscoop. Zie figuur A 346 van de bijlage.
Tot welk weefsel behoort de cel van tekening 3?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/5 Een boomstam. Zie figuur B 1102 van de bijlage.
In de afbeelding zijn delen van drie boomstammen getekend. In de bomen staan diverse tekens gesneden. Bij het snijden van die tekens zijn bastvaten beschadigd. Op één van de boomstammen staan de letters "G.B.". Degene die deze letters heeft gesneden komt na drie jaar nog eens kijken naar de boom, waarin ze heeft gesneden.
Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.
Van welke organische stof is het transport verstoord? Staan de letters "G.B." nog steeds op dezelfde hoogte? Zo niet, waar dan?
afbeelding
-
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/5 Een boomstam. Zie figuur B 1102 van de bijlage.
De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen.
Wat kan de oorzaak of wat kunnen de oorzaken zijn?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/5 Een boomstam. Zie figuur B 1102 van de bijlage.
Staan de letters "G.B." op dezelfde hoogte in de boom als drie jaar geleden? Of staan deze letters nu een stuk hoger of een stuk lager in de boom? Geef een verklaring voor je antwoord.
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
4/5 Een boomstam.
Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.
Noem de naam van een organische stof waarvan het transport is verstoord.
Plantenanatomie en -fysiologie
5/5 Een boomstam. Zie figuur B 1102 van de bijlage.
De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen. Dit kan verschillende oorzaken hebben.
Noem twee mogelijke oorzaken.
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Huidmondjes. Zie figuur B 2391 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een huidmondje weer met sluitcellen en twee aangrenzende epidermiscellen (E). Alle cellen zijn overlangs doorgesneden. Het huidmondje is in twee situaties P en Q afgebeeld.
Kan situatie P zich voordoen in het donker, in het licht of zowel in het donker als in het licht?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Appels.
Met een proef wordt onderzocht of vruchtvlees van appels invloed uitoefent op de ontkieming van de zaden. In een petrischaal bevinden zich op de bodem vochtige watten. Op deze watten liggen appelpitten en stukjes appel. De petrischaal staat in het donker. In een andere petrischaal bevinden zich op de bodem alleen vochtige watten.
Wat moet in deze petrischaal worden gedaan om als controleproef dienst te doen?
Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Appels.
Moet deze schaal in het donker of in het licht worden geplaatst?
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Ontkiemende bonen. Zie figuur B 2311 van de bijlage.
Bij een practicum wordt een proef gedaan met ontkiemende bonen in een U-buis, gevuld met zuurstof. Het verloop van de proef is schematisch weergegeven in de afbeelding. Een leerling schrijft er het volgende over op:
Werkwijze: Ik hing enkele ontkiemende bonen boven in een been van een U-buis. Ik goot kalkwater in de benen van de buis. De buis bleef enige dagen voor het raam van het lokaal staan.
Resultaat: Na enige tijd was het kalkwater troebel. Ook was in het been waarin de bonen hingen, het niveau van het kalkwater gestegen doordat de hoeveelheid gas in de buis was afgenomen.
Welke van de volgende processen levert of welke leveren een verklaring voor het stijgen van het niveau van het kalkwater in de beschreven proef?
1. De vloeistof stijgt doordat de ontkiemende bonen zuurstof produceren door middel van fotosynthese. 2. De vloeistof stijgt doordat het kalkwater koolstofdioxide opneemt dat afkomstig is van de bonen.