Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 20

Ontdek de digitale toets over het spijsverteringsstelsel, gericht op studenten en professionals in de biologie, met onderwerpen zoals de rol van zuur en gal, de impact van machines op proefdiergebruik, en de methaanuitstoot bij koeien. Test je kennis met vragen over enzymwerking, bloeddeeltjes en voedselverwerking in de twaalfvingerige darm. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Toevoeging van zuur in het spijsverteringsstelsel

2/3 Fido.

De zuurgraad in Fido kan gecontroleerd en veranderd worden.

Aan welke ruimte zal het meeste zuur toegevoegd worden?

Impact van machines op proefdiergebruik

3/3 Fido.

Zal door het gebruik van machines, zoals Fido, het gebruik van levende proefdieren afnemen, gelijk blijven of toenemen?

Methaanuitstoot bij koeien en vertering

1/2 Schadelijke boeren en winden.

In de maag van koeien leven veel soorten bacteriën die cellulose uit de celwanden in plantaardig voedsel afbreken.
Bepaalde bacteriën produceren bij die afbraak het gas methaan.
Dit gas verlaat het verteringskanaal van de koe via de mond en de anus door boeren en winden.
Methaan is als broeikasgas schadelijk voor het milieu.

In Australië is een experiment gestart waarbij koeien ingeënt worden tegen schadelijke winden en boeren.
Bij het experiment worden gedode bacteriën bij koeien ingespoten.
Dit brengt een afweerreactie op gang, waardoor de methaanproducerende bacteriën in de maag worden bestreden.
Men hoopt zo de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

De maag van een koe bestaat uit verschillende delen.
De overige delen van het verteringskanaal hebben dezelfde namen als bij de mens.

In de tekst staat dat methaan het verteringskanaal van de koe verlaat via boeren en winden.

Passeert dit gas dan de endeldarm?
En passeert dit gas dan de slokdarm?

Antistoffen en bloeddeeltjes bij koeien

2/2 Schadelijke boeren en winden.

Door de koeien in te enten wordt een afweerreactie op gang gebracht, waardoor bacteriën in de maag worden bestreden door antistoffen.

Welke bloeddeeltjes produceren deze antistoffen?

Mengprocessen in de twaalfvingerige darm

1/2 Twaalfvingerige darm.

De twaalfvingerige darm is een belangrijk deel van het verteringsstelsel.

Wordt in de twaalfvingerige darm voedsel met gal gemengd?
En wordt daar voedsel met speeksel gemengd?

Voedsel in de Twaalfvingerige Darm

2/2 Twaalfvingerige darm.

Kan zich in de twaalfvingerige darm onverteerd voedsel bevinden?
En kan zich daar verteerd voedsel bevinden?

Bloeddeeltjes en tandvleesontsteking

1/2 Problemen met het gebit.

Sommige mensen hebben problemen met hun tandvlees.
Door bacteriën in de mond kan het tandvlees ontstoken raken.

Bepaalde bloeddeeltjes bestrijden deze bacteriën.

Welke bloeddeeltjes zijn betrokken bij het bestrijden van deze bacteriën?

Functie van fluorbehandeling voor het gebit

2/2 Problemen met het gebit.

Om tandbederf tegen te gaan, wordt het gebit soms behandeld met fluor.

Welke functie heeft zo'n fluorbehandeling?

Werking van amylase in de spijsvertering

1/4 Koolhydraten.

Koolhydraten zijn een belangrijke bron van energie voor het lichaam.
In het verteringskanaal wordt zetmeel afgebroken tot suikers.
De afbraak van zetmeel begint al in de mond door het enzym amylase dat zich in speeksel bevindt.
Als het voedsel is doorgeslikt, blijft het amylase ook in de slokdarm werkzaam.
In de maag werkt amylase echter niet meer.

Waardoor wordt het enzym amylase in de maag onwerkzaam?

Opslag van glycogeen in het lichaam

2/4 Koolhydraten.

De suikers die bij de afbraak van zetmeel ontstaan, worden vanuit de dunne darm door het bloed naar de lever gevoerd.
In de lever worden deze suikers omgezet in glycogeen en daarna opgeslagen.

Waar in het lichaam wordt nog meer veel glycogeen opgeslagen?

Verbranding van glucose in cellen

3/4 Koolhydraten.

Opgeslagen glycogeen kan weer omgezet worden in glucose en met het bloed naar alle delen van het lichaam vervoerd worden.
In de cellen wordt glucose verbrand.

Welke andere stof wordt bij de verbranding verbruikt?

Levenskenmerken van organismen

4/4 Koolhydraten.

Het omzetten van stoffen, zoals koolhydraten, in andere stoffen is een levenskenmerk.

Noem een ander levenskenmerk.

Naamgeving van de mondholte

1/2 De mondholte.
Zie figuur B 3146 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van het hoofd afgebeeld, met onder andere de mondholte.

Geef de naam van P in de afbeelding.

P heet de/het [invulveld].

afbeeldingafbeelding

De tong: weefsel of orgaan?

2/2 De mondholte.

Is de tong een weefsel of een orgaan? Leg je antwoord uit.

Identificatie van speekselklieren

1/3 Speeksel.
Zie figuur B 3183 van de bijlage.

Zes speekselklieren geven speeksel af aan de mondholte.
In de afbeelding is een deel van het hoofd weergegeven.

Welke letter geeft een speekselklier aan?

afbeeldingafbeelding

Zetmeeltest in brood

2/3 Speeksel.
Zie figuur B 3184 van de bijlage.

Speeksel bevat onder andere een stof die helpt bij de vertering van zetmeel.
Om te onderzoeken of er zetmeel in brood zit, wordt de volgende proef gedaan (zie afbeelding).

Welke kleur zal het brood krijgen, als er zetmeel in zit?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van het glazuur in een tand

3/3 Speeksel.
Zie figuur B 3188 van de bijlage.

Speeksel bevat ook stoffen die het glazuur van tanden en kiezen verstevigen.

In de afbeelding is een doorsnede van een tand weergegeven.

Welke letter geeft het glazuur aan?

afbeeldingafbeelding

Locatie van ERCP in het verteringsstelsel

1/4 ERCP.
Zie figuur B 3323 van de bijlage.

ERCP is de afkorting van de naam van een onderzoek.
Hierbij worden de afvoergangen van de lever en de alvleesklier met een dunne flexibele buis, een endoscoop, onderzocht.
Via een kijker kan de arts door deze buis de binnenkant van holle organen bekijken.
Vóór het onderzoek wordt de endoscoop door de mondholte en de keelholte de slokdarm ingebracht.
Daarna wordt de slang door de maag geschoven tot de plaats waar de afvoergangen van de lever en de alvleesklier in de twaalfvingerige darm uitkomen.

In de afbeelding is een deel van het verteringsstelsel weergegeven.

Welke letter geeft het gebied aan waar een ERCP wordt uitgevoerd volgens de tekst?

De letter [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Slikken en het inbrengen van een endoscoop

2/4 ERCP.

Als de endoscoop in de keelholte is geschoven, wordt aan de patiënt gevraagd om te slikken. Door het slikken gaat het inbrengen van de buis makkelijker.

Wat gebeurt er bij het slikken, waardoor het inbrengen van de endoscoop makkelijker gaat?

Functie van gal bij voedselvertering

3/4 ERCP.

Met een ERCP kan onder andere bekeken worden of zich galstenen bevinden in de afvoergang van de lever. Zo'n galsteen kan de afvoer van gal verhinderen.

Welke functie heeft gal bij het verteren van voedsel?