Genetica
X-chromosoom.
In de kernen van de cellen van een jongen komen geslachtschromosomen voor. Deze chromosomen zijn afkomstig van de ouders.
Kan het X-chromosoom bij een jongen afkomstig zijn van zijn moeder?
En van zijn vader?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 9 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
9
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
X-chromosoom.
In de kernen van de cellen van een jongen komen geslachtschromosomen voor. Deze chromosomen zijn afkomstig van de ouders.
Kan het X-chromosoom bij een jongen afkomstig zijn van zijn moeder?
En van zijn vader?
afbeelding
Geslachtschromosomen.
In de kernen van de cellen van een jongen komen geslachtschromosomen voor. Deze chromosomen zijn afkomstig van de ouders. Er worden twee beweringen gedaan:
I. Het X-chromosoom bij een jongen is afkomstig van zijn moeder.
II. Het Y-chromosoom bij een jongen is afkomstig van zijn vader.
1/2 Kleurenblindheid.
Kleurenblindheid komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Dat komt doordat het gen voor kleurenblindheid zich in het X-chromosoom bevindt. Doordat een vrouw twee X-chromosomen heeft en een man één, heeft een man een grotere kans op kleurenblindheid. Als een vrouw het gen voor kleurenblindheid in slechts een van de twee X-chromosomen heeft, dan kan zij nog normaal kleuren zien.
Is het gen voor kleurenblindheid dominant of recessief? Of is dit niet uit de gegevens op te maken?
2/2 Kleurenblindheid.
Bij een kleurenblinde man is het gen voor kleurenblindheid in alle cellen van een oog aanwezig.
In welk deel van het oog heeft het gen de uitwerking dat het kleurenzien wordt verstoord?
Een veulen.
Op een kinderboerderij is een vrouwelijke pony aanwezig. Deze merrie is drachtig van een veulen. Bij pony's wordt het geslacht op dezelfde manier door chromosomen bepaald als bij mensen. De leiding van de kinderboerderij wil het veulen zelf graag houden als het een merrie is. Een hengst wil men verkopen zodra hij de moeder kan verlaten.
Hoe groot is de kans dat men het veulen een paar maanden na de geboorte wil verkopen? Deze is [invulveld] %
Jongens en meisjes.
Over de voortplanting van de mens is het volgende gegeven bekend:
"Bij een zaadlozing komen er meer zaadcellen vrij die een X-chromosoom bevatten dan zaadcellen met een Y-chromosoom."
Zou volgens dit gegeven het aantal jongens dat geboren wordt groter moeten zijn dan het aantal meisjes?
Of is het juist andersom of maakt het geen verschil? Licht je antwoord toe.
1/3 Boed geven.
INFORMATIE 1 BLOEDDONOR WORDEN
Barry is 25 jaar. Hij heeft zich opgegeven om bloed af te staan als bloeddonor. Hij is tot deze beslissing gekomen, omdat zijn vriend Kees hemofilie heeft, een erfelijke bloedziekte. Als gevolg van deze ziekte kan het bloed niet goed stollen. Hij mist een bepaald eiwit in zijn bloed.
Voor de behandeling van zijn ziekte krijgt Kees regelmatig dit eiwit, stollingsfactor VIII, uit donorbloed toegediend.
INFORMATIE 2 HEMOFILIE
Hemofilie wordt veroorzaakt door een recessief gen (a). Dit gen ligt op het X-chromosoom, maar niet op het Y-chromosoom. Omdat een man maar één X-chromosoom heeft, kan het genotype van Kees als volgt worden aangegeven: Xa
Y-
. Mensen met het dominante gen (A) hebben de ziekte niet.
Ellen, de vrouw van Kees, heeft op beide X-chromosomen het dominante gen (A). Haar genotype wordt zó aangegeven: Xa
Xa
.
Kees heeft hemofilie (zie informatie 1 en 2). Zijn zus Mirjam heeft de ziekte niet.
Wat kan het genotype van Mirjam zijn?
afbeelding
2/3 Boed geven.
Zie figuur B 2922 van de bijlage.
INFORMATIE HEMOFILIE
Hemofilie wordt veroorzaakt door een recessief gen (a). Dit gen ligt op het X-chromosoom, maar niet op het Y-chromosoom. Omdat een man maar één X-chromosoom heeft, kan het genotype van Kees als volgt worden aangegeven: Xa
Y-
. Mensen met het dominante gen (A) hebben de ziekte niet.
Ellen, de vrouw van Kees, heeft op beide X-chromosomen het dominante gen (A). Haar genotype wordt zó aangegeven: Xa
Xa
.
In de afbeelding staan verschillende typen bloeddeeltjes afgebeeld.
Hemofilie wordt veroorzaakt door een recessief gen (zie de informatie). Dit gen bevindt zich bij Kees wèl in de witte bloedcellen, maar niet in de rode bloedcellen.
Leg uit dat dit gen zich niet in de rode bloedcellen kan bevinden.
afbeelding
3/3 Boed geven.
INFORMATIE HEMOFILIE
Hemofilie wordt veroorzaakt door een recessief gen (a). Dit gen ligt op het X-chromosoom, maar niet op het Y-chromosoom. Omdat een man maar één X-chromosoom heeft, kan het genotype van Kees als volgt worden aangegeven: Xa
Y-
. Mensen met het dominante gen (A) hebben de ziekte niet.
Ellen, de vrouw van Kees, heeft op beide X-chromosomen het dominante gen (A). Haar genotype wordt zó aangegeven: Xa
Xa
.
Toen Johan (de zoon van Kees en Ellen) werd geboren, wist Kees dat zijn zoon geen hemofilie zou hebben. Een man met hemofilie, zoals Kees, kan het gen voor deze ziekte namelijk nooit overdragen op zijn zoon.
Leg met behulp van de gegevens uit informatie 2 uit dat Kees het gen voor hemofilie niet kan overdragen op een zoon.