Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Ordening: 8 x ja of nee? Zie figuur B 3072 van de bijlage. 1. De afbeelding B 3073 is een tekening van een microscopisch preparaat. Kan de afbeelding een deel van een schimmel voorstellen? [invulveld]
2. Een poedel wordt gedekt door een herdershond. De poedel krijgt drie jongen. Deze jongen krijgen op hun beurt nakomelingen. Behoren de poedel en de herdershond tot één soort? [invulveld]
3. Sommige soorten bacteriën kunnen een kapsel vormen. Kapselvorming treedt op in vochtige omstandigheden. [invulveld]
4. De huid van vissen is alleen met slijm bedekt. [invulveld]
5. In een bos kun je soorten organismen en populaties van organismen onderscheiden. Kan het aantal soorten kleiner zijn dan het aantal populaties? [invulveld]
6. In de afbeelding B 3072 is een vleermuis getekend. Vleermuizen brengen een deel van hun leven in de lucht door. Plant een vleermuis zich levendbarend voort? [invulveld]
7. Is een vleermuis warmbloedig? [invulveld]
8. Zie figuur B 3069 van de bijlage.
In de afbeelding is een dolfijn getekend. Dolfijnen leven in zee. Ze halen adem met longen. Ze hebben een constante lichaamstemperatuur. Behoort een dolfijn tot de vissen? [invulveld]
afbeeldingafbeelding
Ordening
Juist of onjuist?
1. Het aantal populaties in een duinlandschap kan groter zijn dan het aantal soorten in dat landschap. [invulveld]
2. Bacteriën voeden zich met de resten van dode organismen. [invulveld]
3. Een schimmel bestaat altijd uit één cel. [invulveld]
4. Bij de bereiding van brood worden schimmels gebruikt. [invulveld]
5. Zwemmerseczeem wordt veroorzaakt door bacteriën. [invulveld]
6. Bij varens komen orgaantjes voor die sporen vormen. [invulveld]
7. Bij bedektzadigen komen vruchten voor. [invulveld]
8. Geleedpotigen hebben een uitwendig skelet van chitine. [invulveld]
9. Weekdieren kun je alleen op het land aantreffen. [invulveld]
10. Zie figuur B 3066 van de bijlage.
Het dier van de afbeelding behoort tot de insecten. [invulveld]
afbeelding
Ordening
Juist of onjuist?
1. Alle insecten in een bos vormen één populatie. [invulveld]
2. Een bacterie bestaat altijd uit één cel. [invulveld]
3. Het antibioticum penicilline wordt gemaakt van bacteriën. [invulveld]
4. Oorontsteking wordt veroorzaakt door een schimmel. [invulveld]
5. Schimmels zijn nuttig als opruimers van dode resten in de natuur. [invulveld]
6. Bij paardenstaarten komen sporevormende orgaantjes voor. [invulveld]
7. Zie figuur B 3070 van de bijlage.
Het in de afbeelding weergegeven orgaan komt voor bij bedektzadigen. [invulveld]
8. Bij weekdieren is groei alleen mogelijk tijdens vervellingen. [invulveld]
9. Geleedpotigen kun je alleen in de lucht aantreffen. [invulveld]
10. Zie figuur B 3031 van de bijlage.
Het dier van afbeelding behoort tot de spinachtigen. [invulveld]
afbeeldingafbeelding
Ordening
Ordening: 8 invulvragen. Zie figuur C 317 van de bijlage
Beantwoord de volgende vragen door het nummer van het (de) gevraagde hokje(s) in te vullen. afbeelding 1. Bij welke twee afdelingen zijn de dieren niet-symmetrisch? [invulveld] en [invulveld]
2. Bij welke afdeling hebben de dieren een inwendig skelet van harde naalden van kalk, kiezel of hoornstof? [invulveld]
3. Bij welke afdeling is groei alleen mogelijk tijdens vervellingen. [invulveld]
4. In de afbeelding C 371 zijn vijf dieren getekend. Tot welke afdeling behoort dier 1? [invulveld]
5. Tot welke afdeling behoort dier 2? [invulveld]
6. Tot welke afdeling behoort dier 3? [invulveld]
7. Tot welke afdeling behoort dier 4? [invulveld]
8. Tot welke afdeling behoort dier 5? [invulveld]
afbeelding
Ordening
Ordening: 8 invulvragen. Zie figuur C 345 van de bijlage.
Beantwoord de volgende vragen door het nummer van het (de) gevraagde hokje(s) in te vullen. afbeelding
1. Bij welke twee afdelingen zijn de dieren veelzijdig symmetrisch? [invulveld] en [invulveld]
2. Bij welke afdeling hebben de dieren meestal een schelp als skelet? [invulveld]
3. Bij welke afdeling hebben sommige dieren een skelet van chitine? [invulveld]
4. In de afbeelding C 345 zijn vijf dieren getekend. Tot welke afdeling behoort dier 1? [invulveld]
5. Tot welke afdeling behoort dier 2? [invulveld]
6. Tot welke afdeling behoort dier 3? [invulveld]
7. Tot welke afdeling behoort dier 4? [invulveld]
8. Tot welke afdeling behoort dier 5? [invulveld]
afbeelding
Ordening
Een vertakkingsschema. Zie figuur C 66 van de bijlage.
Gegeven is een deel van het vertakkingsschema (boomdiagram) van de organismen. Enkele rijken, afdelingen en groepen zijn vervangen door nummers.
Noteer de namen van de rijken, afdelingen en groepen.
afbeelding
Ordening
Nederlandse planten.
Planten en dieren hebben soortnamen. Niet elke naam waarmee een plant of dier wordt aangeduid, is een soortnaam. Zo is "gras" geen soortnaam, "Engels raaigras" wel.
Noem de Nederlandse soortnaam van een loofboom, van een eenjarige plant (geen kamerplant) en van een schimmel die alle in Nederland voorkomen.
Doe het zo:
loofboom: éénjarige plant: schimmel:
Ordening
Determineren koudbloedig dier. Zie de figuren C 67 en B 1161 van de bijlage.
In de determinatietabel van de bijlage staat de mogelijkheid om een organisme in een groep te plaatsen.
Bepaal met behulp van deze tabel tot welk rijk, welke afdeling en welke groep het koudbloedige dier uit de figuur behoort.
afbeeldingafbeelding
Ordening
Determineren libel. Zie de figuren C 318 en B 3668 van de bijlage.
Determineer het volgende organisme met behulp van de determinatietabel. Noteer de stappen die je in de determinatietabel maakt.
Een libel (zie de afbeelding).
afbeeldingafbeelding
Ordening
Determineren herderstasje. Zie de figuren C 318 en B 3669 van de bijlage.
Determineer het volgende organisme met behulp van de determinatietabel. Noteer de stappen die je in de determinatietabel maakt.
Een herderstasje (zie de afbeelding).
afbeeldingafbeelding
Ordening
Determineren oehoe. Zie de figuren C 318 en B 3670 van de bijlage.
Determineer het volgende organisme met behulp van de determinatietabel. Noteer de stappen die je in de determinatietabel maakt.
Een oehoe (zie de afbeelding).
afbeeldingafbeelding
Ordening
1/2 Bacteriën.
Twee beweringen over de rol van bacteriën in een ecosysteem zijn:
I. bacteriën zetten organische stoffen om in eiwitten die door planten opgenomen worden; II. bacteriën zetten organische stoffen om in anorganische stoffen die door planten opgenomen kunnen worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Ordening
2/2 Bacteriën.
In ons verteringsstelsel bevinden zich bacteriën die leven van de nog onverteerde resten van ons voedsel.
In welk deel van ons verteringsstelsel bevinden zich de genoemde bacteriën vooral?
Ordening
1/3 Champignons. Zie figuur B 2160 van de bijlage.
In afbeelding staat een champignon getekend. Veel mensen eten champignons. Deze paddestoelen worden daartoe in grote aantallen gekweekt. De champignons groeien in bakken die gevuld zijn met compost, afgedekt met een laagje aarde. De bakken staan in het donker.
Halen champignons uit de compost met aarde organische stoffen voor hun groei? En mineralen (= voedingszouten)?
afbeelding
Ordening
2/3 Champignons.
Een bekende groente is sla.
Kan glucose voorkomen in een champignon? En in een krop sla?
Ordening
3/3 Champignons.
Delen van cellen zijn bladgroenkorrel, celmembraan en celplasma.
Welke van deze delen komt of komen voor in een cel van een champignon?
Ordening
1/2 Boomknoppen. Zie figuur C 327 van de bijlage.
In de afbeelding is een zoekkaart voor de namen van bomen weergegeven. Je kunt de naam van een boom vinden door naar de knoppen te kijken.
Bij welke boom staan de zijknoppen heel dicht bij elkaar bovenaan het takje?
afbeelding
Ordening
2/2 Boomknoppen.
Welke kleur hebben de knopschubben van de Paardekastanje?
afbeelding
Ordening
1/3 Boomalg. Zie figuur B 4559 van de bijlage.
Op bomen kom je soms een groenige, vochtige laag tegen. Deze laag bestaat uit boomalgen. Boomalgen zijn eencellige plantjes.
Heeft een boomalg cytoplasma? En heeft een boomalg een celmembraan?
afbeelding
Ordening
2/3 Boomalg. Zie figuur B 4559 van de bijlage.
In boomalgen kan onder andere fotosynthese plaatsvinden. Hierbij wordt glucose gemaakt.