Oefentoets Biologie: Ecologie - reductie | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 8 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

8

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Waterkwaliteit.

In een onderzoek naar de kwaliteit van het water van een meer worden de concentraties gemeten van O2 , CO2 , NO3 - (nitraat) en NH4 + (ammonium) op verschillende diepten in dit meer. De resultaten van deze metingen zijn weergegeven in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

Het valt op dat op een diepte van 20 meter nitraat voorkomt en geen ammonium, terwijl op een diepte van 40 meter ammonium voorkomt en geen nitraat.

Hoe komt het dat op 40 meter diepte geen nitraat voorkomt terwijl het op 20 meter diepte wel aanwezig is?

Ecologie

Paddestoelen.

Een paddestoel groeit op een omgevallen boom. Deze paddestoel gebruikt voor de opbouw van zijn celbestanddelen stoffen uit de omgevallen boom. Deze stoffen worden daartoe extracellulair verteerd. De volgende processen vinden onder andere plaats:

1. de cellen van de paddestoel geven enzymen af;
2. de paddestoel resorbeert glucose en aminozuren;
3. de paddestoel zet aminozuren om in eiwitten;
4. onoplosbare bestanddelen van de boom worden omgezet in oplosbare.

In welke volgorde volgen deze processen elkaar op?

Ecologie

Schimmels.

In de bodem komen vele schimmelsoorten (heterotrofe organismen) voor.

Welke stoffen nemen deze schimmels uit de bodem op?

Ecologie

1/2 Afval.

Jaarlijks wordt in Nederland afval geproduceerd: industrieel afval, huishoudelijk afval, mest en ander landbouwafval. Het huishoudelijke afval wordt tegenwoordig bijna overal gescheiden in GFT (groente-, fruit- en tuinafval) en overige vormen van afval, zoals kunststoffen en metalen.
Het GFT wordt verwerkt tot compost waarmee de structuur en vruchtbaarheid van de grond kan worden verbeterd.

Leg uit waardoor van het huishoudelijke afval alleen GFT kan worden gecomposteerd en leg uit waardoor compost de vruchtbaarheid van de grond gedurende langere tijd kan verhogen.

Ecologie

2/2 Afval.

Afvalhout en landbouwafval zoals stro (stengels) en kaf (harde beschermlagen van graankorrels) kunnen worden gebruikt als brandstof in plaats van fossiele brandstoffen.
Nadeel van het gebruik van fossiele brandstoffen is dat dit leidt tot een toename van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer, met als mogelijk gevolg het broeikaseffect.

Leg uit waardoor bij gebruik van afvalhout en dit landbouwafval geen extra CO2 in de atmosfeer komt en bij het gebruik van fossiele brandstoffen wel. Vermeld in je uitleg de processen die daarbij van belang zijn.

Ecologie

1/2 Reducenten.
Zie figuur B 3733 van de bijlage.

Onderzoekers hebben een nieuwe bacteriesoort ontdekt: Desulfomusa hansenii (zie de afbeelding). Deze leeft in de zeebodem in een anaërobe omgeving bij de wortels van zeegras. De reducent profiteert van de organische afvalstoffen die het zeegras uitscheidt. Uit de omzetting van deze stoffen haalt de bacterie energie. Bij die omzetting worden zwavelverbindingen omgezet (vandaar het eerste deel van Desulfomusa; het tweede deel, musa, slaat op de banaanvorm van de bacterie).
De bacterie beweegt zich voort met behulp van een flagel.

Bereken aan de hand van de afbeelding de gemiddelde lengte van de flagel op 1 micrometer nauwkeurig. Noteer je berekening.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Reducenten.

Noteer uit de gegeven informatie de zin waaruit blijkt dat deze bacterie niet veel energie kan vrijmaken per hoeveelheid uit zeegras afgegeven organische stof.

Ecologie

Een schimmel op een boomstronk.

Bij een schimmel die op een boomstronk groeit, verloopt in verband met de voeding een aantal processen:

1. aminozuren worden opgebouwd tot proteïnen;
2. het voedsel wordt in de schimmeldraden opgenomen;
3. de schimmeldraden scheiden enzymen af;
4. onoplosbare voedingsstoffen worden veranderd in oplosbare voedingsstoffen.

In welke volgorde volgen de processen elkaar op?