Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 26

Ontdek de digitale toets over de piramide van biomassa en consumenten, gericht op leerlingen in de biologie, en test je kennis over voedselwebben en milieuproblemen. Deze toets bevat diverse vragen over trofische niveaus, populaties en de impact van menselijke activiteiten op ecosystemen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Piramide van biomassa en consumenten

Piramide.
Zie figuur B 5172 van de bijlage.

In nevenstaande figuur (een piramide) zijn P producenten, C1 consumenten 1e orde, C2 consumenten 2e orde en C3 consumenten 3e orde.

Wat stelt deze figuur voor?

afbeeldingafbeelding

Piramide van Aantallen Identificeren

Piramide van aantallen.
Zie figuur B 5173 van de bijlage.

Welk van de piramiden in nevenstaande figuur is of welke zijn een piramide van aantallen?

afbeeldingafbeelding

Afname van konijnen in Waterleidingduinen

Konijnen.
Zie figuur B 5175 van de bijlage.

In de grafiek hiernaast kun je het verloop van de aantallen konijnen in de Amsterdamse Waterleidingduinen tussen 1990 en 2002 zien.

Met welk percentage (afgerond op hele procenten) neemt het aantal tussen 1990 en 2000 af?

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

Trofische niveaus in het voedselweb

Ganzenmest.
Zie figuur B 5176 van de bijlage.

De mest van de grauwe gans kan een belangrijke input zijn voor het voedselweb in een meer.
In de afbeelding hiernaast is dat schematisch weergegeven.

Tot welk trofisch niveau horen futen en sterns?

tot het trofische niveau

afbeeldingafbeelding

Uitspraken over milieuproblemen en energie

Milieuproblemen.

Justine doet in een gesprek met Kim over milieuproblemen een aantal uitspraken. Kim kan zich in de meeste daarvan niet vinden, want zij en Justine houden er totaal verschillende opvattingen op na. Echter, één bewering van Justine vindt Kim ook vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt onacceptabel.

Welke uitspraak is dat?

Bepaling van loopkeverpopulatie

1/2 Loopkevers.

Een onderzoeker wil het aantal loopkevers van een bepaalde soort in een tuin op een heel afgelegen plek bepalen. Hij vangt op een dag 18 van die kevers, voorziet ze van een stipje nagellak en laat ze weer los. Drie dagen later vangt hij 15 kevers, waarvan er 3 gemerkt zijn.

Hoe groot is de loopkeverpopulatie in deze tuin?

ongeveer loopkevers

Effect van slijtage op populatieschatting

2/2 Loopkevers.

De nagellak op de loopkevers slijt snel af.

Leidt dit tot een te hoge of een te lage schatting van het aantal?

Relatie tussen watervlooien soorten

1/2 Twee soorten watervlooien.
Zie figuur A 1161 van de bijlage.

In een experiment werden populaties van twee soorten watervlooien (Daphnia pulicaria) en Daphnia magna) gekweekt. De grootte van beide populaties werd gemeten:

1. in een kweekbakje met algen als voedsel;
2. in een kweekbakje met gist als voedsel.

In de afbeelding hiernaast zie je de resultaten van het experiment grafisch weergegeven.
Je kunt het verloop van de aantallen volgen tegen de tijd.

Welk type relatie is er tussen beide soorten watervlooien?

afbeeldingafbeelding

Voedselbronnen voor watervlooien

2/2 Twee soorten watervlooien.
Zie figuur A 1161 van de bijlage.

Welke voedselbron is het meest geschikt voor Daphnia pulicaria?

En welke voor Daphnia magna?

afbeeldingafbeelding

Relatie tussen parasolmieren en sinaasappelblad

Parasolmieren.

Drie parasolmieren slepen samen een sinaasappelblad naar hun nest.

Van welke relatie is hier sprake?
van

Relaties tussen mieren en bospapaya

Mieren en de bospapaya.

Agressieve aztekenmieren leven in holle stelen (stengels, stammen en takken) van de bospapaya. De bospapaya verschaft de mieren woonruimte en voedsel (speciale zetmeelhoudende voedsellichaampjes). Herbivoren die delen van planten willen eten, worden door de mieren aangevallen en weggejaagd.

Van welke vorm van relatie is deze samenleving een voorbeeld?
van

Wat is fowrudoti voor organisme?

Fowrudoti.
Zie figuur B 5180 van de bijlage.

Fowrudoti (zie afbeelding 1) is een groene plant die in Suriname leeft op manjabomen (zie afbeelding 2).

Wat is fowrudoti voor organisme?
Het is een .

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Invloed van insecticiden op roofwespen

1/3 Een harige rups.
Zie figuur B 5186 van de bijlage.

In het Braziliaanse regenwoud wonen rupsen van de soort Lonomia obliqua. Zij zijn met pluizige haren bedekt. Via die haren kunnen ze een stof in de huid van zoogdieren brengen die een stollingsfactor in het bloed van die dieren afbreekt. Vooral nu gedeelten van het woud worden omgezet in sojaplantages, vormen deze rupsen een probleem voor de mens. Hun enige natuurlijke vijand, een parasitaire roofwesp, is daar inmiddels uitgeroeid door insecticiden. Bij de roofwesp is de huid minder behaard en daardoor minder beschermd tegen gif.

Geef nog een andere verklaring voor het feit dat de roofwesp meer te lijden heeft gehad van het insecticide dan Lonomia obliqua .

afbeeldingafbeelding

Voedselvoorziening van Lonomia-rupsen

2/3 Een harige rups.

Leid uit de tekst bij de vorige vraag af, op welke wijze Lonomia-rupsen aan voedsel komen.

Oorzaken van tegenvallende sojaproductie

3/3 Een harige rups.

In de sojaplantages blijkt de oogst al na enkele jaren dramatisch tegen te vallen.

Geef daarvoor een verklaring.

Ophoping van landbouwgif in voedselketens

Ophoping.

Bij welke schakel in een voedselketen treedt het snelste ophoping van een persistent landbouwgif op?

Bij de .

Abiotische factoren voor suikerrietgroei

1/5 Suikerriet wereldwijd.
Zie figuur B 5197 van de bijlage.

Suikerriet is een plant waaruit, zoals de naam al zegt, suiker wordt gewonnen. Oorspronkelijk kwam suikerriet alleen voor in het tropische Indonesië en Nieuw-Guinea. Tegenwoordig zijn er plantages over de hele wereld. In de Middeleeuwen introduceerden de Arabieren het gewas in het Middellandse zeegebied en Columbus nam het 500 jaar later weer mee naar Zuid-Amerika. Toen Australië ontdekt werd bleek het gewas ook daar uitstekend te verbouwen.
Nederlandse boeren verbouwen ook gewassen uit andere delen van de wereld, zoals maïs en aardappelen uit Amerika. Het verbouwen van suikerriet lukt echter niet, doordat bepaalde abiotische factoren niet geschikt zijn.

Noem twee abiotische factoren die op de groei van suikerriet van invloed zijn.

afbeeldingafbeelding

Mutaties en variatie in suikerrietrassen

2/5 Suikerriet wereldwijd.

Van suikerriet bestaan verschillende rassen. Deze rassen zijn voornamelijk door veredeling ontstaan. Elk ras verschilt steeds net iets van een ander: bijvoorbeeld grotere bladen, meer huidmondjes, beter bestand tegen insectenvraat.

Leg op moleculair niveau uit hoe de verschillen tussen suikerrietrassen zijn ontstaan.

De rol van boeren in suikerrietveredeling

3/5 Suikerriet wereldwijd.

Beschrijf de rol van de boeren bij de veredeling van de verschillende suikerrietrassen.

Resistentie van suikerrietkevers tegen pesticiden

4/5 Suikerriet wereldwijd.

Het suikerriet dat in Australië wordt verbouwd werd ingevoerd vanuit Zuid-Amerika. Er kwam echter ook een Zuid-Amerikaanse kever mee. Deze kever, de suikerrietkever, kan grote hoeveelheden suikerriet eten. De kever groeide uit tot een plaag voor de suikerrietplantages.
De Australische boeren kunnen de plaag bestrijden met pesticiden tegen de kever. Pesticiden zijn echter ook schadelijk voor andere organismen. Bovendien bestaat de kans dat de suikerrietkever resistent wordt.

Leg uit hoe een populatie suikerrietkevers kan ontstaan die resistent is tegen een bepaald type pesticide.