1/3 Sluipwespen in het vrije veld.
Henry Brubaker tuurt naar het felrode speelgoedvliegtuigje dat zojuist terugkeert van een geslaagde missie over zijn katoenveld. In tien minuten tijd heeft het vliegtuig 20 ha katoen voorzien van een verse lading gaasvliegeieren, waarvan de vraatzuchtige larven zich vol overgave te goed zullen doen aan de witte vlieg, een van de hardnekkigste plaaginsecten in de Amerikaanse landbouw. Brubaker: 'Gedurende de afgelopen vier tot vijf jaar is de witte vlieg onze grootste plaag geworden. Witte vlieg is met chemische middelen vrijwel niet uit te roeien. We hebben nu onze hoop op biologische bestrijding gericht'.
'We gebruiken noodgedwongen nog steeds veel chemicaliën ter bestrijding van plagen, maar we staan altijd open voor andere technieken en hebben al diverse biologische middelen uitgeprobeerd', aldus Brubaker. Het bedrijf heeft goede resultaten met feromonen tegen de katoenrups. Feromonen zijn geurstoffen die insecten voor onderlinge communicatie gebruiken. In dit geval wordt het mannetje bij het zoeken naar een vrouwtje door een overmaat aan lokstof in verwarring gebracht, waardoor de paring en dus de voortplanting niet plaatsvindt.
Ter bestrijding van de witte vlieg die zowel katoen- als meloenplanten aantast, gebruikt Brubaker de genoemde gaasvlieg, maar alleen de katoen bleek er bij gebaat te zijn. Brubaker: 'Naar mijn observatie houden gaasvliegen meer van katoen dan van meloen. Aan de andere kant is de witte vlieg juist doel op meloen. Vandaar dat de combinatie gaasvlieg-katoen wel werkte en gaasvlieg-meloen niet'.
Bij zijn strijd tegen de plaaginsecten krijgt Brubaker ondersteuning van het bedrijf ARBICO (Arizona Biological Control). Zoals Koppert in Nederland zich als eerste op het pad van de biologische bestrijding waagde, deden Rich Frey en zijn vrouw Sheri Herrera, eigenaars van ARBICO, pionierswerk op dit gebied in de Verenigde Staten. Het inmiddels 16-jarige bedrijf verstuurt per post veertig miljoen 'beneficial bugs' per week naar landen over de hele wereld. Via het gratis telefoonnummer 800-SOS-BUGS kan iedere boer in nood een vrijblijvend consult krijgen. Met hun gevarieerde aanbod van 'killer-insects' kunnen zij een groot deel van de problemen de baas. Veel boeren zijn zo langzamerhand chemisch gefixeerd geraakt. Nu zitten we met het probleem dat insecten, met als beste voorbeeld de witte vlieg, resistent zijn geworden tegen chemicaliën. We moeten wel met wat anders komen'.
'Volgens Rich Frey van ARBICO is het vooral het kostenaspect dat boeren motiveert om over te stappen op biologische bestrijding. Frey: 'De meeste boeren houden zich niet met milieu bezig. Maar zodra ze horen dat het publiek tot 40 procent meer wil betalen voor organisch gekweekte groente, raken ze geïnteresseerd'. Nederland heeft een grote expertise in de biologische bestrijding - vooral in kassen - en die komt goed van pas in een land dat hierin nog nauwelijks enige traditie heeft. Minkenberg richt zich op het zoeken van de juiste roofdieren voor verschillende plaaginsecten. Een van de projecten is de massakweek van sluipwespen ter bestrijding van de witte vlieg. Het probleem waarvoor hij zich geplaatst ziet is de enorme schaal waarop de biologische bestrijding moet plaatsvinden. Minkenberg: 'In Nederland heb je te maken met de gesloten omgeving van een kas zodat het proces eenvoudig onder controle is te houden. Maar hier in de woestijn van Arizona werkt men met akkers van wel 5.000 ha. Daar moet je dus heel veel sluipwespen op loslaten. Dergelijk grootschalig gebruik van biologische bestrijdingstechnieken is volstrekt nieuw, ook in de Verenigde Staten. ARBICO heeft zich tot nu toe op veel kleinere schaal met 'pest-control' beziggehouden. Eveneens nieuw is het specifiek zoeken naar nieuwe combinaties van roof- en plaagdier. Tot nu toe heeft men altijd met natuurlijke vijanden gewerkt, die uit het oorsprongsgebied van de plaaginsecten kwamen'.
Zie volgende scherm