Oefentoets Biologie: Ziekten | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ziekten

1/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur B 4412 van de bijlage.

Informatie 1 Malaria
1.1 De levensloop van de malariaparasiet.
afbeeldingafbeelding

Malaria is een gevreesde ziekte die in grote delen van de wereld in moerassige en natte streken veel slachtoffers maakt.
De verwekker van malaria is een eencellig diertje dat als parasiet in een malariamug leeft en alleen door een malariamug kan worden overgedragen. Als een besmette mug een mens steekt, komen de parasieten met het speeksel van de mug in het bloed van de mens. Daar dringen ze rode bloedcellen binnen. Hierin planten de parasieten zich voort door celdeling. Dit is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting. De rode bloedcellen barsten na twee dagen open en de parasieten komen vrij in het bloedplasma. Dit heeft een koortsaanval tot gevolg die één dag duurt. De vrijgekomen parasieten kunnen weer rode bloedcellen binnendringen.

Zie volgende scherm

Ziekten

2/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur B 4413 van de bijlage.

1.2 De levensloop van de malariamug
afbeeldingafbeelding
Alleen de vrouwtjes van de malariamug steken. Zij hebben een bloedmaaltijd nodig om eitjes te kunnen vormen.
De eitjes worden in stilstaand water van plassen en moerassen gelegd en ontwikkelen zich daar tot larven. De larven hebben aan het achtereinde van hun lichaam een adembuis die in verbinding staat met de ademhalingsorganen. De poppen die uit de larven ontstaan, drijven tegen de oppervlakte van het water en hebben ook adembuizen. Uit een pop ontwikkelt zich een volwassen mug.

1.3 Bestrijding van malaria
De bestrijding van malaria vindt meestal plaats door het doden van malariamuggen.
In het verleden werd daarvoor het chemische bestrijdingsmiddel DDT gebruikt.
Een andere bestrijdingsmethode is het droogleggen van plassen en moerassen.
Tot 1958 kwam in Nederland malaria voor. De malariamug is uit Nederland vooral verdwenen door moerassen droog te leggen en door de zee buiten te sluiten.

Zie volgende scherm

Ziekten

3/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur B 4414 van de bijlage.

1.4 Noodbehandeling
Als je in een malariagebied verblijft en antimalariamiddelen gebruikt, kun je toch besmet raken. Als je ziekteverschijnselen vertoont die op malaria lijken kun je zelf, als er geen medische voorzieningen aanwezig zijn, een eenmalige noodbehandeling met het antimalariamiddel Lariam toepassen. Het middel is verkrijgbaar in de vorm van tabletten van 250 mg en doodt de malariaparasieten.
Bij zo'n noodbehandeling is de dosering:

- Kinderen: 15 mg per kg lichaamsgewicht, met een maximum van 1000 mg in één dosis
- Volwassenen: 4 tabletten in één keer

Informatie 2 Echinococcose
2.1 De levenscyclus van de vossenlintworm

afbeeldingafbeelding

In woonwijken worden de laatste jaren regelmatig vossen waargenomen.
In de dunne darm van een vos (soms ook bij een hond of een kat) kunnen als parasiet lintwormen van 2 – 6 mm voorkomen. De eitjes van deze lintwormen komen met de ontlasting van een besmet dier op de grond terecht.
Deze eitjes kunnen met het voedsel in het lichaam van kleine knaagdieren terechtkomen.
Ook de mens kan de eitjes binnenkrijgen, bijvoorbeeld door het eten van ongewassen vruchten. Uit een eitje ontwikkelt zich dan een zogenaamde blaasworm. Deze nestelt zich meestal in de lever en kan ernstige ziekteverschijnselen veroorzaken. Deze ziekte heet echinococcose. Vossen kunnen een blaasworm binnenkrijgen door een besmet knaagdier te eten. In de vossendarm ontstaat uit de blaasworm een groot aantal volwassen lintwormen. Voor de vos is de besmetting niet dodelijk.

Zie volgende scherm

Ziekten

4/23 Ziek van de natuur.

2.2 Voorzorgsmaatregelen tegen echinococcose
Uit een onderzoek is gebleken, dat deze lintworm ook in Nederlandse vossen voorkomt. In gebieden waar de lintworm is aangetroffen, is het raadzaam om de volgende maatregelen te nemen.

1. Bosvruchten zoals bramen en bosbessen, groenten en fruit goed wassen.
2. Honden regelmatig medicijnen geven tegen lintwormen.
3. Personen die met vossen in contact zijn gekomen, kunnen hun bloed laten onderzoeken op bepaalde stoffen tegen echinococcose.

Informatie 3 Hondsdolheid of rabiës
Hondsdolheid is een ziekte die veroorzaakt wordt door een virus dat vooral het centraal zenuwstelsel aantast.
Hondsdolheid komt niet alleen voor bij honden, maar ook bij andere zoogdieren. Het virus wordt met het speeksel van een besmet dier overgebracht, onder andere op de mens. In Nederland moeten honden ingeënt worden tegen hondsdolheid.

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Ziekten

5/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur B 4415 van de bijlage.

Informatie 4 De ziekte van Lyme
afbeeldingafbeelding
Teken zijn een paar millimeter grote spinachtige diertjes, die in struikgewas leven. Daar wachten zij soms maandenlang tot een geschikte 'gastheer' langs komt, bijvoorbeeld een egel, muis, hond of mens. Zij laten zich vallen en hechten zich aan de huid van de gastheer om bloed te zuigen.
Bij een deel van de tekenpopulatie in Nederland komen in de ingewanden bacteriën voor die de ziekte van Lyme bij een mens kunnen veroorzaken. Hoe langer een teek op de huid van de mens blijft zitten, des te groter is de kans dat de infectie wordt doorgegeven. Vier tot twintig dagen na een infectie verschijnt er vaak een ringvormige rode plek op de huid. Het lichaam vormt wel antistoffen tegen de bacterie, maar deze zijn pas enkele maanden na een infectie door een test aan te tonen.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Ziekten

6/23 Ziek van de natuur.

Hebben de ziekteverwekkers van malaria celkernen?
En hebben ze celwanden?

Ziekten

7/23 Ziek van de natuur.

Een bepaalde malariaparasiet die het lichaam van een mens is binnengedrongen, is resistent tegen een bepaald antimalariamiddel. De parasieten die in het bloed uit deze parasiet ontstaan, zijn ook resistent.

Geef een verklaring dat deze nakomelingen ook resistent zijn met behulp van informatie 1.1.

Ziekten

8/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur B 4416 en figuur A 954 van de bijlage.

In het diagram van figuur B 4416 is de lichaamstemperatuur weergegeven van iemand met malaria gedurende enkele dagen. Een deel van de grafiek is niet getekend.

Welk van de afgebeelde diagrammen in figuur A 954 geeft het ontbrekende deel van de grafiek juist weer? Gebruik hierbij informatie 1.1.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ziekten

9/23 Ziek van de natuur.
Zie figuur B 4416 van de bijlage.

ALTERNATIEF !

In het diagram van figuur B 4416 is de lichaamstemperatuur weergegeven van iemand met malaria gedurende enkele dagen. Een deel van de grafiek is niet getekend.

Teken met behulp van informatie 1.1 het ontbrekende deel van het diagram in op de uitwerkbijlage.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

10/23 Ziek van de natuur.

Iemand die besmet is met malaria, kan een bron van infectie zijn.

Drie manieren waarop infectieziekten kunnen worden overgedragen zijn:

1. door lichamelijk contact
2. door hoesten
3. door een mug

Op welke manier of manieren kan malaria worden overgedragen?

Ziekten

11/23 Ziek van de natuur.

Muggen leggen hun eitjes in het water, waarin zich ook de larven ontwikkelen.

Op welke manier nemen de muggenlarven zuurstof op?

Ziekten

12/23 Ziek van de natuur.

Leg uit dat malaria kan worden bestreden door het droogleggen van plassen en moerassen.

Ziekten

13/23 Ziek van de natuur.

In informatie 1.4 staat dat het antimalariamiddel Lariam gebruikt kan worden als noodbehandeling.

Hoeveel tabletten Lariam mag een kind dat 50 kg weegt maximaal gebruiken bij zo'n noodbehandeling? Leg je antwoord uit met behulp van een berekening.

Ziekten

14/23 Ziek van de natuur.

In vossenpoep die onderzocht wordt, vindt men een stukje weefsel. Men vraagt zich af of het een stukje weefsel is van de vos zelf of van een vossenlintworm.

De cellen hebben een celmembraan en een celkern.

Kan dit een stukje weefsel van de vos zelf zijn?
Zo nee, waardoor niet?

Ziekten

15/23 Ziek van de natuur.

Over een mogelijke besmetting met de vossenlintworm worden twee beweringen gedaan.

1. Een mens kan besmet worden met echinococcose door het eten van ongewassen bosvruchten.
2 Als een mens besmet is met echinococcose, komen in zijn ontlasting eitjes van de vossenlintworm voor.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Ziekten

16/23 Ziek van de natuur.

Leidt uit de informatie af in welke periode tussen 1961 en 1985 in Nederland mensen besmet zijn geraakt met rabiës.
En door welke diersoorten kunnen ze besmet zijn geraakt volgens de informatie?

Schrijf je antwoord zó op:
periode: ………………………………………………….
diersoorten: ……………………………………………..

Ziekten

17/23 Ziek van de natuur.

Verschillende diersoorten in de natuur kunnen besmet zijn met het rabiësvirus.
Vossen probeert men in te enten tegen rabiës door lokaas met vaccin te verspreiden in gebieden met veel vossen.

Leg uit waarvoor men juist vossen probeert in te enten.

Ziekten

18/23 Ziek van de natuur.

Als iemand in contact is geweest met een dier dat hondsdolheid heeft, bestaat het gevaar, dat hij besmet is met het rabiësvirus.

Moet zo iemand behandeld worden door actieve immunisatie of door passieve immunisatie? Leg je antwoord uit.

Ziekten

19/23 Ziek van de natuur.

Zal iedereen die door een teek gebeten wordt de ziekte van Lyme krijgen? Leg je antwoord uit met behulp van informatie 4.

Ziekten

20/23 Ziek van de natuur.

Is een teek die een hond bijt een consument, een producent of een reducent?