Ademhaling
1/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.
In de afbeelding is onder andere een deel van het ademhalingsstelsel weergegeven.
Wat stroomt via buis Q afwisselend een long in en uit?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
1/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.
In de afbeelding is onder andere een deel van het ademhalingsstelsel weergegeven.
Wat stroomt via buis Q afwisselend een long in en uit?
afbeelding
2/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.
Stroomt door bloedvat P zuurstofrijk of zuurstofarm bloed? Leg je antwoord uit.
afbeelding
3/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.
Het bloed in bloedvat R stroomt naar het hart toe.
In welk deel van het hart komt dit bloed als eerste terecht?
afbeelding
4/6 Ademhalingsstelsel.
In de wand van de luchtpijp bevinden zich ringen.
Uit welk type weefsel zijn deze ringen voornamelijk opgebouwd?
5/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3166 van de bijlage.
De binnenzijde van de luchtpijp is bedekt met slijmvlies.
Wat is de functie van de trilharen in dit slijmvlies?
afbeelding
6/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3167 van de bijlage.
Bij een proefpersoon wordt de samenstelling van de ingeademde en de uitgeademde lucht vergeleken. Voor drie gassen: koolstofdioxide, stikstof en zuurstof, zijn de resultaten in een willekeurige volgorde weergegeven in het staafdiagram.
Van welk gas geven de staven bij Q het resultaat weer? Leg je antwoord uit.
afbeelding
1/3 Zuurstofopname.
In de longen wordt zuurstof in het bloed opgenomen.
Door welk deel van het bloed wordt zuurstof vooral opgenomen?
2/3 Zuurstofopname.
Zie figuur B 3148 van de bijlage.
De hoeveelheid zuurstof die in het bloed kan worden opgenomen, hangt onder andere af van het geslacht en de leeftijd.
Bij een groep ongetrainde mannen en vrouwen heeft men gemeten hoeveel zuurstof het bloed per minuut kan opnemen.
De resultaten van deze metingen zijn weergegeven in het diagram.
Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek worden twee uitspraken gedaan:
1. De hoeveelheid zuurstof die opgenomen kan worden, neemt af tussen het 12e en 40e levensjaar.
2. Bij mannen (en jongens), ouder dan 15 jaar, kan per minuut meer zuurstof in het bloed worden opgenomen dan bij vrouwen (en meisjes), ouder dan 15 jaar.
afbeelding
afbeelding
3/3 Zuurstofopname.
Lees uit het diagram af hoe groot het verschil is tussen de maximale hoeveelheid opgenomen zuurstof per minuut bij mannen en bij vrouwen van 45 jaar.
Deze hoeveelheid is [invulveld] liter
afbeelding
1/2 Ademhalen.
Zie figuur A 810 van de bijlage.
In de afbeelding is de stand van het middenrif (tekening 1 en 2) en van de ribben (tekening 3 en 4) weergegeven op verschillende momenten tijdens de ademhaling.
Welke tekening geeft de stand van het middenrif weer van iemand die net diep heeft ingeademd?
En welke tekening geeft de stand van de ribben weer op datzelfde moment?
afbeelding
afbeelding
2/2 Ademhalen.
Zie figuur B 3420 van de bijlage.
In de afbeelding is de borstkas getekend op twee verschillende momenten tijdens de ademhaling.
Welke tekening geeft de borstkas weer van iemand die diep inademt?
Zijn op dat moment de middenrifspieren ontspannen of samengetrokken?
afbeelding
afbeelding
1/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Ademhalen is een levenskenmerk.
Noem nog twee andere levenskenmerken.
2/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Zie figuur B 3105 van de bijlage.
Bij het ademhalen beweegt het middenrif.
Welke tekening geeft een diepe inademing weer?
afbeelding
3/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Zie figuur B 3106 van de bijlage.
In de afbeelding is de luchtpijp aangegeven.
Rondom de luchtpijp zijn ringen. Deze ringen zorgen ervoor dat de luchtpijp stevig en beweeglijk is.
Uit welk weefsel bestaan deze ringen om de luchtpijp?
afbeelding
4/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Vertakkingen van de luchtpijp komen in de longblaasjes uit.
Wat is de naam van zo'n vertakking die in de longblaasjes uitkomt?
1/2 Gaswisseling.
Bij allerlei processen in organismen worden gassen verbruikt en komen gassen vrij. Het opnemen en afstaan van deze gassen wordt gaswisseling genoemd.
Wanneer men de inwendige bouw van de longen van de mens bekijkt, valt het op dat er vele in- en uitstulpingen en vertakkingen zijn.
Hierover worden drie uitspraken gedaan.
1. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de borstholte kleiner zijn.
2. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de longinhoud kleiner zijn.
3. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou het longoppervlak kleiner zijn.
Welke uitspraak is juist?
2/2 Gaswisseling.
De luchtwegen van de mens bestaan onder andere uit bronchiƫn, longblaasjes en luchtpijp.
Waar in de luchtwegen vindt de uitwisseling van gassen tussen bloed en lucht plaats?
1/2 De huig.
In de keelholte van de mens kruisen de luchtweg en de voedselweg elkaar. De huig en het strotklepje zorgen ervoor dat voedsel en lucht op de juiste plaats terechtkomen. Wanneer dit niet goed gebeurt, kunnen we ons verslikken. Wanneer we ons verslikken gaan we hoesten.
Waardoor ontstaat de hoestprikkel?
2/2 De huig.
Wat is daarbij de functie van de huig?
1/2 De werking van de longen.
Zie figuur A 779 van de bijlage.
Tijdens een les legt een leraar de werking van de longen uit. Hij gebruikt hierbij het apparaat dat in de afbeelding is weergegeven. Door deel P omhoog of omlaag te bewegen, veranderen de ballonnen van grootte. Zie tekening 1 en tekening 2.
De leraar zegt: "Zo lijken deze ballonnen op onze longen".
Waarmee is deel P van het apparaat bij de ademhaling te vergelijken?
afbeelding