1/7 Een fossiele kerstboom?
BINNENKORT IN UW TUIN: EEN PREHISTORISCHE KERSTBOOM.
Als alles meezit, kunnen we over een paar jaar prehistorische kerstbomen kopen - bomen die nog stammen uit de tijd van de dinosauriërs. De eerste zaadjes van het onlangs in Australië ontdekte 'levende fossiel' zijn al ontkiemd.
De boom werd deze zomer bij toeval gevonden door een Australische bosopzichter, David Noble, in het Nationale Park van Wollemi, ruim 250 kilometer ten westen van Sydney. In een diepe kloof, midden in het ontoegankelijke regenwoud van de Blauwe Bergen, trof hij een opstand met veertig meter hoge naaldbomen die hem volstrekt onbekend voorkwamen. De stam, die een omtrek had van drie meter, was diep chocoladebruin en gebobbeld en de naalden van de boom leken van was.
Noble sneed een flinke tak van de boom af en zond die naar deskundigen van de botanische tuin in Sydney. Aanvankelijk werd de vondst afgedaan als een onbekend soort varen, maar nadat de plantenkundigen zelf een bezoek aan het gebied hadden gebracht, en ook de theorie dat het ging om een uit China overgewaaide naaldboom onhoudbaar bleek, moesten zij erkennen dat zij voor raadsel stonden. Het kostte drie maanden speuren in de wetenschappelijke literatuur voordat, vorige week, de oplossing kwam: de boom behoorde tot een soort waarvan voor het overige alleen prehistorische verwanten bekend zijn. Die verwanten zijn allemaal honderdvijftig miljoen jaar geleden uitgestorven toen de dinosauriërs over de aarde heersten.
De naaste verwanten van de Wollemiboom kende men tot op heden slechts als versteende afdrukken uit het museum. "Het is inderdaad alsof we een levend dinosaurusje hebben gevonden dat zich in een stil hoekje van de aarde heeft weten te handhaven," zo zei de directeur van de botanische tuin, Carrick Chambers enthousiast. Er wordt al gesproken van de belangwekkendste biologische vondst van de eeuw. Daarvan werd overigens ook gesproken in 1938, toen vissers uit de diepzee bij Madagaskar een coelacanth ophaalden, een kwastvinnige die volgens de theorie al zestig miljoen jaar geleden uitgestorven had moeten zijn. Hiervan werden later nog meer exemplaren en zelfs andere soorten gevonden.
In 1941 werd in Midden-China een moerascipres (een naaldboom) ontdekt waarvan men aannam dat die zeventig miljoen jaar geleden was uitgestorven, en die ook alleen maar fossiel bekend was. Hoe dan ook, terwijl meteorieten op aarde insloegen, ijstijden de aarde met gletsjers bedekten en de mens ten slotte oprukte tot op amper honderd kilometer afstand, wist de boom, teruggedrongen tot een niche (speciale groeiplek) ter grootte van een voetbalveld, de tijden te trotseren. Hij was kennelijk perfect aangepast aan die vochtige plek: vrijwel zonder enige evolutionaire veranderingen wist hij zich te handhaven en voort te planten. Zelfs de grootste bosbrand van de eeuw, die begin dit jaar het gebied rond Sydney teisterde, liet de bomen ongerept. In totaal zijn 39 levende exemplaren ontdekt, 23 volwassen en 16 jonge bomen. De oudste is, volgens de eerste schattingen, driehonderd jaar oud. De exacte vindplaats houden de Australische geleerden vooralsnog geheim, bang dat toeristen graag een bijzonder stekje willen meenemen.
Om de boom te redden - misschien een wat overdreven actie gezien het verleden van de soort - hebben de onderzoekers inmiddels zaden verzameld en geplant. Een ervan schijnt al ontsproten te zijn en dat zou het begin van een miljoenenzaakje kunnen zijn. "Het wordt de Australische kerstboom," zo voorspelde de milieuminister van New South Wales, Chris Hartcher, direct. "Over enige tijd," denkt ook de hortulanus (beheerder van een speciale biologische tuin) van Sydney, "zal iedereen een boompje uit de tijd van de dinosauriërs in de tuin hebben." Dat hebben veel mensen overigens al: de Chinese moerascipres die zeventig miljoen jaar geleden net niet uitstierf, Metasequoia glyptostroboides, siert al menige westerse tuin - de boom verliest 's winters zijn naalden en draagt vrijwel bolvormige kegels.
(Het Parool, 24 december 1994 en Bio-aktueel 6-95)
Zie volgende scherm
-