Oefentoets Biologie: Bloed | Bloedcellen | VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

2/3 Bloedplaatjes.

Bij Karin wordt vastgesteld dat het aantal bloedplaatjes per ml bloed veel lager is dan normaal. Over de directe gevolgen hiervan worden drie beweringen gedaan:

1. Het bloed van Karin vervoert minder zuurstof.
2. Het bloed van Karin doodt minder ziektekiemen.
3. Het bloed van Karin stolt minder snel.

Welke bewering is juist?

Bloed

3/3 Bloedplaatjes.

1. Het bloed van Karin vervoert minder zuurstof.
2. Het bloed van Karin doodt minder ziektekiemen.
3. Het bloed van Karin stolt minder snel.

Welke bewering(en) is(zijn) juist?

Bloed

1/3 Bloeddeeltjes.
Zie figuur B 3107 van de bijlage.

In het beenmerg van bepaalde botten worden bloeddeeltjes gemaakt. In de afbeelding zijn enkele van deze botten met grijs aangegeven.
Ook is een bepaald type bloeddeeltjes te zien.

In welke botten worden volgens de bovenstaande informatie bloeddeeltjes gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/3 Bloeddeeltjes.
Zie figuur B 3107 van de bijlage.

Welke bloeddeeltjes zijn in de afbeelding weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Bloed

3/3 Bloeddeeltjes.

Bloeddeeltjes hebben bepaalde taken. In het schema staan drie taken.

afbeeldingafbeelding

Welke taak hoort bij welk bloeddeeltje? (combineer het nummer met de juiste letter)

  • C
  • A
  • B
  • het bestrijden van ziekteverwekkers
  • het laten stollen van bloed
  • het transporteren van zuurstof

Bloed

1/3 Bloedplaatjesarmoede.

Een patiënt met 'bloedplaatjesarmoede' heeft een zo groot tekort aan bloedplaatjes, dat dit levensgevaarlijk kan zijn.

Leg uit waardoor een tekort aan bloedplaatjes levensgevaarlijk kan zijn.

Bloed

2/3 Bloedplaatjesarmoede.
Zie figuur B 3272 van de bijlage.

In de afbeelding is een microscopisch beeld van bloed te zien.

Met welke letter wordt een bloedplaatje aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Bloedplaatjes-armoede.
Zie figuur B 1453 van de bijlage.

Sommige mensen hebben te weinig bloedplaatjes in hun bloed. Dit wordt bloedplaatjes-armoede genoemd.
In de afbeelding zijn van gezond bloed drie verschillende bloeddeeltjes weergegeven.

Welk bloeddeeltje stelt een bloedplaatje voor?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Bloedplaatjes-armoede.

Wat is het gevolg van bloedplaatjes-armoede?

Bloed

1/2 Bloedcellen.

In welk orgaan worden rode bloedcellen afgebroken?

Bloed

2/2 Bloedcellen.

In welk orgaan worden bloedcellen gemaakt?

Bloed

Zeehonden.

Doordat het bloed van een zeehond veel bloeddeeltjes bevat die zuurstof transporteren, kan het dier lang onder water blijven.

Welke bloeddeeltjes worden hier bedoeld?

Bloed

Dauwworm.

Kunnen bloeddeeltjes de wanden van de haarvaten passeren?
Zo ja, welke bloeddeeltjes?

Bloed

Steenpuist.

Een steenpuist ontstaat als een haarzakje ontstoken raakt door bacteriën. De huid rond een steenpuist is rood en gezwollen. Dit komt omdat bepaalde bloeddeeltjes de binnengedrongen bacteriën proberen te doden.

Welke bloeddeeltjes proberen bij een steenpuist de binnengedrongen bacteriën te doden?

Bloed

Hib-ziekten.

Hib is de afkorting van de naam van een bacterie die bij mensen kan voorkomen in de slijmvliezen van de luchtwegen. Meestal veroorzaakt dit geen ernstige ziekteverschijnselen, omdat witte bloedcellen in de slijmvliezen de bacteriën onschadelijk maken.

Noem een manier waarop witte bloedcellen bacteriën bestrijden.

Bloed

Het waterpokkenvirus.

Op latere leeftijd kan het virus gordelroos veroorzaken. De verschijnselen zijn anders dan bij waterpokken.
Bijvoorbeeld op de buik treedt een zeurende of stekende pijn op. De aangetaste huid ziet er rood en vlekkerig uit.
Net als bij waterpokken vormen zich blaasjes met vocht. Ongeveer tien tot vijftien procent van de patiënten houdt er lang last van en heeft veel pijn. Maar meestal is het virus binnen een maand met succes door het lichaam bestreden en zijn de klachten weer verdwenen.

Geef de naam van de bloeddeeltjes die actief zijn bij het bestrijden van het virus.

Bloed

Zadelproblemen.

Op de plaats van een steenpuist bevinden zich veel witte bloedcellen.

Leg uit waarvoor zich daar veel witte bloedcellen bevinden.

Bloed

Steek in je zij.

De milt bevat een kleine voorraad aan bloed en breekt oude rode bloedcellen af. Daarnaast helpt de milt bij de afweer tegen infecties met bepaalde bacteriën.

Leg uit dat in de milt niet alleen rode bloedcellen, maar ook heel veel witte bloedcellen kunnen voorkomen.

Bloed

Blaasproblemen.
Zie figuur B 4463 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie bloeddeeltjes met een letter aangegeven.

Welke letter geeft een witte bloedcel aan?

afbeeldingafbeelding