Oefentoets Biologie: Bloed - Samenstelling | VWO 5/VWO 6 | variant 2

Ontdek de digitale toets over het transport van ijzer-ionen, H+-ionen en de concentratie van ureum in het bloed, gericht op studenten biologie en gezondheidswetenschappen. Test je kennis met uitdagende vragen over bloedsamenstelling en stofconcentraties in het menselijk lichaam. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Transport van ijzer-ionen in het bloed

IJzer-ionen.

Bij zoogdieren wordt een groot deel van de ijzer-ionen na opname in het bloed gebonden aan grote eiwitmoleculen in het bloedplasma. Ze worden als eiwit-ijzercomplex door het bloed vervoerd. Deze wijze van transport wordt vergeleken met het vervoer van vrije ijzer-ionen door het bloed.
Hierover worden drie beweringen gedaan:

1. het eiwit-ijzercomplex wordt sneller door het bloed getransporteerd dan vrije ijzer-ionen;
2. het eiwit-ijzercomplex wordt beter in de weefselvloeistof opgenomen dan vrije ijzer-ionen;
3. het eiwit-ijzercomplex wordt niet door de cellen van de nierkapsels doorgelaten en vrije ijzer-ionen wel.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Transport van H+-ionen in het bloed

Transport van H+ -ionen.

Een onderzoeker wil nagaan of op een bepaald moment het bloed meer H+ -ionen transporteert dan normaal.
Hij overweegt de volgende metingen te verrichten:

1. het meten van de kooldioxide-afgifte in de longen;
2. het meten van de zuurgraad van de urine;
3. het meten van het melkzuur-gehalte in de urine;
4. het meten van het NaCl-gehalte van het transpiratievocht.

Het is alleen zinvol over te gaan tot de metingen

Concentratie ureum in het bloed

De gemiddelde concentratie ureum per mL bloed.
Zie figuur B 1670 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van de bloedsomloop van de mens schematisch weergegeven. De gemiddelde concentratie ureum per mL bloed wordt bepaald op de plaatsen 1, 2, 3 en 4.

In welke van onderstaande reeksen is de concentratie ureum gerangschikt van een lage naar een hoge concentratie?

(laag -> hoog)

afbeeldingafbeelding

Vermenging van Bloed in het Lichaam

Vermenging van bloed.

De bloedsamenstelling is niet overal in het menselijk lichaam gelijk.

Vermenging van bloed van een bepaalde samenstelling met bloed van een andere samenstelling vindt onder andere plaats in

Bloedsamenstelling en stofconcentraties

Bloedsamenstelling.

In onderstaande tabel zijn, in dezelfde eenheden, de gemiddelde concentraties weergegeven van enkele stoffen in bloedplasma, in weefselvocht en in cytoplasma bij de mens. De kolommen staan in willekeurige volgorde.

afbeeldingafbeelding

Welke kolom is van toepassing op bloedplasma, welke op weefselvocht en welke op cytoplasma?

afbeeldingafbeelding

Glucosegehalte in verschillende bloedvaten vergelijken

De schommelingen in glucosegehalte van het bloed.

De schommelingen in glucosegehalte van het bloed in de poortader, in de leverader en in de leverslagader worden met elkaar vergeleken.

In welk van deze bloedvaten is het verschil tussen het minimum glucosegehalte en het maximum glucosegehalte van het bloed het kleinst en in welk het grootst?

afbeeldingafbeelding

Ureumgehalte in de bloedsomloop

Het ureumgehalte van het bloed.
Zie figuur B 2514 van de bijlage.

De tekening geeft de bloedsomloop van de mens schematisch weer.

Op welke van de aangegeven plaatsen in het bloedvatenstelsel is het ureumgehalte van het bloed gemiddeld het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Glucose- en ureummeting in bloedaders

Glucose in leverader en in nierader.

Gedurende enige tijd worden bij een zoogdier in het bloed van de leverader en in dat van een nierader de hoeveelheden glucose per mL gemeten.
Eveneens worden de hoeveelheden ureum per mL gemeten.

Is de gemiddelde hoeveelheid glucose per mL in de leverader groter of kleiner dan die in de nierader?
En de gemiddelde hoeveelheid ureum?

afbeeldingafbeelding

Schommelingen in glucosegehalte in bloedvaten

Schommelingen van het glucosegehalte.

Het glucosegehalte van het bloed in verschillende bloedvaten in het lichaam van de mens is niet constant.

In welk bloedvat zijn de schommelingen van het glucosegehalte over een periode van 24 uur het grootst?

Laagste ureumgehalte in het bloedvatenstelsel

Het laagste ureumgehalte.
Zie figuur B 2535 van de bijlage.

Op welke van de in de tekening aangegeven plaatsen in het bloedvatenstelsel van de mens is het ureumgehalte het laagst?

afbeeldingafbeelding

Hongeroedeem en lage bloedplasma-concentraties

Hongeroedeem bij mensen.

Een van de bekende symptomen van hongeroedeem bij mensen is het opzwellen van weefsels.
Dit verschijnsel is het gevolg van een te lage concentratie van opgeloste stoffen in het bloedplasma.

Van welke stof of van welke stoffen is dan de concentratie in het bloedplasma te laag?

Glucosegehalte in verschillende bloedvaten

Glucosegehalte van het bloed.

Bij de mens wordt het gemiddelde glucosegehalte van het bloed in de volgende bloedvaten met elkaar vergeleken:

1. in een longslagader;
2. in de leverader;
3. in de bovenste holle ader;
4. in de onderste holle ader vlak bij het hart.

Welke reeks geeft de rangschikking van hoog naar laag van het gemiddelde glucosegehalte van het bloed in deze bloedvaten weer?

hoog -> laag

Glucoseconcentratie in bloed na inname

Glucoseconcentratie in leverader hoger en in poortader.

Een proefpersoon drinkt op tijdstip 0 een bepaalde hoeveelheid water waarin 50 g glucose is opgelost. In de tabel hieronder is de glucoseconcentratie in het bloed van de proefpersoon gegeven op tijdstip 0 en op een aantal tijdstippen daarna. Voor de bepaling van de glucoseconcentratie in het bloed is bloed afgenomen door middel van een vingerprik.

afbeeldingafbeelding

Kan in de onderzochte periode de glucoseconcentratie in de leverader hoger zijn geweest dan 7,7 mmol/l?
En in de poortader?

afbeeldingafbeelding

Vergelijking van Longslagader en Aorta

Longslagader en het begin van de aorta vergeleken.

Bij de mens worden het begin van de longslagader en het begin van de aorta vergeleken met betrekking tot de volgende gegevens:

1. de bloeddruk;
2. het aantal rode bloedcellen per mL bloed;
3. het koolstofdioxidegehalte van het bloed;
4. de hoeveelheid bloed die per minuut door het desbetreffende bloedvat stroomt.

Welke van deze gegevens hebben vrijwel dezelfde waarde in het begin van de longslagader en in het begin van de aorta?

Glucoseconcentratie in Bloedplasma en Organen

1/3 Bloedplasma.

De concentratie van bepaalde opgeloste stoffen in het bloedplasma van de mens is niet constant. De glucoseconcentratie in het bloedplasma dat een orgaan instroomt, kan bijvoorbeeld lager zijn dan de glucoseconcentratie in het bloedplasma dat dit orgaan uitstroomt.

De glucoseconcentraties in het instromende en uitstromende bloed worden vergeleken bij:

1. de alvleesklier,
2. de wand van de dunne darm,
3. de lever.

Bij welke van deze organen kan de glucoseconcentratie in het instromende bloed lager zijn dan die in het uitstromende bloed?

Vergelijking eiwitconcentratie in bloedplasma en serum

2/3 Bloedplasma.

De samenstelling van het bloedplasma wordt vergeleken met die van het bloedserum.

Is de concentratie van eiwitten in het bloedplasma lager dan, gelijk aan of hoger dan die in het bloedserum?

Antistoffen in Bloedplasma en Bloedserum

3/3 Bloedplasma.

Worden antistoffen aangetroffen in het bloedplasma, in het bloedserum of in beide?

Test op eiwitten in bloedserum

Bloedserum.

Bloedserum wordt met behulp van een eiwitindicator onderzocht op de aanwezigheid van eiwitten.

Hoe zal deze test uitvallen?

Stoffen in gehemolyseerd bloed

Hemolyse.

Als bloedcellen kapot gaan, spreekt men van hemolyse.
In een experiment wordt 5 mL gehemolyseerd bloed onderzocht op het voorkomen van de volgende stoffen:

1. fosfolipiden;
2. DNA-polymerase;
3. nucleotiden;
4. oxaalazijnzuur.

Welke van deze stoffen is of welke zijn aan te tonen in gehemolyseerd bloed?

Eigenschappen van bloedserum en bloedplasma

Bloedserum.

Bloedserum kan, in tegenstelling tot bloedplasma niet stollen, door de afwezigheid van