Oefentoets Biologie: Ordening - protisten | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Ontdek de digitale toets over insecten, hun zuurstofopname en lichaamsstructuur, gericht op studenten biologie die hun kennis over deze fascinerende wezens willen testen en verdiepen. - 42 vragen

Aantal vragen

42

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Insecten en hun zuurstofopname

Insecten.

Insecten hebben een open bloedsomloop, waardoor een snelle bloedcirculatie niet mogelijk is. Toch zijn insecten in staat veel energie vrij te maken gedurende een lange tijd, bijv. bij vliegbewegingen.

Dit is onder meer mogelijk, doordat

Indeling van Dieren naar Lichaamsstructuur

Ordening.

Welk dier heeft welke indeling van het lichaam?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofopslag en energie bij insecten

Ordening.

Insecten hebben een open bloedsomloop, waardoor een snelle omloop niet mogelijk is. Toch zijn insecten in staat veel energie vrij te maken gedurende een lange tijd, bijvoorbeeld bij vliegbeweging
en.

Dit is onder meer mogelijk, doordat

Zuurstofvoorziening in tracheeënstelsel

Tracheeën.
Zie figuur B 935 van de bijlage.

Afgebeeld is een deel van een tracheeënstelsel; cel A en cel B hebben allebei zuurstof nodig.

Welke bewering is juist?

afbeeldingafbeelding

Bloedfuncties van Insecten

Insecten.

Het bloed van insecten vervoert

Ordening van Insecten en Andere Dieren

Ordening.

Tot de insecten behoren

Ordening van geleedpotigen

Ordening.

I. Het aantal poten of pootachtige delen bij de geleedpotigen neemt, naarmate zij zich hoger ontwikkelen, steeds verder af.
II. Het aantal looppoten neemt daarentegen juist toe.

Organen in het popstadium van vlinders

Ordening.

Tijdens het popstadium bij vlinders worden bepaalde organen van de larve afgebroken en sommige opgebouwd.

Welke organen worden afgebroken en welke opgebouwd?
Waardoor vindt de afbraak plaats?

afbeeldingafbeelding

Leven van insecten zonder rode bloedcellen

Insecten.

Insecten kunnen leven zonder rode bloedcellen in hun bloed, omdat

Ademhaling bij honingbijen

Ademhaling.

Vindt bij een honingbij de ademhaling vooral plaats via de huid, vooral via tracheeën of via de huid en via tracheeën in gelijke mate?

Volgorde van gedaantewisseling bij insecten

Gedaantewisseling.

Enkele stadia van de gedaantewisseling van een bepaald insect zijn: ei, pop, rups en vlinder.

Wat is de juiste volgorde van deze stadia bij de gedaantewisseling?

Sponzen: Kenmerken en Leefomgeving

Ordening.

I. Sponzen hebben een inwendig skelet, slechts één grote opening en leven altijd in de zee.
II. Sponzen zijn niet-symmetrisch, hebben soms een skelet van hoornstofnaalden en leven van plankton.

Hydrostatische druk en lichaamsvolume bij vissen

Vissen.

Als vissen naar boven of naar beneden zwemmen verandert de hydrostatische druk op hun lichaam. Als gevolg daarvan zou hun lichaamsvolume kunnen veranderen.

Veel vissen gaan de veranderingen in lichaamsvolume tegen en daarmee veranderingen in opwaartse kracht door

Verwantschap tussen geleedpotigen en ringwormen

Ordening.

Kenmerken die wijzen op de verwantschap tussen geleedpotigen en ringwormen zijn:

Ademhalingsprocessen van de blaasworm

Ordening.

Bij de blaasworm vinden wij

Dwarsdoorsnede van de regenworm

Ordening.
Zie figuur B 932 van de bijlage.

De tekening stelt voor een dwarsdoorsnede van de regenworm.

Hierin worden de buikzenuwstreng, darm, lengtespieren, rugvat en lichaamsholte aangegeven met

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Beweging en spieren van de regenworm

Ordening.

Een segment van het lichaam van een regenworm wordt gestrekt door

Stevigheid en osmose bij regenwormen

Ordening.

De stevigheid bij regenwormen vindt zijn oorzaak in

Bouwplan van gewervelde en ongewervelde dieren

Ordening.

Het bouwplan van de gewervelde dieren wordt onder andere gekenmerkt door een gesloten bloedsomloop en gesegmenteerdheid.

Beide kenmerken vinden wij ook in het bouwplan van bepaalde ongewervelde dieren, bij de

Geslachtsorganen en rijping bij regenwormen

Ordening.

Bij de regenwormen liggen de geslachtsorganen in een aantal van de

Gesegmenteerde lichamen in het dierenrijk

Segmentatie.

Zes afdelingen van het dierenrijk zijn:

1. de eencelligen,
2. de holtedieren,
3. de ringwormen,
4. de rondwormen,
5. de sponzen,
6. de weekdieren.

Bij welke van deze afdelingen hebben de dieren een gesegmenteerd lichaam?

Sponzen: Kenmerken en leefomgeving

Ordening.

I. Sponzen hebben een inwendig skelet, slechts één grote opening en leven altijd in de zee.
II. Sponzen zijn niet-symmetrisch, hebben soms een skelet van hoornstofnaalden en leven van plankton.

Onderdelen van een zeester identificeren

Zeester.
Zie figuur B 5597 van de bijlage.

In nevenstaande tekening van een uitgeprepareerde Asterias rubens staan 6 nummers.

Zet in de rechter kolom de juiste onderdelen bij de nummers 1 t/m 6.

afbeeldingafbeelding
  • middendarm

  • zeefplaat

  • geslachtsorganen

  • voetblaasjes

  • maag

  • anus

  • 1

  • 2

  • 3

  • 4

  • 5

  • 6

Structuur van de trechter bij inktvissen

Inktvis.
Zie figuur B 5598 van de bijlage.

Bekijk de tekening hiernaast.

Welke structuur is de trechter?

Dat is .

afbeeldingafbeelding

Lichaamsdelen van de zeester

Zeester.
Zie figuur B 5600 van de bijlage.

De in nevenstaande tekening met 1, 2, 3 en 4 aangegeven lichaamsdelen van de zeester zijn:

1 = ; 2 = ; 3 = ;
4 = .

afbeeldingafbeelding

Inktvis en prooi: wie is de snelste?

Inktvis.
Zie figuur B 5602 van de bijlage.

Welke inktvis zal, bij samentrekking van de mantel, als eerste de prooi P bereiken?

Inktvis .

afbeeldingafbeelding

Kenmerken van de zeemuis

Zeemuis.

De zeemuis (Aphrodite aculeata) is een gelede worm.

Waaraan kun je dat het best zien?

Anatomie van de mossel

Mossel.
Zie figuur B 5609 van de bijlage.

Nevenstaande tekening laat de anatomie van de mossel zien. Bij dit exemplaar zijn de rechterschelp en de rechtermantel verwijderd.

Wat is het juiste onderschrift bij de tekening?

1 = ; 2 = ; 3 = ; 4 = .

afbeeldingafbeelding

Kenmerken van de Strandgaper Schelp

Strandgaper.
Zie figuur B 5610 van de bijlage.

Hiernaast zie je de binnenkant van een schelp van een tweekleppige.
We beschouwen de kenmerken, die hieronder zijn weergegeven.

Zet de onderdelen in de rechter kolom bij de juiste nummers in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • voorste sluitspier
  • achterste sluitspier
  • siphospier
  • mantelrand
  • plaats van de voet
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Zeemuis en zijn voedingsgewoonten

Zeemuis.

De zeemuis (Aphrodite aculeata), behorend tot de Polychaeta of borstelwormen, speurt de zeebodem af op lekkere hapjes.

Daarbij gebruikt het dier de .

De functies van de zeefplaat bij zeesterren

Zeester.

Bij de zeester is de zeefplaat de toegang tot .

Voedseltype van de grote strandgaper

Strandgaper.

De grote strandgaper (Mya arenaria), een schelpdier, eet plankton. Dit voedsel kan zwevend in zee voorkomen. Als een dier dit eet, spreken we van een 'filter feeder'.
Anderzijds kan plankton vastzittend voorkomen op of in de zeebodem (de diatomeeënweide). Als een dier dit eet, spreken we van een 'deposit feeder'.

Wat is de strandgaper voor 'feeder';
Kun je dit uit de bouw van zijn sipho afleiden?

Anatomie van een zoetwatermossel

Een mossel.
Zie figuur B 5611 van de bijlage.

In nevenstaande afbeelding van een zoetwatermossel is een aantal organen en organenstelsels met cijfers aangegeven. Een mantelhelft, een paar kieuwen en een gedeelte van de voet zijn weggenomen.

De instroomopening is aangegeven met ;
de uitstroomopening met ;
het hart met ;
de maag met ;
de geslachtsklier met ;
de mond met .

afbeeldingafbeelding

Formule van landslakken streepjespatroon

Landslakken.
Zie figuur B 5621 van de bijlage.

Landslakken variëren in de kleur en in het streepjespatroon op de windingen. Je kunt het streepjespatroon van de onderste, grote winding in een formule weergeven, uitgaande van 5 strepen (zie figuur 1). Het bovenste streepje krijgt nr.1 enz. Als er een streepje ontbreekt, schrijf je 0, als er twee streepjes zijn vergroeid, zet je ze tussen vierkante haken, b.v. 10[34]5.
Bekijk de vier slakken in figuur 2. De streepjes zijn steeds donkerbruin, maar de schelpjes verschillen verder in kleur.

Wat is de formule van slak S?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Kokoskrab: Levend fossiel en gedrag

Levend fossiel.
Zie figuur B 5623 van de bijlage.

Birgus latro wordt in Nederland kokoskrab of klapperdief genoemd. Klapper is een ander woord voor kokospalm. Het komt van het Indonesische woord kelapa. De kokoskrab is de grootste landkrab ter wereld. Hij loopt al 200 miljoen jaar op aarde rond en wordt wel een levend fossiel genoemd. Hij jaagt soms op andere dieren, maar meestal eet hij vruchten, zoals de kokosnoot. De klapperdief komt voor in het Pacifisch gebied en het oostelijk deel van de Indische oceaan. Als je naar de Pacifische oceaan op vakantie gaat zul je hem zeker zien.
Deze kokoskrab werd al in de 17e eeuw beschreven door Georg Everhard Rumphius in zijn boek "D'Amboinsche Rariteitenkamer":
'Deze gedrochtelyke Krabbe heeft gemengd fatsoen, van een Krabbe en een Kreeft, en is daarenboven een bewoonder des lands, zonder zig ooit in 't water te begeven'.
De beschrijving "zonder zig ooit in 't water te begeven" kan niet helemaal correct zijn.

Met welk doel begeven de krabben zich op een bepaald moment toch te water? Om .

afbeeldingafbeelding

Structuren van een zeester

Zeester.
Zie figuur B 5624 van de bijlage.

Nevenstaande tekening toont een doorsnede door het lichaam van een zeester.

De structuren aangegeven met de cijfers I en II behoren respectievelijk tot het

afbeeldingafbeelding

Zoogdieren en hun voortplanting

Verschillende zoogdieren.

Stelling I: Een vogelbekdier heeft geen baarmoeder en ook geen placenta, een koalabeer mist alleen de placenta.
Stelling II: De gelijkenis tussen een eekhoorn en een buideleekhoorn is een voorbeeld van homologe ontwikkeling.

Welke van deze stellingen is of zijn juist?

Hoofdbestanddeel van byssus van mosselen

Byssus.

Een mossel (Mytilus edulis L.) kan zich vastzetten op een ondergrond met een bundel hechtdraden, 'byssus' genaamd, die hij vormt met een speciale byssusklier aan de basis van zijn voet. Byssusdraden zijn bijzonder taai en stevig. In de middeleeuwen werden hiervan zelfs kledingstukken geweven.

Wat zal het hoofdbestanddeel zijn van byssus?
Dat is .

Kenmerken van de meelworm

Meelworm.
Zie figuur B 5720 van de bijlage.

Een meelworm is een soort .

Het dier maakt een metamorfose door en leeft voornamelijk .

afbeeldingafbeelding

Evolutionaire band tussen ringwormen en weekdieren

Ringwormen en weekdieren.

Welk van de volgende beweringen kan als steun dienen voor de stelling dat er een nauwe evolutionaire band bestaat tussen het fylum Annelida (ringwormen en het fylum Mollusca (weekdieren)?

Kenmerken van neteldieren (Cnidaria)

Neteldieren.

Welke uitspraak over neteldieren (Cnidaria) is juist?

Hoofdafdeling van koraalriforganismen

7/10 Flora en fauna van Curaçao.
Zie figuur B 5733 van de bijlage.

Levende organismen bestaande uit koraalriffen vind je in de wateren rond het eiland Curaçao.

Tot welke hoofdafdeling behoren de organismen die het koraalrif opbouwen?

afbeeldingafbeelding