Oefentoets Biologie: Stofwisseling - algemeen | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Ontdek de digitale toets over stofwisseling, O2-verbruik en voeding voor sporters, gericht op studenten en geïnteresseerden in biologie en sportwetenschappen. Deze toets behandelt essentiële onderwerpen zoals de energiebehoefte, vitaminen, en de effecten van training op het lichaam. - 21 vragen

Aantal vragen

21

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Stofwisseling en O2-verbruik bij sport

Stofwisseling bij sport.
Zie figuur A 596 van de bijlage.

In de tabel in de figuur staat het O2 -verbruik van mannen en vrouwen gedurende bepaalde vormen van sport.

Zet de volgende sportvormen zo goed mogelijk op de juiste plaats (maak eerst een kladlijstje):

skiën (afdaling),
ongetraind sporten,
langlaufen 50 km,
wielrennen 10 km,
hardlopen 800-1500 m,
gewichtheffen,
schaatsen 1500 m,
hardlopen 400 m,
skispringen,
hardlopen 3000 m.

afbeeldingafbeelding

Vitamines en hun functie in voeding

2/2 Triatlon.

Sporters die meedoen aan een triatlon letten goed op hun voeding. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld vitaminepillen.

Tot welke groep stoffen behoren vitamines?

Functie van de warming-up

1/2 Warming-up.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.

In de afbeelding is iemand bezig met een warming-up.

Wat is een functie van de warming-up?

afbeeldingafbeelding

Levenskenmerken van Organismen

2/2 Warming-up.

Welk levenskenmerk wordt hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Gemiddelde energiebehoefte bij mannen van 14-18 jaar

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij mannen van verschillende leeftijden. Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij mannen tussen 14 en 18 jaar het grootst is.

Gemiddelde energiebehoefte bij zwangere vrouwen

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij vrouwen.
Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij zwangere vrouwen het grootst is.

-

Ontbrekend voedselgroep bij hardlopersontbijt

1/3 Hardlopen.
Zie figuur B 4592 van de bijlage.

Hardlopen kost veel energie.
Het ontbijt van een bepaalde hardloper bestaat uit:
- één wortel
- twee gefrituurde bananen
- twee boterhammen met aardbeien
- een portie rijst
- sinaasappelsap

Uit welk vak van de Schijf van Vijf ontbreekt er iets bij dit ontbijt?

afbeeldingafbeelding

Vertering van een banaan bij hardlopers

2/3 Hardlopen.

Tijdens een wedstrijd eten sommige hardlopers bananen.
Een banaan wordt verteerd in het spijsverteringsstelsel.
Hierbij passeren vezels van de banaan een aantal organen.

Wat is de juiste volgorde van deze organen?

Nadelen van mondademhaling bij hardlopen

3/3 Hardlopen.

Bepaalde voeding is noodzakelijk om een goede tijd te lopen.
Ook de ademhaling is belangrijk.
Hardlopers ademen door de mond en niet door de neus.
Ademhalen door de mond heeft nadelen.

Noteer twee nadelen van ademen door de mond in plaats van ademen door de neus.

Wat te doen als je verdwaald bent bij het skiën?

Verdwaald bij het skiën.

Wat kun je het beste doen, als je tijdens een skitocht verdwaalt en in de bergen lang op hulp moet wachten?

Lichaamsreacties bij koorts

1/2 Koorts.

Veel eiwitten, afbraakproducten van eiwitten en lipopolysachariden uit celmembranen van bacteriën, kunnen de ingestelde waarde ('set point') van de thermostaat in de hypothalamus (in hersenstam) laten stijgen. Binnen enige uren nadat de hypothalamus-thermostaat plotseling hoger is ingesteld, bereikt de lichaamstemperatuur van een mens deze nieuwe waarde.

Welke aanpassing of aanpassingen van het lichaam verwacht je gedurende deze uren?

Gevoelens tijdens een koortscrisis

2/2 Koorts.

Wanneer de lichaamstemperatuur de nieuwe, hoger ingestelde waarde van de hypothalamus-thermostaat heeft bereikt voelt de patiënt zich noch koud noch warm.
Daalt echter na een aantal dagen deze ingestelde waarde ('set point') vrij plotseling, dan komt de patiënt in een 'crisis'.

Welk gevoel heeft de patiënt tijdens de 'crisis’?

Effect van kou op de huidkleur

Koude.

Iemand gaat vanuit een goed verwarmde kamer naar buiten de vrieskou in.
Zijn gezicht zal aanvankelijk verbleken, maar na verloop van tijd verschijnt er weer een goed zichtbare rode kleur. Het verbleken is een teken van verminderde warmteuitstraling.

Waarom wordt het gezicht daarna toch weer rood?

Verbranding van Glucose en Spierfunctie

1/4 Spieren en energieverbruik.

Door het samentrekken van spieren kan ons lichaam bewegen. Bij dit samentrekken zetten de spieren chemische energie uit glucose om in bewegingsenergie en warmte. Dit gebeurt door het verbranden van de glucose. Bij het begin van een inspanning nemen het ademhalingsritme en het aantal hartslagen per minuut eerst toe. In de spieren ontstaan afvalproducten, waardoor we na enige tijd een zwaar en vermoeid gevoel kunnen krijgen.
Niet alle energie uit glucose wordt voor beweging gebruikt. Ongeveer 70% van de energie komt als warmte vrij. Deze warmte moet grotendeels worden afgevoerd, anders zou de lichaamstemperatuur gevaarlijk oplopen.

Welke stof is nodig voor het verbranden van glucose?

Bloeddoorstroming naar de hartspier bij inspanning

2/4 Spieren en energieverbruik.

Neemt bij het begin van een inspanning de hoeveelheid bloed die per minuut door de kransslagaders naar de hartspier wordt vervoerd toe of af of blijft deze hoeveelheid bloed gelijk?

Bewustwording van vermoeidheid en spieren

3/4 Spieren en energieverbruik.

Waar vindt de bewustwording van het "zwaar en vermoeid gevoel" plaats: in de grote hersenen, in de hersenstam of in de kleine hersenen?

Warmteafvoer uit het lichaam

4/4 Spieren en energieverbruik.

Welke van onderstaande vaten spelen de belangrijkste rol bij het afvoeren van warmte uit het lichaam?

Invloed van hormonen op stofwisseling

Hormonen.

In hormoonklieren worden hormonen gevormd. Deze hormonen worden afgegeven aan het bloed. Zo komen de hormonen overal in het lichaam terecht en kunnen ze op bepaalde plaatsen hun invloed uitoefenen. Die invloed kan het activeren van een andere hormoonklier zijn. Een voorbeeld van dit laatste is een hypofysehormoon dat de productie van een hormoon Q kan stimuleren.
Dit hormoon Q stimuleert de stofwisseling in de cellen van het lichaam.

Wat zal met de productie van koolstofdioxide door de cellen gebeuren, wanneer de stofwisseling wordt verhoogd onder invloed van hormoon Q?

Vermoeidheid door schildklierafwijkingen

De schildklier.

Door een afwijking aan de schildklier produceert deze soms te weinig hormoon. Eén van de verschijnselen is dan, dat een patiënt snel vermoeid raakt.

Leg uit waardoor iemand snel vermoeid raakt, als de schildklier te weinig hormoon maakt.

Schildklierfunctie en jodiumtekort

Schildklier en struma.

De schildklier van de mens heeft jodium nodig om zijn product te maken. De mens moet dit jodium via het voedsel binnenkrijgen. Als er een tekort aan jodium is, wordt de schildklier aangezet tot het maken van meer van zijn product. Dit wordt zichtbaar door het opzwellen van de schildklier (de zogenaamde struma of krop).
Ondanks dit opzwellen, blijft de hoeveelheid product die gevormd wordt te gering.

Verandert de stofwisseling van mensen die een tekort aan jodium krijgen?
Zo ja, hoe?

Temperatuurverandering tijdens spiertraining

Training.
Zie figuur B 3129 van de bijlage.

Tijdens een training trekt een bepaalde spier zich vaak samen.
De temperatuur van het bloed op plaats P is 37°C.

Hoe hoog is de temperatuur op plaats Q?

afbeeldingafbeelding