Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 11

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

2/5 Demoproject Patrijs.

Uit de resultaten van beide tabellen is het broedsucces berekend. Dit broedsucces werd in dit project berekend door het aantal patrijzen in het najaar te delen door het aantal in het voorjaar. Dit getal is een maat voor het broedsucces.

Bereken het broedsucces voor de jaren 1993 tot en met 1996 van de patrijspopulaties in zowel de projectvelden als de controlevelden in één decimaal nauwkeurig. Zet je uitkomsten in de vakken hieronder.

afbeeldingafbeelding

A: [invulveld]
B: [invulveld]
C: [invulveld]
D: [invulveld]
E: [invulveld]
F: [invulveld]
G: [invulveld]
H: [invulveld]

Ecologie

3/5 Demoproject Patrijs.
Zie figuur A 835 van de bijlage.

Teken op de uitwerkbijlage in één staafdiagram de broedsuccessen (uit de vorige vraag) voor de jaren 1993 tot en met 1996 van de patrijspopulaties in zowel de projectvelden als de controlevelden.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/5 Demoproject Patrijs.

Welke conclusie is te trekken uit de gevonden resultaten?

Ecologie

5/5 Demoproject Patrijs.

Afname van het aantal patrijzen tussen najaar en het voorjaar van het volgende jaar kan door een aantal factoren veroorzaakt worden. Naast natuurlijke sterfte heeft een aantal factoren invloed op de omvang van de populatie:

1. immigratie;
2. emigratie;
3. besmettelijke ziekten;
4. jacht door de mens.

Welke van deze factoren kunnen afname tussen najaar en voorjaar veroorzaken?

Ecologie

1/2 Een populatie geiten.
Zie de figuren B 1366 en B 1367 van de bijlage.

Op een eiland wordt een kleine kudde geiten losgelaten. Tot op dat moment bevonden zich geen geiten op het eiland. De populatie geiten groeit een aantal jaren tot een evenwicht wordt bereikt. In het diagram van de afbeelding is de verandering in de grootte van de populatie geiten op het eiland weergegeven.
In twee niet achtereenvolgende jaren P en Q wordt de leeftijdsopbouw van de populatie geiten onderzocht.

Zie figuur B 1367 van de bijlage.

De resultaten daarvan zijn in de vorm van staafdiagrammen in de afbeelding B 1367 weergegeven. In deze diagrammen geeft de breedte van elke horizontale staaf het percentage dieren in een bepaalde leeftijdsklasse aan.

Welk diagram geeft de situatie op tijdstip P weer? Geef een verklaring voor je antwoord.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Een populatie geiten.

Vanaf een gegeven moment neemt het aantal geiten niet meer toe. Het geboortecijfer en het sterftecijfer houden elkaar daarna ongeveer in evenwicht.

Noem twee mogelijke oorzaken voor het feit dat de grootte van de populatie niet meer toeneemt.

Ecologie

1/6 Grazen onder de grond.

Het is druk onder de grond. Onder een vierkante meter grasland leven alleen al miljoenen minuscule aaltjes. Sommige aaltjes leven van bodembacteriën, anderen zuigen aan plantenwortels en er bestaan ook 'roofaaltjes' die andere aaltjes eten, of zich te goed doen aan keverlarven of andere kleine bodembeestjes. Naast aaltjes en keverlarven leven er talloze soorten mijten en roofmijten, springstaarten, ritnaalden en andere diertjes in een ingewikkeld ondergronds voedselweb.
Samen vreten de ondergrondse grazers enorme hoeveelheden biomassa, misschien wel de helft van de primaire productie van de planten. Maar uit een onderzoek van ir. Gerlinde De Deyn blijkt, dat de bodemfauna ook een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van de plantengroei.

Wat zuigen de aaltjes uit de plantenwortels op?

Ecologie

2/6 Grazen onder de grond.

Onder primaire productie verstaan we de totale massa aan alle organische stoffen die door producenten gemaakt wordt. Deze organische stoffen maakt de plant via een aantal processen.

Wat is de naam van het eerste proces?

Ecologie

3/6 Grazen onder de grond.

Bij het onderzoek van De Deyn is voor het eerst de koppeling gelegd tussen de diversiteit in soorten van de bodemdiertjes en het verschijnen en verdwijnen van opeenvolgende plantensoorten in de natuur.
Een gezonde bodemfauna versnelt de opeenvolging in de vegetatie. De bodemdieren vreten heel selectief bepaalde grassen aan, waardoor andere, zeldzamere planten meer kans krijgen.

Hoe noemt men dit verdwijnen en verschijnen van opeenvolgende soorten?
Dit noemt men [invulveld]

Ecologie

5/6 Grazen onder de grond.

Welke is in voorgaand experiment de onafhankelijke variabele?

Ecologie

6/6 Grazen onder de grond.

In welke pot zullen de grasklokjes na toevoeging van het bodemmonster het beste groeien, als het vermoeden van De Deyn juist is? Of zal er geen duidelijk verschil optreden?

Ecologie

1/3 Kabeljauw.
Zie figuur B 3810 van de bijlage.

In de noordwestelijke Atlantische Oceaan, op het continentale plat van Canada en de Verenigde Staten, stortte de kabeljauwpopulatie begin jaren negentig volledig in. De Canadese overheid besloot daarom de vangst geheel te verbieden.
De kabeljauw leeft daar van lodde, een visje dat zich voedt met plantaardig en dierlijk plankton.

Tot welke twee schakels in de genoemde voedselketen kan de kabeljauw gerekend worden?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Kabeljauw.
Zie de figuren B 3810 en B 3811 van de bijlage.

Zelfs na tien jaar heeft dit vangstverbod nog niet geholpen. Ondanks het feit dat de dichtheid van de loddepopulatie in de noordwestelijke Atlantische Oceaan weer flink is toegenomen is de kabeljauwpopulatie toch niet in staat zich te herstellen.
Volgens André de Roos, hoogleraar te Amsterdam, komt dit toch door een tekort aan voedsel voor de kabeljauw. Hij bekeek de voedselketen waarvan kabeljauw en lodde deel uitmaken op een andere wijze. In het traditionele model van een voedselketen wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende afmetingen van de vissen in de loddepopulatie (zie de afbeelding B 3810). In het nieuwe model gebeurt dat wel (zie de afbeelding B 3811). Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote lodde. De kabeljauw eet alleen kleine lodde. Als er weinig kabeljauw is, kunnen veel loddes doorgroeien tot middelgroot formaat. De per lodde beschikbare hoeveelheid voedsel neemt dan af. Hierdoor worden weinig loddes volwassen. Alleen volwassen loddes krijgen nakomelingen.
De Roos stelt voor om de kabeljauw te redden door een groot deel van de middelgrote loddes weg te vangen.

Leg uit hoe de kabeljauwpopulatie door deze maatregel weer een kans krijgt toe te nemen.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

3/3 Kabeljauw.

In de Noordzee loopt de kabeljauwstand ook dramatisch terug. Dertig jaar geleden bedroeg de paaistand (dat is de hoeveelheid geslachtsrijpe kabeljauw) nog 250 duizend ton, nu is dat ongeveer 50 duizend ton.

Met welk percentage is de paaistand van kabeljauw afgenomen?

Ecologie

1/3 Koning der dieren.

Veel mensen willen de "koning der dieren" graag in zijn natuurlijke omgeving zien. De leeuwenpopulaties in West- en Centraal-Afrika zijn dan ook een belangrijke trekpleister voor toeristen. Maar hoe lang nog? De leeuwenpopulaties worden steeds kleiner en de vijftienhonderd leeuwen die nu nog in dat gebied leven, moeten niet verder in aantal teruglopen. In het grensgebied van Senegal, Mali en Guinee leeft een groep van tweehonderd leeuwen. Uitzonderlijk groot voor dit deel van West-Afrika. Een doorsnee groep bestaat uit vijftig tot honderd exemplaren. Groepen leven ver uit elkaar. Genetische diversiteit, die een populatie gezond houdt, wordt daarmee afgeremd. Mannetjes kunnen de vrouwtjes van verschillende populaties niet meer bereiken, laat staan bevruchten. Er komt dus geen vers bloed meer in zo'n populatie. We moeten er alles aan doen om de nog bestaande groepen in stand te houden. Want de tijd dat we de natuur zijn gang lieten gaan is voorbij', vindt ecoloog drs. Hans Bauer van het Centrum voor Milieukunde in Leiden.

Leg uit wat het effect van genetische diversiteit is op de overlevingskans van een populatie.

Ecologie

2/3 Koning der dieren.

Om uit de zorgelijke situatie te komen moeten de leefgebieden worden beschermd. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Naast en in veel leefgebieden van de leeuw leven veeboeren, die koeien, geiten en schapen houden.
Jaarlijks verslinden de leeuwen duizenden van deze huisdieren.

Welke voedselrelatie bestaat er dan tussen de leeuwen en de mens?

Ecologie

3/3 Koning der dieren.

In de veestapel kan tuberculose heersen, waar het vee nauwelijks last van heeft, maar waar de leeuw zeer vatbaar voor is. Daarom is inenten van de veestapel een goede maatregel ter bescherming van de leeuw.
Hierover worden twee beweringen gedaan.

1. Door de veestapel in te enten verdwijnt de tuberculosebacterie uit het gebied, zodat de leeuw niet meer besmet kan worden.
2. Door het eten van ingeënt vee, wordt de leeuw immuun tegen tuberculose.

Welke van bovenstaande beweringen is of zijn juist?

Ecologie

1/5 Korhoenders.

Tekst:
Korhoenders zijn in ons land bijzonder schaars geworden. Alleen op de Sallandse heuvelrug komt nog een levensvatbare populatie voor. Jarenlang schommelde de stand daar rond de 30 broedparen, maar de populatie lijkt geleidelijk in omvang af te nemen. Vorig jaar werden in Salland nog maar 16 korhanen geteld.
Vroeger gebruikten de korhoenders vooral de randen van het natuurgebied, waarbij braakliggende landbouwgrond en kruidenrijke akkers een belangrijke rol speelden. Maar de moderne landbouw biedt geen levensmogelijkheden meer voor het korhoen. De soort is nu vooral op de Sallandse heuvelrug zelf aangewezen, waar de rode bosbes de belangrijkste voedselbron vormt. Bij de achteruitgang van het korhoen zou de hogere vossenstand een rol kunnen spelen. Anderen wijzen op de zachte kwakkelwinters, waarin veel larven en poppen van insecten beschimmelen, zodat er in het volgende voorjaar als de kuikens uit het ei kruipen, een te laag voedselaanbod voor de kuikens kan zijn. De kuikens leven de eerste weken vooral van dierlijk voedsel, zoals rupsen, spinnen, kevers, pissebedden en mieren. De volwassen dieren eten jonge heidescheuten, boomknoppen en rode en blauwe bosbessen.

bewerkt naar: Marion de Boo, Korhoenders gaan ook op de Sallandse heuvelrug achteruit', NRC Handelsblad, 3 maart 2001

Zie volgende scherm

Ecologie

2/5 Korhoenders.

Teken een voedselweb met uit bovenstaande tekst de volgende schakels: boomknoppen, kevers, korhoenders, korhoenkuikens, rode bosbesplanten, rupsen, vossen. Neem korhoenders en korhoenkuikens als aparte schakels op.

Ecologie

3/5 Korhoenders.

Kuikens eten de eerste weken vooral dierlijk voedsel, maar schakelen later over op plantaardig voedsel.

Welke twee voordelen heeft dierlijk voedsel voor de opgroeiende kuikens?