Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 23

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Ontkiemende bonen.
Zie figuur B 2311 van de bijlage.

De leerling vermoedt dat de snelheid waarmee de bonen ontkiemen en groeien, afhankelijk is van de temperatuur in de ruimte waarin de bonen zich bevinden. Hij wil een practicumproef doen om deze veronderstelling (hypothese) te onderzoeken. Hij heeft daarvoor de volgende middelen ter beschikking: ontkiemende bonen, ophangbakje, U-buis, stop, kalkwater, thermometer, liniaal, horloge, geïsoleerde bak met koud water, geïsoleerde bak met warm water.

Met welke waarneming bij een proef kan hij bewijzen dat de snelheid van het ontkiemen en groeien afhankelijk is van de temperatuur?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Kieming van erwten.
Zie figuur B 1923 van de bijlage.

In een stopfles wordt een glas geplaatst dat gevuld is met helder kalkwater. De fles wordt gedeeltelijk gevuld met kiemende erwten en afgesloten met een stop. De temperatuur in de stopfles kan worden gemeten met een thermometer (zie de afbeelding).
Na drie dagen is het kalkwater troebel geworden. Als men in de stopfles een brandend kaarsje laat zakken, gaat de vlam onmiddellijk uit.

Is met deze proef fotosynthese in de erwten aangetoond?
En verbranding?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Kieming van erwten.
Zie figuur B 1923 van de bijlage.

In een stopfles wordt een glas geplaatst dat gevuld is met helder kalkwater. De fles wordt gedeeltelijk gevuld met kiemende erwten en afgesloten met een stop. De temperatuur in de stopfles kan worden gemeten met een thermometer (zie de afbeelding).
Na drie dagen is het kalkwater troebel geworden. Als men in de stopfles een brandend kaarsje laat zakken, gaat de vlam onmiddellijk uit.

Is met deze proef aangetoond dat de erwten koolstofdioxide vormden?
En dat ze zuurstof verbruikten?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Kieming van erwten.
Zie figuur B 1923 van de bijlage.

De stopfles bestaat uit isolerend glas en staat in een ruimte waarin de temperatuur steeds 20°C is.

Hoe zal aan het eind van de proef de temperatuur in de stopfles waarschijnlijk zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/5 Een kiemende erwt.
Zie figuur C 132 van de bijlage.

De afbeelding geeft een aantal stadia weer van de ontkieming van een erwt. In de zaadlobben van een erwt bevinden zich onder andere de stoffen zetmeel en eiwit. Nadat een erwt in de grond is gelegd, begint de kieming. Daarbij wordt water opgenomen.

Wordt in stadium 3 van de kieming zuurstof gevormd? En zuurstof verbruikt?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/5 Een kiemende erwt.
Zie figuur C 132 van de bijlage.

Kan fotosynthese plaatsvinden in stadium 4 van de kieming?
En verbranding?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/5 Een kiemende erwt.
Zie figuur C 132 van de bijlage.

Kunnen in het kiemplantje in stadium 4 eiwitten worden gevormd?
En kan in het kiemplantje in stadium 4 cellulose worden gevormd?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

4/5 Een kiemende erwt.
Zie figuur C 132 van de bijlage.

Door welk proces in de moederplant is deze organische grondstof ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

5/5 Een kiemende erwt.
Zie figuur C 132 van de bijlage.

Nemen de wortelharen in stadium 4 behalve water ook zouten op?
En zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Etheen.
Zie figuur B 2551.
afbeeldingafbeelding

Rijpe appels geven voortdurend het gas etheen af. Etheen heeft een grote invloed op planten.

Een leerling doet een proef met als onderzoeksvraag: Welke invloed heeft etheen op de lengtegroei van de stengels van ontkiemende erwten?

Ze zet vier schaaltjes met elk tien ontkiemende erwten onder glazen stolpen. Door het toevoegen van een rijpe appel komt er etheen in de lucht onder een stolp. In de afbeelding is een van de stolpen getekend.

Haar proefopzet is:

- schaaltje 1: erwten 48 uur onder een stolp zonder appel (= 0 uur in etheen);
- schaaltje 2: erwten eerst 24 uur onder een stolp met een rijpe appel, daarna 24 uur onder een stolp zonder appel (= 24 uur in etheen en 24 uur zonder etheen);
- schaaltje 3: erwten eerst 36 uur onder een stolp met een rijpe appel, daarna 12 uur onder een stolp zonder appel (= 36 uur in etheen en 12 uur zonder etheen);
- schaaltje 4: erwten 48 uur onder een stolp met een rijpe appel (= 48 uur in etheen).

Zie volgende scherm



-

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Etheen.
Zie figuur C 172 van de bijlage.

Na 48 uur meet ze de lengte van de stengels. In de tabel hieronder staan de resultaten van haar metingen.

afbeeldingafbeelding

Zet op de bijlage de gemiddelde lengte van de stengels uit in een lijndiagram.
Zet op de juiste plaats bij de assen: verblijftijd in etheen (uren) en gemiddelde stengellengte (cm). Zet ook de juiste getallen bij de assen.




-

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Etheen.
afbeeldingafbeelding

De onderzoeksvraag van de leerling was:

'Welke invloed heeft etheen op de lengtegroei van de stengels van ontkiemende erwten?'

Welke conclusie hoort op grond van de resultaten bij deze onderzoeksvraag?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Kiemende bonen.
Zie figuur B 3390 van de bijlage.

Iemand onderzoekt welke gassen ontkiemende bonen en bonenplanten opnemen en afgeven.
Hij plaatst de ontkiemende bonen en de bonenplanten in afgesloten glazen bakken met lucht, zoals in de afbeelding is aangegeven. De temperatuur is 20°C. De proef duurt 24 uur.

In welke bak zal het zuurstofgehalte het laagst zijn na afloop van deze proef?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Kiemende bonen.
Zie figuur B 3390 van de bijlage.

In welke bak zal het koolstofdioxidegehalte het laagst zijn na afloop van deze proef?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Kiemproeven.

Op de bodem van vier petrischalen worden filtreerpapiertjes gelegd. In elk schaaltje worden 24 zaden van een ui en wat water gedaan. De schaaltjes worden onder verschillende omstandigheden bewaard (zie de tabel).
Na een week wordt bekeken hoeveel zaadjes zijn ontkiemd en hoe de kiemplantjes er uitzien.
Het resultaat is eveneens in de tabel weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Iemand vergelijkt steeds twee schaaltjes met elkaar: 1 met 3, 1 met 4 en 2 met 3.

Uit welke vergelijking kan iets over de invloed van de temperatuur worden geconcludeerd?

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Kiemproeven.

Is licht nodig voor de ontkieming van zaden van een ui?
En voor de vorming van bladgroen in de plantjes?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/5 Kiemende bonen.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier stadia van de ontkieming van een zaad van een bonenplant weergegeven.
De zaadlobben in de stadia 1, 2 en 3 bevatten zetmeel.
De bladeren in de stadia 3 en 4 bevatten bladgroen.

Heeft het zaad water nodig voor de ontkieming?
En zuurstof?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/5 Kiemende bonen.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In welke stadia vindt verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/5 Kiemende bonen.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

Tussen welke stadia treedt celstrekking op?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

4/5 Kiemende bonen.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

De groei van de plant vindt plaats met behulp van stoffen uit de zaadlobben en met behulp van de in de bladeren gevormde stoffen.

Waaruit komen de stoffen voor de groei tussen de stadia 3 en 4?

afbeeldingafbeelding