Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Bij katten is het gen voor een gevlekte vacht (R) dominant over dat voor een ongevlekte vacht (r). Een vrouwtje met gevlekte vacht krijgt nakomelingen van een mannetje met gevlekte vacht. Deze nakomelingschap bestaat uit dieren met gevlekte vacht en dieren met een ongevlekte vacht.
Wat zijn de genotypen van de ouderdieren?
Genetica
Een stamboom. Zie figuur B 2001 van de bijlage.
De afbeelding geeft een stamboom van een hamsterfamilie weer, waarin de haarkleur van de hamsters is weergegeven.
Hoe groot is de kans dat de derde nakomeling een witte haarkleur heeft?
afbeelding
Genetica
Tomaten.
Bij tomatenplanten is het gen voor paarse stengel dominant (R) over dat voor een groene stengel (r). Stuifmeelkorrels van een plant met een paarse stengel zorgen voor bevruchting van een plant met een groene stengel. Van de vele nakomelingen heeft de helft een paarse stengel.
Wat waren de genotypen van de ouderplanten?
Genetica
Stengellengtes.
Men brengt stuifmeel van erwtenplanten met korte stengels op de stempels van heterozygote erwtenplanten met lange stengels. De aanleg voor lange stengels is dominant en voor korte stengels recessief.
Hoeveel procent van de F1
-planten zal een korte stengel hebben, wanneer er veel F1
-planten zijn?
Genetica
Haarkleur bij muizen.
Een mannetjesmuis werd gekruist met tien homozygote, bruine vrouwelijke muizen. Alle nakomelingen waren bruin. Deze nakomelingen werden onderling gekruist en het resultaat daarvan was 299 bruine en 109 witte muizen.
Welke haarkleur had de mannetjesmuis en hoe was zijn aanleg daarvoor?
afbeelding
Genetica
Bladranden bij tomaten. Zie figuur B 1030 van de bijlage.
Men kruist een tomatenplant die bladeren met ingesneden rand heeft met een tomatenplant die bladeren met gave rand heeft (P). De aanleg voor ingesneden rand is dominant over die voor gave rand. Beide planten zijn homozygoot voor de genoemde eigenschap. De nakomelingen (F1
) worden onderling gekruist. Hier volgen twee beweringen over de kruisingen.
1. De F1
-planten hebben bladeren met ingesneden rand en zijn alle heterozygoot. 2. Sommige F2
-planten hebben bladeren met ingesneden rand, andere bladeren met gave rand; ze zijn alle homozygoot voor de genoemde eigenschap.
Van deze beweringen
afbeelding
Genetica
Haarkleur bij cavia's.
Bij cavia's is de aanleg voor zwart haar dominant over die voor wit haar. Twee cavia's, heterozygoot voor deze aanleg, worden met elkaar gekruist.
Hoe groot is het percentage nakomelingen in de F1
dat wit haar zal hebben?
Genetica
De kleur van tomaten.
Bij tomaten is de aanleg voor rode vruchtkleur (R) dominant over die voor gele vruchtkleur (r). Men kruist een plant, heterozygoot voor deze aanleg, met een plant met gele vruchten.
Welke van onderstaande kruisingen geeft dit juist weer?
Genetica
Tomatenplanten kruisen.
Men kruist een tomatenplant met ronde vruchten met een tomatenplant met ovale vruchten. De aanleg voor ronde vruchten is dominant over die voor ovale vruchten. Eén van beide planten is heterozygoot voor deze aanleg.
De F1
bestaat uit
Genetica
Vachtpatronen.
Bij katten is de factor voor een gevlekte vacht dominant over die voor een ongevlekte vacht. Men kruist een heterozygote gevlekte kater met een niet-gevlekte kat.
Hoeveel procent van de F1
zal homozygoot gevlekt worden?
Genetica
Haarkleur bij hamsters.
Bij hamsters is de factor voor bruine haarkleur (R) dominant over die voor witte haarkleur (r). Twee bruine hamsters worden gekruist. De F1
bestaat uit bruine en witte nakomelingen.
Wat was de erfelijke aanleg van de ouderdieren voor haarkleur?
Genetica
Vachtpatronen.
Bij het vachtpatroon van katten is de aanleg voor een gevlekte vacht dominant over de aanleg voor een effen vacht. Een kater met gevlekte vacht wordt gekruist met een kat met effen vacht. Enige jongen hebben een gevlekte vacht, andere een effen vacht.
Is de kater homozygoot of heterozygoot voor de aanleg voor deze eigenschap? En de kat?
afbeelding
Genetica
Vleugellengtes.
Een fruitvlieg (Drosophila) met korte vleugels wordt gekruist met een heterozygote fruitvlieg met lange vleugels.
Hoeveel procent van de nakomelingen uit de F1
van deze kruising zal homozygoot zijn met korte vleugels, homozygoot met lange vleugels of heterozygoot met lange vleugels?
afbeelding
Genetica
Koeien kruisen.
Uit een kruising van een zwartbonte koe met een roodbonte stier werd een zwartbont kalf geboren.
Welke conclusie over de overerving van het kenmerk zwartbont is nu juist?
Genetica
Albinisme.
Albinisme is het ontbreken van pigment (kleurstof). Bij muizen is albinisme (g) recessief ten opzichte van grijze vachtkleur. De volgende kruisingen worden gedaan:
1. GG x Gg. 2. Gg x Gg. 3. Gg x gg. 4. GG x gg.
Uit welke van deze kruisingen kunnen in de F1
zowel grijze als albino-muizen ontstaan?
Genetica
Een kruising.
Hieronder staan vier beweringen over een monohybride kruising tussen twee homozygote organismen:
1. de F1
bestaat uitsluitend uit heterozygote organismen, 2. de F1
bestaat uit homozygote en heterozygote organismen, 3. de F2
bestaat uitsluitend uit heterozygote organismen, 4. de F2
bestaat uit homozygote en heterozygote organismen.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Genetica
Bananenvliegen.
Bij Drosophila (bananenvlieg) is de factor voor een grijs lichaam dominant over die voor een zwart lichaam. Een groot aantal Drosophila's, die heterozygoot zijn voor deze factoren, worden gekruist.
Wat is het te verwachten percentage nakomelingen met een zwart lichaam?
Genetica
Hoorns bij runderen.
Bij runderen is de factor voor hoornloos (H) dominant over die voor gehoornd (h). Een hoornloze koe wordt gekruist met een gehoornde stier. Het kalf is gehoornd.
Wat is de erfelijke aanleg van de koe en wat die van de stier voor deze factoren?
afbeelding
Genetica
Vachten bij cavia's.
Bij cavia's is de factor voor ruwharig (R) dominant over die voor gladharig (r). Een ruwharig dier wordt gekruist met een gladharig dier (P-generatie). De F1
bestaat uit ruwharige en gladharige jongen.
Hoe is de erfelijke aanleg van de P-generatie?
Genetica
Haren bij mensen.
Bij de mens is de factor voor krulhaar (R) dominant over die voor sluik haar (r). In een gezin heeft een van de kinderen krulhaar en een ander kind heeft sluik haar. Ook de moeder heeft sluik haar.