Plantenanatomie
Intercellulaire holtes.
Welk transport vindt in hoofdzaak via de intercellulaire holten van een plant plaats?
Het transport van
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Intercellulaire holtes.
Welk transport vindt in hoofdzaak via de intercellulaire holten van een plant plaats?
Het transport van
Transport van glucose in stengel.
Zie figuur B 1716 van de bijlage.
In de figuur staat een tekening van een gedeelte van een dwarsdoorsnede door een stengel.
Het transport van glucose naar het centrum van het merg vindt plaats
afbeelding
Vaatbundel.
Zie figuur B 638 van de bijlage.
De tekening toont een deel van een zogenaamd 'spiraalvat' uit een vaatbundel van een zaadplant.
Is dit een bastvat of een houtvat?
Wat is de functie van de spiraalvormige verdikking?
afbeelding
afbeelding
Dennenboom.
In takken van een dennenboom bevinden zich weefsels die dienen voor:
1. stevigheid;
2. transport van anorganische stoffen;
3. transport van organische stoffen.
Welke van deze functies wordt (worden) voornamelijk door het houtgedeelte vervuld?
Waterplanten en landplanten.
Waterplanten die volledig onder water leven, hebben in vergelijking met landplanten vaak minder vaten.
Welke vaten komen dan minder voor en waarmee hangt dit samen?
Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 97 van de bijlage.
De tekening stelt een lengtedoorsnede van een vaatbundel voor.
Welk cijfer geeft het cambium aan?
afbeelding
Doorsneden van organen van planten.
Zie figuur B 617 van de bijlage.
Figuur P en figuur Q stellen dwarsdoorsneden van twee organen van een plant voor. Figuur R stelt een lengtedoorsnede van enkele vaten voor.
In welke van de aangegeven delen kunnen de in figuur R weergegeven vaten worden aangetroffen?
afbeelding
Vaatbundel.
Zie figuur B 607 van de bijlage.
De figuur stelt een foto van een vaatbundel voor.
Bevindt zich in de wand van P cellulose?
En houtstof?
afbeelding
afbeelding
Doorsnede maisstengel.
Zie figuur B 580 van de bijlage.
De tekening stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een maïsstengel voor.
Met welk cijfer is een houtvat aangegeven?
afbeelding
Vorming van transportvat.
Zie figuur B 549 van de bijlage.
De tekening stelt het ontstaan van een deel van een transportvat voor in een tak van een boom.
Treedt de celvergroting van 1 naar 2 vooral op door celstrekking of door plasmagroei?
Worden in transportvat 4 in de zomer vooral anorganische stoffen en water of vooral organische stoffen en water vervoerd?
afbeelding
afbeelding
Zoutplanten.
Zie figuur B 2523 van de bijlage.
Er zijn landplanten die in een zout milieu leven. Zulke planten kunnen op verschillende wijzen aan het zoute milieu zijn aangepast. Een voorbeeld van een zoutplant (Zeekraal) is weergegeven in de afbeelding.
Bij deze zoutplanten is de zoutconcentratie in de omgeving van de wortels erg hoog. Alle planten vertonen een selectieve opname van zouten in de wortels. Selectieve opname betekent dat zouten in verschillende verhoudingen in de plant worden opgenomen. Door de hoge concentratie zouten rondom de wortels van zoutplanten dringt echter toch veel zout de cellen van de plant binnen. De zoutplant kan dan zouten opslaan in de vacuolen van cellen. Wanneer de concentratie van zouten in de vacuolen echter zeer hoog wordt, gaan zulke cellen dood.
Sommige soorten zoutplanten hebben een dichte beharing op de bladeren. In deze haren worden ook zouten opgeslagen.
Welke functie kan deze beharing nog meer hebben?
afbeelding
Bladstructuur en milieu.
Zie figuur B 519 van de bijlage.
De tekening steelt een deel voor van een dwarsdoorsnede van een blad van een plant die aangepast is aan extreme omstandigheden.
Zijn dit zeer droge of zeer vochtige omstandigheden?
Via welke opening vooral vindt regeling van de verdamping plaats, via opening 1 of via opening 2?
afbeelding
afbeelding
Doorsneden van verschillende bladeren.
Zie figuur C 6 van de bijlage.
De tekeningen stellen dwarsdoorsneden van stukjes van verschillende bladeren voor.
Welk blad is het best aangepast aan droge omstandigheden?
afbeelding
Weefsels van planten.
In welk(e) van de hieronder genoemde weefsels van een plant kunnen cellen met bladgroen worden aangetroffen?
1. het vulweefsel van een blad (bladparenchym);
2. de opperhuid van een wortel;
3. het merg van een stengel (mergparenchym).
Endodermis.
Zie figuur B 217 van de bijlage.
In de jonge wortels van vaatplanten bevindt zich tussen schors en vaatweefsel een gesloten schede van cellen, de endodermis. De wanden van de endodermiscellen die niet evenwijdig zijn met de omtrek van de wortel (de dwarse en radiale wanden) bevatten een doorlopend kurkbandje (het bandje van Caspari).
Wat is de functie van deze kurkbandjes?
afbeelding
Lengtedoorsnede van worteltop.
Zie figuur A 113 van de bijlage.
Genoemde tekening geeft een lengtedoorsnede van een worteltop van een tuinboon weer. Hierin kan men drie zones onderscheiden, die onder andere gekarakteriseerd worden door verschillende processen.
De drie vergrotingen laten microscopische beelden zien van deze drie zones.
In welke regel worden de processen in deze zones juist omschreven?
afbeelding
afbeelding
Doorsnede jonge wortel.
Zie figuur B 82 van de bijlage.
De schematische tekening stelt een dwarsdoorsnede van een jonge wortel voor.
Waar bevindt zich cambium en waar bevinden zich bastvaten?
afbeelding
afbeelding
Doorsnede jonge esdoornwortel.
Zie figuur B 250 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor van een jonge esdoornwortel.
In welk deel bevindt zich de meeste houtstof?
afbeelding
Doorsnede jonge wortel.
Zie figuur B 608 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een jonge wortel voor.
Bevindt zich bij 1 vulweefsel (parenchym) of steunweefsel?
Bevindt zich bij 2 delingsweefsel of transportweefsel?
afbeelding
afbeelding
Doorsnede worteltop.
Zie figuur B 348 van de bijlage.
Met een lichtmicroscoop wordt een preparaat van een doorsnede van een worteltop bekeken.
Eén van de weefsels heeft de volgende eigenschappen:
1. de cellen zijn klein in vergelijking met de cellen van aangrenzende weefsels,
2. in veel cellen zijn duidelijk chromosomen zichtbaar.
Op welke van de aangegeven plaatsen (zie tekening) bevindt zich dit weefsel?
afbeelding