DNA-RNA-eiwitsynthese
1/6 Het koninkrijk van Dejenaa.
Lees de tekst hieronder.
Lang geleden heerste in het koninkrijk Cellula koning Dejenaa. Hij had twee lieftallige dochters, die prinses Cytosine en prinses Thymine heetten. Bovendien had hij twee stevig uit de kluiten gewassen zoons: prins Guanine en prins Adenine. Omdat het koningskinderen waren, hadden ze alle vier heel mooie fluwelen kleren aan, met de koninklijke tekens erop geborduurd. Aan de voorkant een vijfhoekig figuur met een D in het midden en op de rug een cirkel met de letter P.
Op een dag riep koning Dejenaa zijn kinderen bij zich.
-"Er heerst onrust in het land. De bevolking is in wanorde en de productie stagneert. Ik wil dat jullie, verkleed als twee eenvoudige stellen, het paleis uitglippen en maatregelen nemen om de orde te herstellen", zei de koning tegen zijn kinderen.
-"Nou", zei Cytosine, "het lijkt me duidelijk wie met wie gaat, want mijn zusje en ik hebben allebei een andere favoriete broer!" De andere drie stemden daar meteen mee in. Korte tijd later keerden ze ontdaan terug.
-"De paleiswacht heeft mij tegengehouden", snikte een van de prinsessen. "Volgens hem ben ik veel te zwak om te gaan, nu ik net ziek ben geweest."
-"De wachters hebben gelijk", zei Dejenaa. "Maar ik moet toch iets doen om de chaos te herstellen?"
-"Laat mij gaan", klonk het zachtjes uit de tuin. -
"Jij, stiefzusje"", zeiden de twee prinsessen. "Nee, ga jij maar de paarden verzorgen in de stal!"
-"Wacht eens', zei de koning. "Het is nog niet zo'n gek idee, uiteindelijk is zij ook een prinses. Neem jij de plaats van je zusje dan maar in."
Zo gingen de twee stellen op weg. Na een lange zwerftocht bereikten ze een grote stad. Ze vonden een herberg die bestond uit twee halfcirkelvormige ruimtes. In die ruimtes zagen ze nogal wat ongemotiveerde politieagenten en andere ambtenaren. De twee stellen gingen ieder in gesprek met die mensen en wisten hen zoveel moed in te spreken dat zij uit hun lethargie ontwaakten en weer gemotiveerd raakten voor hun werk. Ze gaven elkaar allemaal een hand en vormden zo een lange ketting, waarna ze de herberg verlieten en aan de slag gingen.
Binnen enkele dagen heerste er weer orde in de stad. Dat sloeg over op andere steden en het land bloeide als nooit tevoren. Het meest opgetogen was het stiefzusje. Voortaan werd zij net zo behandeld als de andere koningskinderen.
Iedereen in het koninkrijk leefde nog lang en gelukkig.
Zie volgende scherm
-



