Oefentoets Biologie: Genetica - stambomen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 38 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

38

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1020 van de bijlage.

Bij de mens is rechtshandigheid (R) dominant over linkshandigheid (r).
In de afgebeelde stamboom staat aangegeven welke familieleden rechtshandig en welke linkshandig zijn.

Wat is de erfelijke aanleg van dochter 1, moeder en grootmoeder?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1031 van de bijlage.

In de stamboom is de overerving van de oogkleur aangegeven.

Uit deze stamboom kan men afleiden, dat de aanleg voor oogkleur bij

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1048 van de bijlage.

Bij honden van hetzelfde ras kunnen zowel ruwharige als gladharige dieren voorkomen.
De stamboom hiernaast geeft de overerving weer van ruw- en gladharigheid.
Hieronder volgen vier beweringen over de dieren in deze stamboom:

1. De dieren 1 en 6 zijn homozygoot.
2. Dier 2 kan homozygoot of heterozygoot zijn.
3. De dieren 4 en 5 zijn homozygoot.
4. Dier 7 kan homozygoot of heterozygoot zijn.

Welke van deze beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1060 van de bijlage.

Bij de mens is de factor voor blauwe ogen recessief ten opzichte van die voor bruine ogen.
Van de afgebeelde stamboom is gegeven:

1. Persoon 2 heeft blauwe ogen.
2. Persoon 6 heeft bruine ogen en is homozygoot.

Wat is de oogkleur van persoon 1 en wat die van persoon 4?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Stambomen.
Zie figuur B 1073 van de bijlage.

Bij de mens is de factor voor bruine ogen dominant over die voor blauwe ogen.
In de figuur staan drie stambomen.

Welke stamboom kan of welke stambomen kunnen juist zijn wat betreft de overerving van de oogkleur?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1069 van de bijlage.

Bij de mens is de factor voor "losse oorlel" (F) dominant over die voor "vaste oorlel" (f).
In de stamboom is het genotype van de ouders gegeven (1 en 2).
Ze hebben twee kinderen (3 en 4).

Welke persoon heeft of welke personen hebben losse oorlellen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 765 van de bijlage.

In de stamboom is de overerving van de neusvorm bij de mens weergegeven. De betrokken genen worden aangegeven met E en e.

Welke neusvorm wordt bepaald door het dominante gen?
Wat is het genotype van persoon 1?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 763 van de bijlage.

In de stamboom vertoont alleen persoon Q een bepaalde erfelijke eigenschap.

Is het gen voor deze eigenschap dominant?
Is individu Q heterozygoot voor deze eigenschap?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Haarlengte bij katten.
Zie figuur B 760 van de bijlage.

De stamboom geeft de overerving weer van de haarlengte bij katten.
Het gen voor kort haar (E) is dominant over dat voor lang haar (e).

Wat is het genotype van dier 1?
Is dier 2 homozygoot voor haarlengte?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Vachtkleur bij muizen.
Zie figuur B 802 van de bijlage.

De stamboom geeft de overerving weer van de vachtkleur bij muizen.
Dier 2 is heterozygoot voor de vachtkleur.

Is dier 7 homozygoot voor de vachtkleur?
Is het genotype van dier 7 gelijk aan dat van dier 3 met betrekking tot de vachtkleur?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 817 van de bijlage.

Bij de mens is het gen voor het hebben van kuiltjes in de wangen (R) dominant over het gen voor het niet-hebben van kuiltjes in de wangen (r). In de stamboom is het vóórkomen van deze eigenschap in een bepaalde familie weergegeven.

Welke genotype heeft grootmoeder?
En welk genotype heeft moeder?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Stamboom van konijnen.
Zie figuur B 843 van de bijlage.

Konijnen met donkere vacht hebben voor de eigenschap vachtkleur alleen recessieve genen.

Zouden nakomelingen van een kruising tussen P en Q homozygoot kunnen zijn voor vachtkleur?
Zouden nakomelingen van een kruising tussen P en Q heterozygoot kunnen zijn voor vachtkleur?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Stamboom van konijnen.
Zie figuur B 843 van de bijlage.

Konijnen met donkere vacht hebben voor de eigenschap vachtkleur alleen recessieve genen.

Is in de stamboom ieder konijn met een donkere vacht homozygoot voor vachtkleur?
Is in de stamboom ieder konijn met een lichte vacht heterozygoot voor vachtkleur?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Muizen kruisen.
Zie figuur B 854 van de bijlage.

Een grijze muis wordt gekruist met een witte muis (P-generatie). Beide dieren zijn homozygoot voor de eigenschap vachtkleur. Alle nakomelingen (F1 -generatie) hebben een grijze kleur. Als deze nakomelingen onderling verder gekruist worden, blijkt 25% van hun nakomelingen (F2 -generatie) een witte vacht te hebben.

In de figuur B 854 staat de stamboom van deze muizenfamilie.

Is uit bovenstaande gegevens op te maken welk gen dominant is?
Zo ja, welk gen is dit?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Muizen kruisen.
Zie figuur B 854 van de bijlage.

Een grijze muis wordt gekruist met een witte muis (P-generatie). Beide dieren zijn homozygoot voor de eigenschap vachtkleur. Alle nakomelingen (F1 -generatie) hebben een grijze kleur. Als deze nakomelingen onderling verder gekruist worden, blijkt 25% van hun nakomelingen (F2 -generatie) een witte vacht te hebben.

In de figuur B 854 staat de stamboom van deze muizenfamilie.

Hebben alle grijze muizen uit de gegeven stamboom hetzelfde genotype?
Zo ja, zijn ze alle homozygoot of heterozygoot?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Muizen kruisen.
Zie figuur B 855 van de bijlage.

In de figuur B 855 staat een stamboom van een muizenfamilie. In deze stamboom is aangegeven welke muizen wit (witte hokjes) en welke grijs zijn (zwarte hokjes).
Hierin is misschien een fout gemaakt.

Kan de F1 in deze stamboom juist zijn?
Zo ja, kan dan de F2 ook juist zijn?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Oogkleur.
Zie figuur B 870 van de bijlage.

De stamboom geeft de overerving van de oogkleur bij de mens weer.
Persoon 4 heeft een andere oogkleur dan de andere personen.
Het genotype van persoon 4 is rr.

Welke van de personen 1, 2, 3 en 5 hebben zeker genotype Rr?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1707 van de bijlage.

De oorlelletjes bij de mens kunnen geheel aan de hoofdhuid vastgegroeid zijn (afbeelding 1) of ten dele loszitten (afbeelding 2). Loszitten is dominant.

Van de stamboom in afbeelding 3 is gegeven:

Nr. 2 is homozygoot voor de recessieve oorlelaanleg.
Nr. 6 is homozygoot voor de dominante aanleg.

Welke uitspraak over de oorlelletjes van de nummers 1 en 4 uit de gegeven stamboom is juist?

De oorlelletjes zijn

afbeeldingafbeelding

Genetica

Links- of rechtshandig.
Zie figuur B 1974 van de bijlage.

In de stamboom (zie de afbeelding) is van vader, moeder en kind aangegeven of ze linkshandig of rechtshandig zijn.
Het gen voor rechtshandigheid is dominant en wordt aangegeven met de letter R.

Wat kan het genotype van moeder zijn?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Links- of rechtstandig.
Zie figuur B 1974 van de bijlage.

In de stamboom in de afbeelding is van vader, moeder en kind aangegeven of ze linkshandig of rechtshandig zijn.
Het gen voor rechtshandigheid is dominant.
Vader en moeder krijgen nog een kind.

Zal dit kind linkshandig of rechtshandig zijn of is dat niet te zeggen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1100 van de bijlage.

In de figuur is een stamboom van een hamsterfamilie getekend. De manier waarop bij hamsters het geslacht wordt bepaald, is vergelijkbaar met de manier waarop dat bij mensen gebeurt.

Hoe groot is de kans dat de derde nakomeling een mannetje is?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Schapen.
Zie figuur B 2094 van de bijlage.

Bij schapen is het gen voor gekrulde vacht dominant over het gen voor gladde vacht. Van een aantal schapen is in de afbeelding de stamboom weergegeven.

Hoe groot is de kans dat schaap P een gladde vacht heeft?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Bloedgroep A.
Zie figuur B 1563 van de bijlage.

In de afbeelding is een stamboom van een familie weergegeven. De bloedgroep van een mens is een erfelijk kenmerk.

Hoe groot is de kans dat Klaas bloedgroep A heeft?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Albinisme.
Zie figuur B 2112 van de bijlage.

In de afbeelding is in een stamboom de overerving van albinisme bij een gezin weergegeven. Een albino is iemand die geen pigment kan maken en daardoor een zeer bleke huidskleur heeft.
Het gen dat albinisme veroorzaakt is recessief en wordt weergegeven met g.

Wat kunnen de genotypen zijn van de ouders in het gezin van de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Galactosemie.
Zie figuur B 2317 van de bijlage.

Galactosemie is een erfelijke ziekte. Lijders aan deze ziekte kunnen voedsel met een bepaald koolhydraat (galactose) niet goed verdragen. Zij krijgen er buikklachten door. In de stamboom van de afbeelding is aangegeven wie in een familie de ziekte al dan niet heeft.
Over enige tijd zal een kind, aangeduid met P in de afbeelding, worden geboren.

Hoe groot is de kans dat kind P de ziekte galactosemie zal hebben?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 1822 van de bijlage.

De stamboom geeft de overerving weer van de haarkleur. Het gen voor donker haar is dominant (R) over dat voor blond haar (r).

Wat is het genotype van de ouders?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een stamboom.
Zie figuur B 764 van de bijlage.

Bij honden van hetzelfde ras kunnen zowel gladharige als ruwharige dieren voorkomen.
De stamboom geeft de overerving weer van glad- en ruwharigheid.
R en r zijn genen voor haarvorm.

Is het gen voor gladharigheid of dat voor ruwharigheid dominant?
Wat zijn de genotypen van de ouderdieren?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

1/5 Een stamboom van Cavia's.
Zie figuur B 861 van de bijlage.

Bij cavia's is het gen voor ruw haar dominant over dat voor glad haar. Cavia 1 in de stamboom is heterozygoot voor haartype. Cavia 2 heeft glad haar. Cavia 3 is homozygoot ruwharig.

Is cavia 1 gladharig of ruwharig of is dit niet te zeggen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/5 Een stamboom van Cavia's.
Zie figuur B 861 van de bijlage.

Is cavia 2 homozygoot of heterozygoot voor haartype of is dit niet te zeggen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

3/5 Een stamboom van Cavia's.
Zie figuur B 861 van de bijlage.

Heeft cavia 4 glad haar of ruw haar of is dit niet te zeggen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

4/5 Een stamboom van Cavia's.
Zie figuur B 861 van de bijlage.

Hoe groot is de kans dat cavia 5 homozygoot voor haartype is?

afbeeldingafbeelding

Genetica

5/5 Een stamboom van Cavia's.
Zie figuur B 861 van de bijlage.

Is cavia 6 gladharig of ruwharig of is dit niet te zeggen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

1/2 Een stamboom van konijnen.
Zie figuur B 843 van de bijlage.

Konijnen met donkere vacht hebben voor de eigenschap vachtkleur alleen recessieve genen.

Is in de stamboom ieder konijn met een donkere vacht homozygoot voor vachtkleur?
Is in de stamboom ieder konijn met een lichte vacht heterozygoot voor vachtkleur?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/2 Een stamboom van konijnen.
Zie figuur B 843 van de bijlage.

Zouden nakomelingen van een kruising tussen P en Q homozygoot kunnen zijn voor vachtkleur?
Zouden nakomelingen van een kruising tussen P en Q heterozygoot kunnen zijn voor vachtkleur?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genetica

1/3 Een stamboom.
Zie figuur B 3701 van de bijlage.

In de afbeelding is een stamboom van een familie weergegeven. Van alle personen, behalve persoon 1, is het fenotype wat betreft haartype aangeven.

Welk gen is dominant, het gen voor krullend haar of het gen voor sluik haar? Of is dat niet uit de stamboom af te leiden?

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/3 Een stamboom.
Zie figuur B 3701 van de bijlage.

Hoe groot is de kans dat persoon 1 krullend haar heeft?

afbeeldingafbeelding

Genetica

3/3 Een stamboom.
Zie figuur B 3701 van de bijlage.

De personen 1 en 2 krijgen een dochtertje.

Is met zekerheid te zeggen wat het genotype wat betreft haartype voor dit meisje zal zijn?
Zo ja, zal het meisje heterozygoot of homozygoot zijn?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Stamboom voor haarkleur.
Zie figuur B 761 van de bijlage.

In de stamboom is de overerving van de haarkleur weergegeven.

Hoe groot is de kans dat een derde kind van 1 en 2 homozygoot is voor donker haar?

afbeeldingafbeelding