Kringlopen
Voedselkeuze.
Afhankelijk van de voedselkeuze kunnen bij dieren afvaleters, carnivoren, herbivoren, insectivoren en omnivoren worden onderscheiden.
Welke van deze groepen dieren behoren in de kringloop van stoffen tot de consumenten ?
Deze oefentoets bevat 38 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
38
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
Voedselkeuze.
Afhankelijk van de voedselkeuze kunnen bij dieren afvaleters, carnivoren, herbivoren, insectivoren en omnivoren worden onderscheiden.
Welke van deze groepen dieren behoren in de kringloop van stoffen tot de consumenten ?
Afbraak.
Iemand gooit in een bos het klokhuis van een appel weg.
Kunnen reducenten dit klokhuis afbreken ?
Zo ja, komen er dan voedingsstoffen voor planten vrij ?
Een kringloop.
Zie figuur A 252 van de bijlage.
In de afbeelding is een kringloop van stoffen schematisch getekend.
Wat moet er in het lege vakje worden getekend om de kringloop compleet te maken ?
afbeelding
De effecten van zure regen.
Door verbranding van aardolie en steenkool komen, behalve koolstofdioxide en water, ook grote hoeveelheden andere vervelende stoffen in de atmosfeer. Deze stoffen reageren met water en komen dan als zure regen naar beneden.
Door deze zure regen vermindert de functie van de wortels. Bovendien neemt de fotosynthese af. Vaak worden de wortels zodanig aangetast, dat schadelijke schimmels binnendringen in de planten. Deze gaan daardoor uiteindelijk dood.
Onttrekken de genoemde schimmels stoffen aan de planten ?
Zo ja, is dit dan alleen water of zijn dit ook voedingsstoffen ?
Schimmels.
Schimmels zijn voor het verkrijgen van voedingsstoffen afhankelijk van andere organismen.
Kunnen schimmels stoffen opnemen die afkomstig zijn van consumenten ?
En stoffen die afkomstig zijn van producenten ?
Voedselkeuze.
Afhankelijk van de voedselkeuze kunnen bij dieren afvaleters, vleeseters, planteneters, alleseters en insecteneters worden onderscheiden.
Welke van deze groepen dieren behoren in de kringloop van stoffen tot de consumenten ?
Voedselrelaties.
Zie figuur B 1209 van de bijlage.
In de schema's P, Q, R, en S zijn de relaties tussen producenten, consumenten en reducenten weergegeven.
Welke schema geeft deze relaties juist weer?
afbeelding
Een voedselketen.
Zie figuur B 2554 van de bijlage.
Een groep onderzoekers bestudeerde de organismen in een bepaalde rivier. De organismen die in de rivier leven zijn schematisch weergegeven in de figuur. Muggenlarven eten onder andere algen.
Welke voedselketen is de juiste ?
afbeelding
Leven in de wei.
Op aarde komen verschillende soorten gebieden of landschappen voor. Een weidegebied is een voorbeeld van zo'n landschap.
In een weidegebied komen onder andere de volgende organismen voor:
- bodembacteriën
- buizerds
- gras
- schapen
- vossen
- konijnen
- sprinkhanen
- paardenbloemen
- veldmuizen
Wat is de rol van de bodembacteriën in dit weidegebied ?
Zie figuur A 261 van de bijlage.
De afbeelding geeft een voedselweb/net weer.
Twee beweringen over dit voedselnet zijn:
I. De muizen zijn consumenten.
II. De vossen zijn consumenten.
afbeelding
Consumenten.
Tot welke groep van consumenten behoren konijnen ?
Schimmels.
Tot welke groep van organismen uit de kringloop van stoffen behoren schimmels ?
Consumenten.
Pissebedden leven van dode resten van planten of dieren.
Tot welke groep van consumenten behoren pissebedden ?
De plaats van planten.
Tot welke groep van organismen uit de kringloop van stoffen behoren planten ?
Een voedselketen.
Een voedselketen is een schema dat weergeeft
Verstoring van kringloop.
Zie figuur B 2741 van de bijlage.
In het schema is weergegeven dat West-Europa voor zijn eigen veeteelt veevoer uit de Derde Wereld haalt. Aan het schema klopt iets niet waardoor een bepaalde verstoring optreedt.
Welke verstoring is dat en waardoor wordt hij veroorzaakt ?
afbeelding
1/2 Een kringloop.
Zie figuur B 2884 van de bijlage.
In de afbeelding is een kringloop weergegeven.
Pijl 1 in de afbeelding geeft aan dat koolstofdioxide wordt opgenomen door producenten.
Bij welk proces verbruiken producenten koolstofdioxide? Welke andere stof wordt bij dit proces ook verbruikt?
afbeelding
afbeelding
2/2 Een kringloop.
Welk van de pijlen 3 t/m 7 in de kringloop van de afbeelding is in de verkeerde richting getekend?
afbeelding
1/5 Aan de rand van bos en weiland.
Zie figuur B 2106 van de bijlage.
Aan de rand van een Nederlands bos bij een weiland leven vier groepen organismen. De groepen verschillen van elkaar door de manier waarop zij hun voedingsstoffen verkrijgen.
In de afbeelding zijn de relaties tussen deze vier groepen schematisch weergegeven. Een roofvogel hoort bij groep 3. De pijlen geven aan waar de voedingsstoffen van de organismen vandaan komen.
Welke groep stelt de producenten voor ?
afbeelding
2/5 Aan de rand van bos en weiland.
Bij welke groep in het schema van de afbeelding horen de schimmels ?
afbeelding
3/5 Aan de rand van bos en weiland.
In welke groep moet de mens worden geplaatst ? De mens in groep [invulveld];
En in welke groep een plant ? De plant in groep [invulveld];
4/5 Aan de rand van bos en weiland.
Vul hieronder bij de twee groepen de naam in van een dier- of plantensoort die tot de groep behoort en die niet hier of elders in de tekst is genoemd.
groep 1: ...........
groep 2: ...........
5/5 Aan de rand van bos en weiland.
Een wild zwijn heeft knobbelkiezen. Onder andere hierdoor is het gebit van een wild zwijn aangepast aan het soort voedsel dat het eet.
Kan een wild zwijn tot groep 2 gerekend worden ?
En kan het tot groep 3 gerekend worden ? Licht je antwoorden toe.
Een kringloop.
Zie figuur B 98 van de bijlage.
In bovenvermelde figuur is schematisch een kringloop getekend.
De nummers 1 en 2 stellen een groep organismen voor.
Wat is de juiste plaats van de paardenbloem en van de huismus ?
afbeelding
afbeelding
Een kringloop.
Zie figuur B 1766 van de bijlage.
Hiernaast staat een schema van een kringloop.
Welke stoffen stellen de nummers 1 en 2 voor ?
afbeelding
afbeelding
1/3 De koolstofkringloop.
Zie figuur B 857 van de bijlage.
De tekening stelt voor de kringloop van CO2
in de natuur.
Wat is de energiebron, die de kringloop in stand houdt ?
afbeelding
2/3 De koolstofkringloop.
Zie figuur B 857 van de bijlage.
De tekening stelt voor de kringloop van CO2
in de natuur.
Met welke pijl of met welke pijlen wordt een proces weergegeven waarbij energie wordt opgeslagen ?
afbeelding
3/3 De koolstofkringloop.
Zie figuur B 857 van de bijlage.
De tekening stelt voor de kringloop van CO2
in de natuur.
Met welke pijl of met welke pijlen wordt verbranding weergegeven ?
afbeelding
Reducenten.
Kunnen reducenten hondendrollen afbreken ?
Zo ja, komen er dan voedingsstoffen voor planten vrij ?
1/3 Arresø, een meer in Denemarken.
Zie figuur A 1101 van de bijlage.
Zie figuur A 1102 van de bijlage.
Zie figuur A 1103 van de bijlage.
Arresø is het grootste meer van Denemarken met een oppervlakte van bijna 40 km2
. Het meer is gemiddeld 3,1 meter diep en ondervindt veel invloed van de wind. Arresø krijgt water toegevoerd uit verschillende rivieren en het water verlaat het meer via het Roskilde Fjord. De uitwisseling van water vindt langzaam plaats en meestal zorgt de toevoer van stikstof- en fosforverbindingen uit de rivieren voor een flinke biomassa algen in het meer.
In afbeelding 1 is de ontwikkeling van de biomassa (in mg versgewicht /L) van verschillende groepen algen in de eerste tien maanden van 2002 te zien.
De toevoer van stikstof- en fosforverbindingen is in de laatste 15 jaar flink verminderd. Toch kan men nog steeds tamelijk hoge concentraties van beide stoffen in het water van Arresø meten. De concentratie stikstof gedurende een bepaald jaar is te zien in afbeelding 2. Het verloop van de verhouding tussen anorganische stikstof en anorganische fosfor gedurende een jaar is te zien in afbeelding 3.
Wat is de belangrijkste oorzaak van de daling in de concentratie ammonium-ammoniak in de periode februari-maart?
afbeelding
afbeelding
afbeelding
1/5 Het vee van de zeeanemoon.
Een aantal zeeanemonen houdt er een boerenbedrijfje op na. Ze koesteren eencellige plantjes, die hen voorzien van zuurstof en aminozuren. Zoals alle gewassen hebben eencelligen ook stikstof nodig en dat is schaars in zeewater. Stephan Schotte van het Marine Science Centre in Connecticut (USA) ontdekte rond de anemonen een verhoogde concentratie van ammoniak, een stikstofverbinding. De ammoniak is afkomstig uit de poepjes van garnalen, die tussen de giftige tentakels bescherming
zoeken.
Waarvoor hebben alle organismen stikstof nodig?
2/5 Het vee van de zeeanemoon.
Wat is het voordeel van de beschreven symbiose
- voor de garnalen? [invulveld]
- voor de eencellige plantjes? [invulveld]
- voor de zeeanemonen? [invulveld]
3/5 Het vee van de zeeanemoon.
Zijn de zeeanemonen planten of dieren?
Verklaar je antwoord met behulp van de tekst.
4/5 Het vee van de zeeanemoon.
Verklaar waarom de zeeanemonen uit de tekst niet op de bodem van de diepzee kunnen leven.
5/5 Het vee van de zeeanemoon.
Wat wordt bedoeld met 'het vee' in de titel?
Koolstofkringloop.
Twee leerlingen, Willem-Alexander en Maxima, bekijken de koolstofkringloop eens goed.
Willem-Alexander zegt: “Bij het verbranden van fossiele brandstoffen in auto’s komt koolstof, dat een tijd ‘geblokkeerd’ was, versneld weer in de lucht”.
Maxima zegt: “ Ik eet dus eigenlijk indirect uitlaatgassen, bah!”
Welke van deze leerlingen heeft gelijk, of hebben beiden gelijk, of geen van beiden?
Een aardappelplant.
Voor Nederland bestaat een koolstofkringloop.
Maken aardappelplanten deel uit van deze koolstofkringloop?
Maken mensen deel uit van deze koolstofkringloop?
afbeelding