Ontdek de digitale toets over de gevolgen van bodemverzuring, zure regen en kwikvergiftiging, gericht op leerlingen die de impact van milieuvervuiling op ecosystemen en organismen willen begrijpen. Deze toets biedt inzicht in belangrijke ecologische concepten en de effecten van vervuiling op flora en fauna. - 20 vragen
Verzuring van de bodem heeft invloed op organismen. Door deze verzuring daalt onder andere het kalkgehalte van de bodem. Ook in het voedsel van sommige vogels daalt het kalkgehalte dan. Die vogels zijn daardoor minder succesvol bij de voortplanting.
Waardoor zal bij die vogels de voortplanting minder succesvol verlopen als de bodem verzuurt?
Verzuring en vervuilde luchtstoffen
2/2 Gevolgen van verzuring.
Noem twee stoffen die in vervuilde lucht voorkomen en die verzuring van de bodem kunnen veroorzaken.
Herkomst van ammoniak in zure regen
1/3 Zure regen. Zie figuur B 1573 van de bijlage.
Ammoniak, stikstofoxiden en zwaveldioxide komen met de regen op de bodem terecht en veroorzaken verzuring van de bodem. Dit verschijnsel wordt ook wel 'zure regen' genoemd. In de afbeelding zijn drie schema's getekend die de herkomst van deze drie stoffen weergeven.
Welk van deze schema's geeft de herkomst van ammoniak weer?
afbeelding
Invloed van verbranding op zure regen
2/3 Zure regen.
Heeft het verbranden van grote hoeveelheden olie en steenkool invloed op het ontstaan van 'zure regen'? Zo ja, welke?
Effecten van zure regen op plantengroei
3/3 Zure regen.
Door 'zure regen' gaan op grote heidevelden bepaalde grassoorten sneller groeien dan heideplanten. Een voorbeeld daarvan is het pijpenstrootje. Door de grote pollen van deze grassoort komt er minder ruimte voor de heideplanten.
Waardoor neemt het aantal pollen van het pijpenstrootje op de heidevlaktes toe?
Producenten in een ecosysteem
1/3 Kwikvergiftiging. Zie figuur C 144 van de bijlage.
Tekst: In een meer leven onder andere de volgende organismen: snoeken, algen, stekelbaarzen, watervlooien. Dit is schematisch weergegeven in de afbeelding. Aan de rand van het meer staat een fabriek. Een tijd lang loosde de fabriek afval met kwik in het meer. Het gehalte aan kwik van het water werd steeds hoger. In enkele gevallen gingen mensen die vis uit het meer gegeten hadden dood door vergiftiging. In de schematische tekening in de afbeelding zijn de algen en de watervlooien vergroot getekend. De snoek is verkleind getekend.
Welke van de in de tekst genoemde organismen zijn producenten?
afbeelding
Kwikvergiftiging en voedselketen
2/3 Kwikvergiftiging.
Mensen lopen meer gevaar door het eten van een kilogram met kwik verontreinigde vis uit dit meer dan door het drinken van dezelfde hoeveelheid ongezuiverd water uit dit meer. Een kilogram van die vis bevat dus meer kwik dan een liter water uit het meer.
Leg uit hoe dit komt.
Voedselketen en Kwikvergiftiging
3/3 Kwikvergiftiging.
Wat is de juiste voedselketen van de in de tekst genoemde organismen?
Gevolgen van nitraat en algengroei
1/2 Nitraatproblemen.
De aanwezigheid van te veel nitraat in een sloot wordt beschouwd als een milieuprobleem. Als er veel nitraat in een sloot terechtkomt, vermeerderen algen zich snel. Het water wordt hierdoor troebel. In een klas wordt de vraag gesteld welke gevolgen deze algengroei zal hebben voor andere organismen in de sloot. André zegt: Roofvissen, zoals snoeken, zullen verdwijnen, want ze kunnen hun prooi niet meer vinden.' Sanne zegt: In het begin zullen watervlooien zich snel vermeerderen, want watervlooien voeden zich met algen.'
Doet André een juiste uitspraak? En Sanne?
Nitraatproblemen in waterlichamen
2/2 Nitraatproblemen.
Na verloop van tijd sterven veel algen in de sloot. De resten daarvan worden onder andere door bacteriën afgebroken.
Is hiermee het probleem van het teveel aan nitraat in de sloot opgelost?
Vervuiling en Leven in de Rivier
1/17 De rivier. Zie figuur C 335 van de bijlage
INFORMATIE 1 VERKLIKKERS VAN VERVUILING
afbeelding Wanneer rioolwater in een schone rivier wordt geloosd, verandert de samenstelling van het rivierwater. Bepaalde soorten dieren kunnen dan niet meer in het rivierwater leven, andere juist wel. Dit gegeven wordt gebruikt om vast te stellen hoe sterk het water op een bepaalde plaats in een rivier vervuild is.
In de afbeelding C 335 is de loop van een brede, langzaam stromende rivier schematisch weergegeven. Pijlen geven de stroomrichting van het water aan. Van vijf plaatsen in de rivier (A, B, C, D en E) is aangegeven welke kenmerkende diersoorten daar worden gevonden in het water.
Bij plaats A ligt een grote camping langs de rivier. Het ongezuiverde rioolwater van deze camping wordt net voorbij plaats A in de rivier geloosd.
Zie volgende scherm
-
Leven in de Rivier: Vissen en Planten
2/17 De rivier. Zie de figuren B 3415 en B 3416 van de bijlage
INFORMATIE 2 VISSEN IN DE RIVIER. Zie figuur B 3415 van de bijlage. afbeelding In de rivier leven ook vissen, zoals bermpjes en stekelbaarsjes. Deze vissen voeden zich onder andere met muggenlarven, die op hun beurt weer algen eten. Ook roofvissen, zoals baarzen en snoekbaarzen, die op andere vissen jagen, leven in de rivier.
INFORMATIE 3 PLANTEN IN DE RIVIER Zie figuur B 3416 van de bijlage. afbeelding De samenstelling van het rivierwater heeft ook invloed op de plantengroei in de rivier. Een plant zoals drijvend fonteinkruid groeit op plaatsen waar het water veel voedingszouten bevat. De klimopbladige waterranonkel, een waterplant die vooral onder water groeit, komt juist op plaatsen voor waar het rivierwater voedselarmer is.
-
Vervuiling en Organisch Afval in Rivieren
3/17 De rivier. Zie de figuren A 808 en figuur B 3417 van de bijlage.
INFORMATIE 4 DIEREN IN EEN WATERMONSTER. Zie figuur B 3417 van de bijlage. afbeelding Om de mate van vervuiling in de rivier te bepalen wordt het water op verschillende plaatsen regelmatig onderzocht. In de afbeelding zijn enkele diersoorten weergeven die op één van die plaatsen werden aangetroffen.
INFORMATIE 5 RESTEN VAN ORGANISMEN IN DE RIVIER (ORGANISCH AFVAL) Zie figuur B 3417 van de bijlage.
afbeelding Het diagram geeft de hoeveelheid organisch afval weer op de plaatsen A tot en met E in het rivierwater in de maand juli van 1999.
Zie volgende scherm
-
Zuurstofniveau's in de rivier in juli
4/17 De rivier. Zie figuur B 3418 van de bijlage
INFORMATIE 6 ZUURSTOF IN DE RIVIER. Zie figuur B 3418 van de bijlage afbeelding Het diagram geeft de hoeveelheid opgeloste zuurstof weer op de plaatsen A tot en met E in het rivierwater in de maand juli van 1999.
Zie volgende scherm
Waterdieren in de rivier
5/17 De rivier.
INFORMATIE 7 DETERMINEERTABEL VOOR EEN AANTAL WATERDIEREN
afbeelding
-
Soorten organisch afval in rioolwater
6/17 De rivier.
De camping (zie informatie 1) loost ongezuiverd rioolwater in de rivier. Hierdoor neemt de hoeveelheid resten van organismen (organisch afval) in de rivier toe.
Noem twee soorten organisch afval die veel in het rioolwater van de camping voorkomen.
Afbraak van organisch afval in rivieren
7/17 De rivier.
Het organisch afval uit het rioolwater van de camping wordt door organismen in de rivier afgebroken.
Hoe wordt dit proces genoemd?
Bacteriën in de rivier: verklaring van verschillen
8/17 De rivier.
Overal in de rivier komen bacteriën voor. Het aantal bacteriën is echter niet overal even groot.
Op plaats B in de rivier is het aantal bacteriën groter dan op plaats E.
Geef hiervoor een verklaring.
afbeelding
Ademhalingsstelsel van de ééndagsvlieg
9/17 De rivier. Zie figuur B 3410 van de bijlage.
In de rivier leven onder andere larven van ééndagsvliegen (zie informatie 1). In de afbeelding is een volwassen ééndagsvlieg weergegeven.
Geef de naam van het ademhalingsstelsel van een volwassen ééndagsvlieg. [invulveld]
afbeelding
Voedselweb van de rivierorganismen
10/17 De rivier.
De organismen die genoemd worden in informatie 2 vormen samen een voedselweb.