Oefentoets Biologie: Voortplanting - plant_bevruchting | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Ontdek de digitale toets over bestuiving en erfelijkheid van bloemkleuren, gericht op studenten biologie die hun kennis over plantkunde en genetica willen testen en verdiepen. Deze toets behandelt onderwerpen zoals bevruchting, gameten en de structuur van zaadplanten. - 26 vragen

Aantal vragen

26

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bestuiving en erfelijkheid van bloemkleuren

Bestuiving van een rode bloem door een witte bloem.

Een homozygoot rode bloem wordt bestoven met stuifmeel van een homozygoot witte bloem.

In de vrucht die daarop wordt gevormd, zal het allel voor witte bloemkleur terug te vinden zijn in

Bestuiving en erfelijkheid bij maïsplanten

Bestuiving van een 'grote' maïsplant door een 'kleine' maïsplant.

De stampers van een homozygoot 'grote' maïsplant worden bestoven met stuifmeel van een homozygote 'kleine' maïsplant.

Bij de maïskorrels die als resultaat hiervan ontstaan, zal het allel voor dwerggroei ontbreken in

Bevruchting van zaadknoppen in planten

Bevruchting van vier zaadknoppen.

In een vruchtbeginsel van een bepaalde zaadplant bevinden zich vier zaadknoppen. Alle aanwezige eicellen worden bevrucht.

Hoeveel stuifmeelkorrels zijn hiervoor nodig geweest?

De rol van de navelstreng in zaadknoppen

De navelstreng in een zaadknop.

Als een zaad nog niet rijp is, heeft het een navelstreng.

Deze navelstreng dient voor het doorlaten van

Structuur van een plantenzaad

Plantenzaad.

In een plantenzaad bevindt zich onder andere

Bevruchting door stuifmeelbuis bij bedektzadigen

De inhoud van één stuifmeelbuis.

Hoeveel eicellen worden bij bedektzadigen door de inhoud van één stuifmeelbuis bevrucht?

Stuifmeelkorrels en zygotevorming

Stuifmeelkorrels en de vorming van zygoten.

Een vruchtbeginsel bevat acht zaadbeginsels. In zes hiervan vindt zygotevorming plaats.

Hoeveel stuifmeelkorrels zijn nodig bij de vorming van deze zygoten?

Gameten van Zaadplanten: Juist of Onjuist?

Gameten van zaadplanten.

Over gameten van zaadplanten worden de volgende uitspraken gedaan:

1. De mannelijke gameet is de stuifmeelbuis.
2. De mannelijke gameet bevindt zich in de stuifmeelbuis.
3. De vrouwelijke gameet is het zaadbeginsel.
4. De vrouwelijke gameet bevindt zich in het zaadbeginsel.

Welke beweringen zijn juist?

Allerlei in zaadplanten na kruisbestuiving

Een zaadplant met vruchten na kruisbestuiving.
Zie figuur B 2495 van de bijlage.

De figuur stelt voor een zaadplant met vruchten die zijn ontstaan na kruisbestuiving.

Is het waarschijnlijk dat in een vrucht (1) cellen voorkomen met allelen die niet in de cellen van een blad (3) voorkomen?
Is het waarschijnlijk dat in een stengel (2) cellen voorkomen met allelen die niet in de cellen van een blad (3) voorkomen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Bevruchting en allelen bij tomatenplanten

Bevruchting na zelfbestuiving bij een tomatenplant.

Bij een bepaalde tomatenplant vindt bevruchting plaats na zelfbestuiving. Een aantal kernen van deze plant wordt met elkaar vergeleken.

Welke van de onderstaande kernen hebben zeker dezelfde allelen?

Genotype bij Zelfbestuiving van Planten

Genotype van de celkernen na alleen zelfbestuiving.

Bij een bepaalde plant vindt alleen zelfbestuiving plaats.
Vijf onderdelen van deze plant zijn:

1. stijl,
2. zaadhuid,
3. stuifmeelkorrel,
4. eicel,
5. zygote in het zaad.

Deze vijf onderdelen wordt wat betreft het genotype van de celkernen met elkaar vergeleken.

Welke delen hebben, mutaties uitgesloten, hetzelfde genotype?

Zaadplant in embryonale toestand

Een zaadplant in embryonale toestand.

Een zaadplant in embryonale toestand bevindt zich in

Genen in de celkernen na bevruchting

Een jong zaadje.
Zie figuur B 49 van de bijlage.

De afbeelding toont een doorsnede van een deel van een bloem, enige tijd nadat daarin een bevruchting en het begin van de ontwikkeling van het embryo heeft plaatsgevonden.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich in de celkernen genen uit de stuifmeelkorrel die voor deze bevruchting heeft gezorgd?

afbeeldingafbeelding

Vorming van vruchten aan bomen

1/3 Neus dicht, doerians in de buurt!
Zie de figuren B 5856 en B 5857 van de bijlage.

Doerians (afbeelding 1) zijn heerlijke roomwitte vruchten uit Zuidoost-Azië. De stank is echter onaangenaam. Toch laten bepaalde dieren zich daardoor niet weerhouden. Zo eten orang-oetans graag van de vruchten (zie afbeelding 2).

Hoe noemt men het verschijnsel dat een vrucht zoals de doerian meteen tegen de boomstam aan gevormd wordt?
Dat heet ...............................

[invulveld]

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Stuifmeelverspreiding van de doerian

2/3 Neus dicht, doerians in de buurt!

De orang-oetan zorgt voor vruchtverspreiding van de doerian.

Welke dieren verspreiden het stuifmeel van deze vruchtboom?

Verschillen tussen primair en secundair bos

3/3 Neus dicht, doerians in de buurt!

Doerians groeien alleen in primair en niet in secundair tropisch bos.

Noem drie verschillen tussen beide types bos.

Vergelijking tussen banaan en komkommer

Banaan en komkommer
Zie figuur B 5864 van de bijlage.

Wat heeft de banaan gemeen met de komkommer?

afbeeldingafbeelding

Voortplantingsorganen in bloemen uitleggen

Voortplantingsorganen
Zie figuur B 5865 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast.

Leg uit dat de opmerking van het meisje niet helemaal correct is.

afbeeldingafbeelding

Onderdelen van de Zandmuur Bloem

Zandmuur.
Zie de figuren B 5893, B 5894 en B 5895 van de bijlage.

In de afbeeldingen zijn foto's van een bloemetje van Zandmuur afgebeeld.
Bij elke afbeelding staan nummers, elk nummer geeft telkens het zelfde onderdeel weer.

Geef bij elk nummer het meest juiste onderdeel.

Met nummer 1 is aangegeven .

Met nummer 2 is aangegeven .

Met nummer 3 is aangegeven .
Met nummer 4 is aangegeven .

Met nummer 5 is aangegeven .

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Onderdelen van de Ereprijs bloem

1/2 Ereprijs.
Zie de figuren B 5896, B 5897 en B 5898 van de bijlage.

In de afbeeldingen hiernaast zijn foto's van Ereprijs afgebeeld.
Bij elke afbeelding waarop een bloem is afgebeeld staan nummers, elk nummer geeft telkens het zelfde onderdeel weer.

Geef bij elk nummer het meest juiste onderdeel.

Met nummer 1 is aangegeven .

Met nummer 2 is aangegeven .

Met nummer 3 is aangegeven .

Met nummer 4 is aangegeven .

Met nummer 5 is aangegeven .

Met nummer 6 is aangegeven .

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Onderdelen van een Madeliefje benoemen

Madeliefje.
Zie figuur B 5922 van de bijlage.

Hiernaast zie je een foto van een Madeliefje. Mooi hè, zo'n gewoon madeliefje.

Bij deze bron staan nummers; geef bij elk nummer van de foto's het meest juiste onderdeel.

Met nummer 1 is aangegeven .
Met nummer 2 is aangegeven .
Met nummer 3 is aangegeven .

afbeeldingafbeelding

Vruchten en zaadjes herkennen

Vrucht of zaadje?

Vul het juiste antwoord in bij de volgende zinnen.

Een sperzieboon is een .
Een bruine boon is een .
Een witte boon is een .
Een tuinboon is een .
Een snijboon is een .
Een pinda is een .
Een blauwe boon is een

Identificatie van Bloemonderdelen

Lotus cornuculatus.
Zie figuur B 5923 van de bijlage.

Hiernaast zie je een foto van een Lotus cornuculatus.

Bij deze foto staan nummers; geef bij elk nummer van de foto's het meest juiste onderdeel.

Met nummer 1 is aangegeven .
Met nummer 2 is aangegeven .
Met nummer 3 is aangegeven .
Met nummer 4 is aangegeven .
Met nummer 5 is aangegeven .

afbeeldingafbeelding

Onderdelen van de Moerasandoorn herkennen

Moerasandoorn.
Zie de figuren B 5905 en B 5906 van de bijlage.

In de afbeeldingen zie je een tweetal foto's van een Moerasandoorn

Bij deze afbeeldingen staan nummers; geef bij elk nummer van de foto's het meest juiste onderdeel.

Met nummer 1 is aangegeven .
Met nummer 2 is aangegeven .
Met nummer 3 is aangegeven .
Met nummer 4 is aangegeven .
Met nummer 5 is aangegeven .

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Bloemonderdelen van de Gele Morgenster

Gele Morgenster.
Zie de figuren B 5917, B 5918, B 5919, B 5924 en B 5925 van de bijlage.

Hiernaast zijn foto's van een Gele Morgenster te zien.

Vóór de middag is de morgenster open, na de middag is de bloem gesloten, vandaar de naam.

Wat is de beste naam voor nummer 1 in foto 4?

Wat is de beste naam voor nummer 2 in foto 5?

.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Onderdelen van de Nachtschadebloem

Nachtschade.
Zie de figuur B 5926 en B 5927 van de bijlage.

In de afbeeldingen hiernaast zijn foto's van een bloem van de Nachtschade afgebeeld.
Bij elke afbeelding staan nummers, elk nummer geeft telkens het zelfde onderdeel weer.

Geef bij elk nummer het meest juiste onderdeel.

Met nummer 1 is aangegeven

Met nummer 2 is aangegeven

Met nummer 3 is aangegeven .

Met nummer 4 is aangegeven .

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding