Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - water | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Woestijnplant en moerasplant.
Zie figuur B 813 van de bijlage.

Iemand doet een proef met een blad van een woestijnplant en een blad van een moerasplant.
Beide bladeren zijn pas van de planten afgesneden en gelijk van gewicht.
De snijvlakken van de stelen van de afgesneden bladeren worden ingevet om waterverlies vanuit de bladstelen tegen te gaan. De bladeren worden in de zon gelegd en regelmatig gewogen.
Van beide bladeren is in het diagram het gewicht tegen de tijd uitgezet.

Welk van beide bladeren zal waarschijnlijk de dikste waslaag hebben?
Welk van beide bladeren is waarschijnlijk afkomstig van de moerasplant?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met plant op weegschaal.
Zie figuur B 827 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling (zie tekening) in het licht gebracht. Ruimte R is luchtdicht van de omgeving afgesloten.
Gedurende een dag wordt regelmatig de weegschaal afgelezen. Het blijkt dat het gewicht afneemt.

Waardoor wordt dit veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Uitdroging van plant.

Aan vier leerlingen wordt gevraagd hoe planten in een droog gebied tegen uitdroging beschermd kunnen zijn.
Zij geven de volgende antwoorden:

1. door een zo dun mogelijke waslaag,
2. door een zo groot mogelijk bladoppervlak,
3. door een zo dicht mogelijke beharing,
4. door zo scherp mogelijke stekels.

Welk van deze antwoorden is goed?

Plantenfysiologie

Experiment met planten.
Zie figuur B 772 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven.
Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel.
Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan.
De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.

Welke opstelling zal zeker in gewicht gelijk gebleven zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Druppelen van bomen.

Op een benauwde zomerdag met een hoge vochtigheidsgraad van de lucht kan nauwelijks water verdampen. Als je op zo'n dag onder de takken van een wilg doorloopt, is de kans vrij groot dat enkele druppels water op je hoofd vallen. Bij nadere bestudering zal blijken, dat het water uit de bladeren van de boom komt.
Drie beweringen over de oorzaak van dit verschijnsel zijn:

1. het water wordt uit de bladeren naar buiten geperst door de verdamping,
2. het water wordt uit de bladeren naar buiten geperst door de worteldruk,
3. het water wordt naar buiten geperst door de zuigkracht van de bladeren.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Plantenfysiologie

Experiment met bebladerde stengels.
Zie figuur B 1874 van de bijlage.

Vier bekerglazen worden gevuld zoals in de afbeelding is aangegeven. Ze worden onder gelijke omstandigheden in het licht opgesteld.

In welke opstelling zal na een week het vloeistofniveau het meest gedaald zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Waterverbruik door bebladerde stengel.
Zie figuur B 922 van de bijlage.

In een klas wordt het volgende experiment uitgevoerd. Twee reageerbuizen (1 en 2) worden tot hetzelfde niveau met water gevuld. In buis 2 wordt een takje met enkele bladeren geplaatst.
Direct daarna wordt in beide buizen olie op het water gegoten. Deze opstelling blijft een dag en een nacht zo staan. Daarna blijkt dat in buis 1 het vloeistofniveau niet is gedaald en in buis 2 wel (zie de afbeelding).
Vier leerlingen trekken hieruit een conclusie :

Leerling 1: het takje heeft water opgenomen.
Leerling 2: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal gebruikt voor de celstrekking.
Leerling 3: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de fotosynthese.
Leerling 4: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de verbranding.

Welke leerling trok de juiste conclusie uit dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping door blad.
Zie figuur B 1886 van de bijlage.

De afbeelding stelt een proefopstelling voor. Hiermee wordt onderzocht of het invetten van bladeren invloed heeft op de verdamping. De luchtbel gaat naar de kant waar het meeste water verdampt.
De opstelling staat op een lichte, warme plaats.

Zal de luchtbel bewegen in de richting van P of in de richting van Q?
Hoe komt dat?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Water en anjers.
Zie figuur B 1902 van de bijlage.

Vier anjers worden elk in een bekerglas gezet dat gevuld is met water (zie de afbeelding). Twee anjers hebben bladeren. Het oppervlak van de bladeren van deze twee anjers is gelijk. De twee andere anjers hebben geen bladeren. De bloemen van alle vier de anjers hebben hetzelfde oppervlak. Via de bladeren en de bloemen kunnen de anjers water verdampen.
Twee van de bekerglazen zijn door een glazen stolp geheel van de buitenlucht afgesloten. Alle opstellingen staan in het licht bij 20°C.

In welk bekerglas zal de waterspiegel na enkele dagen het meest zijn gedaald?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verschillende planten.

Een leerling bekijkt vier kamerplanten:

1. een plant met grote bladeren met veel huidmondjes,
2. een plant met kleine bladeren met een dikke waslaag,
3. een plant met bladeren met veel haren op het oppervlak,
4. een plant met bladeren met een dunne opperhuid en zonder waslaag.

Twee van deze planten kennen oorspronkelijk uit een droge omgeving en twee uit een vochtige omgeving.

Welke planten komen uit een droge omgeving?

Plantenfysiologie

Verdamping van geraniumbladeren.
Zie figuur B 899 van de bijlage.

Een onderzoeker doet een experiment met geraniums. Hij bepaalt de verdamping via de bladeren in het licht en in het donker. De resultaten zijn weergegeven in het diagram van de afbeelding. De plant heeft gedurende de gehele onderzoeksperiode de beschikking over voldoende water.

Op welk van de in de afbeelding aangegeven tijdstippen beginnen er waarschijnlijk veel huidmondjes open te gaan?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Droogte en bladverlies.

Sommige bomen reageren op een langdurige periode van droogte met het afstoten van bladeren.

Wat voor gevolg heeft het afstoten van bladeren voor de boom?

Plantenfysiologie

Aardappels en gewichtsverlies.
Zie figuur B 1952 van de bijlage.

Iemand heeft twee aardappels. Hij schilt één aardappel en weegt daarna beide aardappels. Ze blijken dan even zwaar te zijn. Vervolgens bewaart hij beide aardappels in een open bakje in de koelkast en weegt ze gedurende 5 dagen elke dag op dezelfde tijd.
De grafiek in de afbeelding geeft het verloop van het gewicht van beide aardappels weer. Door deze proef wordt aangetoond dat de schil de aardappel beschermt tegen

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Watertransport in plant.

Wortels van planten nemen water op. Het grootste deel van dit water wordt door de bladeren weer afgegeven aan de lucht.

Zo ontstaat in de plant een constante waterstroom naar de bladeren, die benut wordt voor het vervoer van

Plantenfysiologie

Verdamping bij verschillende planten.

Vier planten van verschillende soorten maar met een even groot bladoppervlak werden in dezelfde omgeving geplaatst. De hoeveelheid water die uit de bladeren verdampte, werd gemeten en in onderstaande tabel weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Welke plant zal waarschijnlijk de dikste waslaag en de minste huidmondjes hebben?

Plantenfysiologie

Verdamping bij plant.

Is een plant tegen te sterke verdamping het best beschermd door een groot of door een klein bladoppervlak?
En door een waslaag of door het ontbreken van een waslaag?

Plantenfysiologie

Experiment met geraniumblad.
Zie figuur B 1814 van de bijlage.

In de tekening is een proefopstelling weergegeven.

Kan met deze proefopstelling worden aangetoond dat het blad water afgeeft?
Kan met deze opstelling worden aangetoond dat het blad water opneemt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel (zie de tabel hieronder).

afbeeldingafbeelding

Wat is de onderzoeksvraag bij de proef van Oscar?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.
Zie figuur A 825 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel (zie de tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

Maak in het assenstelsel een lijndiagram (grafiek) van de resultaten van de proef. Zet de noodzakelijke gegevens bij de assen.





-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel.

Oscar herhaalt de proef, maar zet nu een draaiende ventilator naast de plant. De ventilator blaast lucht over de plant. Ook nu leest hij elke dag de massa af.

Zal de massa nu langzamer of sneller afnemen in vergelijking met de eerste proef? Leg je antwoord uit.




-

afbeeldingafbeelding