Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
In de vorige eeuw beschreef een Engelse onderzoeker het gedrag van futen. Bij deze watervogels zag hij onder andere de zogenaamde pinguïndans. Hierbij zwemmen een mannetje en een vrouwtje, vóór het leggen van de eieren, op een bepaalde manier naar elkaar toe. Ze hebben waterplanten in hun snavel en komen borst-aan-borst omhoog uit het water.
Wat is de inwendige prikkel voor de pinguïndans?
afbeelding
Gedrag
2/2 Futen. Zie figuur B 3304 van de bijlage.
De onderzoeker beschreef ook het borst-aan-borstgevecht. Daarbij slaan twee mannetjes met de vleugels naar elkaar en pikken ze met geopende snavels. Ze hebben geen waterplanten of ander nestmateriaal bij zich.
Tot welk type gedrag behoort het borst-aan-borstgevecht?
afbeelding
Gedrag
1/3 Parende kluten. Zie figuur B 3648 van de bijlage.
De foto's in de afbeelding geven kluten weer voor en tijdens de paring. Het vrouwtje nodigt het mannetje uit tot paring door plotseling stil te blijven staan in het water en de hals vlak over het water uit te strekken (foto 1). Het mannetje gaat dan enige tijd zijn veren opstrijken en met de snavel door het water spatten. Daarna volgt de paring zoals op foto 2 is te zien.
Wordt het paringsgedrag van de mannetjeskluut door inwendige prikkels beïnvloed? En door uitwendige prikkels?
afbeelding
Gedrag
2/3 Parende kluten. Zie figuur B 3648 van de bijlage.
Dat het vrouwtje plotseling stil in het water blijft staan, en de hals en kop vlak over het water strekt (foto 1), vormt een.......... voor het gedrag van het mannetje.
Welk woord moet op de plaats van de puntjes in de vorige zin worden ingevuld?
het woord [invulveld]
afbeelding
Gedrag
3/3 Parende kluten.
Bij het paringsgedrag van de kluten is sprake van prikkels en responsen. Een aantal prikkels en responsen wordt in de tekst genoemd.
Noem een prikkel en de daarbij behorende respons voor het vrouwtje uit de tekst en doe dat ook voor het mannetje uit de tekst. Neem het volgende over en vul in:
1/3 Vlindergedrag. Zie figuur B 2916 en figuur B 2917 van de bijlage.
Van een bepaalde vlindersoort is bekend dat de mannetjes vooral op de grond leven. De mannetjes reageren op verschillende prikkels van voorbijvliegende vrouwtjes. Om dit gedrag te onderzoeken worden verschillende papieren modellen als 'vrouwtje' gebruikt. Zo'n model wordt aan een touwtje vastgemaakt en in de buurt van een mannetje bewogen. Zie figuur B 2916
Er wordt geteld hoe vaak een mannetje op zo'n model afvliegt. Deze aantallen zijn als staafdiagram weergegeven in de afbeelding B 2917.
Wat is de onderzoeksvraag bij dit experiment?
afbeeldingafbeelding
Gedrag
2/3 Vlindergedrag. Zie figuur B 2918 van de bijlage.
De onderzoeker doet een vervolgonderzoek met andere modellen. De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in het afgebeelde diagram B 2918.
Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit vervolgonderzoek.
afbeelding
Gedrag
3/3 Vlindergedrag. Zie figuur A 713 van de bijlage.
Bij een derde experiment wordt een model òf 'dansend' òf in een rechte lijn voortbewogen. Bij een vierde experiment wordt hetzelfde model 'dansend' bewogen, maar op verschillende afstanden van het mannetje.
De resultaten van het derde en het vierde experiment staan weergegeven in de afgebeelde staafdiagrammen van figuur A 713.
Wat is de conclusie uit het derde en vierde experiment? Schrijf het zo op: conclusie derde experiment: conclusie vierde experiment:
afbeelding
Gedrag
1/3 Zeeschildpadden.
Zeeschildpadden leggen hun eieren op het strand. Vrouwelijke zeeschildpadden komen daarvoor 's nachts aan land. Ze graven een kuil in het zand, leggen er hun eieren in en dekken de eieren af met zand. Daarna gaan ze terug naar zee.
In de informatie wordt een bepaalde vorm van voortplantingsgedrag beschreven.
Hoe heet dit gedrag?
afbeelding
Gedrag
2/3 Zeeschildpadden.
Wat is de inwendige prikkel voor voortplantingsgedrag?
Gedrag
3/3 Zeeschildpadden. Zie figuur B 4641 van de bijlage.
Als de jongen uit de eieren komen, graven ze zich uit en kruipen naar zee (zie de afbeelding).
Is dit gedrag erfelijk of is het aangeleerd? Leg je antwoord uit.