Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 3, VWO 4, VWO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Gedrag bij dieren
Nestgedrag bij agapornissen. Zie figuur B 5374 van de bijlage.
Een rozekop-agapornis voert nestmateriaal aan met de snavel, terwijl een perzikkop-agapornis (zie afbeelding) dit met de staartveren doet. Tussen beide dieren is kruising mogelijk; de nakomelingen hiervan verkeren later echter in 'verwarring' over de manier van aanvoer van nestmateriaal.
Tot welk gedrag hoort aanvoeren van nestmateriaal bij agapornissen?
afbeelding
Gedrag bij dieren
1/2 Jachtluipaarden.
Jachtluipaarden zijn roofdieren, die op de Afrikaanse savanne leven. Als jonge jachtluipaarden ongeveer één jaar oud zijn, gaan ze voor het eerst zelf op jacht. Bij de jacht rennen zowel volwassen als jonge luipaarden snel achter hun prooi aan. Vooral jonge prooidieren stoppen tijdens zo'n achtervolging nogal eens. Ze gaan stil staan of zelfs liggen. Volwassen jachtluipaarden grijpen deze kans aan om hun prooidier onmiddellijk te doden. Wat opvalt is dat jonge luipaarden, die voor het eerst zelf jagen, niets meer doen als het prooidier stopt met rennen, gaat liggen en zich niet meer beweegt. De jonge jachtluipaarden stoppen met de jacht en lopen wat onwennig rond het prooidier. De jacht wordt onmiddellijk hervat als het prooidier weer probeert te ontsnappen.
Wat is volgens de tekst de sleutelprikkel voor het jachtgedrag van de jonge luipaarden?
Gedrag bij dieren
2/2 Jachtluipaarden.
Als jonge jachtluipaarden onder leiding van de moeder een aantal malen zelf prooi hebben gevangen, vertonen zij het gedrag van stoppen met jagen en niet doden van een stilliggend prooidier niet meer.
Welke twee typen leren kunnen van toepassing zijn op deze verandering van gedrag bij de jonge jachtluipaarden?
Gedrag bij dieren
Wevervogels. Zie figuur A 1190 van de bijlage.
In Afrika en Zuidwest-Azië is onderzoek gedaan aan bijna honderd verschillende soorten wevervogels (Ploceinae). De soorten wevervogels hebben uiterlijk weinig verschillen. Meestal worden de nesten van de wevervogels gebouwd door de mannetjes. Zij weven takken en bladeren op een kunstige wijze in elkaar. Bij de diverse soorten wevervogels komen de volgende samenwerkingsvormen voor:
- monogame paren. Daarbij zijn er nauwelijks uiterlijke verschillen tussen de mannetjes en de vrouwtjes. Deze dieren leven in het oerwoud en verdedigen een vrij groot territorium met een goed verborgen nest. - Mannetjes gaan paarbanden aan met meerdere vrouwtjes. Er zijn grote uiterlijke verschillen tussen de mannetjes en de vrouwtjes. De dieren zoeken in groepen naar voedsel. De nesten zitten meestal samen in een bepaalde stekelige boom op de savanne. Zie ook de afbeelding met twee soorten wevervogels. De bovenste (Malimbus scutatis) leeft in het oerwoud, verdedigt grote territoria en eet voornamelijk insecten. De onderste (Ploceus cucullatus) leeft in grote groepen op de savanne en eet voornamelijk zaden. De nesten van de laatste soort bevinden zich in opvallende kolonies.
Naar aanleiding van deze tekst en de afbeeldingen worden drie veronderstellingen over soorten wevervogels gedaan:
1. Bij oerwoudsoorten zal vaker indirecte broedzorg voorkomen dan bij savannesoorten. 2. Oerwoudsoorten zullen legsels hebben verspreid over het hele jaar; savannesoorten zullen in bepaalde delen van het jaar geen legsels hebben en in andere delen van het jaar wel, afhankelijk van het seizoen. 3. De seksuele dimorfie is vooral van betekenis voor de polygame relaties.
Kies het nummer van de juiste veronderstelling of de nummers van de juiste veronderstellingen.
-
afbeelding
Gedrag bij dieren
Ganzen.
Van ganzen zijn veel observaties bekend. In een voorjaar werden ganzen die waren neergestreken in de grazige vlaktes van Nova Zembla geobserveerd. Tijdens een gevecht tussen twee mannelijke ganzen werd het volgende gedrag waargenomen: De blikken van de ganzen dwaalden naar links en naar rechts. Ze maakten hun veren schoon en ze schudden iets denkbeeldigs van hun snavel.
Hoe noemt men het type gedrag van de ganzen dat op het einde beschreven werd? Dat noemt men [invulveld] gedrag
Gedrag bij dieren
Website Meeuwenoverlast.nl Zie figuur B 5375 van de bijlage.
De website www.meeeuwenoverlast.nl is een ongekend succes. De website voorziet in de behoefte aan een platform van waaruit gezamenlijk actie kan worden ondernomen tegen de overlast van de meeuwen. Massale aantallen meeuwen krijsen 's ochtends de bewoners wakker, bevuilen auto's, waardoor ernstige lakschade optreedt, en vallen in het broedseizoen mensen en huisdieren aan. De bestrijding van de overlast is lastig omdat de meeuwen beschermd zijn. Ze pikken ook vuilniszakken open. In Leiden heeft men daarom in 2007 de grijze vuilniszakken vervangen door rode, die ook iets dikker zijn. Dat hielp; in de eerste twee weken werd er geen zak open gepikt. In de derde week een paar, maar na de achtste week was het weer "als vanouds". Opmerkelijk was dat de nieuwe open gepikte zakken in de buurt van reeds eerder aangepikte zakken aangetroffen werden, zodat op de stadskaart "een vlek met open gepikte zakken" steeds groter werd.
Enkele mogelijke vormen van (leer)gedrag zijn: 1. conditionering; 2. trial and error; 3. imitatie; 4. inprenting. Van de eerste tot en met de achtste week hebben meeuwen "geleerd" om hun gedrag aan te passen.
Geef hieronder aan welke vorm(en) van gedrag een rol heeft (hebben) gespeeld.
-
afbeelding
Gedrag bij dieren
Pantoffeldiertjes. Zie figuur B 5376 van de bijlage.
In nevenstaande afbeelding is de verspreiding van een aantal pantoffeldiertjes weergegeven in een petrischaaltje met een dun laagje schoon helder slootwater. Tekening I laat de uitgangssituatie zien: de stipjes zijn pantoffeldiertjes. Een onderzoeker voegde een kleine hoeveelheid azijnzuurkristallen toe in het centrum van het petrischaaltje (aangegeven met een dikke stip) en legde de reactie van de pantoffeldiertjes vast in de tekeningen II t/m V. Elke tekening is na een gelijk tijdsinterval gemaakt.
Welke conclusie kun je op grond van de waarnemingen trekken?
afbeelding
Gedrag bij dieren
Een taal leren.
In een bepaalde theorie wordt gesteld dat bij de geboorte alle zenuwverbindingen aanwezig zijn, die nodig zijn voor het spreken van een taal, welke taal dan ook. Bij het leren van het spreken van een bepaalde taal door een klein kind worden alle verbindingen vernietigd die niet nodig zijn voor de taal die het kind leert. Naar aanleiding van dit gegeven worden de volgende beweringen gedaan over twee twaalfjarige, allochtone kinderen.
1. Het leren praten van de kinderen is een vorm van inprenting. 2. Het op latere leeftijd goed leren uitspreken van Nederlands is moeilijker voor een in Turkije geboren kind dat later in Nederland is opgegroeid dan voor een Turks kind dat in Nederland geboren is en opgegroeid.
Is volgens deze theorie bewering 1 juist? En bewering 2?
Gedrag bij dieren
Vogels.
Alhoewel kippen en kwartels nauw verwant zijn, verschilt hun roep sterk. Een experiment werd uitgevoerd waarbij het bij de roep betrokken hersengebied van een vijf dagen oud wit kippenembryo werd vervangen door dat van een even oud bruin kwartelembryo. Daarna werd dit kuiken uitgebroed. Het kuiken dat uit het ei kwam had enkele delen in de hersenen die duidelijk van de kwartel afkomstig waren. De roep van dit kuiken leek meer op de roep van een kwartel dan op die van een kip.
Welk van de volgende conclusies past of welke passen bij het resultaat van het experiment?
I. De roep is soortspecifiek en wordt erfelijk bepaald. II. De roep wordt bepaald na het uitkomen van het ei. III. De roep wordt bepaald door de structuur van het zangstrottenhoofd.
Gedrag bij dieren
Vogels.
Bij een bepaalde vogelsoort hebben de volwassen mannetjes rode borstveren. Deze mannetjes vertonen territoriumgedrag: ze verjagen indringers op een agressieve manier. Aan een volwassen mannetje van deze soort werden modellen getoond van:
1. een normale jonge vogel met bruine borstveren; 2. een normale volwassen vogel met rode borstveren; 3. een jonge vogel met rode borstveren; 4. een volwassen vogel met bruine borstveren.
Het mannetje reageert verschillend op de modellen.
Zet hieronder de cijfers in de juiste volgorde van de reacties van het mannetje van sterk agressief naar steeds minder agressief gedrag.
Gedrag bij dieren
Hanen op de territoriumgrens.
Op de gemeenschappelijke grens van hun territoria vertonen hanen soms het gedrag dat één of beide, in elkaars aanwezigheid, steentjes op gaan pikken.
Hoe kun je dit gedrag het beste omschrijven?
Gedrag bij dieren
Waaierende stekelbaars.
Een stekelbaarsmannetje gaat met behulp van de borstvinnen langzaam staan 'waaieren' boven de ingang van het nest waarin de eieren liggen. Daardoor wordt het water in het nest ververst. De mogelijke prikkel voor dit waaieren is de CO2
-productie en/of het tekort aan O2
van de zich ontwikkelende eieren. Men legt over het nest enige tijd een horlogeglas, waardoor het nest wordt afgesloten en haalt dit na enige tijd weer weg.
Wat zal men dan kunnen verwachten van het mannetje als de boven vermelde hypothese juist is?
Gedrag bij dieren
Een wroetend varken.
Het wroeten van een varken is een gedragselement dat tot verschillende gedragssystemen behoort. Waaruit blijkt dat?
Gedrag bij dieren
Geconditioneerde reflex.
In de tabel hieronder staat een overzicht van de stappen in de ontwikkeling van een geconditioneerde reflex.
afbeelding
Wat is de juiste volgorde waarin de stappen plaatsvinden?
Gedrag bij dieren
Leeuwengedrag.
George Schaller beschreef het volgende jachttafereel bij leeuwen: Vier leeuwinnen sluipen samen naar een kudde Thomsongazellen. Twee lopen in een wijde boog om de kudde heen, houden dan stil en verbergen zich tot het tweede paar naderbij komt. Als de jagers ontdekt zijn, rennen de gazellen in paniek alle kanten uit. Ze zijn echter ingesloten en krijgen niet alle de kans om te ontsnappen. Twee gazellen worden gegrepen.
Wat laat dit verhaal zien?
Gedrag bij dieren
Vogels in het weiland.
Wat is de belangrijkste functie van het verblijf van de vogels in het weiland?
Gedrag bij dieren
Rode oogstmieren. Zie figuur A 1181 van de bijlage.
Rode oogstmieren (Pogonomyrmex barbatus) zijn sociale insecten die ondergronds leven in kolonies. Verschillende taken worden door verschillende groepen mieren uitgevoerd. Hiernaast zie je een beeld van een kolonie. De open cirkel in het midden is de ingang van het nest. De vier soorten lijnen (i t/m iv) geven een beeld van de wegen die door de verschillende soorten mieren gevolgd worden.
Welke groep mieren (A tot D) komt overeen met de lijnen (i t/m iv)? Zet de groepen in de rechter kolom op de juiste plaats.