Oefentoets Biologie: Bloed - samenstelling | VWO 1/VWO 2

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Hemoglobine.

In welk bestanddeel van het bloed van de mens komt hemoglobine voor?

Bloed

Bloed.

Welk deel van het bloed van de mens vervoert opgeloste voedingsstoffen?

Bloed

Bloedplasma.

Welke stoffen) wordt (worden) voor het merendeel niet door het bloedplasma vervoerd?

Bloed

Plasma.

Plasma is bloed zonder

Bloed

Hemoglobinetekort.

Iemand heeft te weinig hemoglobine in zijn bloed.

Voor welke functie van het bloed heeft dit gevolgen?

Bloed

Beweringen over hemoglobine.

Welke van onderstaande beweringen over hemoglobine is juist?

Hemoglobine bevindt zich bij de mens

Bloed

Transport van alcohol.

Sommige mensen drinken voor het eten alcoholhoudende dranken zoals sherry of port.
Alcohol wordt met het bloed onder andere naar de hersenen vervoerd.

Door welk deel van het bloed wordt het grootste gedeelte van de alcohol vervoerd?

Bloed

Bestanddelen van het bloed.

Welke van de onderstaande bestanddelen van het bloed van de mens worden wel in de bloedvaten maar niet in de lymfevaten aangetroffen?

Bloed

De behoefte aan ijzer.

afbeeldingafbeelding

In de tabel is weergegeven de behoefte aan voedingsstoffen van een kind van ca 8 jaar en een even oud kind, genaamd Els. In deze vraag wordt gekeken naar de behoefte aan ijzer.
IJzer is een belangrijke bouwstof voor het bloed.
Els neemt niet de juiste hoeveelheid ijzer op.

Wat zal daarvan het gevolg zijn?

Bloed

Het glucosegehalte en het zuurstofgehalte van het bloed.
Zie figuur A 130 van de bijlage.

In de tekening geven de cijfers 1 en 2 bloedvaten aan.
Wij vergelijken het glucosegehalte en het zuurstofgehalte van het bloed in de bloedvaten 1 en 2 met elkaar.

Het bloedvat 1 bevat

afbeeldingafbeelding

Bloed

Hongeroedeem bij mensen.

Een van de bekende symptomen van hongeroedeem bij mensen is het opzwellen van weefsels.
Dit verschijnsel is het gevolg van een te lage concentratie van opgeloste stoffen in het bloedplasma.

Van welke stof of van welke stoffen is dan de concentratie in het bloedplasma te laag?

Bloed

Stoffen in bloedplasma en de rode bloedcellen.

Het bloed van de mens bevat onder andere fibrinogeen, hemoglobine, hormonen en zuurstof.

Welke van deze stoffen komt of welke komen zowel in het bloedplasma als in de rode bloedcellen voor?

Bloed

Longslagader en het begin van de aorta vergeleken.

Bij de mens worden het begin van de longslagader en het begin van de aorta vergeleken met betrekking tot de volgende gegevens:

1. de bloeddruk;
2. het aantal rode bloedcellen per mL bloed;
3. het koolstofdioxidegehalte van het bloed;
4. de hoeveelheid bloed die per minuut door het desbetreffende bloedvat stroomt.

Welke van deze gegevens hebben vrijwel dezelfde waarde in het begin van de longslagader en in het begin van de aorta?

Bloed

1/3 Bloedpreparaten.
Zie figuur B 2033 van de bijlage.

Een laborant in een ziekenhuis bekijkt bloedpreparaten. In de afbeelding is schematisch getekend wat hij ziet.
Tekening P geeft het preparaat weer van bloed dat hij heeft laten stollen.
Tekening Q geeft het preparaat weer van bloed waaraan hij een anti-stollingsmiddel heeft toegevoegd.

Zijn in tekening P rode bloedcellen weergegeven?
En in tekening Q?

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/3 Bloedpreparaten.
Zie figuur B 2033 van de bijlage.

Komt in het preparaat van tekening P de stof hemoglobine voor?
En in dat van tekening Q?

afbeeldingafbeelding

Bloed

3/3 Bloedpreparaten.
Zie figuur B 2033 van de bijlage.

Zorgen cellen van type 1 (tekening Q) voor afweer tegen ziektes?
En cellen van type 2?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Schaatsers.

Bij de leden van de Nederlandse schaatsploeg, die een trainingskamp van enkele weken in het hooggelegen Davos hebben gehad, constateerde men dat het aantal rode bloedlichaampjes per mm3 met ongeveer 3 miljoen was toegenomen.

De oorzaak hiervan is dat in het hooggelegen Davos

Bloed

2/3 Huidproblemen.
Zie figuur B 1968 van de bijlage.

Bij een blaar is er tussen de huidlagen 1 en 2 een ruimte (aangegeven met cijfer 3) ontstaan. In deze ruimte bevindt zich helder vocht, dat uit het bloed komt.

Kunnen zich in dit vocht antistoffen bevinden?
En witte bloedcellen?

afbeeldingafbeelding