Assimilatie_dissimilatie
Fotosynthese en verbranding.
Een levende plant met bladgroen staat in het donker.
Vindt er dan in de cellen met bladgroen fotosynthese plaats?
En verbranding?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
Fotosynthese en verbranding.
Een levende plant met bladgroen staat in het donker.
Vindt er dan in de cellen met bladgroen fotosynthese plaats?
En verbranding?
afbeelding
Fotosynthese en verbranding.
Vindt er in de ondergrondse wortelcellen van een eikenboom fotosynthese plaats?
En verbranding?
afbeelding
Afgifte van stoffen aan de lucht.
Enkele stoffen die in planten met bladgroen voorkomen zijn:
1. water (waterdamp)
2. zuurstof
3. koolstofdioxide.
Welke van deze stoffen kan een plant met bladgroen aan de lucht afgeven?
Stofwisseling planten bij verhoging van de temperatuur.
Zie figuur B 858 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling in het licht geplaatst. Bij verschillende omgevingstemperaturen tussen 5°C en 50°C wordt gemeten hoeveel O2
deze plant per uur afgeeft. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.
Uit het diagram valt af te lezen, dat bij verhoging van de temperatuur de stofwisseling van deze planten
afbeelding
Zuurstofproductie in een blad.
In een bepaalde cel van een blad wordt zuurstof geproduceerd.
Heeft deze cel bladgroen?
Vindt tijdens de productie van zuurstof tegelijkertijd in deze cel verbranding plaats?
afbeelding
Zuurstofproductie in een opperhuidcel.
In een bepaalde cel in de opperhuid van een blad wordt zuurstof geproduceerd.
Heeft deze cel bladgroen?
Wordt tijdens de productie van zuurstof tegelijkertijd in deze cel ook zuurstof verbruikt?
afbeelding
Het zuurstofgehalte in vier even grote bakken.
Zie figuur B 2012 van de bijlage.
Vier even grote bakken worden met lucht gevuld en afgesloten. Zie de tekeningen.
De bakken 1 en 3 staan in het licht, de bakken 2 en 4 staan in het donker.
Alle bakken staan bij 20°C.
In welke bak zal na 24 uur het zuurstofgehalte het hoogst zijn?
afbeelding
Twee omgekeerde jampotten gevuld met water.
Zie figuur B 2016 van de bijlage.
In een glazen bak met water staan twee omgekeerde jampotten op een paar klosjes.
In beide potten zit een beetje vocht, in iedere pot even veel.
In pot 1 drijven enkele groene bladeren op het water. De bak staat in het licht.
Na verloop van tijd is het water in pot 1 gezakt en in pot 2 niet (zie tekening).
Dit komt doordat in pot 1 zuurstof gevormd is.
Is de gevormde zuurstof afkomstig van verbranding?
Hebben de bladeren voor het produceren van de zuurstof water nodig?
afbeelding
afbeelding
Een aquarium met vissen zonder planten.
Uit een aquarium met planten en vissen worden alle planten verwijderd.
In het water is er na enige tijd minder
Twee bakken met takjes waterpest.
Men heeft twee bakken.
In elke bak bevindt zich een aantal takjes waterpest.
Bak 1 staat in het licht.
Bak 2 staat in het donker.
Welke van onderstaande beweringen met betrekking tot dit experiment is juist?
De gaswisseling van een plant onder een stolp.
Men onderzoekt de gaswisseling van een plant die bij schemerlicht onder een glazen stolp staat. Bij dit schemerlicht wordt door de plant meer glucose verbrand dan geproduceerd.
Van welk gas neemt de hoeveelheid onder de stolp af?
Een plant met bladgroen in een proefopstelling.
Zie figuur B 1914 van de bijlage.
Een plant met bladgroen staat in een proefopstelling.
De pijlen geven de richting aan waarin lucht stroomt. De opstelling wordt eerst in het licht geplaatst en daarna in het donker.
Wanneer bevat de lucht in de buis bij Q meer zuurstof dan in de buis bij P?
afbeelding
Organismen in een afgesloten ruimte.
Zie figuur B 2090 van de bijlage.
In vier met lucht gevulde afgesloten ruimten bevinden zich levende organismen. In ruimte 1 en 2 paddestoelen, in ruimte 3 en 4 een plant. Dit is schematisch weergegeven in de afbeelding.
In welke van de ruimten neemt de hoeveelheid zuurstof zeker af?
afbeelding
1/2 Geraniums en champignons.
Zie figuur B 1877 van de bijlage.
De tekeningen geven een proefopstelling weer. Hiermee onderzoekt iemand de stofwisseling van geraniums (planten met bladgroen) en champignons (paddestoelen) in het licht en in het donker.
In welke van de organismen in deze proefopstelling vindt verbranding plaats?
afbeelding
2/2 Geraniums en champignons.
In welk of welke van de organismen in deze proefopstelling vindt fotosynthese plaats?
afbeelding
1/3 Glucose-stofwisseling.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Welk proces heet fotosynthese?
2/3 Glucose-stofwisseling.
Zie figuur B 1957 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aantal cellen van een plant weer. Enkele cellen bevatten bladgroen.
De plant bevindt zich in het zonlicht.
De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:
1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
Vindt proces 2 plaats in cel P?
En in cel Q?
afbeelding
afbeelding
1/4 Een kamerplant.
Een kamerplant met groene bladeren staat overdag op de vensterbank in de zon.
's Nachts staat hij in het donker.
Nadat deze plant zes uur in de zon heeft gestaan, wordt een blad met jodium onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.
Welke kleur krijgt dit blad dan?
2/4 Een kamerplant.
Wordt in cellen met bladgroen van deze plant in het licht glucose gevormd?
En wordt er glucose verbruikt?
3/4 Een kamerplant.
Welk gas wordt door de bladeren van deze plant in het donker opgenomen?