Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 24 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

24

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Lengte dunne darm bij kikkervisje en kikker.

Een kikkervisje (planteneter) verandert in een kikker (vleeseter).

In welk stadium heeft dit dier in verhouding tot zijn lichaamslengte de kortste dunne darm?
In welk stadium heeft de maag in verhouding het grootste aandeel in de vertering?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vertering in de maag.

Kan bij de mens de hoeveelheid maagsap die wordt afgescheiden worden veranderd onder invloed van het zenuwstelsel?
En onder invloed van een hormoon?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Amylase onwerkzaam.

In de twaalfvingerige darm wordt een zetmeelverterend enzym amylase aan het voedsel toegevoegd.

Speekselamylase, afgegeven in de mond, zal in de twaalfvingerige darm geen zetmeel verteren, doordat

Spijsvertering

Glucose-resorptie.
Zie figuur B 145 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een deel van het spijsverteringskanaal met enkele bijbehorende bloedvaten van de mens weer. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan. Bij p is de concentratie van glucose in de holte van de darm hoger dan in het bloed; bij q is dit omgekeerd.

Is bij q opname van glucose in het bloed mogelijk?
Is de concentratie van glucose in het bloed bij 2 hoger dan die in het bloed bij 1?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Regeling van de vertering.

De afgifte van alvleessap wordt onder andere geregeld door het hormoon secretine. Secretine wordt geproduceerd in cellen in de wand van de twaalfvingerige darm; de pH in de twaalfvingerige darm beïnvloedt deze productie.

Is de hoeveelheid geproduceerd secretine het grootst bij een lage of bij een hoge pH?
Is de hoeveelheid geproduceerd alvleessap het grootst bij veel of bij weinig secretine?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Zuurgraad twaalfvingerige darm.

De zuurgraad in de twaalfvingerige darm is aan schommelingen onderhevig.
Als mogelijke invloeden op die zuurgraad worden genoemd:

1. vetvertering;
2. NaHCO3 uit alvleesklier en galblaas;
3. spijsbrij uit de maag;
4. zetmeelvertering.

Welke van de bovenstaande invloeden maken de inhoud van de twaalfvingerige darm zuurder?

Spijsvertering

Cholecystokinine.

Indien slijmvliescellen van de twaalfvingerige darm in aanraking komen met voedingsstoffen zoals vetten, produceren ze een stof: cholecystokinine. Indien deze stof cellen van de wand van de galblaas bereikt, trekken de spieren in deze wand zich samen. Op deze wijze wordt er meer gal naar de dunne darm gebracht.

Is cholecystokinine een enzym of een hormoon?
Bereikt deze stof de wand van de galblaas via het bloed of via de galbuis?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Secretine.

Secretine is een hormoon dat in bepaalde cellen in het dekweefsel van het darmkanaal van de mens wordt gevormd, nadat deze cellen in aanraking zijn gekomen met een zure oplossing.
Als secretine de alvleesklier bereikt, gaat deze alvleessap afscheiden.

In welk deel van het darmkanaal wordt de secretine vooral geproduceerd?
Wordt secretine uitsluitend door aders vervoerd, of ook door slagaders?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/6 Bouw en werking van het verteringskanaal.
Zie figuur A 413 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch organen van de mens weer. Vier plaatsen in het verteringskanaal zijn met letters aangegeven.
De voedselbrij beweegt zich van de mond door het verteringskanaal naar de anus.

Geef de juiste volgorde waarin het voedsel - op weg van de mond naar de anus - langs de plaatsen P, Q, R en S komt.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/6 Bouw en werking van het verteringskanaal.

Iemand eet rauwe wortelen en een stukje rauwe vis. Voor een goed verloop van de vertering moeten rauwe plantendelen, zoals wortelen, langduriger worden gekauwd dan rauwe dierlijke delen, zoals vis.

Op welke anatomische eigenschap van planten berust dit verschil?

Spijsvertering

3/6 Bouw en werking van het verteringskanaal.
Zie figuur C 149 van de bijlage.

De opname van onder andere glucose door het dekweefsel van de darm vindt plaats door middel van de zogenoemde ping-pong-eiwitmoleculen in de celmembraan (zie de afbeelding).

Een molecuul van het 'ping-pong-eiwit' kan twee vormen aannemen: in de vorm 'pong' zijn de bindingsplaatsen van het molecuul gericht naar buiten de cel, in de vorm 'ping' zijn de bindingsplaatsen van het molecuul gericht naar binnen de cel (zie de afbeelding).
Het molecuul wisselt van 'pong' naar 'ping' zodra alle bindingsplaatsen bezet zijn. Door binding aan de bindingsplaatsen van deze membraaneiwitten worden onder andere Na+ -ionen en glucosemoleculen door de celmembraan de cel in getransporteerd. De drijvende kracht achter dit proces is de zogenoemde Na+ -K+ ATP-ase pomp die voortdurend Na+ -ionen vanuit de cel in de extracellulaire ruimte pompt.

Drie processen zijn: de afgifte van glucose binnen de cel, het losraken van Na+ -ionen van het 'ping'-eiwit en het verwijderen van Na+ -ionen uit de cel. Uit bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat één van deze processen energie kost.

Welk van deze processen kost energie?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/6 Bouw en werking van het verteringskanaal.
Zie figuur C 149 van de bijlage.

Door de aanwezigheid van bacteriën en virussen in het darmkanaal kan diarree ontstaan. Bij ernstige vormen van diarree is het verlies aan Na+ -ionen en het daarmee gepaard gaande vochtverlies het meest levensbedreigend. Om in deze situatie uitdroging te voorkomen laat men de patiënt een oplossing met glucose en zouten drinken. Zo'n oplossing heet een ORS-oplossing (ORS = oral rehydration solution). Een ORS-oplossing wordt samengesteld uit glucose, NaCl, trinatriumcitraat en KCl.

Wordt de opname van glucose door het dekweefsel van de darm (zie de afbeelding) beïnvloed door de concentratie van Na+ -ionen in ORS?
Zo ja, wordt bij toename van de Na+ -ionenconcentratie de opname van glucose door de weefsels van het darmkanaal lager of hoger?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

5/6 Bouw en werking van het verteringskanaal.

In de celmembraan bevinden zich, behalve eiwitten voor het transport van Na+ -ionen en glucosemoleculen, ook soortgelijke eiwitten voor het transport van Na+ -ionen en aminozuren. Dit biedt mogelijkheden voor het gebruik van een ander type ORS-oplossing waaraan, behalve de reeds genoemde stoffen, het aminozuur alanine wordt toegevoegd.
Hierdoor is de energiewaarde van zo'n oplossing hoger dan die van een standaard ORS-oplossing met 340 kJ/L.
Over de reden waarom een aminozuur wordt gebruikt ter verhoging van de energiewaarde van de oplossing en niet een hogere concentratie van glucose, worden de volgende beweringen gedaan:

1. door verhoging van de glucoseconcentratie in de darm kan het waterverlies van het lichaam toenemen,
2. door alanine wordt de osmotische waarde van het weefselvocht verlaagd, terwijl die door glucose wordt verhoogd,
3. door gebruik te maken van transporteiwitten voor zowel glucose als voor aminozuren kunnen per tijdseenheid meer Na+ -ionen worden opgenomen.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Spijsvertering

6/6 Bouw en werking van het verteringskanaal.
Zie figuur C 150 van de bijlage.

Van de wand van twee verschillende delen (1 en 2) van het verteringskanaal zijn doorsneden gemaakt. Van de doorsneden zijn foto's en tekeningen gemaakt (zie de afbeelding). Foto 1a en tekening 1b zijn van deel 1; foto 2a en tekening 2b zijn van deel 2. In één van beide delen vindt sneller opname van glucose plaats dan in het andere deel.

Noem twee anatomische aspecten die zichtbaar zijn op de foto en/of in de tekening, waaruit blijkt in welk deel de opname sneller plaatsvindt. Noem het cijfer van dit deel.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/2 De maag.

In de wand van de maag van de mens komen cellen voor die in bepaalde omstandigheden een hormoon kunnen afscheiden. Dit hormoon stimuleert de afgifte van maagsap door de maagsapklieren.

In welk van de bloedvaten aorta, longslagader of maagslagader zullen moleculen van dit hormoon na afscheiding het eerst terechtkomen?

Spijsvertering

2/2 De maag.

In de wand van de maag van de mens komen cellen voor die in bepaalde omstandigheden een hormoon kunnen afscheiden. Dit hormoon stimuleert de afgifte van maagsap door de maagsapklieren.

Zal de hydrolyse van eiwitten in de maag als gevolg van afscheiding van dit hormoon afnemen, gelijk blijven of toenemen?

Spijsvertering

Eiwit in de maagwand.

Hoewel de maagwand eiwit bevat, wordt dit eiwit niet aangetast door maagsap.

Wat is hiervan de oorzaak?

Spijsvertering

Maagportier.

Verslapping van de maagportier (pylorus) wordt bevorderd door

Spijsvertering

Een chemische reactie.

NaHCO3 + HCl ® Na+ + Cl- + H2 O + CO2

Bovenstaande chemische reactie vindt plaats in de

Spijsvertering

Maagportier.

De maagportier is een spier die samentrekt als gevolg van voldoende impulsen via het autonome zenuwstelsel.
Het aantal impulsen dat de spier ontvangt, is onder andere afhankelijk van het aantal impulsen dat de druk- en zuurgraadgevoelige zintuigen in de wand van de twaalfvingerige darm afgeven.
Het aantal impulsen vanaf de zuurgraadgevoelige zintuigen is omgekeerd evenredig met de pH in de twaalfvingerige darm.

Wanneer zal het aantal impulsen van het parasympatische zenuwstelsel in de richting van de maagportier afnemen?

Spijsvertering

Vertering in de maag.

Welk van de volgende zaken is of welke zijn direct of indirect betrokken bij de chemische vertering in de maag van een mens?