Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - zenuwwerking | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 32 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

32

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

De richting van impulsen.

Hieronder volgen vier beweringen over de richting van impulsen in een uitloper van een motorische zenuwcel.

1. Impulsen gaan van het centrale zenuwstelsel naar klieren.
2. Impulsen gaan van het centrale zenuwstelsel naar spieren.
3. Impulsen gaan van spieren naar het centrale zenuwstelsel.
4. Impulsen gaan van klieren naar het centrale zenuwstelsel.

Welke bewering(en) is(zijn) juist?

Zenuwstelsel

Een zenuwcel van een bewegingszenuw.
Zie figuur B 1014 van de bijlage.

In de figuur is een zenuwcel van een bewegingszenuw getekend.
De lange uitloper is doorgesneden op de plaats van de pijl.

Als gevolg hiervan kunnen geen impulsen via deze zenuwcel

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen in een bewegingszenuw.

Impulsen in een bewegingszenuw gaan onder andere van

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding in het zenuwstelsel.

Enkele delen van het zenuwstelsel van de mens zijn:

1. een armzenuw,
2. een oogzenuw,
3. het ruggenmerg.

Door welke van deze delen kunnen impulsen geleid worden?

Zenuwstelsel

Impulsgeleiding in het zenuwstelsel.

Enkele delen van het zenuwstelsel van de mens zijn:

1. een armzenuw,
2. de hersenstam,
3. het ruggenmerg.

Door welke van deze delen kunnen impulsen geleid worden?

Zenuwstelsel

Geblokkeerde zenuwen.

Een proefpersoon kan zijn tenen willekeurig bewegen, maar kan die beweging niet voelen.

Welke van de onderstaande zenuwen zijn dan geblokkeerd?

Zenuwstelsel

Zenuwcellen en impulsen.

Enkele typen zenuwcellen zijn: bewegingszenuwcellen, gevoelszenuwcellen en schakelcellen.

Welke van deze cellen geleiden impulsen?

Zenuwstelsel

Bewegingszenuwen & impulsen.

Bewegingszenuwen geleiden impulsen van

Zenuwstelsel

Een plaatselijke verdoving.

Wanneer de tandarts plaatselijke verdoving toepast, doet het trekken van een kies geen pijn meer.

Er wordt geen pijn gevoeld, doordat geen impulsen meer worden doorgegeven via

Zenuwstelsel

Zintuigcel of spiercel & gevoelszenuwcel of bewegingszenuwcel.
Zie figuur B 1832 van de bijlage.

Het schema geeft een deel van het zenuwstelsel van de mens weer. De pijl geeft de impulsrichting aan in zenuwcel Q.

Is P een zintuigcel of een spiercel?
Is Q een gevoelszenuwcel of een bewegingszenuwcel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een doorsnijding van één zenuw in een poot.

Een onderzoeker sneed in 1870 bij een proefdier één zenuw in een poot door. Het bleek dat voorbij de doorsnijding het dier een deel van de poot niet meer kon bewegen en dat een deel gevoelloos geworden was.
De onderzoeker stelde nu de hypothese op dat 'waar geen gevoel was, ook geen beweging kon zijn'.

Welke van onderstaande experimenten zou het meest geschikt zijn om deze hypothese te toetsen?

Zenuwstelsel

Impulsen & grote hersenen.

Hieronder staan twee beweringen over impulsen:

I. Impulsen kunnen in de grote hersenen ontstaan.
II. Impulsen in een reflexbaan verlopen altijd via de grote hersenen.

Zenuwstelsel

Bewegingszenuwcellen & ellepijp, evenwichtszintuig, knieschijf en tong.

Vier delen van het lichaam van de mens zijn: ellepijp, evenwichtszintuig, knieschijf en tong.

Welk van deze delen ontvangt impulsen via bewegingszenuwcellen?

Zenuwstelsel

Impulsen vanuit de huid naar een spier.
Zie figuur B 4478 van de bijlage.

In de afbeelding hieronder is schematisch weergegeven hoe enkele zenuwcellen impulsen geleiden vanuit de huid naar een spier. De pijlen geven de richting van de impulsen aan.

De letters P, Q en R geven zenuwcellen aan.

Welke letter in de afbeelding geeft een schakelcel aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Bewustworden van een prikkel.

We worden ons van een prikkel bewust, wanneer

Zenuwstelsel

Verbindingen met bewegingszenuwcellen.

In het lichaam van de mens bevinden zich onder andere:

1. armspieren,
2. spieren van de buikwand,
3. zintuigcellen in het oog.

Welke zijn rechtstreeks verbonden met uitlopers van bewegingszenuwcellen?

Zenuwstelsel

Spier of zintuig.

Tussen orgaan P en het ruggenmerg bevindt zich een gevoelszenuw.

Wat voor soort orgaan is P en in welke richting gaat de prikkel door de gevoelszenuw?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een gevoelszenuw.
Zie figuur B 1768 van de bijlage.

Tussen de cel P in een spier en het ruggenmerg bevindt zich een gevoelszenuw.

Wat voor soort cel is P en in welke richting gaan impulsen door de gevoelszenuw?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

zintuigcel of spiercel & gevoelszenuwcel of bewegingszenuwcel.
Zie figuur B 1777 van de bijlage.

Een cel (1) is door een zenuwcel (2) verbonden met het ruggenmerg. Door deze zenuwcel gaan impulsen naar het ruggenmerg toe.

Is 1 een zintuigcel of een spiercel?
Is 2 een gevoelszenuwcel of een bewegingszenuwcel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De richting van een impuls.
Zie figuur B 3443 van de bijlage.

In een uitloper van een zenuwcel loopt een impuls altijd maar in één richting.

Geef in de tekening bij P en Q met pijlen de richting van de impuls aan.

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Kiespijn.
Zie figuur B 4342 van de bijlage.

Kiespijn wordt pas waargenomen wanneer de prikkel een bepaalde sterkte heeft, de prikkeldrempel. Is de prikkel minder sterk dan voel je geen pijn; de prikkel ligt dan onder de prikkeldrempel. De prikkeldrempel verandert in de loop van de dag (zie het diagram).

Bart heeft een gaatje in zijn kies. Het glazuur en het tandbeen zijn aangetast. Bij het eten van koud voedsel voelt hij pijn in die kies.

Bart eet graag ijs. Op een bepaalde dag eet hij om 9.00 uur een ijsje en om 16.00 uur weer.

Leg met behulp van het diagram uit waardoor hij om 9.00 uur sneller pijn voelt in zijn aangetaste kies dan om 16.00 uur.

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/6 Pijnbestrijding.

NIEUWE INZICHTEN EN TECHNIEKEN MAKEN BETERE BESTRIJDING MOGELIJK.

Pijn is het belangrijkste verschijnsel in de geneeskunde. Met toenemend succes zoeken medische wetenschap, industrie en overheid naar betere methoden om pijn te bestrijden of tenminste tot een leefbaar niveau terug te brengen. Toch is pijn belangrijk voor het leven. Het is een belangrijk signaal dat het lichaam gevaar loopt. Wee degene die geen pijn voelt.

Nooit meer pijn? De gedachte alleen al doet Ben Crul van het Academisch Ziekenhuis Nijmegen - een man die nota bene van pijnbestrijding zijn levenswerk heeft gemaakt, gruwen. "Pijn is leven," zegt hij, "het belangrijkste signaal dat het lichaam gevaar loopt, dat er maatregelen genomen moeten worden. Wee degene die geen pijn voelt, hem of haar is geen lang leven beschoren". Crul verwacht én hoopt dus niet dat het ooit mogelijk wordt een zo belangrijke lichaamsfunctie helemaal uit te bannen. Dat gezegd hebbende steekt hij enthousiast van wal over de nieuwe tijden die zijn aangebroken in de eeuwenoude geschiedenis van de pijn.
Tijden waarin de hoofdrol die pijn speelt eindelijk door de geneeskunde wordt erkend: "Pijn is eeuwenlang door medici beschouwd als niet meer dan één van de vele signalen naast hoest, koorts, bobbels, opgezette organen en dergelijke, dat er iets niet in orde is in het lichaam." Het móest dus een oorzaak hebben, en als die niet was te vinden, trok de arts zijn handen van de patiënt af en verwees hem naar de pastoor of dominee. Want dan was de pijn, het lijden, blijkbaar geen zaak meer van het lichaam maar van de ziel. "Die manier van denken, die onverschilligheid tegenover de pijn zèlf, los van de mogelijke oorzaak, kom je nog steeds vaak tegen in de geneeskunde. Hoe valt anders te verklaren dat er in de medische opleiding nauwelijks aandacht wordt besteed aan pijn en pijnbestrijding, en in de medische praktijk zeer veel mensen nodeloos pijn lijden?"
Twee groepen wil hij met name noemen: kankerpatiënten en mensen die een operatie hebben ondergaan.(...) Te veel kankerpatiënten in de laatste fase lijden even onnodige als ondraaglijke pijn omdat ze door de medische stand aan hun lot worden overgelaten. In een tijd waarin de angst voor pijn bij deze patiënten vaak groter was dan de angst voor de dood moet het mogelijk zijn om negen van de tien kankerpatiënten pijnvrij te houden.(...) De angst voor en onbekendheid met morfine is, volgens Peer Neeleman, hoofd pijnbestrijding van het Academisch Ziekenhuis Rotterdam, nog steeds het grootste obstakel in de behandeling van kankerpatiënten. (...)De revolutionaire ontdekking in de jaren tachtig dat morfine bij pijnpatiënten niet tot gewenning of verslaving leidt en evenmin tot de gevreesde ademnood en dus langdurig en ruimschoots mag worden voorgeschreven, dringt slechts moeizaam tot de medische stand door.
"Ik noem het de morfine-angst," zegt Neeleman, die tien jaar geleden in Groningen begon te experimenteren met morfinepompen buiten tegen het lichaam aan ('een zegen!') en nu enthousiast vertelt hoe hij zijn jongere patiënten voorziet van een onderhuids en op afstand bedienbaar morfinereservoir waardoor zij alles kunnen blijven doen. "Vrijen, zwemmen, zweten in de disco! Niemand hoeft meer te weten dat hij of zij een dodelijke ziekte onder de leden heeft." Het einde van de pijn is voor kankerpatiënten in zicht.(...)
Het is nog slechts een kwestie van tijd of pijn en kanker zijn, in negen van de tien gevallen, van elkaar losgekoppeld.(..)
Na eerst de gebrekkige pijnbestrijding bij kankerpatiënten aan de kaak te hebben gesteld, is Ben Crul uit Nijmegen zich vervolgens druk gaan maken over de onnodige pijn die patiënten na een operatie lijden. Hij heeft het in zijn ziekenhuis voor elkaar gekregen dat alle operatiepatiënten behandeld worden volgens een vast pijnbestrijdingsschema. "Net als overal elders heerst hier de opvatting dat pijn na een operatie erbij hoort en geen kwaad kan. "Kom mevrouw, even de tanden op elkaar, over drie dagen is het over!" Maar pijn lijden kan wel kwaad.(...)
Bij ons worden dus niet alleen om de paar uur temperatuur, bloeddruk en hartslag van een postoperatieve patiënt gemeten, maar ook de intensiteit van de pijn. "Pijn hoort er niet meer bij!"

Zie volgende scherm

Zenuwstelsel

2/6 Pijnbestrijding.

In het artikel wordt gesteld dat morfine geen gewenning of verslaving teweeg brengt.

Leg uit wat met gewenning wordt bedoeld.

Zenuwstelsel

3/6 Pijnbestrijding.

Leg uit wat met verslaving wordt bedoeld.

Zenuwstelsel

Dolfijnen.

Als hij onder water duikt, sluit een dolfijn zijn blaasgat door middel van een reflex. Bij dolfijnen is het zenuwstelsel net zo gebouwd als bij de mens. Enkele delen van het zenuwstelsel van een dolfijn zijn:

1. bewegingszenuwcellen;
2. gevoelszenuwcellen;
3. hersenstam.

Welke van de genoemde delen is of welke zijn betrokken bij deze reflex?

Zenuwstelsel

Ademhaling bij paarden.

Bij paarden kan een afwijking voorkomen die cornage wordt genoemd. De stembanden werken dan niet meer goed en als de lucht langs de stembanden stroomt, ontstaat een hoog geluid. Cornage ontstaat door een beschadiging van uitlopers van zenuwcellen die impulsen geleiden naar spieren in het strottenhoofd.

Zijn de zenuwcellen die hierboven genoemd worden bewegingszenuwcellen of gevoelszenuwcellen? Leg je antwoord uit.

Zenuwstelsel

Ademhalen.
Zie figuur C 407 van de bijlage.

In de wand van de aorta bevinden zich zintuigcellen die een rol spelen bij het regelen van de ademhaling. Deze cellen zijn gevoelig voor de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed (zie de afbeelding).
Als het koolstofdioxidegehalte van het bloed groter of kleiner wordt, verandert het aantal impulsen dat ontstaat in de zintuigcellen in de aorta. Deze impulsen bereiken via zenuwcellen het deel van de hersenen dat is aangegeven met P.
Vanuit dit deel van de hersenen worden de impulsen naar de ademhalingsspieren geleid. Zo wordt het aantal ademhalingen per minuut geregeld.

Hoe heet het deel van de hersenen dat in de afbeelding is aangegeven met de letter P? Dit deel heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen in een spiercel.

Een spier kan impulsen ontvangen. Ook kunnen er in een spier impulsen ontstaan.

In een bepaalde cel in een spier ontstaat een impuls.

Wat is het gevolg hiervan?

Zenuwstelsel

Bloeding en stolling.
Zie figuur B 2873 van de bijlage.

Als een bloedvat beschadigd raakt, kunnen de spiervezels in de wand van het verwonde bloedvat zich samentrekken. Zo wordt het bloedvat nauwer en vermindert de bloeding.
De vernauwing kan zo sterk zijn, dat er helemaal geen bloeding optreedt.

In de afbeelding, figuur B 2873 is een dwarsdoorsnede van een bloedvat met een uitloper van een zenuwcel weergegeven. In deze uitloper lopen de impulsen die de spiervezels doen samentrekken.

Van welk type zenuwcel is de uitloper uit de afbeelding een deel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Hartritme.

In de wand van de rechter hartboezem bevindt zich de zogenaamde sinusknoop. Deze sinusknoop geeft impulsen af die door uitlopers van zenuwcellen over de hartspier geleid worden. Door deze impulsen trekt het hart samen: eerst de boezems, dan de kamers. Het aantal malen dat het hart per minuut samentrekt wordt het hartritme genoemd.

Worden de impulsen uit de sinusknoop over het hart geleid door uitlopers van bewegingszenuwcellen, van gevoelszenuwcellen of van schakelcellen?

Zenuwstelsel

De maag.

Van welk type zenuwcellen komen uitlopers in de maagwand voor?

Zenuwstelsel

Melk uit een koe.

Als een kalf honger krijgt gaat het zuigen aan de tepels van de uier van een koe. Zodra het kalf gaat zuigen worden zintuigen in de tepels geprikkeld. Deze zintuigen geven impulsen door naar het ruggenmerg. Onder invloed van deze impulsen wordt in de kop van de koe een hormoon gevormd.

Gaan de impulsen die ontstaan door het zuigen naar het ruggenmerg via bewegingszenuwcellen?
En via gevoelszenuwcellen?