Oefentoets Biologie: Genetica - populatiegenetica | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 7

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

1/4 Een geïsoleerde populatie.

Door het meanderen van een rivier in het tropisch regenwoud raken enkele tientallen vierkante kilometers woud geïsoleerd van de rest.

Aan welke voorwaarde voor een Hardy-Weinberg evenwicht wordt dan niet meer voldaan?

Genetica

2/4 Een geïsoleerde populatie.

Bij een bepaalde apensoort komt albinisme voor. Albinisme erft recessief over; de frequentie van het allel voor albinisme in de basispopulatie is 0,01.
Door het meanderen van de rivier is een groep van 50 apen geïsoleerd geraakt. In die groep bevindt zich het statistisch verwachte aantal heterozygote apen.

Hoeveel heterozygote apen zijn er in die groep?
Geef je berekening. Rond af op een geheel getal.

Genetica

3/4 Een geïsoleerde populatie.

In de groep zitten 2 albino-apen.

Bereken de nieuwe frequentie van het albino-allel in deze groep.
Als je de vorige vraag niet wist, gebruik je voor het aantal van de heterozygote apen de waarde 2.

Genetica

4/4 Een geïsoleerde populatie.

Veronderstel dat de genfrequenties in de geïsoleerde populatie niet meer veranderen en dat, terwijl de populatie uitgroeit tot 100 apen, voldaan wordt aan alle eisen voor een Hardy-Weinberg evenwicht.

Hoeveel van de uiteindelijke 100 apen zijn er dan albino? Rond af op een geheel getal.

Geef je berekening.

Genetica

1/3 Konijnen in het duin.

In een duingebied leefde een grote populatie konijnen van 10.000 exemplaren, waarvan 400 zwart (mm) en de anderen(MM en Mm) wildtype (=bruingrijs) van kleur.

Bereken de allelfrequenties van de allelen m en M.

Genetica

2/3 Konijnen in het duin.

Doordat de zwarte konijnen veel meer opvielen, hadden ze meer last van roofdieren en roofvogels in het gebied. Van het wildtype sterft slechts 10% door predatie, van de zwarte dieren echter 55%.

Bereken nu de allelfrequenties van m en M na 1 en na 2 generaties.

Genetica

3/3 Konijnen in het duin.

Na die twee generaties werd het duingebied door een overstroming gescheiden in 100 afzonderlijke duintjes; de konijnen in die duintjes konden elkaar niet meer bereiken.
Roofvogels en roofdieren waren tijdens die overstroming verdwenen uit dit gebied.

- Hoeveel duintjes bevatten na heel lange tijd alleen nog zwarte konijnen en hoeveel alleen nog wildtype?
- En wat is de oorzaak van deze verdeling in twee typen na lange tijd?

Genetica

3/3 Taaislijmziekte.

Taaislijmziekte komt in Europa voor bij 1 op de 2.000 kinderen.

Als de regel van Hardy-Weinberg van toepassing is, wat is dan de frequentie van het allel
voor taaislijmziekte in Europa (afgerond op 2 decimalen)?

Genetica

1/3 Bloedgroepen.

De bloedgroepallelen IA en IB erven intermediair over: iemand met beide allelen heeft bloedgroep AB. Iemand met twee recessieve allelen i heeft bloedgroep O.
In een Afrikaanse populatie heeft 9% van de bevolking bloedgroep O; 16% heeft bloedgroep A.

Wat is de frequentie van allel i in deze populatie? Gebruik een decimale punt en rond af op 1 decimaal.

Genetica

2/3 Bloedgroepen.

De bloedgroepallelen IA en IB erven intermediair over: iemand met beide allelen heeft bloedgroep AB. Iemand met twee recessieve allelen i heeft bloedgroep O.
In een Afrikaanse populatie heeft 9% van de bevolking bloedgroep O; 16% heeft bloedgroep A.

Wat is de frequentie van allel IA ? Gebruik een decimale punt.

Genetica

3/3 Bloedgroepen.

De bloedgroepallelen IA en IB erven intermediair over: iemand met beide allelen heeft bloedgroep AB. Iemand met twee recessieve allelen i heeft bloedgroep O.
In een Afrikaanse populatie heeft 9% van de bevolking bloedgroep O; 16% heeft bloedgroep A. Met behulp van de Hardy-Weinberg regel kan bepaald worden wat het percentage mensen met bloedgroep B in deze populatie is.

Wat is dus het percentage mensen met bloedgroep B?

Genetica

2/3 Ziekte van Tay-Sachs en korte vingers.

In New York is een op de dertig volwassen joden drager van het allel t. Dat is meer dan in andere delen van het land.

Hoe groot is de genfrequentie voor het allel t in de volwassen joodse gemeenschap in New York? Die is .... (rond af op drie decimalen).

Genetica

3/3 Ziekte van Tay-Sachs en korte vingers.

Hoe groot is de kans dat een willekeurige joodse man en vrouw uit New York een kind krijgen dat lijdt aan de ziekte van Tay-Sachs? Die is ..... (rond af op vijf decimalen).

[invulveld]

Genetica

Tongrollen.

In een bepaalde populatie kan 84 % van de mensen tongrollen. Tongrollen is een erfelijke eigenschap die berust op de aanwezigheid van tenminste één dominant niet X-chromosomaal allel van één allelenpaar.

Hoe groot is de kans dat in deze populatie een kind van twee ouders die kunnen tongrollen, zelf niet kan tongrollen?

Genetica

Wijsvingers.

Bij de mens komt een gen voor dat de lengte van de wijsvingers beïnvloedt. Bij mannen is het allel voor korte wijsvinger dominant, bij vrouwen is dat allel recessief. In een bepaalde populatie met evenveel mannen als vrouwen bleken 240 mannen korte wijsvingers te hebben en 420 mannen lange wijsvingers.

Hoeveel vrouwen in die populatie zullen naar verwachting korte wijsvingers hebben?

Genetica

Bloedgroep Kell.

Naast de meer bekende bloedgroepensystemen als ABO- en resusfactor is er ook het systeem van Kell. In ons land is 8,5% Kell-positief en 91,5% Kell-negatief. De genfrequentie van het recessieve Kell-negatief veroorzakend allel is groter dan van het Kell-positief veroorzakend allel.

Hoeveel procent is de kans dat een kind van een man en een vrouw die beide Kell-positief zijn, Kell-negatief is? Die is (afgerond op een geheel getal) [invulveld] %.

Genetica

1/2 Wet van Hardy-Weinberg.

Een populatie voldoet wat betreft de onderlinge voortplanting aan de eisen van de Wet van Hardy-Weinberg. Van deze populatie is bekend dat 16% van de individuen voor het dominante allel homozygoot is.

Wat is de frequentie van het recessieve allel in deze populatie?

Genetica

2/2 Wet van Hardy-Weinberg.

Welk percentage van de individuen met het dominante fenotype is heterozygoot voor deze eigenschap? [invulveld] %

Genetica

DDT-resistentie.

Neem aan dat DDT-resistentie bij bepaalde vliegen berust op de aanwezigheid van een dominant gen. Bijna 50 jaar geleden werd DDT voor het eerst gebruikt. Nu zijn bijna al deze vliegen in Nederland resistent tegen DDT; het gebruik van dit insecticide is in Nederland nu wettelijk verboden.
Men vraagt zich al af de wet van Hardy & Weinberg van toepassing is op de aanwezigheid van het gen dat betrekking heeft op de DDT-resistentie bij de vliegenpopulatie in Nederland 40 jaar geleden en nu.

Was de wet van Hardy & Weinberg 40 jaar geleden van toepassing, toen de vliegen nog volop met DDT in aanraking kwamen? Is de wet nu in Nederland van toepassing op de vliegen?