Oefentoets Biologie: Huid | HAVO 4/HAVO 5 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Huid

Drank.

Sommige mensen denken dat ze door het drinken van sterk alcoholische drank lekker warm worden. In werkelijkheid wordt dan door het lichaam juist meer warmte afgegeven. De warmtezintuigen in de huid worden na het drinken van alcohol echter wel geprikkeld.

Door welke invloed van alcohol worden de warmtezintuigen in de huid geprikkeld?

Huid

Huid en bloed.
Zie figuur B 195 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor van een onderarm van een mens. Afhankelijk van de omstandigheden stroomt er per minuut meer of minder bloed door de oppervlakkig gelegen aders dan door de dieper geleden aders. Ook kan de totale hoeveelheid bloed die door de aders stroomt variëren.
De hoeveelheid bloed die door de oppervlakkig gelegen aders stroomt, wordt in onderstaande situaties bepaald:

1. bij een hoge omgevingstemperatuur tijdens inspanning;
2. bij een hoge omgevingstemperatuur en tijdens rust;
3. bij een lage omgevingstemperatuur en tijdens inspanning;
4. bij een lage omgevingstemperatuur en tijdens rust.

In één van deze situaties stroomt er meer bloed door de oppervlakkig gelegen aders dan in de andere situaties.

In welke situatie is dit het geval?




-

afbeeldingafbeelding

Huid

Lichaamstemperatuur.

In het lichaam van de mens komen de volgende processen voor:

1. afgifte van thyroxine door de schildklier,
2. samentrekken van spieren in de huid, verbonden met haarzakjes,
3. afgifte van zweet door de zweetklieren.

Welke van deze processen neemt of welke nemen toe wanneer de lichaamstemperatuur iets te hoog wordt?

Huid

1/4 Aantasting van de ozonlaag.
Zie figuur B 1413 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
De afbeelding geeft een advertentie weer waarin Greenpeace waarschuwt voor de gevolgen van afbraak van de ozonlaag. Door bepaalde gassen die onder andere in koelkasten en bij de fabricage van schuimplastics worden gebruikt, wordt de ozonlaag in de dampkring van de aarde aangetast. Daardoor dringen bepaalde ultraviolette stralen meer tot het aardoppervlak door. Mensen kunnen pigment in de huid vormen als bescherming tegen deze ultraviolette straling, maar toch verwacht men dat het aantal gevallen van huidkanker ten gevolge van deze straling zal toenemen. Er wordt dan ook aangeraden zich tegen al te veel zonnestraling te beschermen.

Zie volgende scherm

Huid

2/4 Aantasting van de ozonlaag.
Zie figuur B 1111 van de bijlage.

Op welke van de met cijfers aangegeven plaatsen kan onder invloed van ultraviolette straling pigment worden gevormd?

afbeeldingafbeelding

Huid

3/4 Aantasting van de ozonlaag.

In de huid zijn onder andere hoornlaag en kiemlaag te onderscheiden.

Kan de huidkanker waartegen Greenpeace waarschuwt, ontstaan in deze lagen?
Zo ja, alleen in de hoornlaag, alleen in de kiemlaag of in beide lagen?

Huid

4/4 Aantasting van de ozonlaag.
Zie figuur B 1363 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede weer van een stukje huid met onderhuids bindweefsel.
In de afbeelding zijn de hoornlaag en de kiemlaag aangegeven.

Kan de huidkanker waartegen Greenpeace waarschuwt, ontstaan in deze lagen, alleen in de hoornlaag, alleen in de kiemlaag of in beide lagen?

afbeeldingafbeelding

Huid

Huidafwijkingen.

Ultraviolette straling kan bij mensen op den duur huidafwijkingen veroorzaken. De kans op het krijgen van dit soort afwijkingen wordt geschat bij blanke en bij zwarte landarbeiders in het noorden en in het zuiden van de Verenigde Staten van Amerika.

Welke groep zal volgens deze schatting het grootste risico lopen deze huidafwijkingen te krijgen?

afbeeldingafbeelding

Huid

De huid.
Zie figuur B 496 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede van de huid van de mens weer.

Welk van de aangegeven delen stelt een uitloper voor van een zenuwcel, die tot het autonome zenuwstelsel wordt gerekend?

afbeeldingafbeelding

Huid

Duiken naar een koude dis.
Zie figuur B 2926 van de bijlage.

Duikeenden hebben een lichaamstemperatuur van rond de 40 C. Voor het handhaven van die temperatuur beschikken de vogels over een verenpak dat een isolerende luchtlaag vasthoudt. Die laag zorgt ervoor dat het eendenlijf niet te snel afkoelt, maar werkt tijdens het duiken tegelijk als een ballon. De eenden peddelen dan ook stevig om hun voedsel te bereiken.

Hoe dieper een eend onder water komt, hoe groter de druk wordt van het water op de luchtlaag.

Leg uit waardoor een luchtlaag in het verenpak minder gunstig is als isolatiemiddel dan bijvoorbeeld een vetlaag, wanneer de druk tijdens het duiken toeneemt.

afbeeldingafbeelding

Huid

Vleermuizen.
Zie figuur B 3007 van de bijlage.

Vleermuizen zijn zoogdieren die kunnen vliegen met behulp van een vlieghuid die gespannen is tussen de ledematen en de staart (zie de afbeelding). De vlieghuid is vrijwel kaal, elastisch en sterk doorbloed. Eventuele verwondingen genezen snel.
Enkele weefsellagen van de huid van de mens zijn de hoornlaag, de kiemlaag en de lederhuid.

Welke van deze lagen is of welke zijn ook in de vlieghuid van de vleermuis aanwezig?

afbeeldingafbeelding

Huid

Marathon lopen.

Een grote inspanning leidt tot een grote zweetproductie.
Drie activiteiten in de huid zijn:

1. vernauwing van bloedvaten,
2. verwijding van bloedvaten,
3. samentrekken van haarspiertjes.

Welke van deze activiteiten vindt tegelijk met het toenemen van de zweetproductie plaats?

Huid

Evolutie van de mens.

Leg uit waardoor in een zonnig gebied een donkere huidskleur voor de mens voordeel heeft ten opzichte van een lichte huidskleur.
- Leg uit waardoor in datzelfde gebied een donkere huidskleur geen voordeel oplevert voor de chimpansee.

Huid

Tropenjaren.

Een andere arts, Eijkman, deed onderzoek naar de lichaamstemperatuur van blanke Nederlanders die in het toenmalige Nederlandsch-Indië matig zware arbeid verrichtten. Hij vergeleek die met de in Nederland gevonden waarden bij een overeenkomstige groep. Deze bleken in beide gebieden gelijk. Vier mogelijke veranderingen van het lichaam zijn:

1. verlaging van de hartslag;
2. vernauwing van de bloedvaten;
3. verlaging van de urineproductie;
4. verhoging van de zweetproductie.

Welke van deze vier veranderingen droeg het meest bij tot het op peil houden van de lichaamstemperatuur van blanke Nederlanders in Nederlandsch-Indië?