Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_algemeen | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Het ontstaan van een eeneiige tweeling.

Voor het ontstaan van een eeneiige tweeling is bevruchting nodig van

Voortplanting

Twee beweringen over tweelingen.

Twee beweringen over tweelingen zijn:

I. een eeneiige tweeling bestaat altijd uit twee jongens of uit twee meisjes;
II. een twee-eiige tweeling bestaat altijd uit een jongen en een meisje.

Voortplanting

Twee beweringen over tweelingen.

Twee beweringen over tweelingen zijn:

I. Voor het ontstaan van een eeneiige tweeling zijn twee spermacellen nodig.
II. Voor het ontstaan van een twee-eiige tweeling zijn twee spermacellen nodig.

Voortplanting

Tijdens de zaadlozing.

Urine is zaaddodend.

Hoe wordt tijdens de zaadlozing een urinelozing voorkomen?

Voortplanting

Bouw onderlichaam van de man.
Zie figuur B 487 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede weer van een deel van het lichaam van de man.

Wat gebeurt er in deel P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Sperma.

Sperma bestaat uit

Voortplanting

De vlokkentest en de vruchtwaterpunctie.

I. De vlokkentest is vanwege de risico's te verkiezen boven de vruchtwaterpunctie.
II. Bij de vruchtwaterpunctie krijgt de vrouw een langere bedenktijd voor een eventuele abortus dan bij de vlokkentest.

Voortplanting

Echoscopie en PID .

I. Bij echoscopie is het risico voor de zwangere vrouw het kleinst en de zekerheid om achter aangeboren afwijkingen te komen het grootst.
II. PID is een methode om zwanger te worden zonder dat er kans is op een afwijkend kind.

Voortplanting

Primaire en secundair geslachtskenmerken.

I. De primaire geslachtskenmerken ontstaan vanaf het tiende levensjaar.
II. Balzak, zaadballen en bijballen zijn secundaire geslachtskenmerken.

Voortplanting

Primaire geslachtskenmerken.

Noteer wat wel (+) en wat geen (-) primair geslachtskenmerk is.

● balzak [invulveld]
● vagina [invulveld]
● ovuleren [invulveld]
● eierstokken [invulveld]
● schaamhaar [invulveld]
● wijder bekken [invulveld]
● schaamlippen [invulveld]
● zwaardere stem [invulveld]
● borstontwikkeling [invulveld]
● zwaardere spieren [invulveld]

Voortplanting

1/2 Babymelk.

Tijdens een zwangerschap wordt in het lichaam van de aanstaande moeder het hormoon prolactine gemaakt. Door prolactine komt de melkproductie op gang. Bij sommige baby's bevat het bloed vlak na de geboorte een beetje prolactine dat afkomstig is van de moeder.

Hoe heet het orgaan waar stoffen, zoals onder andere prolactine, vanuit het bloed van de moeder afgegeven worden aan het bloed van de foetus?

Dit is de/het [invulveld]

Voortplanting

2/2 Babymelk.

Prolactine heeft dezelfde invloed op de melkklieren van een baby als op de melkklieren van de moeder. Daardoor produceren sommige pasgeboren baby's een beetje melk.

Leg uit waardoor deze melkproductie bij baby's na korte tijd weer stopt.

Voortplanting

1/3 Geboorte.
Zie figuur A 853 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier fasen van de geboorte weergegeven.

Schrijf de juiste volgorde van deze fasen van de geboorte op.

De volgorde is [invulveld]. Gebruik deze schrijfwijze (voorbeeld): 1-2-3-4

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Geboorte.

Tijdens de geboorte trekken spieren rond de baarmoeder zich samen.

Wat is de naam van zo'n spiersamentrekking?

Voortplanting

3/3 Geboorte.

Nadat het kind is geboren, vindt de nageboorte plaats.
Hierbij verlaten resten van de navelstreng en de vruchtvliezen het lichaam van de vrouw.

Noem nog een deel dat bij de nageboorte het lichaam van de vrouw verlaat.

De [invulveld]

Voortplanting

Invulvragen over de voortplanting.

Beantwoord de volgende vragen.

Waar in het voortplantingsstelsel van een man worden zaadcellen gevormd? [invulveld]
Welk deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw is vooral gevoelig voor seksuele prikkels? [invulveld]
Hoe heet het vrijkomen van een eicel uit een eierstok? [invulveld]
Waar in het voortplantingsstelsel van een vrouw vindt bevruchting van een eicel plaats? [invulveld]
Hoe wordt de methode van geboorteregeling genoemd, waarbij een man en een vrouw geen geslachtsgemeenschap hebben in de vruchtbare periode? [invulveld]
Hoe worden samentrekkingen van spieren van de baarmoederwand vlak voor de geboorte genoemd? [invulveld]

Voortplanting

Secundaire geslachtskenmerken van een vrouw.

Enkele kenmerken van een vrouw zijn:

1. Bij een vrouw treedt borstgroei op.
2. Bij een vrouw treedt groei van schaamhaar op.
3. Een vrouw heeft een baarmoeder.

Welke van deze kenmerken zijn secundaire geslachtskenmerken?

Voortplanting

Geslachtskenmerken van een man.

Twee kenmerken van een man zijn:

1. Bij een man treedt baardgroei op.
2. Een man heeft meestal een zwaardere stem dan een vrouw.

Zijn dit twee primaire geslachtskenmerken of twee secundaire geslachtskenmerken? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

Geslachtskenmerken.

In een folder staat:
Rond de puberteit ontstaan onder invloed van hormonen bij jongens onder andere een zwaardere stem, zwaardere spieren, baardgroei en haargroei op de borst.
Meisjes krijgen dan onder andere borstontwikkeling en een dikkere onderhuidse vetlaag.

Worden in de tekst primaire geslachtskenmerken genoemd?
En worden secundaire geslachtskenmerken genoemd?