Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Waterranonkel.
Vindt in de bladeren boven water fotosynthese plaats?
En in de bladeren onder water?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/2 Waterranonkel.
Vindt in de bladeren boven water fotosynthese plaats?
En in de bladeren onder water?
1/2 Zonnedauw.
Zie figuur B 1617 van de bijlage.
Zonnedauw (zie de afbeelding) is een vleesetend plantje met bladgroen. Zonnedauw groeit op voedselarme grond. Het plantje vangt kleine insecten met zijn kleverige blaadjes en verteert deze. De verteringsproducten worden door zonnedauw opgenomen.
Is zonnedauw in staat glucose te produceren?
En cellulose?
afbeelding
2/2 Zonnedauw.
Zie figuur B 1617 van de bijlage.
In de bodem kunnen zowel anorganische als organische stoffen voorkomen.
Welke van deze soorten stoffen neemt zonnedauw met de wortels op?
afbeelding
1/2 Vetblad.
Zie figuur B 3462 van de bijlage.
Vetblad (zie de afbeelding) is een zeldzame plantensoort die op vochtige, voedselarme veengrond groeit. De plant met groene bladeren ‘vangt' dieren. Kleine insecten blijven hangen aan het vocht dat door haren op de bladeren wordt afgescheiden. Andere delen van het blad scheiden een stof af waardoor de insecten worden verteerd. Het blad neemt de uit het insect vrijgekomen stoffen op. Op het blad leven ook kleine schimmels van de resten van de insecten. De meeste planten kunnen niet groeien op voedselarme grond.
Hebben zij op die grond vooral gebrek aan koolhydraten, aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?
afbeelding
2/2 Vetblad.
Twee beweringen over de schimmels op de bladeren van vetblad zijn:
1. de schimmels nemen organische stoffen op uit de resten van de insecten;
2. de schimmels zetten resten van de insecten om in anorganische stoffen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
1/2 Schimmels.
Zie figuur B 2310 van de bijlage.
Iepen (zie de afbeelding) kunnen de iepenziekte krijgen. Bij de iepenziekte zijn bepaalde schimmels in de boom doorgedrongen. Zij vormen grote blazen die bepaalde transportvaten in de zieke iep afsluiten. Een direct gevolg hiervan is dat de bladeren verdorren en afvallen.
Welke stof of welke stoffen nemen deze ziekmakende schimmels uit een iep op?
afbeelding
2/2 Schimmels.
Bij de iepenziekte zijn bepaalde schimmels in de boom doorgedrongen. Zij vormen grote blazen die bepaalde transportvaten in de zieke iep afsluiten. Een direct gevolg hiervan is dat de bladeren verdorren en afvallen.
De afgevallen bladeren worden weer door andere schimmels afgebroken.
Welke rol spelen deze schimmels in het ecosysteem waar zij samen met de iepen deel van uitmaken?
Uitdroging van planten.
Organismen kunnen zich tegen uitdroging beschermen onder andere door een waslaag, een kurklaag, een hoornlaag of een chitinelaag.
Welke lagen kunnen voorkomen bij planten met bladgroen?
Een- en tweezaadlobbig.
Zie figuur C 239 van de bijlage.
In het hierboven afgebeelde schema wordt een aantal eigenschappen van een- en tweezaadlobbige planten gevraagd.
Vul in het schema op de bijlage de gevraagde eigenschappen van een- en tweezaadlobbigen in.
afbeelding
Beroepen.
Noem 2 beroepen waarvoor je verstand van hout moet hebben:
- één beroep moet een praktisch beroep zijn,
- voor het andere moet je verder doorleren.
1/4 De nachtschone.
Zie figuur A 1027 van de bijlage.
In een plantenboek staat de volgende informatie over de nachtschone.
De nachtschone is een tuinplant met kleurige bloemen die zoet geuren. De bloemen gaan aan het eind van de middag open en trekken veel nachtvlinders aan. De zwarte zaden en de grote wortels zijn giftig.
De nachtschone komt oorspronkelijk uit tropische gebieden. In Nederland kan de plant de koude winters niet overleven.
In de afbeelding zijn enkele delen van de plant met een letter aangegeven.
Welke letter geeft een deel aan waarin fotosynthese kan plaatsvinden? Leg uit waardoor daar fotosynthese kan plaatsvinden.
afbeelding
2/4 De nachtschone.
Bij fotosynthese wordt glucose gemaakt. Hiervoor heeft de plant water nodig en een gas uit de lucht.
Hoe heet dit gas?
3/4 De nachtschone.
Evert heeft nachtschone in zijn tuin staan. De planten overleven de koude winter niet. Hij koopt zaden van de nachtschone en zaait die in het voorjaar uit. Uit de zaadjes groeien nieuwe planten op in zijn tuin.
Is voortplanting door zaden geslachtelijke voortplanting of is het ongeslachtelijke voortplanting? Leg je antwoord uit.
4/4 De nachtschone.
De bloemkleur van de nachtschone wordt bepaald door een gen dat wordt aangegeven met A en met a:
- bij genotype AA is de bloem rood,
- bij genotype Aa is de bloem roze,
- bij genotype aa is de bloem wit.
Twee planten met roze bloemen worden met elkaar gekruist.
Hiernaast wordt deze kruising in een schema weergegeven. Het schema is niet volledig.
In de cirkels bij ‘Geslachtscellen' ontbreken de letters (A of a) die aangeven welk gen voor bloemkleur zich in die cellen kan bevinden.
En bij ‘Nakomelingen' moeten de cirkels en de vakjes nog ingevuld worden om de mogelijke genotypen en fenotypen van de nakomelingen aan te geven.
Maak het schema op de uitwerkbijlage af met behulp van de informatie.
afbeelding
1/17 Jakobskruiskruid.
Informatie 1Jakobskruiskruid
Zie figuur C 403 hieronder.
afbeelding
In een plantengids staat de volgende informatie over jakobskruiskruid.
Jakobskruiskruid is een tweejarige plant.
De zaadjes kiemen in het najaar en de plant vormt dan een rozet van bladeren.
In het tweede jaar groeit uit de rozet een lange stengel met bloemen, een bloeistengel. De kleine, gele bloemetjes staan heel dicht bij elkaar in een bloemhoofdje.
Als de plant door maaien wordt afgesneden of door insecten wordt kaal gevreten, kan de wortel weer uitgroeien tot een volledige plant. De plant sterft na de zaadvorming af.
Jakobskruiskruid komt vooral voor op plekken waar weinig andere plantensoorten groeien.
Zie volgende scherm.
-
2/17 Jakobskruiskruid.
Informatie 2Een bloemhoofdje
Zie figuur B 4657 hieronder.
afbeelding
In de afbeelding is de bouw van een bloemhoofdje weergegeven. Zo'n hoofdje lijkt één enkele bloem, maar bestaat uit veel kleine bloemetjes. De bloemetjes aan de buitenste rand hebben lange kroonblaadjes en worden straalbloemen genoemd. Daarbinnen staan de buisbloemen die een korte kroon hebben. De meeldraden staan dicht om de stamper heen.
Informatie 3Giftig
Jakobskruiskruid is zeer giftig voor veel zoogdieren. De plant bevat bepaalde stoffen die PA's worden genoemd. Als een dier jakobskruiskruid eet, worden de PA's in de dunne darm omgezet in een giftige stof. Dit gif komt met het bloed onder andere in de lever terecht en kan daar cellen beschadigen. Het meeste gif wordt uitgescheiden. Ook kan het gif vanuit het bloed in de longen terechtkomen en zo in de uitgeademde lucht.
Zie volgende scherm.
-
3/17 Jakobskruiskruid.
Informatie 4Paarden en jakobskruiskruid
Paarden kunnen door rennen en spelen in de wei de begroeiing wegtrappen. Op die plaatsen kan jakobskruiskruid gaan groeien. Alleen bij gebrek aan ander voedsel eten paarden jakobskruiskruid. Paarden tasten met hun lippen de planten af. Met hun bovenlip kunnen ze goed voelen. Ze hebben ook tastharen op hun snuit en een goed smaakvermogen. Zo herkennen ze het jakobskruiskruid.
Wanneer jakobskruiskruid in hooi terechtkomt en verdroogt, kan een paard het niet meer herkennen. Als een paard 1% van zijn lichaamsgewicht aan gedroogd jakobskruiskruid eet, kan het al dodelijk zijn.
Zie volgende scherm.
4/17 Jakobskruiskruid.
Informatie 5Natuurlijke vijanden
Zie figuur B 4658 hieronder.
afbeelding
5.1 De sint-jakobsvlinder
Het jakobskruiskruid is het voornaamste voedsel voor de rupsen van de sint-jakobsvlinder. Als zich op een plant veel rupsen bevinden, kunnen die de hele plant kaalvreten. Dit kan leiden tot voedselgebrek voor de rupsen. De PA's uit de plant zijn niet schadelijk voor de rupsen. De stoffen worden opgeslagen in het lichaam van de rupsen en dit heeft tot gevolg, dat ze niet gegeten worden door andere dieren. Als een jonge vogel zo'n rups probeert te eten, leert hij door de vieze smaak al snel om de zwart-geel gekleurde rupsen met rust te laten.
In de afbeelding wordt de levenscyclus van de sint-jakobsvlinder weergegeven. In de laatste periode van het rupsstadium eet de rups niet meer en verandert hij in een pop.
Zie figuur A 1029 hieronder.
afbeelding
In het afgebeelde diagram wordt de verandering in het gewicht van een rups weergegeven totdat deze na 26 dagen in een pop is veranderd.
5.2 De jakobskruidaardvlo
Dit kleine kevertje eet als het volwassen is van de bladeren van de rozet. De larven van de aardvlo knagen vooral aan de wortels. Deze raken hierdoor ernstig beschadigd en sterven vaak af voordat uit de rozet een volledige plant kan opgroeien.
Zie volgende scherm.
-
5/17 Jakobskruiskruid.
Zie figuur B 4657 van de bijlage.
In elk bloemetje van een bloemhoofdje bevindt zich een stamper. In de tekening van één bloemetje is het bovenste deel van een stamper aangegeven met de letter P.
Hoe heet dit deel van de stamper?
De/het [invulveld].
afbeelding