Oefentoets Biologie: Voeding - cholesterol | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 7 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

1/3 Te veel cholesterol.
Zie figuur A 700 van de bijlage.

In de familie van Tineke komt de erfelijke aandoening hypercholesterolemie voor. De aandoening veroorzaakt een sterk verhoogd cholesterolgehalte van het bloed. Mensen bij wie dit het geval is, hebben een grotere kans op hart- en vaatziekten. Door een combinatie van extra lichaamsbeweging, een dieet en medicijnen daalt het cholesterolgehalte.

Cholesterol is een vetachtige stof die wordt opgenomen uit de voeding en die ook door de lever wordt gemaakt. Cholesterol is een onmisbare bouwstof voor celmembranen, voor gal en voor geslachtshormonen.
Door de afzetting van kalk en vetachtige stoffen, waaronder cholesterol wordt de binnenkant van bloedvaten stijf en ruw. Op een ruwe vaatwand kunnen zich bloedstolsels vormen. Soms raakt zo'n stolsel los. Op een plaats waar de bloedvaten nauwer worden, kan dit stolsel een verstopping veroorzaken.


In de afbeelding A 700 is de bloedsomloop schematisch weergegeven. Op plaats P raakt een stolsel los. Het stolsel wordt meegevoerd met de bloedstroom en veroorzaakt een verstopping.

Waar veroorzaakt dit stolsel een verstopping?




-

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/3 Te veel cholesterol.

Tineke krijgt een dieet om het cholesterolgehalte van haar bloed omlaag te brengen.

Welke voedingsmiddelen zullen bij het dieet in de voeding van Tineke minder voorkomen dan in haar vroegere voeding?

Voeding

3/3 Te veel cholesterol.

De huisarts van Tineke raadt haar ook extra lichaamsbeweging aan.

Welke van de volgende beweringen over deze extra lichaamsbeweging is of zijn juist?

1. Door extra lichaamsbeweging wordt de doorstroming van de bloedvaten verbeterd.
2. Door extra lichaamsbeweging wordt de conditie van het hart verbeterd.

Voeding

1/4 Cholesterol.
Zie figuur B 3157 van de bijlage.

Cholesterol is een vetachtige stof die in het lichaam onder andere wordt gebruikt voor de opbouw van celmembranen. Ongeveer 85% van alle cholesterol wordt in de lever aangemaakt, de rest wordt met de voeding opgenomen. Een teveel aan cholesterol wordt door het bloed weer naar de lever vervoerd, waar het uitgescheiden wordt met gal.

In de afbeelding is een schema van de bloedsomloop weergegeven.

Geef de namen van bloedvat P en van bloedvat Q.

bloedvat P = de/het [invulveld]
bloedvat Q = de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voeding

2/4 Cholesterol.
Zie figuur B 3297 van de bijlage.

In de afbeelding staat een schema van het verteringskanaal.
Cholesterol wordt met de gal uitgescheiden. Gal wordt via de galblaas en de galbuis afgegeven aan het verteringskanaal.

In welk deel van het verteringskanaal komt de gal dan als eerste terecht?

afbeeldingafbeelding

Voeding

3/4 Cholesterol.

Als het cholesterolgehalte in het bloed hoog is, dan is de kans op een hartinfarct groter dan bij een lager cholesterolgehalte. Een teveel aan cholesterol zet zich af tegen de binnenkant van bloedvaten, waardoor deze steeds nauwer worden. Een hartinfarct wordt veroorzaakt door afsluiting van één van de bloedvaten die bloed vanuit de aorta naar de hartspier toevoeren.

Geef de naam van zo'n bloedvat waardoor zuurstofrijk bloed naar de hartspier stroomt.

Voeding

4/4 Cholesterol.

Mensen met een te hoog cholesterolgehalte in het bloed wordt een dieet met weinig vet voorgeschreven.
Bovendien wordt een aantal andere gedragsregels aangeraden voor een gezonde leefwijze.

Noem twee van zulke gedragsregels om de kans op een hartinfarct te verkleinen.