Oefentoets Biologie: Bloed - bloedcellen | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Beenmerg.

Worden in het rode beenmerg rode bloedcellen gevormd?
En witte?

Bloed

Beenmerg.

Worden in het rode beenmerg rode bloedcellen gevormd?
En witte?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloedplaatjes.

Bij een persoon wordt geconstateerd dat het aantal bloedplaatjes per mL bloed sterk beneden de normale waarde ligt. Over de mogelijke gevolgen daarvan worden de volgende uitspraken gedaan:

1. Het bloed kan niet voldoende zuurstof vervoeren.
2. Het lichaam is niet goed in staat om antistoffen te vormen.
3. Bij een eventuele verwonding zal de bloedstolling te langzaam verlopen.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Bloed

Beschadiging van een bloedvat.

Als in een bloedvatwand een beschadiging ontstaat, kan die worden hersteld door bepaalde deeltjes uit het bloed. Deze deeltjes zijn kleurloos en hebben geen kern. Ze blijven kleven aan de bloedvatwand en zwellen op.
Zo kan een prop ontstaan die de beschadiging in de bloedvatwand afsluit. Bij het begin van dit proces treedt geen bloedstolling op.

Om welke bloeddeeltjes gaat het hier?

Bloed

Bloedsamenstelling.

Hoe groot is onder natuurlijke omstandigheden de concentratie van opgeloste deeltjes in rode bloedcellen?

Bloed

Bloedonderzoek.
Zie figuur B 484 van de bijlage.

Bloed van een zoogdier wordt onstolbaar gemaakt. Rode bloedcellen uit dit bloed worden in verschillende NaCl-oplossingen gebracht. In het diagram is weergegeven welk percentage van de rode bloedcellen in de verschillende NaCl-oplossingen wordt gehemolyseerd. Onder hemolyseren verstaat men het vrijkomen van hemoglobine uit rode bloedcellen, nadat zij zijn gebarsten.

Een analist vult drie reageerbuizen ieder met 1 mL behandeld zoogdierbloed.
In iedere buis doet hij vervolgens 5 mL van een NaCl-oplossing met de volgende concentraties:

buis 1 : 0,1% NaCl
buis 2 : 0,5% NaCl
buis 3 : 0,9% NaCl

Na 60 minuten centrifugeert hij alle buizen, waardoor in elke buis een bezinkingslaag ontstaat met daarboven een vloeistof.
Aangenomen wordt dat bij het begin van het experiment het aantal rode bloedcellen in iedere buis even groot was.

In welke buis zal na het centrifugeren het kleinste volume aan bezinksel aanwezig zijn?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Opname van stoffen.

Welke van onderstaande cellen van de mens nemen van buiten de cel stoffen op en verteren deze intracellulair?

Bloed

Beenmerg.

Worden in het rode beenmerg rode bloedcellen gevormd?
En witte?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloed.
Zie figuur B 1453 van de bijlage.

In de afbeelding is een microscopisch preparaat van bloedcellen weergegeven. Drie bestanddelen van het bloed zijn aangegeven met P, Q en R.

Welk van de bestanddelen P, Q en R ontstaat of welke ontstaan uit cellen in het rode beenmerg?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Een survivaltocht.

In vergelijking met mensen zijn kamelen veel beter aangepast om te overleven in de woestijn. Zij kunnen lange tijd zonder water. Uitdrogende kamelen kunnen hun vochtverlies snel aanvullen door in een paar minuten 200 L water te drinken.
De rode bloedcellen van een kameel zijn aangepast aan het vermogen om snel water op te nemen. Over deze aanpassing worden twee beweringen gedaan:

1. De celmembranen van rode bloedcellen van een kameel zijn elastischer dan die van een mens.
2. De celmembranen van rode bloedcellen van een kameel zijn meer doorlaatbaar voor water dan die van een mens.

Welke van deze beweringen geeft of welke geven een mogelijke aanpassing van de rode bloedcellen van een kameel weer?