Mens en Milieu
Vruchtwisseling.
Men past in de biologische landbouw vruchtwisseling toe
I. om de juiste verhouding van mineralen in de grond te handhaven
II. om ziekten door bodemorganismen tegen te gaan
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Vruchtwisseling.
Men past in de biologische landbouw vruchtwisseling toe
I. om de juiste verhouding van mineralen in de grond te handhaven
II. om ziekten door bodemorganismen tegen te gaan
Landbouwmethode.
Welke landbouwmethode in Nederland wordt gekenmerkt door grote bedrijven met erg veel grond?
Landbouwmethode.
Bij het telen van voedingsgewassen worden onder andere de volgende activiteiten verricht.
1. Het land wordt bemest met kunstmest.
2. De bodem wordt geploegd en geëgd.
3. Het onkruid tussen de voedingsgewassen wordt verwijderd.
Welke van deze activiteiten hebben als doel de opbrengst van de gewassen te verbeteren?
Landbouwmethode.
Hieronder staan drie antwoorden op de vraag, waarom veel tuinbouw in Nederland in kassen plaatsvindt.
1. Omdat in kassen kan worden gezorgd voor optimale omstandigheden voor de groei van planten.
2. Omdat het verbouwen van producten in kassen weinig energie kost.
3. Omdat de producten van de glastuinbouw het hele jaar door zijn te oogsten.
Welk(e) van deze antwoorden is (zijn) juist?
Biologische landbouw.
In de biologische landbouw wordt nooit twee jaar achter elkaar hetzelfde gewas op een bepaald stuk land verbouwd.
Twee beweringen over wat men vooral met deze maatregel wil voorkomen:
I. Men wil hiermee eenzijdig gebruik van mineralen voorkomen.
II. Men wil hiermee verspreiding van plantenziekten voorkomen.
Landbouwmethode.
Voor welke landbouwmethode in Nederland geldt dat ze milieuvriendelijker is dan de andere landbouwmethoden?
Landbouwmethode.
Vier landbouwmethoden in Nederland zijn: de akkerbouw, de biologische landbouw, de intensieve veehouderij en de tuinbouw.
Voor welke van deze landbouwmethoden geldt dat de producten meestal iets duurder zijn dan de producten van de andere landbouwmethoden?
Landbouwmethode.
Bij het telen van voedingsgewassen worden onder andere de volgende activiteiten verricht.
1. De bodem wordt bewerkt.
2. Het land wordt bemest met stalmest.
3. Er wordt gespoten tegen onkruid.
Welke van deze activiteiten hebben als doel de opbrengst van de gewassen te verbeteren?
Landbouwmethode.
Groenten kunnen worden verbouwd in de akkerbouw, in de tuinbouw en in de biologisch landbouw.
Bij welke van deze landbouwmethoden worden veel chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt?
1/3 Methoden om de opbrengst te verbeteren.
Bij het kweken van voedingsgewassen verbetert de mens de opbrengst van het gewas onder andere met de volgende drie methoden:
1. Het zo gunstig mogelijk maken van het abiotisch milieu.
2. Het tegengaan van concurrenten van deze gewassen.
3. Ervoor zorgen dat de gebruikte planten ongevoelig zijn voor plantenziekten.
Tot welke methode rekenen we het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen?
2/3 Methoden om de opbrengst te verbeteren.
Bij het kweken van voedingsgewassen verbetert de mens de opbrengst van het gewas onder andere met de volgende drie methoden:
1. Het zo gunstig mogelijk maken van het abiotisch milieu.
2. Het tegengaan van concurrenten van deze gewassen.
3. Ervoor zorgen dat de gebruikte planten ongevoelig zijn voor plantenziekten.
Tot welke methode rekenen we bemesting?
3/3 Methoden om de opbrengst te verbeteren.
Zie figuur B 1972 van de bijlage.
Bij het kweken van voedingsgewassen verbetert de mens de opbrengst van het gewas onder andere met de volgende drie methoden:
1. Het zo gunstig mogelijk maken van het abiotisch milieu.
2. Het tegengaan van concurrenten van deze gewassen.
3. Ervoor zorgen dat de gebruikte planten ongevoelig zijn voor plantenziekten.
Tot welke methode rekenen we het afdekken van planten met plastic tunnels vooral?
afbeelding
1/4 Champignonteelt.
In Nederland worden per jaar ongeveer 165 miljoen kilo champignons geteeld.
Champignons worden in donkere ruimtes geteeld op een voedingsbodem van mest vermengd met stro. Het mengsel van mest en stro wordt op speciale bedrijven voor de telers voorbewerkt. Het wordt daar vochtig gemaakt en belucht, waarna reducenten het mengsel gedeeltelijk afbreken.
Noem twee groepen reducenten.
2/4 Champignonteelt.
Leg uit door welke eigenschap champignons in het donker geteeld kunnen worden.
3/4 Champignonteelt.
Een deel van de oogst van de champignons wordt meteen vers verkocht.
Een ander deel wordt gesteriliseerd en in potten of blikken verkocht.
Leg uit wat de functie is van het steriliseren van de champignons.
4/4 Champignonteelt.
Voordat een champignonteler het mengsel van mest en stro als voedingsbodem gebruikt, wordt het mengsel door verhitting gepasteuriseerd.
Wat gebeurt er door de verhitting bij pasteurisatie?
Leg uit hoe de pasteurisatie de opbrengst van champignons vergroot.
1/8 Kasgroente.
In een voorlichtingsfolder staat het volgende artikel:
Gemiddeld kost het kweken van kasgroenten elf keer zoveel energie als het kweken van dezelfde groenten buiten op het veld. Sommigen vinden het kweken van kasgroenten dan ook milieu-onvriendelijk. Een ander probleem bij kasgroente is het hoge nitraatgehalte van sommige soorten. De planten in een kas krijgen veel nitraat toegediend. Het in water oplosbare nitraat is voor planten een voedingszout. Vooral bladgroenten nemen er erg veel van op. Ze gebruiken het nitraat voor het maken van eiwitten. Als er niet voldoende zonlicht is, wordt er
maar weinig van het nitraat verbruikt. Zo kan er zelfs in een verlichte kas nog veel nitraat in de planten overblijven.
Voor mensen is nitraat op zich niet schadelijk. Het nitraat kan in het lichaam echter worden omgezet in stoffen die wel slecht zijn voor de gezondheid.
Bij het kweken van groenten in een kas wordt meer energie verbruikt dan bij het kweken buiten.
Noem twee oorzaken van het hogere energieverbruik bij het kweken in een kas.
2/8 Kasgroente.
Neemt een plant nitraat vooral op met de bladeren, vooral met de wortels of met allebei ongeveer evenveel?
3/8 Kasgroente.
Water is voor de bladgroenten in de kas een abiotische factor.
Noem nog twee abiotische factoren die volgens de tekst belangrijk zijn voor de vorming van eiwitten in een plant.
4/8 Kasgroente.
Iemand eet een portie groente. Dit voedsel gaat door het verteringskanaal. Bij de vertering van de groente worden stoffen als nitraat opgenomen in het bloed. Verderop in het verteringskanaal wordt water aan de resten van de voedselbrij onttrokken. De onverteerbare delen van de planten gaan dan verder door de rest van het verteringskanaal. Enkele delen van het verteringskanaal van de mens zijn:
1. dikke darm,
2. dunne darm,
3. endeldarm,
4. twaalfvingerige darm.
In welke volgorde gaan de onverteerbare delen van de planten door deze delen van het verteringskanaal?