Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - ziektes | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 21 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

21

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Kinderverlamming.
Zie figuur B 2866 van de bijlage.

Bij kinderverlamming of polio kunnen de spieren soms niet goed meer samentrekken. De spierverlammingen ontstaan wanneer het poliovirus, de ziekteverwekker, een bepaald type zenuwcel aantast. Bekend is dat schakelcellen niet gevoelig zijn voor het virus. De afbeelding geeft een doorsnede van het ruggenmerg weer.

Op welke van de in de afbeelding aangegeven plaatsen liggen de cellichamen van de zenuwcellen die door het poliovirus kunnen worden aangetast?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Dementie.

Wat is dementie?

Zenuwstelsel

1/2 Verwondingen en het centrale zenuwstelsel.
Zie figuur B 2246 van de bijlage.

Het centrale zenuwstelsel staat via de zenuwen in verbinding met alle delen van het lichaam. In de afbeelding is dit schematisch weergegeven. Een verkeersslachtoffer heeft verschillende verwondingen opgelopen. Onder andere is een grote zenuw in de rechterarm doorgesneden. De plaats waar de zenuw is doorgesneden, is in de afbeelding aangegeven met P.

Van welk type of van welke typen zenuwcellen zijn bij dit ongeluk uitlopers doorgesneden?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Verwondingen en het centrale zenuwstelsel.
Zie figuur B 2246 van de bijlage.

De wonden die door het ongeluk veroorzaakt zijn, doen pijn.

In welk deel van het zenuwstelsel vinden de processen plaats waardoor het slachtoffer zich bewust wordt van de pijn?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 TIA.
Zie figuur B 3338 van de bijlage.

Een TIA wordt ook wel een voorbijgaande beroerte genoemd. Het ontstaat als de bloedstroom naar de hersenen tijdelijk is verstoord. De oorzaak is meestal een bloedstolseltje dat even blijft steken in een kleine slagader in de hersenen. Er stroomt dan te weinig bloed naar een deel van de hersenen. Niet meer goed zien, verlammingen of spraakstoornissen kunnen onder andere het gevolg zijn. Meestal zijn deze verschijnselen na korte tijd weer verdwenen.

Welke bloeddeeltjes spelen vooral een rol bij het ontstaan van een bloedstolsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 TIA.

Een bloedstolseltje kan ontstaan in het hart of in een slagader als gevolg van een hart- of vaatziekte. Om de kans op hart- en vaatziekten te verkleinen, geeft de Hartstichting adviezen voor een gezonde leefwijze. Twee van zulke adviezen zijn:

- Eet gezond, gebruik weinig vet en kies voor meervoudig onverzadigde vetten als vetten worden gegeten.
- Drink niet meer dan twee glazen alcohol per dag.

Geef nog twee andere adviezen voor een gezonde leefwijze waardoor de kans op hart- en vaatziekten kleiner wordt.

Zenuwstelsel

2/4 Hernia.

Welke soort cellen zijn vooral in tussenwervelschijven te vinden?

Zenuwstelsel

4/4 Hernia.
Zie figuur B 3132 van de bijlage.

In de afbeelding is de wervelkolom weergegeven.

In welk gebied bevinden zich lendenwervels?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/4 Hernia.
Zie figuur B 904 van de bijlage.

Hernia van een tussenwervelschijf is een kwaal die bij mensen kan optreden als deze schijf door bepaalde oorzaken te plat wordt en hierdoor zijn vaste plaats verliest. Doordat de tussenwervelschijf gaat verschuiven, kunnen zenuwen klem komen te zitten. Dit veroorzaakt veel pijn. Ook kan iemand daardoor de macht over sommige spieren verliezen. Door een operatie bestaat de kans dat deze verschijnselen verdwijnen. In de afbeelding geeft tekening P een deel weer van de wervelkolom van opzij gezien en tekening Q een afzonderlijke wervel van boven gezien.

Waar bevindt zich in tekening P een tussenwervelschijf?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/4 Hernia.

Uit welk weefsel bestaan tussenwervelschijven?

Zenuwstelsel

3/4 Hernia.
Zie figuur B 904 van de bijlage.

Op welke van de in tekening Q aangegeven plaatsen bevindt zich bij de mens het ruggenmerg?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

4/4 Hernia.

Van welke zenuwcellen kunnen bij hernia de uitlopers klem komen te zitten?

Zenuwstelsel

1/2 Een zeldzame ziekte.
Zie figuur B 4602 van de bijlage.

Wetenschappers denken de oorzaak van een zeldzame hersenziekte te hebben ontdekt.
Bij deze ziekte zijn de grote hersenen aangetast.

In de afbeelding zijn drie verschillende delen van het zenuwstelsel met een letter aangegeven.

Welke letter geeft het hersendeel aan dat bij deze ziekte is aangetast?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Een zeldzame ziekte.
Zie figuur B 4602 van de bijlage.

Heeft deze aantasting bij zo'n patiënt gevolgen voor het optreden van reflexen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een ongeneeslijke ziekte.
Zie figuur B 2004 van de bijlage.

De tekst hieronder over de ziekte SMA is afkomstig uit een landelijk dagblad.

SMA is een ongeneeslijke ziekte die cellen in het ruggenmerg doet afsterven, waardoor spieren minder goed kunnen functioneren.
De spierziekte is erfelijk en wordt doorgegeven aan een kind wanneer het van elk van beide ouders het bewuste gen overgedragen krijgt. Het is mogelijk dat het gen voor de ziekte generaties lang ongemerkt wordt overgedragen.
Nu duidelijk is geworden waar het gen voor SMA ligt, wordt het mogelijk voor de geboorte van een kind te onderzoeken of het zal gaan lijden aan de ziekte. Dat kan gebeuren door bloedmonsters te onderzoeken met recombinant-DNA-technieken.

In de tekst staat dat deze ziekte het afsterven van bepaalde cellen bevordert.

Welke cellen zijn dat waarschijnlijk?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/2 Polio.
Zie figuur B 3313 van de bijlage.

Polio of kinderverlamming is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een virus. Het virus kan door hoesten overgebracht worden. Na een infectie vermenigvuldigt het virus zich in de slijmvliezen van de keel en van het verteringskanaal. Met het bloed en via zenuwbanen kan het virus terechtkomen in de hersenstam en in bewegingszenuwcellen in het ruggenmerg.

Zie figuur B 3313 van de bijlage.

De afbeelding geeft onder andere een deel van het zenuwstelsel weer.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/2 Polio.
Zie figuur B 3314 van de bijlage.

De afbeelding geeft een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg weer waarin schematisch drie zenuwcellen zijn getekend. De pijlen geven aan in welke richting impulsen geleid worden.

Welke letter geeft een bewegingszenuwcel aan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Muisarm.
Zie figuur B 2889 van de bijlage.

Aan de binnenkant van de hand bevindt zich de zogenaamde carpale tunnel (zie de afbeelding). Deze ‘tunnel' bestaat uit een band waarbinnen zich pezen bevinden. Deze pezen verbinden de vingers met spieren in de onderarm. Door overbelasting, bijvoorbeeld door het vaak bedienen van een computermuis, kunnen deze pezen geïrriteerd raken en opzwellen. Hierdoor raakt de zenuw, die zich onder de pezen bevindt, bekneld. Dit veroorzaakt tintelingen en pijn in de arm, de zogenaamde 'muisarm'.

De zenuw in de carpale tunnel is een gemengde zenuw.

Geleidt deze zenuw impulsen naar de vingers toe?
En geleidt deze zenuw impulsen vanuit de vingers in de richting van de pols?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding