Ontdek de digitale toets over fotosynthese en gasproductie bij planten, gericht op leerlingen in de biologie, en test je kennis over de processen die plaatsvinden in verschillende plantensoorten en hun omgeving. Deze toets biedt inzicht in de rol van zuurstof en koolstofdioxide in de fotosynthese en de effecten van licht en donker op plantengroei. - 20 vragen
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Fotosynthese en gasproductie bij planten
Een groene waterplant in een reageerbuis. Zie figuur B 974 van de bijlage.
In de reageerbuis stijgen alleen in het licht gasbelletjes op.
Uit welk gas bestaan deze belletjes en bij welk proces komen ze vrij?
Deze gasbelletjes bestaan uit
afbeelding
Zuurstofproductie bij groenwieren in licht
Eencellige groenwieren in een aquarium. Zie figuur B 671 van de bijlage.
Een aquarium met eencellige groenwieren (organismen met bladgroen) staat in het donker. Vervolgens wordt een deel van het aquarium met een lamp verlicht, de rest blijft helemaal donker (zie figuur).
Vormen bij P de groenwieren O2
? En bij Q?
afbeelding
afbeelding
Fotosynthese en gasvorming bij waterpest
Een proefopstelling met waterpest. Zie figuur B 1850 van de bijlage.
De getekende proefopstelling staat in het licht. Boven in de reageerbuis verzamelt zich een gas. Dit gas ontstaat in de waterpest (een plant met bladgroen).
Welk gas ontstaat er? Door welk proces ontstaat dit gas?
afbeelding
Stoffen in een afgesloten ruimte met plant
Een afgesloten ruimte met een plant met bladgroen.
In een afgesloten, met lucht gevulde ruimte staat een plant met bladgroen. Deze plant beschikt in voldoende mate over koolstofdioxide, water, zouten en zuurstof. Na enige tijd blijkt de plant meer glucose en zetmeel te bevatten dan daarvoor.
Van welke van bovenstaande stoffen is de hoeveelheid in de afgesloten ruimte zeker ook toegenomen?
Effect van Donker op Zuurstofverbruik in Water
Onderzoek naar watervervuiling.
Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel zuurstof er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit zuurstofverbruik is, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn. Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn heterotrofe organismen. Het bepalen van het zuurstofverbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het zuurstofgehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het zuurstofgehalte bepaald. Dit zuurstofgehalte na 5 dagen is lager doordat de eencelligen zuurstof hebben verbruikt.
Waarom moet het flesje in het donker worden bewaard?
Gassen in een aquarium en fotosynthese
Gassen in een aquarium.
Jan kijkt naar waterplanten in zijn aquarium dat in het zonlicht staat. Hij ziet belletjes gas uit de planten ontwijken. Hij vraagt aan vier klasgenoten of dit gas zuurstof of koolstofdioxide is en bij welk proces dit is gevormd.
Klasgenoot 1 zegt dat het zuurstof is, ontstaan bij verbranding. Klasgenoot 2 zegt dat het zuurstof is, ontstaan bij fotosynthese. Klasgenoot 3 zegt dat het koolstofdioxide is, ontstaan bij verbranding. Klasgenoot 4 zegt dat het koolstofdioxide is, ontstaan bij fotosynthese.
Wie van de klasgenoten heeft gelijk?
Gassen boven waterpest in licht
Waterpest in licht. Zie figuur B 1830 van de bijlage.
De afbeelding geeft een proefopstelling weer met waterpest (een plant met bladgroen). Aan het begin van de proef is buisje P volledig gevuld met water. De proefopstelling wordt in het licht gezet. Na enkele uren is het waterpeil in het buisje gedaald. De afbeelding geeft dit stadium weer.
Wat bevindt zich vooral in de ruimte boven het water in buisje P?
afbeelding
Activiteit van fotosynthese meten
De activiteit van de fotosynthese.
Om de activiteit van de fotosynthese te bepalen meet men vaak de hoeveelheid zuurstof die vrijkomt.
De reden hiervoor is dat zuurstof
Effect van dode planten op waterstofsamenstelling
In meertje leven met planten en dieren.
In een bepaald meertje leven planten en dieren. Ten gevolge van de een of andere oorzaak gaan alle groene planten dood.
Welke stof, normaal aanwezig in dat water, raakt ten gevolge van het doodgaan van de groene planten het eerst op?
Aanwezigheid van Zetmeel in Bladeren
1/2 Een proef met bladeren. Zie figuur B 2148 van de bijlage.
Tijdens een biologiepracticum voert een leerling een proef uit om de aanwezigheid van zetmeel in bladeren aan te tonen. Hij plukt van drie verschillende planten een blad.
Blad 1 (zie de afbeelding) is een geheel groen blad van een plant die 24 uur in het licht heeft gestaan. Blad 2 is een geheel groen blad van een plant die 24 uur in het donker heeft gestaan. Blad 3 van een bonte geranium, die 24 uur in het licht heeft gestaan.
De uitvoering van de proef gaat als volgt:
1. de bladeren worden eerst in kokend water gedompeld; 2. daarna worden de bladeren in alcohol gedaan tot de groene kleur eruit is verdwenen; 3. de bladeren (die nu wit zijn) worden dan overgebracht in een petrischaal met jodiumoplossing; 4. na enige tijd worden de bladeren afgespoeld en op een witte ondergrond gelegd om de kleur goed te kunnen bekijken.
De resultaten van de proef zijn in onderstaande tabel weergegeven. scrun 1783
In welke bladeren is zetmeel aangetoond?
afbeelding
Bladgroen en licht bij zetmeelvorming
2/2 Een proef met bladeren.
Blijkt uit deze proef dat bladgroen wel of niet nodig is voor de vorming van zetmeel? En licht?
afbeelding
Eindproduct van fotosynthese
1/3 Fotosynthese. Zie figuur B 2149 van de bijlage.
In de afbeelding is met de pijlen 1, 2 en 3 de opname en afgifte weergegeven van stoffen die bij de fotosynthese worden gevormd. Pijl 1 geeft de afgifte weer van een stof die als een eindproduct van de fotosynthese wordt gevormd.
Welke stof is dat?
afbeelding
Stoffen bij fotosynthese
2/3 Fotosynthese.
Pijl 2 geeft de opname weer van een of meer stoffen die bij de fotosynthese wordt of worden verbruikt.
Welke stof wordt of worden door pijl 2 weergegeven?
afbeelding
Energie in Glucose en Zetmeel bij Planten
3/3 Fotosynthese.
Planten leggen bij de fotosynthese lichtenergie vast. Een plant bevat onder andere de stoffen glucose en zetmeel.
Bevat glucose energie die afkomstig is uit zonlicht? En zetmeel?
Effect van koolstofdioxide op plantengroei
1/3 Koolstofdioxide.
Onderzoekers hebben een methode ontwikkeld om de rookgassen uit de stookinstallatie van tuinbouwkassen met ureum te reinigen. Het gas dat overblijft, is schoon en bevat veel koolstofdioxide. Tuinders laten de gereinigde rookgassen zo in de kassen stromen. Door de extra koolstofdioxide die daarmee in de kassen komt, groeien de planten beter. In een kas groeien tomatenplanten en er komen kleine dieren voor op en in de grond.
Geef een verklaring voor het feit dat de tomatenplanten beter groeien wanneer meer koolstofdioxide in de lucht zit.
Koolstofdioxide en Organismen
2/3 Koolstofdioxide.
Kunnen die tomatenplanten en kleine dieren zelf ook koolstofdioxide vormen? Geef een verklaring voor je antwoord.
Koolstofdioxide versus Ureum als Meststof
3/3 Koolstofdioxide.
Tuinders gebruikten vroeger ook ureum in de kassen. Zij strooiden het op de grond als meststof voor de planten.
Heeft het toevoegen van extra koolstofdioxide aan de lucht in de kassen dezelfde functie voor de plant als bemesting van de grond? Geef een verklaring voor je antwoord.
Zuurstofproductie door oogdiertjes
1/2 Oogdiertje. Zie figuur B 1101 van de bijlage.
In de afbeelding is een oogdiertje, een eencellig organisme, weergegeven. Het leeft in het water, kan bladgroen bezitten, heeft een zweephaar voor de voortbeweging en een oogvlek waarmee licht kan worden waargenomen. Een oogdiertje kan organische stoffen uit het water opnemen. In water met voldoende organische stoffen heeft het oogdiertje geen bladgroen. Er wordt onderzocht onder welke omstandigheden een oogdiertje de grootste hoeveelheid zuurstof vormt. Tevens wordt de vraag gesteld onder welke omstandigheden oogdiertjes eiwitten vormen.
- buis 1 staat in het donker en bevat oogdiertjes in kraanwater waarin glucose is opgelost. - buis 2 staat in het licht en bevat oogdiertjes in kraanwater waarin glucose is opgelost. - buis 3 staat in het donker en bevat oogdiertjes in kraanwater. - buis 4 staat in het licht en bevat oogdiertjes in kraanwater.
In welke buis zal per minuut de grootste hoeveelheid zuurstof gevormd worden?
afbeelding
Eiwitvorming bij oogdiertjes
2/2 Oogdiertje.
Wanneer is een oogdiertje in staat om eiwitten te vormen?
Bladgroen in de doorsnede van een blad
Bladgroen in een doorsnede van een blad. Zie figuur B 3389 van de bijlage.
In de afbeelding is een doorsnede van een blad schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.
In welk(e) van de genummerde delen komt bladgroen voor? Doe dit door ja of nee achter het deel te schuiven.