Ademhaling
Uitademlucht.
De door de mens uitgeademde lucht bevat onder andere zuurstof, stikstof en kooldioxide.
De juiste percentages van de uitgeademde gassen zijn gewoonlijk
afbeelding
Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
11
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2
NVON
cc-by-sa-40
Uitademlucht.
De door de mens uitgeademde lucht bevat onder andere zuurstof, stikstof en kooldioxide.
De juiste percentages van de uitgeademde gassen zijn gewoonlijk
afbeelding
Lucht.
Bij een onderzoek bepaalt men de samenstelling van de lucht die een proefpersoon in- en uitademt. Van de lucht die de proefpersoon inademt, is de volgende samenstelling gemeten:
79% stikstof,
21 % zuurstof,
0,04% koolstofdioxide.
Wat kan de samenstelling zijn van de lucht die de proefpersoon uitademt?
afbeelding
In- en uitademlucht.
Als men bij de mens de samenstelling van de in- en uitgeademde lucht met elkaar vergelijkt, blijkt onder andere dat de uitgeademde lucht bevat
afbeelding
In- en uitademlucht.
Hieronder volgen vier beweringen over de samenstelling van de in- en uitgeademde lucht bij de mens.
1. De ingeademde lucht bevat zuurstof;
2. De ingeademde lucht bevat koolstofdioxide;
3. De uitgeademde lucht bevat zuurstof;
4. De uitgeademde lucht bevat koolstofdioxide.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Longblaasjes en bloed.
Zie figuur B 2489 van de bijlage.
De tekening stelt enkele longblaasjes met haarvaten van een zoogdier voor. De pijlen geven de richting van de bloedstroom weer.
Drie beweringen over het bloed bij plaats P en plaats Q zijn:
1. Bij P bevat het bloed meer zuurstof dan bij Q.
2. Bij P bevat het bloed minder zuurstof dan bij Q.
3. Bij P bevat het bloed minder koolstofdioxide dan bij Q.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Zuurstof.
Over de zuurstofmoleculen die bij een mens bij een rustige inademing in de luchtwegen terechtkomen, worden vier uitspraken gedaan:
1. Alle ingeademde zuurstofmoleculen bereiken de longblaasjes, deels door diffusie, deels door stroming.
2. Alle ingeademde zuurstofmoleculen komen uiteindelijk in het bloed terecht.
3. Een gedeelte van de ingeademde zuurstofmoleculen verlaat het lichaam weer bij de eerstvolgende uitademing, zonder in de longblaasjes geweest te zijn.
4. Een gedeelte van de ingeademde zuurstofmoleculen komt in de cellen van de wand van de luchtwegen terecht, de rest komt via de longblaasjes in het bloed terecht.
Welke uitspraak is juist?
Longen en spieren.
Zie figuur B 958 van de bijlage.
De pijlen in de tekeningen geven de gaswisseling aan in een longblaasje en in een spiervezel.
Welke pijl bij het longblaasje geeft de richting aan waarin de meeste zuurstof verplaatst wordt en welke bij de spiervezel?
afbeelding
afbeelding
Een orgaan.
Zie figuur B 812 van de bijlage.
De tekening stelt schematisch een orgaan in het lichaam van de mens voor met een aanvoerend en een afvoerend bloedvat.
Welk orgaan is dat?
afbeelding
Meet je longen.
Zie figuur A 13 van de bijlage.
In de getekende proefopstelling bevindt zich aanvankelijk in de klok 6 liter water. Nadat een proefpersoon zo diep mogelijk heeft ingeademd en daarna via het slangetje zo diep mogelijk heeft uitgeademd, daalt de waterstand tot er nog 1 liter water in de klok aanwezig is.
Met deze demonstratie wordt aangetoond dat bij de proefpersoon
afbeelding
1/2 Gaswisseling.
Bij allerlei processen in organismen worden gassen verbruikt en komen gassen vrij. Het opnemen en afstaan van deze gassen wordt gaswisseling genoemd.
Wanneer men de inwendige bouw van de longen van de mens bekijkt, valt het op dat er vele in- en uitstulpingen en vertakkingen zijn.
Hierover worden drie uitspraken gedaan.
1. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de borstholte kleiner zijn.
2. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de longinhoud kleiner zijn.
3. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou het longoppervlak kleiner zijn.
Welke uitspraak is juist?
2/2 Gaswisseling.
De luchtwegen van de mens bestaan onder andere uit bronchiƫn, longblaasjes en luchtpijp.
Waar in de luchtwegen vindt de uitwisseling van gassen tussen bloed en lucht plaats?