Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 7

Ontdek de digitale toets over eiwitsplitsende enzymen in de spijsvertering, gericht op studenten biologie die hun kennis over enzymactiviteit en eiwitvertering willen testen. Deze toets bevat diverse vragen over de rol van enzymen en de vertering van voedingsstoffen in het menselijk lichaam. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Eiwitsplitsende enzymen in de spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2497 van de bijlage.

Eiwitsplitsende enzymen zijn werkzaam in

afbeeldingafbeelding

Eiwitsplitsende enzymen in de spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2497 van de bijlage.

Eiwitsplitsende enzymen worden gemaakt in

afbeeldingafbeelding

Eiwitvertering in reageerbuizen

Eiwitvertering.

Vier reageerbuizen (1 t/m 4) bevatten:
afbeeldingafbeelding

De temperatuur van de oplossingen wordt op 37°C gehouden.

In welke reageerbuizen vindt vertering van eiwitten plaats?

Vertering van eiwitten in het spijsverteringsstelsel

Spijsvertering.

Op verschillende plaatsen in het spijsverteringsstelsel van de mens worden voedingsstoffen door enzymen verteerd en vanuit dit stelsel in het bloed opgenomen.

Waar in dit stelsel vindt voornamelijk vertering van eiwitten plaats en waar de opname van de verteerde producten?

afbeeldingafbeelding

Inname van insuline en vertering

Insuline.

Insuline is een eiwit.
Veel patiënten met suikerziekte hebben een zodanig gebrek aan insuline dat dit toegediend moet worden.
Zij krijgen dit dan ingespoten in de bloedbaan.

Als insuline via het spijsverteringskanaal zou worden ingenomen, zou het door vertering zijn werking verliezen.
Dit zou gebeuren in de

Enzymen voor eiwitvertering in klieren

Spijsvertering.

Hieronder worden spijsverteringsklieren van de mens genoemd:

1. alvleesklier,
2. darmsapklieren,
3. maagsapklieren,
4. speekselklieren.

Welke van deze klieren maken enzymen voor de vertering van eiwitten?

Begin van eiwitvertering in het lichaam

Spijsvertering.

Waar in het spijsverteringskanaal van de mens begint de vertering van eiwitten?

Spijsvertering van Anna's boterham met ei

Spijsvertering.

Anna eet een boterham met een gebakken ei.
Hieronder volgt een tweetal beweringen over de spijsvertering van Anna.

I. In haar maag worden enkele stoffen uit het ei verteerd.
II. In haar dunne darm worden enkele stoffen uit het ei verteerd.

Eiwitvertering en enzymactiviteit

Eiwitvertering.

Hieronder staan de resultaten van de in bekerglazen uitgevoerde experimenten 1 t/m 4.
afbeeldingafbeelding

Welke conclusie met betrekking tot de eiwitsplitsing kan uit deze 2 uur durende experimenten getrokken worden?

-

Vertering van voedingsstoffen in reageerbuizen

Spijsvertering.

Bij een practicum voegt iemand steeds in een reageerbuis twee stoffen bij elkaar:

in buis 1 eiwit en gal,
in buis 2 eiwit en maagsap,
in buis 3 gal en zetmeel,
in buis 4 maagsap en zetmeel.

In welke buis treedt vertering op?

Enzymen in het maagsap en spijsvertering

Spijsvertering.

In het maagsap van de mens bevindt zich een enzym voor de vertering van

Bestanddelen van moedermelk en ontwikkelingstijd

Moedermelk.

Voor welk van de bestanddelen van deze melksoorten geldt: hoe hoger het gehalte hoe korter de ontwikkelingstijd?

Eiwitvertering in het spijsverteringsstelsel

Eiwitvertering.

Bij een proef worden vier reageerbuizen als volgt gevuld:

buis 1: eiwitten, water en speeksel;
buis 2: eiwitten, water en maagsap;
buis 3: eiwitten, water en gal;
buis 4: eiwitten, water en alvleessap.

In welke buizen worden eiwitten verteerd?

Voedingsvacuole bij de amoebe

Amoebe.
Zie figuur B 810 van de bijlage.

De tekeningen geven weer hoe een amoebe een ander eencellig organisme vangt en opneemt.

Met welk cijfer wordt een voedingsvacuole aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Kauwen bij zoogdieren en voedseltype

Kauwen bij zoogdier.
Zie figuur B 736 van de bijlage.

De tekening geeft de onderkaak van een zoogdier weer.

In welke richting vooral zal dit dier bij het kauwen de onderkaak langs de bovenkaak bewegen?
Is het voedsel vooral plantaardig of vooral dierlijk?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Knipkiezen bij zoogdieren

Gebit van zoogdieren.
Zie figuur B 737 van de bijlage.

In de tekeningen is van vier zoogdieren het gebit weergegeven.

In welke tekening bevat het gebit knipkiezen?

afbeeldingafbeelding

Kiezen van een olifant

Gebit van olifant.
Zie figuur A 87 van de bijlage.

De olifant van de afbeelding heeft twee grote slagtanden. Zij lijken op wapens waarmee de olifant een prooi gemakkelijk zou kunnen doden. Toch eet een olifant vrijwel alleen planten. Een olifant heeft naast deze twee slagtanden alleen vier grote kiezen.

Welk type kiezen bezit een olifant?

afbeeldingafbeelding

Kiezen van zoogdieren en hun dieet

Gebit van zoogdieren.
Zie figuur A 160 van de bijlage.

De foto's stellen twee typen kiezen voor.

Zijn dieren met kiezen van type 1 alleseters, vleeseters of planteneters?
En dieren met kiezen van type 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kiezen van mammoeten

Mammoeten.
Zie figuur B 1965 van de bijlage.

Mammoeten zijn uitgestorven olifant-achtige dieren.
In de afbeelding geeft tekening 1 een schedel van een mammoet weer; tekening 2 geeft het bovenaanzicht van een kies van een mammoet weer.

Wat voor kiezen hadden de mammoeten?

afbeeldingafbeelding

Gebit van een zoogdier analyseren

Gebit van zoogdier.
Zie figuur B 2010 van de bijlage.

De tekening geeft een schedel weer van een dier.

Dit dier behoort tot de

afbeeldingafbeelding