Oefentoets Biologie: Genetica - afwijking | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

1/3 Een ongeneeslijke ziekte.
Zie figuur B 2004 van de bijlage.

De tekst hieronder over de ziekte SMA is afkomstig uit een landelijk dagblad.

SMA is een ongeneeslijke ziekte die cellen in het ruggenmerg doet afsterven, waardoor spieren minder goed kunnen functioneren.
De spierziekte is erfelijk en wordt doorgegeven aan een kind wanneer het van elk van beide ouders het bewuste gen overgedragen krijgt. Het is mogelijk dat het gen voor de ziekte generaties lang ongemerkt wordt overgedragen.
Nu duidelijk is geworden waar het gen voor SMA ligt, wordt het mogelijk voor de geboorte van een kind te onderzoeken of het zal gaan lijden aan de ziekte. Dat kan gebeuren door bloedmonsters te onderzoeken met recombinant-DNA-technieken.

In de tekst staat dat deze ziekte het afsterven van bepaalde cellen bevordert.

Welke cellen zijn dat waarschijnlijk?

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/3 Een ongeneeslijke ziekte.

Een man heeft SMA.

In welke van de volgende cellen van deze man bevinden zich genen die deze ziekte veroorzaken?

- spiercellen,
- zaadcellen,
- zenuwcellen.

Genetica

3/3 Een ongeneeslijke ziekte.

Een man en een vrouw hebben beiden het gen voor SMA. Ze hebben de ziekte zelf niet. De vrouw verwacht een kind.

Hoe groot is de kans dat hun kind SMA heeft?

Genetica

1/2 SMA.
Zie figuur B 2004 van de bijlage.

Hieronder is een artikel weergegeven over de ziekte SMA.

SMA is een ongeneeslijke ziekte die cellen in het ruggenmerg doet afsterven, waardoor spieren minder goed kunnen functioneren.
De spierziekte is erfelijk en wordt doorgegeven aan een kind wanneer het van elk van beide ouders het bewuste
gen overgedragen krijgt. Het is mogelijk dat het gen voor de ziekte generaties lang ongemerkt wordt overgedragen.
Nu duidelijk is geworden waar het gen voor SMA ligt, wordt het mogelijk voor de geboorte van een kind te onderzoeken of het zal gaan lijden aan de ziekte. Dat kan gebeuren door bloedmonsters te onderzoeken met recombinant-DNA-technieken.

Een man heeft SMA.

In welke van de volgende cellen van deze man bevinden zich genen die deze ziekte veroorzaken?

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/2 SMA.

Is het gen voor SMA dominant of recessief?
Uit hoeveel gegevens in de tekst blijkt dit?

Genetica

1/2 SMA.
Zie figuur B 2004 van de bijlage.

Hieronder is een artikel weergegeven over de ziekte SMA.

SMA is een ongeneeslijke ziekte die cellen in het ruggenmerg doet afsterven, waardoor spieren minder goed kunnen functioneren.
De spierziekte is erfelijk en wordt doorgegeven aan een kind wanneer het van elk van beide ouders het bewuste gen overgedragen krijgt. Het is mogelijk dat het gen voor de ziekte generaties lang ongemerkt wordt overgedragen.
Nu duidelijk is geworden waar het gen voor SMA ligt, wordt het mogelijk voor de geboorte van een kind te onderzoeken of het zal gaan lijden aan de ziekte. Dat kan gebeuren door bloedmonsters te onderzoeken met recombinant-DNA-technieken.

Een vrouw heeft SMA.

Bevinden zich in eicellen van deze vrouw genen die deze ziekte veroorzaken?
En in zenuwcellen?

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/2 SMA.

Een vrouw en een man hebben beiden het gen voor SMA. Ze hebben zelf de ziekte niet. De vrouw verwacht een kind.

Hoe groot is de kans dat hun kind SMA heeft?

Genetica

1/5 Korte vingers.
Zie figuur B 2557 van de bijlage.

Sommige mensen hebben de erfelijke eigenschap kortvingerigheid. Hun vingers zijn opvallend korter dan bij de meeste mensen.

In de afbeelding B 2557 zijn twee handen weergegeven en de botten daarin.
William is kortvingerig en zijn zusje Karin niet.

In de afbeelding B 2557 zijn botten aangeduid met P en Q.

Wat is de naam van bot P?
En van bot Q?

bot P: [invulveld]
bot Q: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Genetica

2/5 Korte vingers.
Zie figuur B 2557 van de bijlage.

In de afbeelding is een gedeelte van de hand van Karin aangeduid met S.

Bevindt zich in dat gedeelte van de hand van Karin een gewrichtskapsel?
En bevindt zich in dat gedeelte een kogelgewricht?

afbeeldingafbeelding

Genetica

3/5 Korte vingers.

William is kortvingerig.

In welke van zijn beenderen komt in de cellen het gen voor, dat kortvingerigheid veroorzaakt?

Genetica

4/5 Korte vingers.
Zie figuur B 2558 van de bijlage.

In de afbeelding is de stamboom weergegeven van de familie van Karin en William. In de familie komt kortvingerigheid voor.

Is het gen dat kortvingerigheid veroorzaakt dominant of recessief of is dat niet uit de stamboom af te leiden?

afbeeldingafbeelding

Genetica

5/5 Korte vingers.
Zie figuur B 2558 van de bijlage.

In de afbeelding is de stamboom weergegeven van de familie van William en Karin.

Het dominante gen dat kortvingerigheid veroorzaakt, wordt aangeduid met R.

Wat is het genotype van Karin?
En wat is het genotype van William?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding