Gedrag
Superei.
Zie figuur B 1407 van de bijlage.
Zilvermeeuwen rollen eieren die uit het nest zijn gerold, terug in het nest. Bij onderzoek is gebleken dat zij namaakeieren, die wel twintig maal zo groot zijn als de eigen eieren eerder in het nest rollen dan de eigen eieren. De namaakeieren hadden hetzelfde kleurpatroon als de eigen eieren.
Naar aanleiding van deze gegevens worden de volgende beweringen gedaan:
1. Het grote namaakei is een sleutelprikkel voor het inrolgedrag, het normale eigen ei niet.
2. Het grote namaakei is een motiverende factor voor het inrolgedrag, het eigen niet.
3. Bij het inrolgedrag is sprake van een leerproces door inprenting.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding

