Oefentoets Biologie: Gedrag - Sleutelprikkel | HAVO 3/HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 7 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 3, HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

Superei.
Zie figuur B 1407 van de bijlage.

Zilvermeeuwen rollen eieren die uit het nest zijn gerold, terug in het nest. Bij onderzoek is gebleken dat zij namaakeieren, die wel twintig maal zo groot zijn als de eigen eieren eerder in het nest rollen dan de eigen eieren. De namaakeieren hadden hetzelfde kleurpatroon als de eigen eieren.
Naar aanleiding van deze gegevens worden de volgende beweringen gedaan:

1. Het grote namaakei is een sleutelprikkel voor het inrolgedrag, het normale eigen ei niet.
2. Het grote namaakei is een motiverende factor voor het inrolgedrag, het eigen niet.
3. Bij het inrolgedrag is sprake van een leerproces door inprenting.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Ganzen worden een plaag.

In een ganzennest liggen gewoonlijk 4 tot 6 eieren. Als een aantal eieren wordt weggehaald, legt de gans net zoveel nieuwe eieren, tot het oorspronkelijke aantal weer bereikt is. Als ze worden doorgeprikt en daarna teruggelegd, blijft de gans op de eieren zitten.

Wat is de sleutelprikkel voor de gans om eieren bij te leggen?

Gedrag

Parasieten.

Welke term wordt in de gedragsleer gebruikt voor een prikkel die een bepaald gedrag opwekt zoals gal dat bij deze rondworm doet?

Met de term [invulveld]

Gedrag

De naakte molrat.

Citeer uit de tekst een sleutelprikkel en vermeld de reactie die daarop volgt.

Gedrag

Konikpaarden in de Millingerwaard.
Zie figuur B 3826 van de bijlage.

De paarden leven in haremgroepen. Een haremgroep bestaat uit een leidhengst, een aantal merries, veulens en jaarlingen (pubers). De leidhengst houdt solitaire (alleen levende) hengsten op afstand van de harem. Een van de manieren om zijn gezag te laten gelden is door in de buurt van een solitaire hengst een mesthoop te leggen waaraan de leidhengst uitvoerig gaat ruiken (zie de afbeelding). Vaak druipt de solitaire hengst dan af, maar soms ook niet.

Twee leerlingen willen dit verschil in gedrag tussen de solitaire hengsten verklaren.

Leerling 1: Het verschil kan ontstaan doordat voor de solitaire hengsten de sleutelprikkel voor 'afdruipgedrag' verschillend is.
Leerling 2: Het verschil kan ontstaan doordat bij de solitaire hengsten de motivatie voor 'afdruipgedrag' verschillend is.

Welke leerling doet of welke leerlingen doen een juiste uitspraak?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Tenreks op Madagaskar.
Zie figuur B 4313 van de bijlage.

Hemicentetes nigriceps heeft een speciaal orgaan van stekels: als deze stekels over elkaar worden gestreken als een strijkstok over vioolsnaren, produceren ze een ratelend geluid. Hiermee waarschuwt het wijfje van deze soort haar jongen, waarna deze zich oprollen.

Geef de term uit de gedragsbiologie die gebruikt wordt voor een dergelijk alarmgeluid dat leidt tot het oprolgedrag van de jongen.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

De chemie van de liefde.

Onverklaarbare passie? Mysterieus brandende liefde? Vergeet het maar. Sinds wetenschappers zich op dit thema hebben gestort, moeten lust en knuffelkoorts plaatsmaken voor hormonen, zenuwcellen en genen. Waarom hij of zij en niet iemand anders? Er zijn op dit moment verschillende theorieën over hoe verliefdheid ontstaat. Eén theorie gaat bijvoorbeeld uit van feromonen, hormoonachtige geurstoffen die elk mens verspreidt en die ons aanlokken of juist afstoten. Een tweede theorie beweert dat het beeld van de eerste man of vrouw die wordt waargenomen al in het babystadium wordt vastgelegd en later een rol speelt bij verliefdheid.
Ook bij vlinders komen feromonen voor. Als een vrouwtjesvlinder zo'n feromoon verspreidt, komen mannetjes van haar soort van alle kanten aanvliegen.

Geef de naam die in de gedragsleer wordt gebruikt voor een bepaald signaal zoals het feromoon, dat deze reactie bij de mannetjes opwekt.

Dit signaal wordt genoemd een [invulveld].